Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:5805

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20-08-2015
Datum publicatie
16-10-2015
Zaaknummer
AWB - 13 _ 4901
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Kansspelbelasting.

Op het Internet werden via zeven websites kansspelen aangeboden. De rechtbank oordeelt op basis van verklaringen en op basis van processen-verbaal van de Nationale Recherche, dat deze kansspelen door belanghebbende (in Nederland gevestigd) werden georganiseerd en gehouden. De naheffingsaanslag is niet te hoog, nu deze is gebaseerd op de in beslag genomen database met daarop de administratie betreffende de kansspelen en de daarop toegepaste extrapolatie.

Wetsverwijzingen
Wet op de kansspelbelasting
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2015/2227
V-N 2015/59.2.3
FutD 2015-2604
mr. M.M.Q. Wiezer annotatie in NTFR 2016/505
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, meervoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummer AWB 13/4901

uitspraak van 20 augustus 2015

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats X] ,

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbende over het tijdvak 1 november 2008 tot en met 30 april 2013 op 24 mei 2013 een naheffingsaanslag kansspelbelasting (aanslagnummer [aanslagnummer] ) opgelegd van € 14.572.880.

1.2.

De inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar van 30 juli 2013 de naheffingsaanslag verminderd tot € 13.551.562.

1.3.

Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 6 september 2013, ontvangen bij de rechtbank op 7 september 2013, beroep ingesteld. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 318.

1.4.

De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De inspecteur heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan belanghebbende.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2015 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde] , verbonden aan [kantoornaam gemachtigde] te Utrecht, en namens de inspecteur, [verweerder] . Voor het verhandelde ter zitting verwijst de rechtbank naar het proces-verbaal van de zitting dat gelijktijdig met het afschrift van deze uitspraak aan partijen zal worden toegezonden.

1.7.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en een schriftelijke uitspraak aangekondigd.

2 Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende vast:

2.1.

Op [datum] 2005 hebben [A BV] en [B BV] alle aandelen gekocht in de vennootschap [C BV] en vervolgens de statutaire- en handelsnaam van deze vennootschap gewijzigd in [belanghebbende] B.V. (belanghebbende). Belanghebbende is opgericht naar Nederlands recht en is ook gevestigd in Nederland. De aandelen in belanghebbende zijn 50/50 verdeeld over de twee vennootschappen. [A BV] werd bestuurd door [D] (hierna: [D] ) en [E BV] werd bestuurd door [F] (hierna: [F] ). In 2011 hebben [A BV] en [B BV] gezamenlijk in twee transacties 30% van de aandelen in belanghebbende verkocht aan [G Ltd] . De uiteindelijke eigenaren van [G Ltd] waren [F] , [D] en zijn broer [H] (hierna: [H] ). De activiteiten in [B BV] zijn per [datum] 2012 overgedragen aan de op die datum opgerichte vennootschap [E BV] , waarvan [F] oprichter en enig aandeelhouder was.

2.2.

Belanghebbende heeft nooit aangifte kansspelbelasting gedaan. Zij is daartoe ook niet uitgenodigd door de inspecteur.

2.3.

Op het Internet werden onder de verzamelnaam “ [verzamelnaam] ” via zeven websites kansspelen in de zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de kansspelbelasting aangeboden. De Nationale Recherche is een onderzoek begonnen naar deze activiteiten en heeft exacte inleg- en uitbetalingsgegevens van de internetcasino’s achterhaald over de periode augustus 2012 tot en met april 2013 middels een tap op de communicatiemiddelen die [F] en [D] gebruikten bij het raadplegen van de database voor managementinformatie ten behoeve van de internetcasino’s - die zij via [internetsite] benaderden. Daarnaast zijn over de periode tot en met november 2012 gegevens verzameld betreffende de ontvangsten en uitgaven van belanghebbende die via de payment service providers liepen. Spelers konden hun inleg op diverse manieren voldoen. Voor het innen van de inleg werd gebruik gemaakt van de diensten van payment service providers [I BV] , [J Gmbh] en [K BV] . De uitbetalingen aan spelers werden verricht door [I BV]

2.4.

In het “Proces-verbaal Bevindingen [database] ”, opgemaakt op 23 juli 2013 door verbalisant [L] van de Nationale Recherche (bijlage 7 bij het verweerschrift), is onder meer het volgende opgenomen:

“Op 24 mei 2013 werden er in het kader van onderzoek [M] op diverse plaatsen, in binnen en buitenland, doorzoekingen uitgevoerd. Hierbij werden in het kader van de bewijsvoering een grote hoeveelheid documenten en data in beslaggenomen. Onder de inbeslaggenomen data welke werd aangetroffen op een servers die in Zweden in beslaggenomen was (…) werd een database aangetroffen met de naam [database] .

Na vergelijking van de data die via de telecommunicatie was binnengekomen, met deze inbeslaggenomen data bleek dat deze data exact overeenkwam.

De inbeslaggenomen database van [database] bevat kort samengevat de benodigde management informatie van zeven internet casino’s.

Dit zijn de navolgende internetcasino’s:

[internetcasino 1] afgekort naar [internetcasino 1]

[internetcasino 2] afgekort [internetcasino 2]

[internetcasino 3] afgekort [internetcasino 3]

[internetcasino 4] afgekort [internetcasino 4]

[internetcasino 5] afgekort [internetcasino 5]

[internetcasino 6] afgekort [internetcasino 6]

[internetcasino 7] afgekort [internetcasino 7]

(…)

In de database zitten onderandere de klant-/ spelersgegevens (namen, adressen, telefoonnummers, e-mailadressen, IP-adressen en bankrekeningnummers), de informatie met betrekking tot de inleg van de spelers, de uitgekeerde bonussen en jackpots, de uitbetalingen aan de spelers, de vergoedingen voor de affiliates en overige benodigde gegevens

Uit de gegevens van de [database] is op te maken dat de genoemde internetcasino’s hoofdzakelijk gericht waren op de Nederlandse markt. Uit de gegevens is namelijk op te maken, dat ruim 90% van de klanten hebben ingevuld dat zij uit Nederland komen. Verder blijkt dat ruim 90% van de aanwezige bankrekeningen van klanten, welke werden gebruikt voor uitbetalingen, Nederlandse bankrekeningen zijn. Tevens was te zien dat ook ruim 80% van de inleg binnen kwam via Ideal. Ideal was in ieder geval tot 1 februari 2013 een betalingsmogelijkheid alleen voor Nederlandse bankrekeninghouders.

In de database [database] zijn de gegevens aanwezig met betrekking tot de inleg die de spelers / klanten vanaf oktober 2009 tot en met 23 mei 2013 hebben gedaan. Tevens zijn in de database de gegevens aanwezig van de uitbetalingen die aan de spelers / klanten zijn gedaan in de periode van september 20109 tot en met 23 mei 2013. Deze gegevens zijn te specificeren per casino en dag datum tijd.

(…)

Verder blijkt uit de database dat er een 23 gebruikers zijn die de rol “backoffice” hebben. Deze gebruikers hebben dus toegang tot de gegevens van de database. Bij deze gebruikers zijn de verdachten [F] met user name [username F] en [D] met username [username D] . De overige personen die kunnen inloggen, zijn allemaal werknemers dan wel ex-werknemers van [belanghebbende] B.V. dan wel een andere aan [F] te liëren onderneming.”

2.5.

Op 24 mei 2013 is door de Zweedse politie op verzoek van het Openbaar Ministerie in Nederland onderzoek gedaan bij en beslag gelegd op servers van de rechtspersonen [belanghebbende] , [N] en [O] . Op deze servers is de database “platform_db” aangetroffen. De database draaide op servers van het in Nederland gevestigde hostingbedrijf [hostingbedrijf] . In het proces-verbaal betreffende de bevindingen omtrent de aangetroffen database, opgemaakt op 16 april 2014 door verbalisant [P] van de Nationale Recherche (bijlage 80 bij het verweerschrift), is onder meer het volgende opgenomen:

“Verificatie

Uit tapgegevens komt naar voren dat er op het adres van [D] op 5-1-2013 inlogt wordt op de website [internetsite] en er inzicht verkregen word in statistieken gerelateerd aan uitbetalingen, affliates en persoonsgegevens van casino spelers. Hierbij logt de persoon in met de gebruikersnaam ‘ [username D] ’.

Uit onderzoek aan de database blijkt dat de gebruiker ‘ [username D] ’ als gebruiker aanwezig is in de database en hierbij de rol ‘Backoffice medewerker’ heeft.

En is het volgende geconcludeerd:

“De in Zweden in beslaggenomen database bevat kennelijk managementinformatie voor het online aanbieden van kansspelen. Hieruit blijkt dat:

(…)

- Er is een inkomende geldstroom van 67,124,294.58 euro

- Er is een uitgaande geldstroom van 29,520,129.66 euro

- De inkomende ‘factuurnummers’ zijn te controleren met informatie uit de [I BV] database

- De gebruiker welke ingelogd op de website [website] via de internet verbinding van het woonadres van [D] is te verifiëren.”

2.6.

De aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag is gebaseerd op de gegevens van de in Zweden in beslag genomen database - welke gegevens betrekking hebben op de periode augustus 2012 tot en met april 2013 - gecombineerd met de werkelijk op de bankrekening van belanghebbende ontvangen bedragen over de periode november 2008 tot en met november 2012. In de bezwaarfase zijn nadere gegevens ontvangen van de database, namelijk de bruto spelopbrengsten over de periode november 2009 tot en met mei 2013. Naar aanleiding daarvan is de naheffingsaanslag bij de uitspraak op bezwaar verminderd tot € 13.551.562. Dit bedrag is als volgt berekend:

2008

2009

2010

2011

2012

2013

Totaal

Inkomend

€ 3.329.558

€ 19.204.754

€ 19.847.892

€ 18.860.112

€ 4.884.881

€ 66.127.197

-/- Uitbetaald

€ 1.318.992

€ 8.276.297

€ 9.488.230

€ 7.793.217

€ 2.281.134

€ 29.157.870

Berekend

€ 1.383.774

€ 8.376.435

€ 9.760.209

Bruto-speelopbrengst

€ 1.383.774

€ 10.387.001

€ 10.928.457

€ 10.359.662

€ 11.066.895

€ 2.603.747

€ 46.729.536

Belasting

€ 401.294

€ 3.012.230

€ 3.169.252

€ 3.004.301

€ 3.209.399

€ 755.086

€ 13.551.562

Aangezien de inspecteur over 2008 en over de eerste 20 maanden van 2009 geen gegevens had, heeft hij een extrapolatie toegepast. De inspecteur heeft als referentieperiode de maanden augustus 2012 tot en met november 2012 gebruikt. Van elk van deze maanden is de verhouding tussen de bruto spelopbrengst en de netto ontvangsten berekend. Voor de extrapolatie is uitgegaan van de gegevens van de maand september 2012, omdat dit voor belanghebbende de meest gunstige maand is uit de referentieperiode.

2.7.

In het proces-verbaal van verhoor van [Q] , opgemaakt op 29 juli 2013 door verbalisanten [L] en [R] van de Nationale Recherche (bijlage 76-4 bij het verweerschrift) is onder meer het volgende opgenomen:

“In 2006, maar dat kan ook eind 2005 geweest zijn, maar ik denk begin 2006, hebben (…) [F] en [D] mij benaderd om een vennootschap op te zetten die zich bezig zou houden met het verrichten van internationale betalingen voor internet aangelegenheden. Zij wilden een vennootschap in een offshore land hebben om de privacy van de cliënten van de betalingen te beschermen. Ik heb hun Jersey aanbevolen omdat wij daar vanuit [S] zaken mee deden en Jersey heeft een bankgeheim. En in Jersey is het doen van internet betalingen niet zo streng gereguleerd als in Nederland. Dus vandaar de keuze voor Jersey.

(…)

U zegt mij dat ze bij mij nog een andere vennootschap hebben laten oprichten. Ja, ik heb hun een standaard company in Engeland verkocht. Dat was [T] . Die is later, omdat ik privé in de problemen kwam, uitgeschreven. Zij wilden geen zaken meer met mij doen omdat ik in die [affaire] zat en mijn zaken niet meer bij kon houden. En toen is alles overgedragen aan [U] . Daar heb ik overeenkomsten van gehad maar die heb ik nu niet meer. De overeenkomsten betroffen de overdracht van [T] UK en [T] S.A. in Costa Rica. Daarbij zat geloof ik ook [V] . En dat was de overdracht van al die vennootschappen.

(…)

U vraagt mij wie de feitelijke UBO’s waren van [T] . Dat waren toentertijd [F] en [D] . De aandelen van de Ltd werden, naar ik meen, gehouden door de Costaricaanse S.A. In Costa Rica heb je te maken met UBO’s in die zin dat het een S.A. is, dus aandelen aan toonder.”

2.8.

In het proces-verbaal van verhoor van [W] , opgemaakt op 20 september 2013 door verbalisanten [X] en [Y] van de Nationale Recherche (bijlage 114 bij het verweerschrift) is onder meer het volgende opgenomen (waarbij V = vraag verbalisanten en A = antwoord getuige):

“V: Wat voor werk heb je gedaan?

A: Ik was aangenomen als Flash programmeur, ik maakte het grafische Front end, de knoppen zegmaar.

V: Van wat voor programma’s maakte je deze Frontend?

A: Van gokkasten, [internetcasino 5] heette dat.

(…)

A: (…) Ik zelf ben bezig geweest met het maken van de frontends van het eerste Casino van [F] . Dat betrof de frontend van Black-Jack, Roulette, video poker en enkele casino slots. Dat was voor [internetcasino 3] .

V: Via welke sites werden deze spellen aangeboden?

A: [internetcasino 5] , [internetcasino 3] , [internetcasino 6] , [internetcasino 4] en [internetcasino 7] . Dat was het denk ik toen ik er werkte. [internetcasino 4] was volgens mij iets samen met [Z] .

V: Heb je een beeld bij de omvang in geld of spelers aantallen

A: Ik had daar nooit direct iets mee te maken. Ik heb wel eens iets gezien dat ze € 100.000 a € 200.000 per maand verdienden. Ik heb later wel gehoord dat dat op liep naar € 2 miljoen per maand.

V: Weet je hoe de uitbetalingen en de inleg verwerkt werden?

A: Daar was een backoffice systeem voor gebouwd, in dat systeem werd alles vastgelegd.

V: Werden alle jackpots altijd uitbetaald?

A: Nee, ik weet zeker dat bij de [gokkast] er wel Jackpots werden weergegeven maar die konden technisch niet vallen. Daarnaast waren er meer prijzen die niet vielen. Er waren vaker acties die je televisies of andere kado’s kon winnen maar die werden dan niet of veel minder dan dat er gezegd werd uitgekeerd.

V: Wat was de minimale inzet?

A: Dat verschilt per soort spel, dat loopt van € 0,10 tot enkele euro’s.

V: Hebben jullie ooit opdracht gekregen om spelen zo aan te passen dat uitkeringen beïnvloed worden?

A: Ik weet zeker dat dat gebeurde bij de [gokkast] . De Jackpot, kon in opdracht van [F] , nooit vallen. Door een aanpassing van de inleg van € 2,- naar € 1,- kon het in een keer technisch wel dat de jackpot wel viel. Toen dat dan ook gebeurde werd [F] erg kwaad. Ik geloof ook dat de winnaar niet de hele prijs heeft uitgekeerd gekregen.

(…)

V: Weet je of er nog andere bedrijven of buitenlandse bedrijven betrokken zijn geweest?

A: [belanghebbende] was het bedrijf waar al het geld binnen kwam, daarnaast had je [AA] , dat was in Costa Rica gevestigd of zo iets, in iedergeval niet in Nederland. [AA] hostte de websites.”

2.9.

In het “Zaaksdossier witwassen via [belanghebbende] B.V.”, betreffende “Proces-verbaal (gewoonte)witwassen middels [belanghebbende] BV”, opgemaakt op 6 november 2013 door verbalisant [Y] van de Nationale Recherche (bijlage 24 bij het verweerschrift) is onder meer het volgende opgenomen:

3. Resumé :

Uit onderzoek blijkt dat [D] en [H] en [F] online casino’s aanbieden op de Nederlandse markt (misdrijf). De hiermee behaalde winsten met criminele herkomst worden, al dan niet geheel, verantwoord (onder de noemer “dienstverlening”) in [belanghebbende] B.V. Vanuit [belanghebbende] B.V. gaan grote geldstromen richting [A BV] ( [D] . en [H] ) enerzijds en [B BV] ( [F] ) anderzijds.

In dit proces-verbaal is onderzoek gedaan naar de inkomsten van en geldstromen in [belanghebbende] BV

Hierbij is specifiek de mate van afhankelijkheid (direct dan wel indirect) van de van de online casino’s afkomstige geldstroom onderzocht.

Inkomende geldstroom:

De inkomende geldstroom ad € 38,7 miljoen bestaat nagenoeg geheel uit de ontvangsten welke hun directe herkomst vinden in de online casino’s. dit betreft met name gelden afkomstig van:

- Stichting derdengelden [I BV] , op deze rekening komen in iedergeval de via “Ideal” en creditcard maatschappijen verwerkte inleg gelden van spelers binnen.

omvang geldstroom circa 69%

- [K BV] , dit bedrijf wikkelt de financiële kant van de door spelers ingelegde gelden via IVR (09XX betaallijnen ) en SMS-diensten af.

omvang geldstroom circa 23%

- [BB BV] , dit bedrijf wikkelde net als [K BV] de financiële kant van de door spelers, ingelegde gelden via IVR (09XX betaallijnen) en SMS-diensten af.

omvang geldstroom circa 4%

- [CC] . Dit bedrijf verzorgt een E-wallet systeem wat online betalingen mogelijk maakt.

omvang geldstroom circa 2%

De betaalwijze “Ideal” (= bij [belanghebbende] via St derdengelden [I BV] ) en “ [CC] ” staan ook op de diverse casino websites van de verdachten als betaal methode aangegeven.

Uitgaande geldstroom:

Van de uitgaande geldstroom gaat voor circa 23,9 miljoen (=61%) richting de verdachten, hun familie/aanverwanten danwel aan hun gerelateerde vennootschappen. Het merendeel hier weer van, te weten circa € 19,4 miljoen gedurende de periode 2006-2011, gaat naar de personal holdings van [F] en de broers [D] en [H] .

De resterende 39% van de uitgaande geldstroom heeft met name betrekking op uitgaven, te relateren aan de bedrijfsvoering (het runnen van) [belanghebbende] . Dit betreft dan onder andere belastingen, lonen, inhuur personeel (HQ-IT) kosten voor de ontwikkeling van spellen ( [DD] ), hosting en server beheer ( [hostingbedrijf] ) etc.

Financiering:

In de balansen van [belanghebbende] BV zijn gedurende de jaren 2005-2011 zijn, met uitzondering van een leasecontract voor een auto, geen significante financieringen door banken/kredietinstellingen aangetroffen. Financiering van de vennootschap heeft dus feitelijk geheel plaatsgevonden met gelden afkomstig uit de illegale activiteiten met betrekking tot online casino’s.

Resultaten:

Uit de aangetroffen (digitale) administraties en uitgevoerd onderzoek is gebleken dat de verantwoorde omzetten rechtstreeks betrekking hebben op de door de verdachten beheerde casino’s. Enerzijds betreft dit een “gefingeerde” facturenstroom richting [G Ltd] welke dient ter afdekking/verantwoording van de van de illegale online casino’s afkomstige geldstroom en anderzijds de opbrengst van de middels IVR en SMS diensten ingelegde spelers gelden.

Activiteiten:

[belanghebbende] BV heeft gedurende haar bestaan geen danwel geen significante andere activiteiten verricht anders dan die gericht op het maken, beheren en exploiteren van illegale online casino’s.

Conclusie:

- [belanghebbende] BV zou zonder de geldstroom afkomstig vanuit de illegale activiteiten met betrekking tot de online casino’s feitelijk niet kunnen bestaan.

- De activiteiten van [belanghebbende] zijn enkel en alleen gericht op het maken, beheren en exploiteren van, aan de verdachten toebehorende illegale online casino’s danwel casino spellen.”

2.10.

In het “Zaakdossier witwassen via de rechtspersoon [T] Ltd”, opgemaakt op 7 november 2013 door verbalisant [EE] van de Nationale Recherche (bijlage 28 bij het verweerschrift) is onder meer het volgende opgenomen:

8. Algeheel resumé

[F] en [D] zijn de ultimate benifical owners van [T] Ltd. [T] Ltd heeft in de periode van november 2007 tot en met december 2009 in totaal een geldbedrag van € 686.712 ontvangen van [J Gmbh] . Dit betrof de enige inkomende geldstroom op deze bankrekening.

[J Gmbh] handelde in die periode de via creditcard betaalde inleggelden op de online kansspelen van [T] CR SA af en had hiervoor een contract gesloten met [T] Ltd. Vastgesteld is, dat de online kansspelen van [T] gericht zijn op de Nederlandse markt, dat hiervoor geen vergunning is verleend en dat dit een misdrijf betreft. Het ontvangen geldbedrag van € 686.712 is dus uit misdrijf afkomstig.

Een groot deel van dit geldbedrag € 536.876, komt via een Belgische bankrekening op naam van [FF] / [F] uiteindelijk terecht in het privé vermogen van [F] en [D] .

Ruim de helft, namelijk € 282.189, werd overgeboekt naar een privébankrekening van [D] . Van dit bedrag is € 145.000 contant opgenomen en € 135.000 gebruikt voor zakelijke investeringen in Duitsland.

De rest van dit bedrag, € 314.709, is in het privévermogen van [F] terecht gekomen door contante opnamen en overboekingen naar andere privébankrekeningen op zijn naam en een bankrekening van zijn Belgische vennootschap [B BvbA] .

In september 2011 werden de restsaldi op de Engelse bankrekeningen van [T] Ltd, ontstaan door de inleggelden van creditcardbetalers op de illegale online kansspelen, via de derdengeldrekening van [GG] overgeboekt naar [belanghebbende] BV. [belanghebbende] BV heeft hierdoor een totaalbedrag van € 48.159 afkomstig uit enig misdrijf verworven.”

2.11.

In het “Zaakdossier witwassen via ‘derdengeldrekening’ [GG] ”, opgemaakt op 7 november 2013 door verbalisant [EE] van de Nationale Recherche (bijlage 27 bij het verweerschrift) is onder meer het volgende opgenomen:

“5. Algeheel resumé

Hoewel voor een (klein) accountants-/belastingadvieskantoor minder gebruikelijk, beschikt verdachte [GG] over een derdengeldenrekening welke is ondergebracht in een afzonderlijke stichting “Stichting Beheer Derdengelden [HH] & [GG] ”. Op deze derdengeldenrekening vinden in de periode van oktober 2007 tot en met april 2011 een aantal transacties plaats ten behoeve van [D] , [H] en/of [F] , alsmede aan hen gelieerde vennootschappen.

Gezien het vorenstaande, heeft [GG] /Stichting Beheer Derdengelden [HH] & [GG] , tenminste de werkelijke aard en herkomst van uit misdrijf afkomstig geld, te weten:

a. a) € 24.079,73 van [belanghebbende] BV/ [A BV] (hoofdstuk 4.3);

b) € 24.079,74 van [belanghebbende] BV/ [B BV] (hoofdstuk 4.3);

Verborgen en verhuld.

Daarnaast is de Derdengeldrekening ter beschikking gesteld om het cadeaugeld van de bruiloft van [F] en [II] , in totaal € 10.000, waarvan € 2.050 afkomstig van [A BV] , over te maken naar een liefdadigheidsinstelling. Het is ongebruikelijk om dit soort transacties over een derdengeldrekening van een extern adviseur te laten lopen.

Ten aanzien van de onderstaande transacties dient nog nader onderzoek te worden ingesteld:

c) € 60.000 van [F] (hoofdstuk 4.1);

d) € 135.000 van [A BV] (hoofdstuk 4.2).”

2.12.

In het “Zaakdossier witwassen middels de rechtspersonen [T] - [KK] ”, opgemaakt op 7 november 2013 door verbalisant [EE] van de Nationale Recherche (bijlage 33 bij het verweerschrift) is onder meer het volgende opgenomen:

4 Resumé

Uit onderzoek blijkt dat [F] , [D] en [H] online kansspelen aanbieden gericht op de Nederlandse markt, terwijl daarvoor geen vergunning is verleend. Hierbij lijkt het erop dat de kansspelen worden aangeboden uit het buitenland door buitenlandse rechtspersonen. Hiervoor is een complexe ondernemingsstructuur opgezet en worden diversen partijen gebruikt om de factuur- en geldstroom te kunnen verklaren.

Twee van deze buitenlandse rechtspersonen zijn [T] en [KK] . Beide rechtspersonen zijn slechts ‘een lege huls’ en feitelijk eigendom van [F] , [D] en [H] . Met behulp van de fiscalisten [GG] en [LL] en de directeur van payment service provider [I BV] , [MM] is een constructie bedacht om te verbergen en verhullen dat [belanghebbende] BV zelf de inleggelden én uitbetalingen voor de eveneens door hun zelf geëxploiteerde online kansspelen beheert. De constructie bestaat uit het factureren van fictieve dienstverlening door onderaannemer [belanghebbende] BV aan [KK] , die met een opslag van 1% deze fictieve dienstverlening doorfactureert aan [T] . Uit aangetroffen gespreksverslagen blijkt dat de te factureren bedragen worden beredeneerd en dat naar een ‘benodigde omzet’ wordt toegerekend om [belanghebbende] van een gerechtvaardigde inkomstenbron te voorzien. Voor een rechtvaardiging van deze dienstverlening zijn contracten opgemaakt. Op deze wijze is in de periode van 2009 tot en met april 2013 een bedrag van € 18.286.424 witgewassen. Daarnaast hebben de fictieve facturen niet geleid tot een fictieve geldstroom naar [KK] , maar is er een schuld aan [KK] ontstaan in de financiële administratie van [belanghebbende] BV. Door de overdracht van een deel van de aandelen [belanghebbende] BV aan [KK] is deze schuld (vreemd vermogen) omgezet in eigen vermogen. Hiermee is van misdrijf afkomstig vermogen overgedragen aan de ultimate beneficial owners [F] , [D] en [H] .”

2.13.

In het proces-verbaal van verhoor van [U] , opgemaakt op 14 februari 2014 door verbalisanten [L] en [R] van de Nationale Recherche (bijlage 78-13 bij het verweerschrift) is onder meer het volgende opgenomen (waarbij V = vraag verbalisanten en A = antwoord getuige, [T] = [T] ):

“V: Had [T] een kantoor in Costa Rica?

A: Het kantooradres was op mijn adres in Costa Rica.

V: Was er een aparte vestiging in Costa Rica met werknemers?

A: Nee, het was niks. En op die vennootschap hebben ze dan die sites gezet. Dat was overigens ook niet de bedoeling.

V: Heb je personeel gehad in Costa Rica?

A: Nee. Ja, alleen mijn secretaresse, [NN] .

(…)

A: (…)

Samenvattend kan ik aangeven dat de ondernemingen in Costa Rica er alleen op papier waren. Ze bestaan wel gewoon, maar er waren geen activiteiten, werknemers en geen telefoon. Ze hadden wel een economische functie in verband met het patent. De ondernemingen zijn eigenlijk gewoon gebruikt om de identiteit van de eigenaren die de online kansspelen aanbieden af te schermen. Door de Costa Ricaanse vennootschappen werd in ieder geval geen kansspelen aangeboden, terwijl dit op internet wel zo lijkt. Dit werd aangeboden buiten Costa Rica. Door de mensen van [belanghebbende] B.V. werd dit aangeboden. Ik werd in het kader van directeurschap aangestuurd door [F] en [D] . Achteraf gezien wilde ik er in 2008-2009 al uit stappen. Ik heb er verder helemaal niets aan verdiend. Ik kreeg 3000 dollar per onderneming per jaar. Er is ook nooit vanuit de Costa Ricaanse vennootschappen aan [belanghebbende] B.V. verzocht om diensten te verlenen.”

2.14.

In het proces-verbaal inzake [T] Ltd, opgemaakt op 3 april 2014 door verbalisant [R] van de Nationale Recherche (bijlage 78 bij het verweerschrift) is onder meer het volgende opgenomen:

5. Resumé

Uit het register van Companies House is gebleken dat er twee vennootschappen met de naam [T] Ltd ingeschreven hebben gestaan. De eerste vennootschap van [datum] 2006 tot [datum] 2010 en de tweede vennootschap van [datum] 2010 tot heden. Over de periode 2006 tot en met 2013 zijn de aandeelhouders en/of bestuurders van de twee vennootschappen met de naam [T] Ltd de volgende (rechts)personen geweest:

- [OO Ltd] en [PP Ltd] ;

- [Q] ;

- [QQ Ltd] ;

- [T] CR S.A.;

- [U] ;

- [RR] en

- [SS] .

Feitelijk zijn niet de bovenvermelde (rechts)personen de uiteindelijk gerechtigden en de beleidsbepalers van [T] Ltd, maar zijn dat [F] en [D] . Zij zijn degene die rechtshandelingen verrichten uit hoofde van de vennootschap, dit blijkt onder andere uit:

- de verklaring van [Q] dat hij op verzoek van [F] en [D] de vennootschap heeft opgericht en dat [F] en [D] de ultimate beneficial owners waren van de vennootschap;

- de op de computer van [Q] gevonden “Merchant Application Form” ten name van [T] Ltd waarin staat vermeld dat de “general position” en de “risk position” van de vennootschap wordt bekleed door [F] en de “finance position” door [D] ;

- het faxbericht van [F] aan de HSBC Bank te Kent welke is opgemaakt op briefpapier van [T] Ltd en ondertekend is door [F] ;

- de verklaring van [TT] van [UU BV] waarin hij verklaart benadert te zijn door [belanghebbende] of door [F] inzake het regelen van een contract van [T] Ltd met [J Gmbh] ;

- een brief van [GG] aan [VV] van de HSBC bank waaruit blijkt dat [F] en [D] de rechthebbenden zijn van de HSBC bankrekeningen van [T] Ltd;

- de urendeclaratie aangetroffen in de computer van [Q] gericht aan [WW Ltd] / [F] inzake kosten gemaakt met betrekking tot [T] Ltd.

- de verklaringen van [RR] en [SS] waaruit blijkt dat zij slechts katvanger zijn geweest voor [T] Ltd.

Tevens is gebleken dat het adres, e-mailadres en telefoonnummer, welke door [T] Ltd wordt gebruikt, gelijk is aan het adres, e-mailadres en telefoonnummer van andere ondernemingen, zoals [WW Ltd] (welke toebehoort aan [F] en [D] ) en aan [belanghebbende] B.V. (welke indirect toebehoort aan [F] , [D] en vermoedelijk vanaf medio 2008 tevens aan [H] ). Ook verrichten werknemers van [belanghebbende] B.V. werkzaamheden die onder andere betrekking hebben op de onderneming [T] Ltd. Uit de gedeponeerde stukken bij Companies House blijkt dat er slechts sprake is van een “slapende” onderneming.

Op grond van het bovenstaande kan worden gesteld dat [F] en [D] de uiteindelijk gerechtigden en beleidsbepalers zijn van [T] Ltd.”

2.15.

In het “Proces-verbaal bevindingen [G Ltd] . Rechtspersonenstructuur”, opgemaakt op 7 april 2014 door verbalisant [R] van de Nationale Recherche (bijlage 77 bij het verweerschrift) is onder meer het volgende opgenomen:

“5. Resumé

[G Ltd] is in 2008 opgericht door [XX] . Over de periode 2008 tot en met 2013 zijn de aandeelhouders en/of bestuurders van [G Ltd] de volgende personen geweest:

- [XX] ;

- [U] ;

- [YY] .

Feitelijk zijn niet de bovenvermelde personen de uiteindelijk gerechtigden en de beleidsbepalers van [G Ltd] , maar zijn dat [F] , [D] en [H] . Zij zijn degenen die rechtshandelingen verrichten uit hoofde van de vennootschap, dit blijkt onder andere uit:

- de e-mail afkomstig van het e-mailadres van [F] waarin wordt aangegeven wat [YY] in de verklaring aan de bank dient op te nemen inzake [G Ltd] ;

- de e-mail afkomstig van het e-mailadres van [F] aan [YY] waarin het logo van [G Ltd] wordt doorgestuurd;

- het verhoor van [GG] waarin hij aangeeft dat [YY] slechts een stroman was;

- het feit dat de accounts die [belanghebbende] B.V. had bij [I BV] over zijn gegaan naar de accounts van [KK] ;

- het verhoor van [MM] waarin hij aangeeft dat hij aanneemt dat [KK] [belanghebbende] heeft overgenomen en daarmee dus ook de accounts. En dat hij met betrekking tot de saldi van [KK] altijd contact had met [F] ;

- de optieovereenkomst waaruit blijkt dat [F] , [D] en [H] voor een bedrag van € 5.000 de aandelen van [G Ltd] , te allen tijden op een door hen te bepalen tijdstip, kunnen overnemen.”

2.16.

[F] heeft in zijn positie als CEO van [B BV] namens [N] (Licensor) met [ZZ] (Licensee) een licentieovereenkomst gesloten per 1 juni 2011 (bijlage 78-13 bij het verweerschrift). In het “proces-verbaal van bevindingen licentie Costa Rica en manipuleren van de spellen en uitbetalingen”, opgemaakt op 16 april 2014 door verbalisant [R] van de Nationale Recherche (bijlage 81 bij het verweerschrift), is onder meer het volgende geconcludeerd:

“Uit onderzoek naar de broncode van de casino software is gebleken dat beheerders van de site van [internetsite] tegoeden van de spelers kunnen aanpassen. Uit verklaringen van getuigen is gebleken dat:

- jackpots fictief zouden vallen;

- [F] bepaalde of en wanneer er een jackpot viel;

- [F] aan werknemers de opdracht gaf om de uitbetaling terug te draaien omdat de uitbetalingen te hoog waren;

- er vaak aan fictieve personen werd uitgekeerd;

- wanneer de winst naar de grens van uitbetaling ging, de winst kansen van de spelers drastisch naar beneden werden aangepast;

- er een soort jackpot tellertje was en als deze tot uitkering kwam, deze altijd werd uitgekeerd aan [WW Ltd] zelf;

- in opdracht van [F] de jackpot bij [gokkast] zo was aangepast dat deze nooit kon vallen;

- de grote prijzen nagenoeg (95%) altijd op een fake speler vielen;

- [F] op een papiertje aan gaf wat wanneer moest vallen en of het echt of nep was;

- vele prijzen sowieso nooit werden uitgekeerd en dat sommige bonusprijzen aan familie en bekenden werden uitgekeerd;

- gokverslaving en de zwaksten benaderen in de maatschappij onderdeel zouden zijn van het bedrijfsplan.”

2.17.

Op 12 april 2012 heeft [AAA] (een medewerker van [I BV] ) inzake het accepteren van twee accounts van [KK] (bijlage 47 bij het verweerschrift) aan haar collega’s het volgende geschreven:

“Heren,

Houden jullie er rekening mee dat dit [belanghebbende] is?

Ik begrijp dat de regels er niet voor niets zijn, maar je kent [MM] relatie van [belanghebbende] ..”

Vervolgens is in het mailcontact tussen de diverse medewerkers van [I BV] op 24 mei 2012 de link gelegd met [WW Ltd] en [T] SA.

Verder is in de aansluit- en gebruiksovereenkomst tussen [I BV] en [KK] opgenomen dat [YY] directeur is van [KK] , maar dat de contactpersoon van [KK] [BBB] is (een medewerker van belanghebbende).

2.18.

Op 18 augustus 2008 heeft een medewerker van [I BV] aan [CCC] (e-mailadres [CCC] @ [belanghebbende] .com) een e-mail gezonden met onder meer de volgende tekst (bijlage 45 van het verweerschrift):

“Van een klant van u, hebben wij het onderstaande email ontvangen, zie onder. Het gaat over de onderstaande transacties, zie printscreens. De transactie is wel gelukt. De klant heeft zijn bestelling tot nu toe niet mogen ontvangen.

Ik verzoek u vriendelijk deze zaak z.s.m. oplossen en contact met deze klant opnemen, s.v.p.”

Daarbij heeft de medewerker van [I BV] een e-mail met onder meer de volgende tekst bijgevoegd:

“Beste medewerkers van [I BV] ,

Ik heb recentelijk getracht 2 transacties via Ideal uit te voeren. Deze zijn echter bij de ontvangende partij ( [internetcasino 1] ) niet binnen gekomen.

(…)”

2.19.

Op 19 januari 2009 heeft een medewerker van [I BV] een e-mail gezonden naar het e-mailadres [F] @ [belanghebbende] .com, met onder meer de volgende tekst (bijlage 39 bij het verweerschrift):

“Hoi [F] ,

Ik begrijp van [MM] dat het de bedoeling is dat ook de creditcards via [I BV] uitbetaald gaan worden. Om dat te regelen hebben we een verklaring nodig van de directeur van [T] . De directeur van [T] dient in de schriftelijke verklaring aan te geven akkoord te gaan dat de creditcard uitbetalingen lopen via [I BV] (…). Graag voorzien van handtekening tekenbevoegde.

Als jij die verklaring kunt regelen en onze kant op wil sturen dan kunnen wij het verder afhandelen met de creditcardmaatschappij.”

2.20.

Over de periode van 31 januari 2009 tot en met 29 april 2013 zijn door belanghebbende in totaal 90 facturen opgemaakt voor aan [KK] verstrekte diensten. Deze facturen vertegenwoordigen een bedrag van in totaal € 18.286.424, verdeeld als volgt: 2009: € 4.021.890, 2010: € 4.195.000, 2011: € 3.794.599, 2012: € 4.874.935 en 2013: € 1.400.000.

3 Geschil

3.1.

In geschil is het antwoord op de vraag of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Meer specifiek is in geschil of belanghebbende gelegenheid heeft geboden tot deelneming aan binnenlandse kansspelen welke via het internet worden gespeeld, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de kansspelbelasting (hierna: de Wet). Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de inspecteur bevestigend.

3.2.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken en ter zitting.

3.3.

Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de naheffingsaanslag. De inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4 Beoordeling van het geschil

4.1.

Op grond van artikel 1 van de Wet wordt onder de naam “kansspelbelasting” een directe belasting geheven van – onder meer – degene die gelegenheid geeft tot deelneming aan binnenlandse kansspelen welke via het internet worden gespeeld.

Artikel 2 van de Wet bepaalt, voor zover hier van belang:

“1. Onder kansspelen worden verstaan gelegenheden, gegeven tot mededinging naar:

a. prijzen en premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen, met uitzondering van levensverzekeringen en premieleningen;

(…)

2. Kansspelen worden als binnenlands beschouwd, indien zij worden gehouden door natuurlijke personen of door lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301), van wie een of meer in Nederland wonen of zijn gevestigd.

3. Kansspelen worden als buitenlands beschouwd, indien zij niet vallen onder het tweede lid.”

Artikel 3 van de Wet bepaalt, voor zover hier van belang:

“1.De belasting wordt geheven:

a. in de gevallen waarin artikel 1, eerste lid, onderdeel a of b, van toepassing is, naar het verschil tussen de in een tijdvak ontvangen inzetten en de ter beschikking gestelde prijzen, dan wel, zo een ander dan de belastingplichtige de prijzen ter beschikking stelt, naar hetgeen in een tijdvak ontvangen wordt voor het geven van gelegenheid tot deelneming aan casinospelen of tot deelneming aan binnenlandse kansspelen welke via het internet worden gespeeld”

4.2.

In geschil is of belanghebbende, die in Nederland is gevestigd, degene was die de onder 2.3 vermelde kansspelen organiseerde (dan is belanghebbende de belastingplichtige) en of belanghebbende degene was die de kansspelen hield (dan is sprake van binnenlandse kansspelen). De rechtbank stelt voorop dat zij geen reden heeft te twijfelen aan de juistheid van hetgeen in de processen-verbaal van de Nationale Recherche staat. Uit de feiten en omstandigheden in die processen-verbaal alsmede uit de diverse verklaringen leidt de rechtbank af dat voornoemde vragen bevestigend moeten worden beantwoord. Hiervoor acht de rechtbank doorslaggevend dat (1) de gegevens van de voor deze kansspelen gebruikte [database] alleen benaderbaar waren voor werknemers van belanghebbende of aan de directeuren/aandeelhouders van belanghebbende gelieerde personen (zie 2.4), (2) bij [I BV] , via wie het grootste deel van de inleggelden en uitbetalingen verliep, uitdrukkelijk bekend was dat belanghebbende verantwoordelijk was voor de kansspelen (zie 2.17), (3) de ingekomen gelden onder meer werden gebruikt voor de bedrijfsvoering van belanghebbende, (4) personeel van belanghebbende betrokken was bij zowel de ontwikkeling van de casinospelen als de afwikkeling van problemen die ontstonden bij die spelen (zie 2.8, 2.9 en 2.18), en (5) de resultaten van de kansspelen uiteindelijk terecht kwamen bij belanghebbende (voor haar bedrijfsvoering) of bij de directeuren/aandeelhouders van belanghebbende. Weliswaar werd een deel van de opbrengsten genoten door [T] , maar aannemelijk is dat die gelden feitelijk bestemd waren voor belanghebbende en haar aandeelhouders naar volgt uit de verklaring van [Q] en de betaling door [GG] in 2011. Bij haar oordeel heeft de rechtbank mede in aanmerking genomen dat, op grond van hetgeen is vermeld onder 2.15, aannemelijk is dat de facturen die belanghebbende vanaf 31 januari 2009 heeft verstuurd aan [KK] van in totaal € 18.286.424 voor door belanghebbende aan [KK] verstrekte diensten, slechts bedoeld waren om de inkomsten uit de kansspelen te versluieren en aldus via een omweg aan de aandeelhouders van belanghebbende ten goede te laten komen.

4.3.

Belanghebbende heeft de hoogte van de naheffingsaanslag als zodanig niet bestreden. De rechtbank heeft geen reden aan de juistheid daarvan te twijfelen nu de naheffingsaanslag voor het grootste gedeelte van de periode is gebaseerd op de gegevens uit de in beslag genomen database, zijnde de administratie van de internet casinospelen van belanghebbende zelf. De wijze van extrapolatie voor 2008 en een deel van 2009 komt de rechtbank juist voor, nu niet is gesteld of gebleken dat de situatie in die jaren afweek van die in de andere jaren waarvoor wel gegevens bekend zijn. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de inspecteur voorzichtigheid heeft betracht door uit te gaan van de voor belanghebbende meest gunstige verhouding tussen de bruto spelopbrengst en de netto ontvangsten.

4.4.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Het beroep is ongegrond.

5 Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 20 augustus 2015 door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, voorzitter, mr. C.A.F.M. Stassen en mr. M.W.C. Soltysik, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. L. Arts, griffier.

De griffier, De voorzitter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.