Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:5225

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
31-07-2015
Datum publicatie
04-08-2015
Zaaknummer
4137662_E31072015
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2016:2011
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

- Toepasselijkheid artikel 73 CAO beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen. Op grond van dit artikel is de werkgever gehouden in overeenkomsten van onderaanneming, die in of vanuit de in Nederland gevestigde onderneming van werkgever worden uitgevoerd, met zelfstandige ondernemers, die als werkgever optreden, te bedingen dat aan diens werknemers de basisarbeidsvoorwaarden van deze cao zullen worden toegekend, wanneer dat voortvloeit uit de detacheringsrichtlijn, ook indien gekozen is voor het recht van een ander land dan Nederland. De werkgever is gehouden de bedoelde werknemers te informeren over de op hen van toepassing zijnde basisarbeidsvoorwaarden.

- Niet aan materiële rechtsvraag toegekomen nu de onjuiste naamsvermelding van eiseres in de dagvaarding zich niet leent voor verbeterd lezen.

- Volgt niet-ontvankelijk verklaring van eiseres, met het voornemen om de opdrachtgever van de gemachtigde van eiseres ex artikel 245 Rv in de proceskosten te veroordelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2015-0723
AR 2015/1456

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 4137662 VV EXPL 15-46

vonnis in kort geding d.d. 31 juli 2015

inzake

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid FNV Transport en Logistiek ,

gevestigd te Utrecht,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

hierna te noemen: ‘ FNV ’,

gemachtigde: mr. J.H. Mastenbroek, advocaat te Groningen,

tegen

1 de besloten vennootschap Farm Trans B.V.,

2. de besloten vennootschap Farm Trans Organische Grondstoffen B.V.,

3. de besloten vennootschap Farm Trans Fresh en Frozen B.V.,

allen statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats]

,

gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie,

hierna te noemen: ‘Farm Trans’,

gemachtigden: mr. E.K.W. van Kampen en mr. P.J. Huys, advocaten te Rotterdam.

1 Het verloop van het geding

in conventie en in reconventie:

1.1

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

  1. het verwijzingsvonnis d.d. 1 mei 2015 van de kantonrechter te Breda in de zaak met nummer 4003228 VV EXPL 15-39 en de in dat vonnis genoemde stukken;

  2. de brief d.d. 25 juni 2015 van mr. Mastenbroek, met producties 2, 12 en 13, alsmede houdende wijziging van eis;

  3. de door mr. Mastenbroek d.d. 26 juni 2015 nagezonden producties 14 tot en met 19;

  4. e door mr. Van Kampen toegezonden map met producties 1 tot en met 30;

  5. de conclusie van eis in reconventie, met productie 31;

  6. het proces-verbaal van de mondelinge behandeling d.d. 29 juni 2015, met bijbehorend audiëntieblad. Mr. Mastenbroek heeft ter gelegenheid van de zitting pleitaantekeningen overgelegd.

1.2

Tijdens de mondelinge behandeling van 29 juni 2015 is kantonrechter mr. N.C.M. Koch door de gemachtigden van Farm Trans gewraakt. De beslissing van de wrakingskamer d.d. 24 juli 2015 luidt, dat het verzoek tot wraking is afgewezen (procedurenummer: 02/301438/HA RK 15-110).

1.3

Er is een nieuwe datum voor de mondelinge behandeling bepaald op 27 juli 2015.

Ten behoeve van deze zitting is door mr. Mastenbroek d.d. 23 juli 2015 een akte tot rectificatie en overlegging producties verstuurd.

Mr. van Kampen heeft bij fax d.d. 27 juli 2015 bezwaar gemaakt tegen het overleggen van deze akte met bijbehorende producties.

Van het verhandelde ter zitting d.d. 27 juli 2015 zijn aantekeningen gemaakt en er is een audiëntieblad opgemaakt. Door mr. Van Kampen zijn pleitaantekeningen overgelegd.

2 Het geschil

in conventie:

2.1

FNV vordert bij wege van voorlopige voorziening, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. Farm Trans te gebieden om binnen vijf dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2013 te voldoen aan het bepaalde in artikel 73 van de toepasselijke CAO, door bij het inschakelen van charters, waaronder met name de aan Farm Trans gelieerde vennootschap naar Pools recht Farm Trans Polska Sp. z o.o., te bedingen (schriftelijk vastleggen en er op toezien) dat de chauffeurs in dienst van deze charters beloond zullen worden conform de basisvoorwaarden van de CAO en gedaagden te gebieden om de charterchauffeurs zelfstandig te informeren over de op hen van toepassing zijnde basisarbeidsvoorwaarden uit de CAO conform de door FNV opgestelde standaardbrief (productie 5 bij dagvaarding), op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per keer en per dag dat Farm Trans aan die veroordeling niet mocht voldoen;

  2. Farm Trans (hoofdelijk) te veroordelen tot betaling aan FNV van een schadevergoeding van € 17.500,00;

  3. Farm Trans (hoofdelijk) te veroordelen in de proceskosten.

2.2

Farm Trans voert verweer.

in reconventie:

2.3

Farm Trans verzoekt -verkort weergegeven- bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. FNV te verbieden om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Farm Trans haar bedrijfsterrein te betreden, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00 per overtreding en € 2.500,00 voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat deze overtreding voortduurt;

II. FNV te verbieden om het bedrijfspand en/of andere eigendommen van Farm Trans te besmeuren en/of te beschadigen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00 per overtreding en € 2.500,00 voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat deze overtreding voortduurt;

III. FNV te gelasten om binnen vijf werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis de onder de werknemers van Farm Trans en Farm Trans Polska verspreide pamfletten te rectificeren door middel van het verspreiden van pamfletten onder voornoemde werknemers met de tekst zoals opgenomen onder punt III van de conclusie van eis in reconventie, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00 per overtreding en € 2.500,00 voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat deze overtreding voortduurt;

IV. FNV te gelasten om binnen vijf werkdagen na het in dezen te wijzen vonnis Farm Trans een beëdigde vertaling in de Poolse taal van de onder III bedoelde tekst te verstrekken, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00 per overtreding en € 2.500,00 voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat deze overtreding voortduurt;

V. FNV te veroordelen in de proceskosten.

2.4

FNV concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3 De beoordeling

in conventie en in reconventie:

3.1

Tussen partijen staan de volgende feiten vast:

  1. bij besluit van 6 februari 2015 is de CAO beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen algemeen verbindend verklaard (hierna te noemen: ‘de CAO’);

  2. artikel 73 van de CAO luidt:

1. De werkgever is gehouden in overeenkomsten van onderaanneming, die in of vanuit de in Nederland gevestigde onderneming van werkgever worden uitgevoerd, met zelfstandige ondernemers, die als werkgever optreden, te bedingen dat aan diens werknemers de basisarbeidsvoorwaarden van deze cao zullen worden toegekend, wanneer dat voortvloeit uit de detacheringsrichtlijn, ook indien gekozen is voor het recht van een ander land dan Nederland.

2. De werkgever is gehouden de in lid 1 van dit artikel genoemde werknemers te informeren over de op hen van toepassing zijnde basisarbeidsvoorwaarden.

in conventie:

3.2

FNV legt aan haar vordering -verkort weergegeven- ten grondslag, dat Farm Trans gehouden is om artikel 73 van de CAO toe te passen op de daarvoor in aanmerking komende chauffeurs. FNV stelt, dat zij informatie heeft ontvangen, onder meer van de Inspectie SZW (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), waaruit geconcludeerd kan worden, dat Farm Trans in strijd handelt met de hiervoor genoemde regels. Bij brief van 16 februari 2015 heeft FNV Farm Trans verzocht en waar nodig gesommeerd aan de eisen van artikel 73 CAO te voldoen. Aangezien Farm Trans aan dat verzoek geen gehoor heeft gegeven ziet FNV zich genoodzaakt Farm Trans in rechte te betrekken. FNV geeft aan, dat zij als CAO partij recht heeft om nakoming te vorderen en dat zij er als vakbond ook belang bij heeft dat de CAO wordt nageleefd. Verder stelt FNV , dat Farm Trans ingevolge het bepaalde in artikel 15 CAO schadeplichtig is. FNV stelt schade te lijden doordat zij haar medewerkers heeft moeten inzetten ter zake van deze overtredingen en vordert uit dien hoofde een bedrag van € 17.500,00 van Farm Trans.

3.3

Farm Trans voert als verweer aan, dat de partij die de vordering aanhangig heeft gemaakt, niet bestaat. Nu zij te maken heeft met een spookpartij, stelt Farm Trans geen onderzoek te kunnen doen naar (de belangen en statuten van) deze partij en verzoekt zij FNV niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans haar deze vorderingen te ontzeggen. Voorts verzoekt zij mr. Mastenbroek, advocaat te Groningen, op de voet van artikel 245 lid 1 Rechtsvordering (Rv) in de proceskosten te veroordelen, zowel die in de hoofdzaak als in het bevoegdheidsincident.

3.4

In haar akte tot rectificatie en overlegging producties verzoekt FNV om de in de dagvaarding vermelde naam verbeterd te lezen, in de zin dat met ‘ FNV Transport en Logistiek ’ bedoeld is ‘de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Federatie Nederlandse Vakbeweging’, althans om de in de dagvaarding vermelde naam als zodanig te rectificeren. Volgens FNV is de akte tijdig ingediend en zijn de bijgesloten stukken kenbaar en duidelijk en behoeven deze geen nadere bestudering.

3.5

Farm Trans maakt bezwaar tegen het overleggen van voornoemde akte, omdat de rectificatie niet tijdig heeft plaatsgevonden. De gemachtigde van Farm Trans heeft pas op 27 juli 2015 kennis genomen van de akte, die totaal 70 pagina’s omvat. Nu hij geen gelegenheid heeft gehad om de omvangrijke hoeveelheid stukken te bestuderen en te bespreken met zijn cliënt, stelt hij dat Farm Trans door de rectificatie wordt benadeeld en in haar verdediging wordt geschaad.

3.6

In deze procedure dient te worden beoordeeld of FNV een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorziening en of aannemelijk is dat de vordering van FNV in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat het -mede gelet op de belangen van partijen over en weer- gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd.

toestaan akte

3.7.a De eerste vraag die aan de orde komt is of de akte tot rectificatie en overlegging stukken zijdens FNV , onderdeel uitmaakt van de processtukken. Ter zitting heeft de kantonrechter desgevraagd aangegeven, dat zijn voorlopig oordeel is, dat de akte geen onderdeel van de processtukken uitmaakt. De kantonrechter heeft daarbij uitdrukkelijk aangegeven, dat dit geen definitief oordeel is, dat dit punt nog nader bestudeerd moet worden en dat het definitieve oordeel in het vonnis komt. Anders dan de kantonrechter in zijn voorlopige zienswijze ter zitting heeft aangegeven oordeelt hij, dat de akte (wel) onderdeel uitmaakt van de processtukken. Gebleken is namelijk, dat de akte op de griffie van de rechtbank per post is ontvangen op vrijdag 24 juli 2015. Ingevolge ‘het Procesreglement kort gedingen rechtbanken sector kanton’ dienen stukken die binnen 24 uur (één werkdag) vóór de terechtzitting worden ingediend, in beginsel buiten beschouwing gelaten te worden. Nu FNV de akte meer dan 24 uur voor de terechtzitting heeft ingediend zal deze akte door de kantonrechter niet op grond van het procesreglement worden geweigerd. Dat de gemachtigde van Farm Trans pas op maandag 27 juli 2015 kennis heeft genomen van de inhoud van deze akte is een omstandigheid die voor rekening en risico van Farm Trans komt. Het is nu eenmaal inherent aan een kort geding procedure, dat stukken tot een laat moment kunnen worden ingediend. Hierbij komt, dat de akte zelf 8 pagina’s telt en dat de overige pagina’s bestaan uit producties. Deze producties bestaan uit printscreens van de website van FNV , waarmee FNV wenst aan te tonen dat FNV Transport en Logistiek een handelsnaam is. Verder bestaan de producties uit uittreksels uit het handelsregister, een kopie van de statuten van de Federatie Nederlandse Vakbeweging en een voorblad van de CAO Beroepsgoederenvervoer. De aard en omvang van deze stukken, die per mail d.d. 23 juli 2015 naar de gemachtigde van Farm Trans zijn gestuurd, vormen naar het oordeel van de kantonrechter geen beletsel om daarvan binnen de beschikbare tijd door (de gemachtigde van) Farm Trans kennis te nemen en daarop adequaat te reageren.

Aan het verweer van Farm Trans, dat er -gezien de schorsing van de behandeling- door FNV (in het geheel) geen stukken mogen worden overgelegd, wordt voorbij gegaan. Doordat de kantonrechter tijdens de mondelinge behandeling d.d. 29 juni 2015 is gewraakt, is de behandeling van de zaak geschorst. De wet spreekt niet van schorsing van het geding maar van schorsing van de behandeling, zodat artikel 225 Rv en volgende hierop niet van toepassing zijn. In artikel 225 Rv is bepaald dat alle proceshandelingen, verricht nadat de schorsing van het geding is ingetreden, nietig zijn. A contrario geredeneerd zijn proceshandelingen verricht tijdens de schorsing van de behandeling niet nietig. (De cursiveringen zijn door de kantonrechter aangebracht). Andere feiten of omstandigheden die ertoe leiden dat de akte niet als processtuk moet worden toegelaten zijn niet gesteld of gebleken met als gevolg, dat de akte tot rectificatie en overlegging stukken als processtuk wordt geaccepteerd.

3.7.b Er -veronderstellenderwijs- van uitgaande dat de akte niet als processtuk zou zijn geaccepteerd, dan nog heeft de rechter de discretionaire bevoegdheid om -onder omstandigheden- de naam van een rechtspersoon die als partij optreedt maar welke naam in de dagvaarding foutief is weergegeven, verbeterd te lezen. Het punt ter zake het al dan niet ‘verbeterd lezen’ zal verder worden beoordeeld en beslist onder rechtsoverweging 3.9.

verval principaal verweer

3.8

FNV stelt, dat Farm Trans op grond van artikel 128 Rv alle excepties en haar antwoord ten principale tegelijk naar voren dient te brengen, op straffe van verval van de niet aangevoerde excepties en, indien niet ten principale is geantwoord, van het recht om dat alsnog te doen. FNV geeft aan, dat Farm Trans voorafgaand aan de zitting van 1 mei 2015 (onverplicht) een conclusie heeft ingediend, waarmee zij een incident heeft opgeworpen en (onverplicht) heeft gereageerd op de dagvaarding. Aangezien Farm Trans behoudens de onbevoegdheid van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, niet nader is ingegaan op de zaak, is op grond van artikel 128 lid 3 Rv voor Farm Trans het recht vervallen om nog principaal verweer te voeren, aldus FNV . Aan dit standpunt wordt voorbij gegaan. Immers, op grond van artikel 110 Rv kan de exceptie van relatieve onbevoegdheid voorafgaand aan de conclusie van antwoord, bij incidentele conclusie worden opgeworpen.

partijnaam

3.9

Uitganspunt is, dat op de eisende procespartij, mede om later onzekerheden bij een eventuele executie te voorkomen, een bijzondere zorgvuldigheidsverplichting rust om geen misverstand over haar eigen identiteit in het leven te roepen. Indien een niet-bestaande vennootschap als eisende partij optreedt, dan leidt dat, volgens vaste jurisprudentie, tot niet ontvankelijkheid. Wanneer de juiste vennootschap als partij optreedt, maar haar naam in de dagvaarding foutief is weergegeven, dan kan -volgens vaste jurisprudentie- onder omstandigheden herstel van de foutieve vermelding plaatsvinden doordat de rechter het desbetreffende gedingstuk verbeterd leest. Vereist is in dat geval, dat de vergissing voor gedaagde kenbaar was, de gedaagde door de vergissing en de rectificatie daarvan niet wordt benadeeld of in zijn verdediging wordt geschaad en de rectificatie tijdig is geschied. Kan de vergissing niet hersteld worden, dan dient de eiser die zich van een verkeerde naam bedient, niet-ontvankelijk verklaard te worden. Deze regel moet dienovereenkomstig worden toegepast op andere rechtspersonen dan een vennootschap. Beantwoording van de vraag wie als eisende partij optreedt, vergt uitleg van het exploot waarmee de procedure is ingeleid.

Bij de vraag welke fouten zich lenen voor ‘verbeterd lezen’ is het criterium of voor partijen en derden direct duidelijk is, dat van een vergissing sprake is. De kantonrechter is van oordeel, dat bij de beantwoording van deze vraag mede aansluiting moet worden gezocht bij het bepaalde in artikel 31 Rv omtrent het verbeteren van een kennelijke fout (in een vonnis). Onder omstandigheden kan een foutieve naam in de dagvaarding verbeterd worden gelezen bijvoorbeeld indien als eisende partij ‘Pieterson B.V.’ staat vermeld, maar bedoeld is ‘Pietersen B.V.’, terwijl de juiste tenaamstelling wel blijkt uit de onderliggende stukken die door partijen in het geding zijn gebracht. In het onderhavige geval is de dagvaarding uitgebracht door ‘de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid FNV Transport en Logistiek , gevestigd te Utrecht’. FNV geeft in haar akte aan, dat de naam die in de dagvaarding is gebruikt voor eiseres, strikt gezien geen (statutaire) naam van een (andere) bestaande rechtspersoon betreft. FNV verzoekt om de in de dagvaarding vermelde naam verbeterd te lezen, in de zin dat met ‘ FNV Transport en Logistiek ’ bedoeld is ‘de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Federatie Nederlandse Vakbeweging’, althans om de in de dagvaarding vermelde naam als zodanig te rectificeren. Volgens FNV is de naam ‘ FNV Transport en Logistiek ’ een handelsnaam van ‘de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Federatie Nederlandse Vakbeweging’. Echter door FNV wordt

-desgevraagd- erkend dat deze handelsnaam niet als zodanig is ingeschreven in het handelsregister. Nu deze naam wel op het briefpapier staat en FNV , als grootste vakbond in Nederland, naar buiten opereert onder de naam Transport en Logistiek, is het volgens FNV in het kader van de handelsnaamwet wel een handelsnaam. De kantonrechter oordeelt, dat in deze de inschrijving in het handelsregister leidend is. Blijkens de overgelegde uittreksels staat ingeschreven: ‘Vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Federatie Nederlandse Vakbeweging statutair gevestigd te Amsterdam, ook genoemd FNV ’. De naam van ‘ FNV Transport en Logistiek ’ komt niet voor in de overgelegde uittreksels. FNV betoogt, dat in een andere procedure bij de Rechtbank ‘s-Hertogenbosch, eerst FNV Bondgenoten partij was en daarna, als gevolg van een statutenwijziging, FNV Transport en Logistiek partij is geworden. Echter, dit blijkt niet het geval te zijn, daar in die betreffende procedure van het begin tot het einde ‘de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid FNV Bondgenoten’ als partij in rechte is opgetreden. ‘ FNV Bondgenoten’ blijkt, volgens het uittreksel uit het handelsregister, wel een (neven)vestiging van ‘de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Federatie Nederlandse Vakbeweging’ te zijn. Naast het feit, dat ‘ FNV Transport en Logistiek ’ niet als zodanig (als handelsnaam) is ingeschreven in het handelsregister, wordt in de inleidende dagvaarding gesteld, dat ‘ FNV Transport en Logistiek ’ gevestigd is te Utrecht, terwijl ‘de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Federatie Nederlandse Vakbeweging’ gevestigd is te Amsterdam. Over het ‘verbeterd lezen’ dan wel rectificeren van de vestigingsplaats wordt door FNV in het geheel niet gesproken. De in het geding gebrachte brieven van de hand van FNV zijn opgesteld op briefpapier van ‘ FNV Transport en Logistiek ’. Farm Trans wordt gevolgd in haar standpunt, dat het voor haar derhalve niet duidelijk was, dat zij van doen had met ‘de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Federatie Nederlandse Vakbeweging’. Dit alles brengt met zich, dat het voor partijen en derden niet direct duidelijk is, dat van een vergissing sprake is. De naamsvermelding in de dagvaarding van eiseres, leent zich dus niet voor verbeterd lezen, ondanks dat wellicht voor Farm Trans wel duidelijk was dat zij werd aangesproken door een vakbond. Die enkele wetenschap bij Farm Trans maakt immers -gelet op het vooroverwogene- nog niet, dat er sprake is van een kennelijke vergissing met betrekking tot de tenaamstelling. Dit heeft tot gevolg dat FNV Transport en Logistiek niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vorderingen.

inhoudelijke behandeling

3.10

Het is een feit, dat door deze beslissing wederom niet wordt toegekomen aan de behandeling van de materiële rechtsvraag of Farm Trans gehouden is om artikel 73 van de CAO toe te passen op de daarvoor in aanmerking komende chauffeurs. Aanvankelijk is de dagvaarding door de gemachtigde van FNV aangebracht bij de verkeerde kantonrechter, vervolgens is de kantonrechter door de gemachtigden van Farm Trans gewraakt en nu wordt geoordeeld dat de naamsvermelding in de dagvaarding van eiseres, zich niet leent voor verbeterd lezen, met als gevolg dat FNV Transport en Logistiek niet-ontvankelijk is in haar vorderingen. FNV , die na de zitting van 29 juni 2015 bekend was met het standpunt van Farm Trans, inhoudende met een spookpartij als eisende partij te maken te hebben, heeft risico genomen door niet onmiddellijk de dagvaarding in te trekken en alsnog een nieuwe dagvaarding op naam van de juiste eisende partij uit te brengen.

in reconventie:

3.11

Alles wat in conventie is overwogen en beslist geldt als hier herhaald en ingelast.

3.12

Nu FNV niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vorderingen, behoort ook Farm Trans niet-ontvankelijk te worden verklaard.

in conventie en in reconventie:

proceskosten

3.13

Ingevolge artikel 245 Rv geschiedt, indien blijkt dat een partij niet bestaat, een veroordeling in de kosten, wanneer daartoe aanleiding is, in plaats van ten laste van de partij in naam van wie in rechte is opgetreden, ten laste van de gemachtigde of advocaat van die partij, of van degene die tot het voeren van het geding opdracht heeft gegeven. Farm Trans heeft verzocht om mr. Mastenbroek, advocaat te Groningen, op de voet van het voorgaande in de proceskosten te veroordelen, zowel die in de hoofdzaak als in het bevoegdheidsincident.

In het bevoegdheidsincident is reeds een onherroepelijke uitspraak gedaan, zodat dit onderdeel van de vordering zal worden afgewezen. Indien er zich in het kader van de executie van het incidentele vonnis mogelijk een geschil voordoet, dient desgewenst een executiegeschil te worden gestart.

Uit de toelichting op artikel 245 Rv blijkt, dat het de voorkeur heeft om de opdrachtgever te belasten en om de advocaat (of andere gemachtigde) slechts te belasten wanneer de opdrachtgever niet bekend is uit de stukken. Mr. Mastenbroek heeft ter zitting betoogt, dat hij optreedt namens de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Federatie Nederlandse Vakbeweging. Met betrekking tot het onderhavige kort geding heeft de kantonrechter het voornemen, naar aanleiding van hetgeen onder 3.9 en 3.10 is overwogen, om voornoemde opdrachtgever van mr. Mastenbroek op de voet van artikel 245 lid 1 Rv in de proceskosten te veroordelen. Conform het bepaalde in lid 2 van artikel 245 Rv zal de kantonrechter, alvorens te beslissen, mr. Mastenbroek in de gelegenheid stellen om namens voornoemde opdrachtgever diens standpunt bij akte naar voren te brengen en toe te lichten. Deze akte moet voor 19 augustus 2015 ingediend zijn.

4 De beslissing in kort geding

De kantonrechter:

in conventie:

verklaart FNV niet-ontvankelijk in haar vorderingen;

in reconventie:

verklaart Farm Trans niet-ontvankelijk in haar vorderingen;

in conventie en in reconventie:

stelt partijen in kennis van zijn voornemen om de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Federatie Nederlandse Vakbeweging op de voet van artikel 245 Rv in de proceskosten te veroordelen en stelt mr. Mastenbroek in de gelegenheid om bij akte diens standpunt naar voren te brengen en toe te lichten, welke akte voor 19 augustus 2015 ingediend moet zijn;

houdt de beslissing omtrent de proceskosten aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.M. Koch, en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2015.