Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:6603

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14-10-2015
Datum publicatie
14-10-2015
Zaaknummer
4094485-CV-15-3178
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Eenzijdige collectieve wijziging van overeengekomen werktijden niet toelaatbaar. Maatstaf bij beoordeling is 6:248, lid 2 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1927
AR-Updates.nl 2015-1003
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Tilburg

zaak/rolnr.: 4094485 CV EXPL 15-3178

vonnis d.d. 14 oktober 2015

inzake

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. K.C. de Koning,

tegen

de [gedaagde]

,

gevestigd te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

gemachtigde: [naam 1] , bestuurder.

Partijen worden hierna aangeduid met [eiseres] en [gedaagde] .

1 Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. de dagvaarding van 17 april 2015 met producties;

b. de conclusie van antwoord met producties;

c. de conclusie van repliek met één productie;

d. de conclusie van dupliek.

e. de op 6 augustus 2015 nagezonden productie aan de zijde van [gedaagde] .

2 Het geschil

2.1

[eiseres] vordert bij vonnis om voor recht te verklaren dat de door [gedaagde] voorgenomen eenzijdige wijziging van het in de arbeidsovereenkomst overeengekomen dienstrooster zoals genoemd in de brief van [gedaagde] d.d. 10 april 2014, juridisch niet toelaatbaar is ten aanzien van [eiseres] , alsmede om [gedaagde] te veroordelen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] te werk te blijven stellen bij [gedaagde] op grond van het in punt 15 van de dagvaarding genoemde overeengekomen dienstrooster, op straffe van verbeurte van een dwangsom van
€ 500,00 per dag voor iedere dag die zij met de voldoening aan deze veroordeling in gebreke mocht blijven, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.2

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

3 De beoordeling

3.1

Tussen partijen is niet in geding, en staat derhalve in rechte vast, dat [eiseres] met ingang van 1 april 1990 in dienst is getreden bij de rechtsvoorganger van [gedaagde] . Zij vervult de functie van ziekenverzorgende en heeft een arbeidsomvang van 19 uur per week. In de tussen partijen geldende arbeidsovereenkomst is onder artikel 4 het volgende opgenomen:

“Werknemer zal werkzaamheden verrichten gedurende 20 uur per week en wel 2 avonden per week van 17.00 - 23.00 uur volgens rooster, waarbij het werken op feestdagen niet wordt uitgesloten, en 1 x per 14 dagen een weekend, waarin alle diensten mogelijk zijn.” In de arbeidsovereenkomst is geen zogenaamd eenzijdig wijzigingsbeding opgenomen. Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg, Kraamzorg en Jeugdgezondheidszorg 2013-2014 (verder: CAO VVT 2013-2014). In deze CAO VVT 2013-2014 zijn in hoofdstuk 5 (o.a.) bepalingen opgenomen omtrent werk- en rusttijden, pauzes, vrije weekenden, nachtdiensten, bereikbaarheids- en aanwezigheidsdiensten. [eiseres] is werkzaam op de locatie Elisabeth te Goirle. Op 10 april 2014 is door [gedaagde] een brief geschreven aan de medewerkers van de locatie Elisabeth te Goirle, inhoudende, voor zover hier van belang:

“Beste medewerker,

(…)

Een van de aandachtsgebieden van het management is het roosteren en de hierbij gehanteerde uitgangspositie.

Uitgangspositie is het leveren van professionele 24-uurs zorg volgens een rooster dat is afgestemd op de behoefte van de bewoners.

Binnen Elisabeth zijn er op dit moment veel historisch gegroeide eisen en privileges ten aanzien van de dienstroosters waardoor het organiseren van de 24-uurs zorg moeizaam verloopt en knelpunten oplevert. Gesprekken met medewerkers hebben ons inzicht gegeven dat het ontstaan van deze knelpunten gevolgen zijn van ontstane gewoontes die zijn ingesleten door de jaren heen, bijvoorbeeld voorkeuren voor één dag zijn soms eisen van verschillende dagen geworden.

Een aantal knelpunten die we zijn tegengekomen zijn:

- Onvoldoende continuïteit naar de bewoner

Verzorgenden (allround) of zorgcoördinatoren werken soms alleen ’s avonds of overdag wat onvoldoende continuïteit geeft in de zorg van onze bewoners.

- Beperkte beschikbaarheid

De continuïteit en kwaliteit van de personele bezetting komt door een beperkte beschikbaarheid binnen het team in de knel. Dit leidt o.a. tot problemen met betrekking tot de compensatie min-uren.

- Onvoldoende continuïteit binnen het team

Overleggen, teamoverleggen, scholingen, worden soms afgezegd omdat dit valt op een dag waarvoor een voorkeur (eis) is afgesproken.

Ongelijke rechten m.b.t. voorkeur van dienst

Collega’s die het laatst zijn toegevoegd aan een team moeten zich soms schikken naar de voorkeuren van de overige teamleden en krijgen minder ruimte in het uitspreken van hun voorkeur.

Op basis van onze uitgangspositie en de geconstateerde knelpunten hebben wij besloten om terug te keren naar de basis van het roosteren en de arbeidsovereenkomst, in principe heeft iedereen bij [gedaagde] Zuid-Oost een arbeidsovereenkomst met wisselende diensten.

Dit houdt in dat je met ingang van maandag 14 juli 2014 volgens CAO wordt geroosterd, hetgeen betekent:

- Dat je in principe ingeroosterd kunt worden op alle dagen en in alle diensten, tenzij er een medische reden is waarom je niet onregelmatig kunt werken (een advies van de bedrijfsarts is hierbij noodzakelijk).

- Dat je één dagdeel/dag per week mag benoemen waarop je bij voorkeur niet wilt werken.

- Dat je in principe om het weekend werkt.

Enige ruimte bestaat in het samenspel met je collega’s in het team. Als je met je team de bezetting rond krijgt met de juiste kwaliteit en continuïteit naar de bewoner en je collega’s zonder dat het de bedrijfsvoering ondermijnt (bijv. het ontstaan van minuren), dan kan dat. De manager en het team zelf bewaken dit.

Bovengenoemde uitgangspunten gelden voor iedereen. (…)

Managers zorgteams Elisabeth.”

Bij brief van 22 juli 2014 heeft [gedaagde] aan [eiseres] , voor zover hier van belang, het volgende geschreven:

“Geachte mevrouw [eiseres] ,

In de brief van 10 april jl. betreffende het onderwerp roosteren en beschikbaarheid, benoemden we de noodzaak om terug te grijpen op een aantal basisprincipes rondom het roosteren. Naar aanleiding van die brief zijn we in gesprek gegaan omdat de in de brief gestelde uitgangspunten voor jou tot knelpunten leiden in je werk/privé balans. Je hebt mij een verzoek gedaan om voor jouw situatie een uitzondering te maken.

(…)

a. a) Je beroept je op de afspraken in de arbeidsovereenkomst. Dit houdt in dat je gemiddeld 2 avonden per week wordt gepland op maandag t/m vrijdag.

(…)

In jouw geval is ook een juridische afweging op zijn plaats geweest, omdat het een vastgelegde afspraak betreft uit je arbeidsovereenkomst. De afspraken in de arbeidsovereenkomst dateren ui 1990. Er zijn sindsdien nauwelijks contracten afgesloten met vaste diensten omdat dit de organisatie te weinig flexibiliteit biedt. We vinden het redelijk om je te vragen mee te bewegen met de rest van de organisatie. (…)

We hebben je tijdens de gesprekken hierover een alternatief geboden namelijk het werken vanuit de invalpoule met behoud van de avonddiensten zoals hierboven genoemd. Dit zou betekenen dat je voor jouw contracturen op wisselende afdelingen kunt worden ingezet op de door jou gewenste momenten zoals verwoord bij a). We merken dat jouw bereidheid om mee te denken groot is. De invalpoule is echter voor jou geen alternatief.

Na alles in overweging te hebben genomen, hebben we besloten dat we je verzoek niet kunnen honoreren omdat het de basisprincipes van het roosteren en het organisatiebelang niet onderschrijft.

(…)

Manager zorgteams

[gedaagde] ”

3.2

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat de handelswijze van [gedaagde] een eenzijdige, collectieve wijziging van de arbeidsvoorwaarden betreft, omdat [gedaagde] het overeengekomen dienstrooster wil wijzigen en de wijziging meer dan één werknemer betreffen. [eiseres] stelt dat er nog 5 tot 10 collega’s zijn die, gelijk [eiseres] , in de arbeidsovereenkomst een dienstrooster zijn overeengekomen; ook voor die collega’s geldt het gewijzigde beleid. Omdat partijen geen eenzijdig wijzigingsbeding zijn overeengekomen, geldt dat de toelaatbaarheid van deze eenzijdige collectieve wijziging getoetst dient te worden aan artikel 6:248, lid 2 BW en/of artikel 6:258 BW, zo stelt [eiseres] . Deze toets wordt niet gehaald, aldus [eiseres] , omdat [gedaagde] niet heeft gesteld dat het behoud van het met [eiseres] overgekomen dienstrooster voor haar onaanvaardbaar zou zijn ex. artikel 6:248, lid 2 BW, maar enkel heeft aangegeven dat de wijziging van vaste diensten naar flexibele diensten nodig is om het moeizaam organiseren van de zorg en het voorkomen van knelpunten in het roosteren, op te lossen. De toets van artikel 6:259 BW behoeft niet te worden toegepast, omdat [gedaagde] daarop geen beroep heeft gedaan, aldus [eiseres] . Aanvullend stelt [eiseres] dat er binnen haar team geen bezwaren bestaan tegen de door haar opgegeven werktijden en werkdagen. In de overgelegde e-mailberichten van haar team wordt aangegeven men het geen probleem vindt dat teamleden, waarbij in de arbeidsovereenkomsten werktijden zijn overeengekomen, een beroep doen op hun recht.

3.3

[gedaagde] voert als verweer aan dat een belangenafweging in haar voordeel moet uitvallen. Zij wijst daarbij op ontwikkelingen in de zorg en binnen haar organisatie. Door de vele wensen van de medewerkers ten aanzien van hun inroostering, bleek het niet mogelijk om de juiste samenstelling van medewerkers op het juiste moment te bewerkstelligen, zodat aan cliënten onvoldoende continuïteit aan zorg kon worden geboden. Zij wijst er verder op dat vanuit het team van [eiseres] wordt gewezen op de problemen die ontstaan indien aan het ene teamlid wel privileges wordt verleend, en aan de andere niet.

3.4

De kantonrechter is met [eiseres] van oordeel dat op deze casus de maatstaf van artikel 6:248, tweede lid BW moet worden toegepast: zie in dit verband ook de uitspraak van de Hoge Raad van 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD1847. Anders dan [gedaagde] is de kantonrechter van oordeel dat het hier een collectieve wijziging van de arbeidsvoorwaarden betreft. Dit blijkt uit de brief van 10 april 2014 die gericht is aan alle medewerkers van [naam 2] , alsmede uit de strekking van de wijziging, namelijk dat de nieuwe regeling voor alle medewerkers geldt. Dat het hier een arbeidsvoorwaarde betreft die in de arbeidsovereenkomst van [eiseres] is opgenomen, maakt dat niet anders, nu onbetwist is dat dit ook voor (ten minste) 5 collega’s van [eiseres] geldt en overigens niet is uit te sluiten dat bij die medewerkers waarbij het geen onderdeel van de arbeidsovereenkomst is, door tijdsverloop toch een recht is ontstaan die als arbeidsvoorwaarde is aan te merken.

3.5

De maatstaf van artikel 6:248, tweede lid BW brengt met zich mee dat de door [gedaagde] voorgestelde wijziging eerst toelaatbaar is indien in rechte komt vast te staan dat het behoud van de in de arbeidsovereenkomst overeengekomen werktijden in de gegeven omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Bij de toepassing van deze maatstaf dient de rechter de nodige terughoudendheid te betrachten.

3.6

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] , met toepassing van de voorgenoemde maatstaf, onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd welke een eenzijdige wijziging van de overeengekomen werktijden jegens [eiseres] toelaatbaar maakt. De kantonrechter kan er begrip voor hebben dat de zorg verandert en dat [gedaagde] wijzigingen doorvoert in haar organisatie om haar cliënten op professioneel niveau kwalitatief goede zorg te bieden. Dat e.e.a. met zich brengt dat het daarvoor wenselijk, of zelfs noodzakelijk is werkroosters te maken waarin op flexibele wijze medewerkers kunnen worden ingeroosterd, is eveneens aannemelijk. Dat bij het handhaven van de overeengekomen werktijden van [eiseres] , die zorg niet kan worden gerealiseerd, is evenwel niet gebleken. De kantonrechter wijst er daarbij op dat de zorg kennelijk op niveau is geweest sedert het moment dat [gedaagde] de wijziging heeft aangezegd aan [eiseres] maar niet heeft doorgevoerd. Immers, zij heeft in die periode van problemen daaromtrent geen melding gemaakt. De kantonrechter komt het voorts voor dat het voor [gedaagde] prettig is, en ook voor de teamleiding aantrekkelijk, om alle teamleden qua inroostering op gelijke voet te behandelen. Temeer, zo begrijpt de kantonrechter, omdat in het verleden voorkeuren van individuele teamleden in de loop der tijden zijn ontwikkeld tot rechten en eisen waar rekening mee moest worden gehouden. Van deze ontwikkeling heeft [gedaagde] willen terugkomen en zij heeft gelijkheid tussen alle teamleden willen bereiken, zoals duidelijk uit de tekst van de brief van 10 april 2014 blijkt. Het voorgaande anders gezegd: hoewel [gedaagde] in redelijkheid aanleiding kan vinden om de bestaande, in de praktijk gegroeide, afspraken (‘wensen’, ‘eisen’ of ‘rechten’) van medewerkers terzijde te leggen om vervolgens alle teamleden flexibel in te roosteren, kan daarvan niet gezegd worden dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [eiseres] een beroep doet op de met haar overeengekomen werktijden waardoor zij een afwijkende positie inneemt ten opzichte van haar collega’s. Dit zou wellicht anders zijn indien door [gedaagde] zou zijn gesteld, en bij betwisting zou zijn bewezen, dat (een deel van) de aan haar zorg toevertrouwde personen toereikende zorg moest worden onthouden bij de handhaving van het rooster zoals dat bij [eiseres] is overeengekomen. Dit had bijvoorbeeld kunnen blijken uit verklaringen van teamleiders waarbij verslag wordt gedaan van ervaringen die zij hebben gehad met het inroosteren van medewerkers in de periode dat het rooster van [eiseres] ongewijzigd is gebleven. Zodanige verklaringen met concrete ervaringen bevinden zich niet bij de stukken. Dat het nakomen met de met [eiseres] overeengekomen werktijden zou leiden tot onuitvoerbaarheid van de aan [gedaagde] opgedragen taak, zelfs indien [eiseres] niet de enige werknemer is waarmee werktijden zijn overeengekomen, is - gelet op de omvang van het bedrijf van [gedaagde] onaannemelijk. Daaraan doet niet af dat [eiseres] in de ogen van [gedaagde] onvoldoende haar belang bij instandhouding van haar werktijden heeft duidelijk gemaakt. De overige aangevoerde argumenten, in het bijzonder de verwijzing naar de CAO VVT, kunnen daarmee onbesproken blijven.

3.7

Het voorgaande betekent dat de onder A van het petitum gevorderde verklaring kan worden toegewezen op de na te melden wijze. Het onder B gevorderde kan eveneens worden toegewezen, met dien verstande dat de kantonrechter geen aanleiding ziet tot het opleggen van een dwangsom, nu enerzijds [eiseres] geen feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit is af te leiden dat [gedaagde] zich niet aan het vonnis zou willen houden en anderzijds [gedaagde] sinds 10 april 2014 geen daadwerkelijke uitvoering heeft gegeven aan haar voornemen om ten aanzien van [eiseres] de werktijden te wijzigen, zodat daaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde] dat thans, na deze uitspraak, ook niet zal doen. Ter nadere duiding van de arbeidsvoorwaarde waar het hier om gaat, zal de kantonrechter in het dictum ter zake daarvan een verwijzing opnemen naar de arbeidsovereenkomst.

3.8

Omdat [gedaagde] als de in het ongelijk gestelde partij is aan te merken, zal zij in de proceskosten aan de zijde van [eiseres] worden veroordeeld. De kantonrechter begroot deze kosten tot op heden als volgt:

dagvaarding € 99,98

griffierecht € 78,00

salaris gemachtigde € 240,00 (2 punten à € 120,00 per punt)

totaal € 417,98.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1

verklaart voor recht dat de voorgenomen eenzijdige wijziging van het in de arbeidsovereenkomst overeengekomen dienstrooster door [gedaagde] , zoals genoemde in de brief van [gedaagde] d.d. 10 april 2014, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaard als bedoeld in artikel 6:248, tweede lid BW en deswege (juridisch) niet toelaatbaar is ten aanzien van [eiseres] ;

4.2

veroordeelt [gedaagde] om [eiseres] te werk te blijven stellen bij [gedaagde] op grond van het in punt 15 van de dagvaarding genoemde overeengekomen dienstrooster (e.e.a. zoals verwoord in artikel 4 van de tussen partijen op 11 april 1990 gesloten arbeidsovereenkomst);

4.3

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 417,98;

4.4

verklaart de hiervoor genoemde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

4.5

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J.M. Rouwen, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2015.