Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:5192

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
04-08-2015
Datum publicatie
04-08-2015
Zaaknummer
02/800121-15 + 01/854247-12 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

geweld en straatroof. Geen significante bijdrage openlijk geweld. Medeplegen diefstal met geweld. GBM”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team jeugd

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800121-15 + 01/854247-12 (tul)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 augustus 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] te [geboorteplaats]

wonende te Oosterhout

thans verblijvende bij de Catamaran te Eindhoven

raadsman mr. B.J. Visser, advocaat te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 juli 2015, waarbij de officier van justitie, mr. Kerkhofs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 15 februari 2015, te Breda, op de openbare weg de

Wilhelminastraat, althans op een openbare weg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte

van een portemonnee, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of één of meer van zijn mededaders die [slachtoffer 1] één of meermalen

een kopstoot hebben/heeft gegeven en/of hebben/heeft geslagen en/of gestompt

en/of geschopt en/of getrapt en/of bij die [slachtoffer 1] met een mes, althans met een

scherp voorwerp, één of meer snijdende bewegingen langs diens buik/lichaam

heeft gemaakt en/of (vervolgens) met een mes, althans scherp voorwerp, in de

kleding van de [slachtoffer 1] hebben/heeft gestoken/gesneden;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 februari 2015, te Breda, openlijk, te weten op of aan

de openbare weg de Wilhelminastraat, in elk geval op of aan een openbare weg,

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit het

- geven van een kopstoot tegen (de kaak van) die [slachtoffer 1] en/of

- insluiten/omsingelen van die [slachtoffer 1] en/of

- trekken aan en/of duwen tegen die [slachtoffer 1] en/of

- één of meermalen slaan en/of stompen naar en/of tegen die [slachtoffer 1] en/of

- één of meermalen schoppen en/of trappen naar en/of tegen die [slachtoffer 1] en/of

- met een mes, althans met een scherp voorwerp, steken/snijden in de kleding

van die [slachtoffer 1] en/of

- gooien van een blikje/fles naar die [slachtoffer 1] ;

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 februari 2015, te Breda,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] een kopstoot te geven en/of één of

meermalen te slaan/stompen en/of te schoppen/trappen,

waardoor die [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

dat hij op of omstreeks 15 februari 2015, te Breda,

op de openbare weg het Valkeniersplein, althans op een openbare weg,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft

gedwongen tot de afgifte van etenswaren en/of drank (pizza's, saus, kapsalon

doner, blikjes Redbull), in elk geval van enig(e) goed(eren), geheel of ten

dele toebehorende aan " [naam pizzeria] ", in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] (be)dreigend een mes

hebben/heeft getoond en/of bij die [slachtoffer 2] een mes tegen diens

keel hebben/heeft gedrukt (gehouden) en/of dreigend de woorden hebben/heeft

toegevoegd: "Geld, geld, geld"en/of "Geld, geld, geef hier je geld, niets mee

te maken nu je geld", althans woorden van gelijke aard of strekking;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 februari 2015 te Breda

op de openbare weg het Valkeniersplein, althans op een openbare weg,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen etenswaren

en/of drank (pizza's, saus, kapsalon doner, blikjes Redbull) in elk geval

enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan " [naam pizzeria]

[naam pizzeria] ", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededaders,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] (be)dreigend een mes

hebben/heeft getoond en/of bij die [slachtoffer 2] een mes tegen diens

keel hebben/heeft gedrukt (gehouden) en/of dreigend de woorden hebben/heeft

toegevoegd: "Geld, geld, geld" en/of "Geld, geld, geef hier je geld, niets mee

te maken nu je geld", althans woorden van gelijke aard of strekking;

3.

(hierbij gevoegd 02-665223-15):

hij op of omstreeks 14 januari 2015 te Oosterhout tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een hoofd/koptelefoon (merk Beats By Dr. Dre),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het

- van het hoofd van die [slachtoffer 3] trekken van die hoofd/koptelefoon;

4.

hij op of omstreeks 10 mei 2015 te Oosterhout opzettelijk en wederrechtelijk 2

althans een (aantal) (bloemen)krans(en), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan gemeente Oosterhout, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd, weggemaakt en/of

onbruikbaar gemaakt.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig voor het onder feit 1, primair ten laste gelegde feit. Wel is zij van mening dat de subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij baseert zich hierbij op de aangifte, de verklaring van verdachte en de verklaring van de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Het onder feit 2 primair ten laste gelegde feit acht zij eveneens wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangifte, de verklaring van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Feit 3 en 4 acht zij wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangiftes en de verklaringen van verdachte.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 1 en 2. Ten aanzien van feit 1 kan niet worden bewezen dat verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het toegepaste geweld. Uit de stukken kan slechts worden gedestilleerd dat [naam 1] de aangever een klap heeft gegeven. Verdachte dient van dit feit te worden vrijgesproken. Verdachte ontkent voorts zijn betrokkenheid bij feit 2. De raadsman wijst erop dat getuige [naam 2] heeft verklaard dat een van de overvallers een berenpak droeg. Verdachte en zijn vrienden zijn die dag meerdere malen door de politie gezien en gecontroleerd, waarbij een signalement wordt genoemd. Nergens wordt over een berenpak gesproken. Verdachte is al eerder vertrokken bij [medeverdachte 2] en heeft om 21:39 uur zijn ouders bericht of zij hem wilden komen halen. Dit blijkt uit de uitdraai van de whatsapp-berichten die door de raadsman wordt overgelegd. Alles bij elkaar genomen is er teveel ruimte voor twijfel aan verdachtes betrokkenheid. Om deze reden dient hij ook van feit 2 te worden vrijgesproken. De raadsman meent dat feit 3 en 4 kunnen worden bewezen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte vrijgesproken dient te worden van feit 1. Op grond van het dossier is vast te stellen dat er op 15 februari 2015 een incident is geweest waarbij aangever [slachtoffer 1] werd geconfronteerd met een groepje jongens waar verdachte deel van uitmaakte. Hierbij is door [naam 1] een klap uitgedeeld aan [slachtoffer 1] . Uit de diverse verklaringen blijkt voorts dat het groepje jongens op een bepaald moment om aangever heen is gaan staan. Dit alles is, gelet op de laatste jurisprudentie van de Hoge Raad op het gebied van medeplegen, niet genoeg om te concluderen dat verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan het toegepaste geweld.

De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1, primair, subsidiair en meer subsidiair en zal hem dan ook van dit feit vrijspreken.

Feit 2

Op 15 februari 2015 was [slachtoffer 2] aan het werk als pizzakoerier, toen er rond 20.45 uur een bestelling binnenkwam die bezorgd moest worden aan het Valkeniersplein te Breda.1 Toen [slachtoffer 2] ter plaatse was, kwamen er drie jongens rond zijn auto staan. Een van de jongens stond naast het portier van de auto en pakte een mes. Hij drukte het mes tegen de keel van [slachtoffer 2] , waarbij een andere jongen zei: “Geld, geld, geld”.2 [slachtoffer 2] heeft door het raam de bestelling aangegeven aan de jongen met het mes. Een andere jongen pakte door het open raam de pizza’s. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij met [naam 1] en verdachte, die hij herkent op de hem getoonde afbeelding 43, de overval heeft gepleegd.4 Er werden pizza’s, blikjes Red Bull en kapsalon besteld.5 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij met [naam 1] en verdachte naar het Valkeniersplein is gegaan, waar de pizzabezorger stond.6 [naam 1] heeft door het raam stekende bewegingen met het mes gemaakt, waarop de bezorger het eten gaf. Hierna zijn ze weg gerend. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat ze op 15 februari 2015 met zijn vijven bij hem thuis waren.7 Hij heeft [naam 1] , [medeverdachte 1] en [naam 3] naar buiten zien gaan om eten te halen.8

De rechtbank acht gelet op het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit 2, primair. Zij acht de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , die elkaar over en weer ondersteunen, betrouwbaar. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat [medeverdachte 1] met zijn verklaring ook zichzelf belast. De door de raadsman heeft ter zitting overgelegde uitdraai van een whatsapp-bericht, sluit de betrokkenheid van verdachte bij de afpersing niet uit en maakt de lezing van de verdachte ook niet meer aannemelijk.

Feit 3

Aangezien verdachte ten aanzien van feit 3 een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 21 juli 20159;

- de aangifte van [slachtoffer 3]10.

Feit 4

Aangezien verdachte ten aanzien van feit 4 eveneens een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan evenmin vrijspraak is bepleit, zal ook hier worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 21 juli 201511;

- de aangifte van [slachtoffer 4] namens de gemeente Oosterhout12.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 2, primair

dat hij op of omstreeks 15 februari 2015, te Breda,

op de openbare weg het Valkeniersplein, althans op een openbare weg,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft

gedwongen tot de afgifte van etenswaren en/of drank (pizza's, saus, kapsalon

doner, blikjes Redbull), in elk geval van enig(e) goed(eren), geheel of ten

dele toebehorende aan " [naam pizzeria] ", in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] (be)dreigend een mes

hebben/heeft getoond en/of bij die [slachtoffer 2] een mes tegen diens

keel hebben/heeft gedrukt (gehouden) en/of dreigend de woorden hebben/heeft

toegevoegd: "Geld, geld, geld"en/of "Geld, geld, geef hier je geld, niets mee

te maken nu je geld", althans woorden van gelijke aard of strekking;

Feit 3

hij op of omstreeks 14 januari 2015 te Oosterhout tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een hoofd/koptelefoon (merk Beats By Dr. Dre),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het

- van het hoofd van die [slachtoffer 3] trekken van die hoofd/koptelefoon;

Feit 4

hij op of omstreeks 10 mei 2015 te Oosterhout opzettelijk en wederrechtelijk 2

althans een (aantal) (bloemen)krans(en), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan gemeente Oosterhout, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd, weggemaakt en/of

onbruikbaar gemaakt.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gedragsbeïnvloedende maatregel (hierna: GBM) van 9 maanden, inhoudende psychomotore therapie, systeemtherapie, behandeling op de 9 leefgebieden en cognitieve gedragstherapie. Deze GBM dient te worden uitgevoerd op de Catamaran. Wanneer verdachte hier niet (voldoende) aan meewerkt dient hier 9 maanden jeugddetentie tegenover te staan. Daarnaast vordert de officier van justitie een voorwaardelijke jeugddetentie van een jaar met als bijzondere voorwaarde toezicht van de jeugdreclassering gedurende de proeftijd van 2 jaar. De officier van justitie vordert de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden en het jeugdreclasseringstoezicht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is met de officier van justitie van mening dat er sprake is van een zorgelijke situatie en dat er bij verdachte de nodige problemen zijn waar aan gewerkt moet worden. Hij stelt zich op het standpunt dat kan worden volstaan met de door de officier van justitie gevorderde GBM en de daaraan verbonden vervangende jeugddetentie.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan afpersing, diefstal met geweld en een vernieling. In het eerste geval hebben hij en zijn medeverdachten doelbewust eten en drinken besteld bij een pizzeria, in de wetenschap dat zij dit niet konden (of wilden) betalen. Zij hebben de pizzakoerier laten komen naar het Valkeniersplein en zijn daar met zijn drieën rond de auto gaan staan. Onder bedreiging, met een mes tegen zijn keel, heeft de pizzakoerier het eten en drinken af moeten geven. Daarbij is tevens tegen hem geroepen dat men geld wilde. Het spreekt vanzelf dat dit voorval behoorlijk traumatisch moet zijn geweest voor het slachtoffer. Bij de diefstal met geweld is verdachte met de medeverdachte naast een jongere jongen gaan fietsen en hebben zij de koptelefoon van het hoofd van de jongen afgetrokken. Ook dit feit moet op het slachtoffer een behoorlijke impact hebben gehad. Verdachte heeft met deze gedragingen het gevoel van veiligheid van de slachtoffers in ernstige mate aangetast. Dergelijke feiten veroorzaken ook in de maatschappij in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid. Verdachte heeft zich bij beide feiten laten leiden door financieel gewin zonder stil te staan bij de mogelijke ernstige gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer. Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de vernieling van een bloemenkrans, die daar lag in het kader van de dodenherdenking. De rechtbank rekent hem deze feiten zwaar aan.

Psycholoog A. Constantini van de Forensische Polikliniek het Dok heeft in oktober/november 2014 een psychologisch onderzoek gedaan en hiervan rapportage uitgebracht. Zij constateert dat er sprake is van een jongen die met periodes ernstig probleemgedrag kan laten zien in de vorm van anti sociaal gedrag, verbale agressie en oppositioneel gedrag. Er zijn duidelijke kenmerken aanwezig van een aandachts-tekortstoornis vanaf (minimaal) de schoolgang. De eerder gestelde diagnose ADHD wordt herbevestigd. Omdat de verbale vermogens van verdachte veel sterker ontwikkeld zijn dan zijn vermogens op het gebied van inzicht en analyse, is er gemakkelijk kans op overvraging. Verdachte en zijn ouders hebben in zijn kinderjaren een aantal traumatische ervaringen gehad, zoals de verzorging en het overlijden van zijn broer, het pesten en het zich afgewezen voelen van het hele gezin in hun nieuwe woonomgeving. Dit heeft zich vermoedelijk vertaald in een beschermende opvoedingsstijl, waarin verdachte weinig grenzen aangeboden kreeg. Volgens Constantini is verdachte gebaat bij een duidelijke en gestructureerde aanpak die hem regelmaat en ritme geeft en duidelijk maakt welk gedrag wel en niet toelaatbaar is en welke consequenties het overschrijden van grenzen zal hebben. Daarnaast zal verdachte vanuit een veilige relatie opnieuw in contact moeten komen met zijn gevoelens en emoties. Psychomotore therapie kan daartoe een goed middel zijn. In een tweede fase kan traumaverwerking/angst behandeling nodig zijn om voldoende stabiliteit te creëren. Het is niet duidelijk in hoeverre er sprake is van onverwerkt trauma, hoewel er wel aanwijzingen zijn in deze richting. Pas dan kan met cognitieve gedragstherapie gekeken worden of hij actief anders kan leren omgaan met zijn eigen emoties en angsten.

Psycholoog R.M.C. Hoogstraten heeft op 11 mei 2015 een rapportage over verdachte uitgebracht. Zij rapporteert dat verdachte niet heeft willen meewerken aan het onderzoek, onder meer omdat in januari 2015 reeds een psychologisch onderzoek door het Dok is afgerond. De deskundige concludeert dat gezien de eerdere justitiële documentatie, de informatie vanuit het dossier en de informatie die vanuit de jeugdreclassering is verstrekt, een GBM wellicht een mogelijkheid is om de ontwikkeling van verdachte positief te beïnvloeden.

De William Schrikker Jeugdreclassering heeft op 11 mei 2015 over verdachte gerapporteerd in het kader van een verzoek tot opheffing van de schorsing. Zij is van mening dat verdachte behandeling nodig heeft en hiertoe geplaatst dient te worden op een behandelsetting. Omdat de medewerking van verdachte hieraan twijfelachtig is, lijkt een dwingend kader gewenst.

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad) heeft laatstelijk op 9 juli 2015 over verdachte gerapporteerd. De raad adviseert de rechtbank verdachte een GBM op te leggen voor de duur van 9 maanden in de vorm van: psychomotore therapie, systeemtherapie, behandeling op de 9 leefgebieden en cognitieve gedragstherapie. De uitvoering van de GBM dient volgens de raad in de behandelsetting van de Catamaran plaats te vinden.

Ter zitting heeft de vertegenwoordigster van de William Schrikker Jeugdreclassering verklaard dat verdachte inmiddels geplaatst is bij de Catamaran. Alle betrokken partijen zijn blij met deze plaatsing. Verdachte heeft aangegeven zich hiervoor te willen inzetten. Er zal op 30 juli 2015 met de behandelaar een plan van aanpak gemaakt worden, waarbij wordt bezien hoe inhoud zal worden gegeven aan de begeleiding op de diverse gebieden. Daarbij wordt tevens bekeken waar de prioriteiten moeten liggen. De William Schrikker Jeugdreclassering kan zich vinden in het advies zoals gegeven door de raad.

De vertegenwoordigster van de raad heeft ter zitting benadrukt dat verdachte dringend behandeling nodig heeft en dat hem met een GBM een laatste kans wordt geboden. Het is positief dat zowel de ouders als verdachte achter de GBM staan.

De rechtbank heeft kennisgenomen van alle bovenstaande rapportages en de toelichting ter zitting. De rechtbank constateert dat iedereen, inclusief de verdediging, het erover eens is dat verdachte behandeld moet worden. Het is van belang dat deze behandeling binnen een strak kader gaat plaatsvinden. De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de feiten aanleiding geeft tot het opleggen van een GBM. Daarnaast is een GBM in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte. De rechtbank neemt het advies van de deskundigen over dat een GBM van 9 maanden moet worden opgelegd in de vorm van psychomotore therapie, systeemtherapie, behandeling op de 9 leefgebieden en cognitieve gedragstherapie. De Catamaran, waar verdachte op dit moment reeds is geplaatst, lijkt hiervoor de aangewezen instelling. Gelet op de persoon van verdachte bepaalt de rechtbank dat de vervangende hechtenis, die wordt gekoppeld aan de GBM, ook nadat verdachte 18 jaar is geworden, op grond van artikel 77p, lid 4 van het Wetboek van Strafrecht, zal worden tenuitvoergelegd in de vorm van jeugddetentie.

Verdachte lijkt momenteel gemotiveerd om mee te werken aan de behandeling. De rechtbank hoopt dat deze motivatie aanwezig blijft. Echter, gelet op de ernst van de feiten en het belang van de behandeling, zal de rechtbank naast de GBM nog een voorwaardelijke jeugddetentie als extra stok achter de deur opleggen. Deze voorwaardelijke jeugddetentie maakt het tevens mogelijk dat verdachte, ook na afloop van de GBM, begeleid wordt door de jeugdreclassering. De rechtbank zal verdachte 157 dagen jeugddetentie opleggen, waarvan 90 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank zal voorts aan verdachte bijzondere voorwaarden opleggen waaraan hij zich moet houden gedurende de proeftijd in die zin dat hij wordt begeleid door de jeugdreclassering. Met het oog op de problematiek van verdachte is de rechtbank van oordeel dat hiervoor de William Schrikker Groep als gecertificeerde instelling aangewezen is. Deze begeleiding duurt langer dan de GBM, zodat ook na afloop van de GBM nog de nodige begeleiding binnen een verplicht kader aan verdachte kan worden gegeven.

Uit de wijze waarop het traject van de voorlopige hechtenis is verlopen, blijkt dat verdachte het niet zo nauw heeft genomen met de schorsingsvoorwaarden. Dit, gevoegd bij de ernst van de feiten en de documentatie van verdachte, vormt voor de rechtbank reden om aan te nemen dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Gelet hierop beveelt de rechtbank dat de gestelde voorwaarden, het toezicht door de jeugdreclassering en het programma van de GBM dadelijk uitvoerbaar zijn.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 1.475,- voor feit 1.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

8 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van 30 uur werkstraf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 23 mei 2013 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 27, 47, 77a, 77g, 77h, 77i, 77w, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77dd, 77gg, 77wc, 310, 312, 317 en 350 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 2, primair: Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 3: Diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 4: Vernieling;

- verklaart verdachte strafbaar;

Maatregel

- legt aan verdachte op de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van 9 maanden, bestaande uit:

* psychomotore therapie;

* systeemtherapie;

* behandeling op de 9 leefgebieden;

* cognitieve gedragstherapie;

- beveelt, voor het geval verdachte niet naar behoren aan de tenuitvoerlegging van de maatregel heeft meegewerkt, dat de maatregel zal worden vervangen door jeugddetentie voor de duur van 9 maanden;

- beveelt dat het programma waaruit de maatregel bestaat, dadelijk uitvoerbaar is;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 157, waarvan 90 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht niet ter inzage aanbiedt;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de jeugdreclassering uit te voeren door de William Schrikker Groep als gecertificeerde instelling;

- bepaalt dat de aan de voorwaardelijke straf verbonden voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

- draagt deze gecertificeerde instelling op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 23 mei 2013 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 01/854247-12 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten 30 uur werkstraf;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;(BP.15)

- heft het geschorste bevel voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. Slot, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. Prenger en mr. Tempel, rechters, in tegenwoordigheid van Van Beijsterveldt, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 4 augustus 2015.

De griffier en mr. Prenger zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer 2015040456 van politie Midden- en West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 397 (hierna te noemen proces-verbaal 1) of van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2015012509 van politie Midden- en West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 68 (hierna te noemen proces-verbaal 2) dan wel van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2015118889 van politie Midden- en West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 68 (hierna te noemen proces-verbaal 3) Het proces-verbaal van aangifte, pagina 137 van proces-verbaal 1.

2 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 138 van proces-verbaal 1.

3 Het geschrift, te weten een foto, pagina 263 van proces-verbaal 1.

4 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] , pagina 255 van proces-verbaal 1.

5 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] , pagina 250 van proces-verbaal 1.

6 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] , pagina 255 van proces-verbaal 1.

7 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 2] , pagina 273 van proces-verbaal 1.

8 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 2] , pagina 291 van proces-verbaal 1.

9 De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 21 juli 2015.

10 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 9 t/m 11 van proces-verbaal 2.

11 De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 21 juli 2015.

12 Het proces-verbaal van aangifte, pagina 5 van proces-verbaal 3.