Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:6246

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23-09-2015
Datum publicatie
24-09-2015
Zaaknummer
C/02/276530 / HA ZA 14-78
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Wilsonbekwaamheid van erflater; beide partijen verzuimen om notaris als getuige te laten horen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2015-0322
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht

Breda

zaaknummer / rolnummer: C/02/276530 / HA ZA 14-78

Vonnis van 23 september 2015

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats eiser sub 1] ,

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats eiser sub 2] ,

eisers,

advocaat mr. D.C.M. Martens

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats gedaagde sub 1] ,

gedaagde,

advocaat mr. H.A.M.J. Loeffen

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats gedaagde sub 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. J.C.Moree.

Partijen worden in dit vonnis eisers en gedaagden genoemd, met dien verstande, dat gedaagden ook wel individueel met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden aangeduid.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 oktober 2014,

- de akte van eisers met producties 10 en 11,

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 24 februari 2015,

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 2 maart 2015

- het proces-verbaal van contra-enquête van 2 juni 2015,

- de conclusie na enquête van de kant van eisers

- de conclusie na enquête van de kant van [gedaagde sub 1] ,

- de conclusie na enquête van de kant van [gedaagde sub 2] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Bij het tussenvonnis van 29 oktober 2014 werden eisers in de gelegenheid gesteld om feiten en omstandigheden te bewijzen, die tot de slotsom dwingen, dat erflater [naam erflater] ten tijde van het verlijden van zijn testament op 21 februari 2008 wilsonbekwaam was.

2.2.

Ter uitvoering van deze bewijsopdracht hebben eisers medische bescheiden in het geding gebracht van de huisarts van erflater en een reeks van getuigen laten horen. Deze getuigen, te weten de beide eisers, [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] en [getuige 5] hebben allen verklaard over de laatste jaren van erflater. Hun getuigenissen vertonen het beeld van een oude man die in toenemende mate geestelijk achteruit ging. Hij was dikwijls verward, herkende bekende mensen niet meer, zat steeds in de stoel bij het raam en deed niets, toonde zich angstig als zijn partner niet in de buurt was, een zinnig gesprek was met het klimmen der jaren niet meer mogelijk en hij was passief/ slaperig.

In contra-enquête is mevrouw [getuige 6] als getuige gehoord, die tot aan het overlijden van erflater met regelmaat huishoudelijke werkzaamheden heeft verricht in de woning van het echtpaar [familienaam] . In haar getuigenis relativeert zij het beeld dat de andere getuigen hebben geschetst. Weliswaar was erflater, aldus deze getuige, in de relevante periode in 2008 vergeetachtig, maar zij vond hem bepaald niet de indruk maken van een dementerende man. Hij wist nog precies wie zij was en kon over diverse onderwerpen meepraten.

Voorts hebben eisers het patiënten dossier van erflater in het geding gebracht; hoewel eisers geen toelichting hebben gegeven op het dossier - en met name niet een standpunt hebben ingenomen welke onderdelen van het dossier relevant zijn voor de bewijsopdracht - destilleert de rechtbank uit dit dossier dat ten tijde van het opmaken van het testament de arts in het patiënten dossier gewag heeft gemaakt van een “dementerende”patiënt.

2.3.

Op grond van het bovenstaande bewijsmateriaal komt de rechtbank tot de slotsom dat erflater in de laatste jaren voor zijn overlijden in meer of mindere mate symptomen vertoonde die samenhingen met ouderdomsdementie. Deze slotsom evenwel dwingt niet zonder meer tot de conclusie, dat erflater dus op 21 februari 2008 bij het opmaken van zijn testament niet wilsbekwaam was.

2.4.

Cruciaal bij het beantwoorden van de vraag of erflater toen al dan niet wilsonbekwaam was zijn de waarnemingen die de notaris [naam notaris 1] , die als waarnemer van notaris- [naam notaris 2] destijds het testament heeft doen verlijden, heeft gedaan vóór, tijdens en na het opmaken van het testament.

Geen van partijen evenwel heeft het nuttig geoordeeld om deze notaris als getuige voor te brengen en te laten horen.

2.5.

Vanuit een oogpunt van waarheidsvinding betreurt de rechtbank deze keuze van beide partijen. Het verhoor van deze getuige zou naar verwachting klaarheid hebben kunnen brengen over bijvoorbeeld de navolgende punten.

  • -

    Wie heeft het eerste contact met het notariskantoor gemaakt ?

  • -

    Waarom heeft de notaris er voor gekozen om niet op kantoor maar in het woonhuis van erflater het testament op te maken?

  • -

    Was de notaris bij haar gang naar dat woonhuis in gezelschap van een kantoorgenoot ?

  • -

    Door wie werd de notaris bij aankomst in huis ontvangen ?

  • -

    Was erflater in gezelschap van anderen en zo ja wie ?

  • -

    Heeft erflater toegelicht waarom hij drie van de vier kinderen wenste te onterven ?

  • -

    Lichtte hij zijn besluit toe in aanwezigheid van andere personen ?

  • -

    Heeft de notaris tevoren een concept akte van het testament aan erflater toegezonden ?

  • -

    Is dat concept besproken op 21 februari 2008 ?

  • -

    Was de notaris ervan op de hoogte dat erflater van het C.I.S. een zorgzwaarte pakket VV 05 toegewezen heeft gekregen ?

  • -

    Zo ja, waarom besloot zij om niettemin toch het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid niet te volgen ?

  • -

    Zo neen, waarom niet?

  • -

    Vormde de hoge leeftijd van erflater, gevoegd bij de keuze van erflater om drie van zijn vier kinderen te onterven op zichzelf al geen reden om dit stappenplan volgen?

Het ligt voor de hand dat beantwoording door de notaris als getuige van bovengenoemde vragen aanknopingspunten zou kunnen bieden voor nadere en andere vragen, die eveneens dienstig kunnen zijn voor waarheidsvinding.

Inzicht in het feitencomplex dat met de beantwoording van bovenstaande vragen opgehelderd beoogt te worden is al dikwijls in de jurisprudentie van belang geacht om te beoordelen of erflater al dan niet wilsonbekwaam is, laatstelijk nog in HR 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:311.

2.6.

Bij deze stand van zaken en de gevolgen van processuele keuzes van partijen heeft de rechtbank de vraag of eisers geslaagd zijn in het waarmaken van het bewijsonderwerp te beoordelen aan de hand van het wèl voorliggend materiaal.

Doorslaggevend daarbij is de uitlating van notaris [naam notaris 1] , overgelegd als productie vier bij dagvaarding, dat zij geen reden zag om het Stappenplan te volgen en dat naar haar mening erflater in staat was om zijn wil te verklaren. Volgens eisers, zo stellen zij in de conclusie na getuigenverhoor, heeft deze notaris nadien telefonisch en desgevraagd aan eisers gezegd aan die uitlating niets te kunnen toevoegen.

2.7

Gegeven deze (herhaalde) uitlating van de notaris kan de rechtbank niet tot de conclusie komen dat erflater bij het maken van zijn testament wilsonbekwaam was. Zoals hiervoor overwogen doet hier niet aan af dat wellicht gezegd kan worden dat erflater ten tijde van het maken van zijn testament symptomen van dementie vertoonde.

2.8.

Eisers zijn dus niet geslaagd in bewijslevering. Hiermee vervalt de grondslag van de door hen gevorderde verklaringen voor recht en dient deze te worden afgewezen. Ook de overige vorderingen van eisers zoals geformuleerd onder III en IV van de dagvaarding moeten worden afgewezen omdat krachtens het testament eisers geen erfgenamen zijn.

2.9.

Omdat partijen directe familieleden van elkaar zijn, tevens gelet op de aard van het geding, zal de rechtbank de proceskosten tussen partijen compenseren op de manier zoals hierna bepaald.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

wijst de vorderingen af,

3.2.

compenseert de proceskosten tussen partijen aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Poerink en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2015.