Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:5334

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10-08-2015
Datum publicatie
10-08-2015
Zaaknummer
02-812730-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Conform de eis van de officier van justitie wordt verdachte wegens het twee maal verkrachten van zijn 15-jarige dochter veroordeeld tot 3 ½ jaar gevangenisstraf onvoorwaardelijk. De rechtbank acht door steunbewijs ook het door de dochter genoemde geweld bewezen. Zij acht het feit dat verdachte zijn dochter, die in een afhankelijke positie verkeerde, eerst ontmaagde en vervolgens enkele uren later haar nogmaals verkrachtte dermate strafverhogend dat tot een hogere straf wordt besloten dan de uitgangspunten aangeven. De civiele vordering van het slachtoffer wordt volledig toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/812730-14

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 augustus 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1965 in het [geboorteplaats] (Suriname)

wonende te [woonplaats]

gedetineerd in de P.I. Middelburg, locatie Torentijd, te Middelburg

raadsvrouw mr. M.L. Daniëls, advocate te Rijen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 juli 2015, waarbij de officier van justitie, mr. Paapen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat:

Primair:

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 13 oktober 2014 te Tilburg, althans in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) zijn kind (dochter) [benadeelde] (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] , hebbende verdachte zijn penis in de vagina van [benadeelde] gebracht/geduwd en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte die [benadeelde] naar/in de woonkamer heeft geduwd/getrokken en/of die [benadeelde] een machete/mes heeft getoond/voorgehouden en/of die [benadeelde] heeft gedwongen zich uit te kleden en/of die [benadeelde] op/tegen de grond heeft geduwd, althans die [benadeelde] heeft gedwongen op de grond te gaan liggen en/of vervolgens bovenop die [benadeelde] is gaan liggen en/of (aldus) voor die [benadeelde] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Subsidiair:
hij op 13 oktober 2014 te Tilburg met [benadeelde] (geboortedatum [geboortedatum benadeelde] 1999), zijnde zijn, verdachtes dochter, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden of mede bestonden uit het binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] hebbende hij, verdachte, zijn penis in de vagina van die [benadeelde] gestopt/gestoken;

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd en zij baseert zich daarbij op de aangifte namens [benadeelde] , de getuigenverklaringen van [benadeelde] en het DNA-onderzoek dat een match met verdachte heeft opgeleverd. Het feit dat verdachte steeds wisselende verklaringen heeft afgelegd, maakt dat de officier van justitie deze ongeloofwaardig vindt.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte van het primair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Er is onvoldoende wettig bewijs voor het toepassen van geweld of bedreiging met geweld of andere handeling van dwang, zoals tenlastegelegd. De verdediging wijst hierbij op het feit dat er geen onderzoek is gedaan naar de aanwezige messen en dat het slachtoffer gewoon weg had kunnen gaan. Ten aanzien van het subsidiaire feit heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

[benadeelde] ,1 geboren op [geboortedatum benadeelde] 1999, heeft verklaard dat zij op zondag 12 oktober 2014 rond 19:00 uur thuis kwam op het adres aan de [adres benadeelde partij] te Tilburg. Zij hoorde die nacht om 04:00 uur haar vader thuiskomen en ging naar het toilet. Zij kwam haar vader tegen en moest van hem, tegen haar wil in, mee naar de woonkamer. Haar vader heeft haar mee naar de woonkamer getrokken en haar gezegd dat zij zich moest uitkleden. Haar vader heeft in de woonkamer een mes, een machete, van de muur gepakt en weer gezegd dat zij zich moest uitkleden. Zij moest zich toen wel uitkleden. Zij begon te huilen en zei dat hij haar niets moest doen. Haar vader heeft haar op de grond geduwd tegen haar schouders. Zij zei steeds nee en ging schreeuwen, maar haar vader zei dat zij stil moest zijn omdat mensen haar anders zouden horen. Vervolgens heeft haar vader zijn penis in haar vagina gestoken. Dat lukte niet meteen. Toen [benadeelde] tegen haar vader heeft gezegd dat zij niet wilde en dat zij pijn had, pakte hij het mes, hield het omhoog en zei dat zij stil moest zijn.

[benadeelde] heeft steeds gezegd dat zij naar school moest de volgende dag, maar dan pakte hij het mes. Omdat het niet lukte ging haar vader een aantal malen olie halen. Hierna lukte het wel en bracht hij zijn penis in haar vagina. Na 10 á 15 minuten moest zij opstaan en douchen en gaan slapen.

Rond 07:45 uur, kwam haar vader haar slaapkamer binnen. Hij gaf aan dat zij weer mee moest en trok haar mee naar de woonkamer. Zij moest zich weer uitkleden en hij heeft haar weer op de grond geduwd om te gaan liggen.

Haar vader deed toen opnieuw zijn penis in haar vagina. Zij heeft toen weer gezegd dat zij pijn had, dit niet wilde en naar school moest. Hij reageerde daar niet meteen op, maar zij bleef het zeggen en op een gegeven moment is het gestopt.

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]2 zijn op dinsdag 14 oktober 2014 met het slachtoffer naar het St Elisabeth ziekenhuis gegaan. In het ziekenhuis is een Medisch Forensisch Onderzoek verricht. Na afloop hiervan werd de gebruikte zedenkit verzegeld (ZAAC2269NL) en inbeslaggenomen.

Het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI)3 heeft in haar rapport van 5 januari 2015 verslag gedaan van het onderzoek naar de biologische sporen op de afgenomen monsters genummerd ZAAC2269NL#01 tot en met #04 (twee monsters genomen van de buitenste schaamlippen en twee monsters genomen diep vaginaal). In alle vier de bemonsteringen zijn spermacellen waargenomen. De bemonsteringen bevatten sperma dat afkomstig kan zijn van één en dezelfde onbekende man.

Op 3 maart 2015 werd door verbalisant [verbalisant 3]4 celmateriaal bestaande uit wangslijmvlies (zegelnummer RABF7846NL) van verdachte afgenomen ten behoeve van het vaststellen van een DNA-profiel.

Het NFI5 heeft hierna onderzoek gedaan naar het celmateriaal van verdachte. Uit het referentiemonster van verdachte (zegelnummer RABF7846NL) is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel matcht met het in de Nederlandse DNA-databank opgenomen DNA-profiel van het sperma in de bemonstering ZAAC2269NL.

Verbalisant [verbalisant 4]6 heeft op zondag 1 maart 2015 op verzoek van de zedenpolitie onderzoek gedaan in de woning van de verdachte aan de [adres benadeelde partij] in Tilburg. Daar trof hij in de woonkamer drie aan de wand hangende zwaarden aan. Het ging om drie zwaarden van verschillende afmetingen.

Bewijsoverwegingen

Verdachte heeft aanvankelijk ontkend dat hij zijn dochter heeft verkracht. Ter zitting heeft hij verklaard te twijfelen of hij daadwerkelijk zijn dochter heeft verkracht. Hij gaf aan het zich niet te kunnen voorstellen, gezien de persoon die hij normaal gesproken is. Het door hem geschetste alternatieve scenario, dat hij mogelijk onder invloed was of gedrogeerd zou zijn, beoordeelt de rechtbank als ongeloofwaardig en vindt ook geen steun in het dossier en in het onderzoek ter terechtzitting. Dat verdachte die avond mogelijk dusdanig onder invloed zou zijn dat hij zijn dochter op twee verschillende tijdstippen, een aantal uren uit elkaar gelegen, zou verkrachten en dit geheel weer zou vergeten, blijkt op geen enkele wijze. Verdachte heeft ook niet eerder verklaard dat hij zich anders voelde of dat van een dergelijke situatie sprake zou zijn en heeft eerder bij de politie gedetailleerd verklaard hoe de avond is verlopen. Ook het slachtoffer heeft niet verklaard dat haar vader in een dergelijke toestand zou verkeren. Verdachte heeft wel aangegeven zelf alcohol en een joint te hebben gebruikt, maar gaf daarbij aan dat hij zich verder, behalve meer transpireren, normaal voelde.

Verdachte heeft voorts ter zitting verklaard dat het slachtoffer zijn dochter niet is. Het slachtoffer zou de dochter zijn van zijn halfbroer. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte wel de vader is van het slachtoffer. Zowel het slachtoffer als de verdachte (ter zitting) geven aan dat hij haar erkend heeft als zijn kind. Daarbij spreekt het slachtoffer consequent over verdachte als haar vader.

Het slachtoffer heeft de ochtend na de verkrachtingen, meteen tegen onder meer haar tante verteld wat haar was overkomen. Zij is in haar verschillende verklaringen eenduidig geweest over hetgeen verdachte heeft gedaan. Met betrekking tot de bedreiging met het geweld wordt haar verklaring ondersteund door het daadwerkelijk aantreffen van de messen door de politie. Zoals zij heeft verklaard zijn de messen aangetroffen in de woonkamer, hangend aan de wand.

De rechtbank is op grond hiervan dan ook van oordeel dat de verklaring van het slachtoffer in deze zaak betrouwbaar moet worden geacht en voldoende steun vindt in de hiervoor genoemde andere bewijsmiddelen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Primair:

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 13 oktober 2014 te Tilburg, althans in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)den zijn kind dochter [benadeelde] (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handelingen die bestonden uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] , hebbende verdachte zijn penis in de vagina van [benadeelde] gebracht/geduwd en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)den hierin dat verdachte die [benadeelde] naar/in de woonkamer heeft geduwd/getrokken en/of die [benadeelde] een machete/mes heeft getoond/voorgehouden en/of die [benadeelde] heeft gedwongen zich uit te kleden en/of die [benadeelde] op/tegen de grond heeft geduwd, althans die [benadeelde] heeft gedwongen op de grond te gaan liggen en/of vervolgens bovenop die [benadeelde] is gaan liggen en/of (aldus) voor die [benadeelde] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank de straf van verdachte te matigen en verdachte ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorlopige hechtenis en daarnaast een forse taakstraf.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich in de vroege ochtend van 13 oktober 2014 tweemaal schuldig gemaakt aan vaginale verkrachting van zijn bij hem inwonende dochter. Door zijn handelen heeft verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Hierdoor heeft verdachte een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, zeker een meisje van 15 jaar, doorkruist.

Blijkens de door haar opgestelde schriftelijke verklaring d.d. 8 mei 2015 ondervindt het slachtoffer nu nog de psychische gevolgen van de gebeurtenissen op 13 oktober 2014. Ze omschrijft de schaamte waar zij nu mee moet leven na de ontmaagding door haar vader. Ze geeft aan de verkrachting te herbeleven en niet goed in haar vel te zitten. Bij het slachtoffer zijn daarnaast grote gevoelens van onveiligheid ontstaan. Ze kan zich nog steeds niet voorstellen dat haar vader dit gedaan heeft en dat hij haar bedreigd heeft met een mes. Daarbij is het zo dat haar vader op dat moment haar enige verzorger was en dat zij zich machteloos heeft gevoeld omdat ze niet wist waar ze terecht kon. Dit alles rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Als uitgangspunt voor het bepalen van de op te leggen straf zoekt de rechtbank aansluiting bij de oriëntatiepunten van het LOVS terzake verkrachting die een gevangenisstraf van 24 maanden inhouden. In strafverzwarende zin neemt de rechtbank in aanmerking dat de verkrachtingen hebben plaatsgehad in de huiselijke sfeer en in de afhankelijkheidsrelatie van de dochter van haar vader. Verdachte heeft het vertrouwen en gevoel van veiligheid dat het slachtoffer bij hem als vader mocht verwachten ernstig beschaamd. De rechtbank rekent het verdachte verder zwaar aan dat hij na de eerste verkrachting waarbij het slachtoffer nog maagd was en zij pijn en angst ondervonden had een aantal uren later zijn dochter nogmaals verkracht heeft.

Alles afwegende is de rechtbank, anders dan het standpunt van de verdediging maar in overeenstemming met de eis van de officier van justitie van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 3,5 jaar passend en geboden is. De rechtbank zal deze straf dan ook aan verdachte opleggen, waarbij zij bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht op de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 8.651,36 voor feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de impact op het slachtoffer van een dubbele verkrachting op 15 jarige leeftijd door een vader van dusdanige omvang is dat dit het gevorderde bedrag rechtvaardigt.

Het gevorderde is daarnaast voldoende onderbouwd, zodat de vordering zal worden toegewezen. De rechtbank acht ook de gevorderde wettelijke rente over de schade toewijsbaar. Zij zal de wettelijke rente toekennen vanaf 13 oktober 2014.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 24c, 36f, 57, 242 en 248 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Primair:

Verkrachting, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3,5 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] van € 8.651,36 waarvan € 151,36 ter zake van materiële schade en € 8.500 ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 13 oktober 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde] (feit 1), € 8.651,36 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 173 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Atteveld, voorzitter, mr. Moussault en mr. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van Mertens, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting op 10 augustus 2015. Mr. Jansen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2014240602 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 142. Het proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde] , pagina 92-98.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 104 e.v.

3 Het rapport NFI, Onderzoek naar biologische spore en DNA-onderzoek, pagina 115 e.v.

4 Het proces-verbaal van Afname DNA celmateriaal door opsporingsambtenaar, pagina 134 e.v.

5 Het rapport NFI, DNA onderzoek, pagina 140 e.v.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 27 e.v.