Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:6061

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14-09-2015
Datum publicatie
15-09-2015
Zaaknummer
C/02/296453 / HA RK 15-51
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Benoeming vereffenaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht

Breda

zaaknummer / rekestnummer: C/02/296453 / HA RK 15-51

Beschikking van 14 september 2015

in de zaak van

de naamloze vennootschap

ING BANK NV,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

advocaat mr. T.J.P. Jager.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift ex artikel 4:204 lid 1 sub a BW, ter griffie ingekomen op 16 maart 2015, met producties genummerd 1 tot en met 10,

- de brief van de griffier van deze rechtbank d.d. 17 april 2015,

- het faxbericht van de zijde van verzoekster, ter griffie ingekomen op 30 april 2015,

- het faxbericht van de zijde van verzoekster, ter griffie ingekomen op 1 mei 2015,

- het faxbericht van de griffier van deze rechtbank d.d. 7 mei 2015,

- het faxbericht van de griffier van deze rechtbank d.d. 3 juni 2015,

- het faxbericht van de zijde van verzoekster, ter griffie ingekomen op 3 juni 2015,

- de brief van de griffier van deze rechtbank d.d. 4 juni 2015,

- het faxbericht van de zijde van verzoekster, ter griffie ingekomen op 11 juni 2015,

- de brief van de juridisch medewerker van deze rechtbank d.d. 22 juni 2015,

- het faxbericht van de zijde van verzoekster, ter griffie ingekomen op 15 juli 2015,

- de brief van de griffier van deze rechtbank d.d. 16 juli 2015,

- het faxbericht van de zijde van verzoekster, ter griffie ingekomen op 26 augustus 2015,

- de brieven van de griffier van deze rechtbank d.d. 31 augustus 2015,

- de brief van mr. H.J.M. Snijder, ter griffie ingekomen op 7 september 2015,

- de brief van de heer B. van der Bliek , ter griffie ingekomen op 8 september 2015.

2 Het verzoek

2.1.

Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, mevrouw mr. J. Voskamp tot vereffenaar te noemen van de onbeheerde nalatenschap van de heer P.G.J. van der Bliek en mevrouw I.M. Vos en deze uitspraak te publiceren op rechtspraak.nl.

3 De beoordeling

3.1.

Vast staat dat de heer Petrus Gerardus Julius van der Bliek (hierna: Van der Bliek ), geboren te Roosendaal en Nispen op 29 april 1964 , op 12 mei 2009 te Roosendaal is overleden en dat hij bij testament over zijn nalatenschap heeft beschikt en daarin zijn echtgenote en zijn kinderen, tezamen en voor gelijke delen met inachtneming van plaatsvervulling zoals thans geregeld in het Burgerlijk Wetboek voor erfopvolging bij versterf, heeft benoemd tot zijn erfgenamen.

Tevens staat vast dat mevrouw Irene Marjan Vos (hierna: Vos ), geboren te Etten en Leur op 25 juni 1962 , op 9 november 2013 te Roosendaal is overleden en dat zij bij testament over haar nalatenschap heeft beschikt en daarin haar echtgenoot en haar kinderen, tezamen en voor gelijke delen met inachtneming van plaatsvervulling zoals thans geregeld in het Burgerlijk Wetboek voor erfopvolging bij versterf, heeft benoemd tot haar erfgenamen.

3.2.

Verzoekster legt aan haar verzoek het volgende ten grondslag. Bij notariële akte van 15 oktober 2007 is tussen Van der Bliek en Vos een hypothecaire geldlening tot stand gekomen met verzoekster, waarbij een hypotheekrecht is gevestigd op de woning te (4701 EX) Roosendaal aan de Boulevard 92-94 . Na het overlijden van Van der Bliek en Vos ontstonden er al snel hypotheekachterstanden. De hypotheekschuld, inclusief achterstanden, bedraagt volgens de aflosnota per 13 februari 2015 ad € 358.221,30. Volgens het opgestelde taxatierapport bedraagt de executiewaarde van de woning per 29 januari 2015 € 130.000,00. Gezien het feit dat de hypotheekachterstand oploopt, rest verzoekster niets anders dan te gaan veilen. Aangezien de bekende erfgenamen de nalatenschap van zowel Van der Bliek als Vos hebben verworpen, is er sprake van een onbeheerde nalatenschap. Teneinde tot een verkoop van het onderpand te komen, wenst verzoekster mevrouw J. Voskamp, advocaat te Amsterdam, tot vereffenaar te benoemen.

3.3.

Gelet op het bepaalde in artikel 4:206 BW beslist de rechtbank niet eerder op het verzoek tot benoeming van een vereffenaar dan na verhoor of behoorlijke oproeping van verzoekster, de bekende erfgenamen, de boedelnotaris en de executeur. Uit de als productie 4 bij verzoekschrift overgelegde uittreksels uit het boedelregister blijkt dat de nalatenschap van Vos door de betrokken partijen is verworpen. De nalatenschap van Van der Bliek is verworpen door Vos , beneficiair aanvaard door de heer B. van der Bliek en mr. H.J.M. Snijder is als boedelnotaris van deze nalatenschap geregistreerd. Nu de heer B. van der Bliek en mr. H.J.M. Snijder aan de rechtbank hebben bericht geen bezwaar te hebben tegen de inwilliging van het verzoek en de overige betrokken partijen de nalatenschap(pen) hebben verworpen, heeft de rechtbank afgezien van een mondelinge behandeling.

3.4.

Ten aanzien van de nalatenschap van Van der Bliek overweegt de rechtbank als volgt. Uit het als productie 4 bij verzoekschrift overgelegde uittreksel uit het boedelregister blijkt dat mr. H.J.M. Snijder als boedelnotaris is geregistreerd en dat de heer B. van der Bliek de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard. Op grond van artikel 4:203 lid 1 sub b BW kan de rechtbank, wanneer een nalatenschap beneficiair is aanvaard, op verzoek van een belanghebbende, een vereffenaar benoemen, wanneer degene die met het beheer van de nalatenschap is belast daartoe ongeschikt is. Nu verzoekster heeft aangegeven dat de hypotheekschuld sinds het overlijden van Van der Bliek en Vos tot meer dan € 350.000,00 is opgelopen, acht de rechtbank het geboden om een vereffenaar te benoemen. Nu tevens zowel mr. H.J.M. Snijder als de heer B. van der Bliek aan de rechtbank hebben medegedeeld geen bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek en het verzoek overigens ook op de wet is gegrond, zal het verzoek worden toegewezen.

3.5.

Ten aanzien van de nalatenschap van Vos overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 4:204 lid 1 sub b BW kan de rechtbank, wanneer een nalatenschap niet beneficiair is aanvaard, op verzoek van een schuldeiser, een vereffenaar benoemen, wanneer de nalatenschap niet behoorlijk wordt beheerd en afgewikkeld en hierdoor voor hem het gevaar bestaat dat zijn vordering niet ten volle of niet binnen redelijke tijd zal worden voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank is genoegzaam gebleken dat de nalatenschap van Vos niet behoorlijk wordt beheerd en afgewikkeld, nu de bekende erfgenamen de nalatenschap hebben verworpen. Gelet hierop acht de rechtbank het geboden een vereffenaar te benoemen op de voet van artikel 4:204 lid 1 onder b BW en zal het verzoek worden toegewezen.

3.6.

Nu mevrouw mr. J. Voskamp zich op 12 maart 2015 bereid heeft verklaard om als vereffenaar op te willen treden, zal de rechtbank haar aanwijzen om als vereffenaar op te treden in beide nalatenschappen.

3.7.

Aangezien uit de overgelegde stukken blijkt dat de schulden van de nalatenschappen naar verwachting groter zijn dan de baten, wordt naar het oordeel van de rechtbank geen redelijk belang gediend wanneer de (kostbare) wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking in een landelijk verspreid dagblad zoals vermeld in artikel 4:206 lid 6 BW wordt gevolgd. De personen die belang hebben bij het bekend worden met de inhoud van deze beschikking kunnen namelijk ook op een andere manier worden geïnformeerd. De rechtbank is van mening dat bekendmaking op het internet een even goede, misschien zelfs betere, mogelijkheid geeft aan iedere belanghebbende om op de hoogte te komen van de financiële situatie van de nalatenschappen. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op www.rechtspraak.nl/uitspraken. Ten aanzien van de bekendmaking in de Staatscourant zal geen ontheffing van de publicatieplicht worden verleend, aangezien het plaatsen van de bekendmaking in de Staatscourant geen kosten met zich meebrengt.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

benoemt mevrouw mr. J. Voskamp, werkzaam bij Nexus Advocaten, tot vereffenaar van de nalatenschap van:

- wijlen de heer Petrus Gerardus Julius van der Bliek ,

geboren te Roosendaal en Nispen op 29 april 1964 ,

laatstelijk wonende te Roosendaal ,

overleden op 12 mei 2009 te Roosendaal ,

en,

- wijlen mevrouw Irene Marjan Vos ,

geboren te Etten en Leur op 25 juni 1962 ,

laatstelijk wonende te Roosendaal ,

overleden op 9 november 2013 te Roosendaal ,

4.2.

draagt de griffier op de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven,

4.3.

ontheft de vereffenaar van de verplichting tot bekendmaking van de benoeming van de vereffenaar in een landelijk verspreid dagblad ingevolge het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW,

4.4.

bepaalt dat deze beschikking bekend zal worden gemaakt door plaatsing op internet (www.rechtspraak.nl/uitspraken),

4.5.

draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant,

4.6.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.7.

wijst af het anders of meer verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. Combee en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2015.1

1 type: coll: