Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:4311

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25-06-2015
Datum publicatie
03-07-2015
Zaaknummer
15/4122
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen heeft verzoeker, onder oplegging van een dwangsom, gelast

1. het gebruik van het pand Wilhelminastraat 67 te Dongen voor clubactiviteiten te beëindigen;

2. het schenken/nuttigen van alcoholhoudende dranken te staken, en

3. de Stichting Stop and Go met als vestigingsadres Wilhelminastraat 67 te Dongen uit te schrijven bij de Kamer van Koophandel.

Het pand heeft een bedrijfsbestemming en verzoeker heeft gesteld dat er garage-activiteiten plaatsvinden. Het college heeft geen onderzoek ingesteld naar de omvang van de bedrijfsactiviteiten in het pand. Daarom kan niet beoordeeld worden of het houden van twee eventuele clubavonden in het pand als overtreding van het (algemene) gebruiksverbod heeft te gelden.

Het schenken/nuttigen van alcoholhoudende dranken is niet geconstateerd, laat staan dat er voor betaald moest worden. In de enkele aanwezigheid van alcoholische dranken ziet de voorzieningenrechter geen overtreding van het gebruiksverbod.

De enkele inschrijving van een rechtspersoon op een adres betekent niet dat de activiteiten van die rechtspersoon ook op dat adres plaatsvinden en is op zich ook niet in strijd met het gebruiksverbod.

De last onder dwangsom wordt geschorst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 15/4122 VV

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 25 juni 2015 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,

gemachtigde: [naam gemachtigde]

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 21 mei 2015, verzonden 26 mei 2015 (bestreden besluit) heeft verweerder, onder oplegging van een dwangsom, verzoeker gelast het gebruik van het pand [adres] te [vestigingsplaats] voor clubactiviteiten te beëindigen en beëindigd te houden en het schenken/nuttigen van alcoholhoudende dranken te staken. Daarnaast is verzoeker gelast de Stichting [naam stichting] met als vestigingsadres [adres] te [vestigingsplaats] uit te schrijven bij de Kamer van Koophandel.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Tevens heeft hij op 17 juni 2015 verzocht een voorlopige voorzieningen te treffen.

Namens verweerder is in een emailbericht van 18 juni 2015 de begunstigingstermijn verlengd tot 25 juni 2015.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juni 2015. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde [naam gemachtigde]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door gemachtigde [naam gemachtigde] en [naam gemachtigde]

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.

2. De voorzieningenrechter stelt vast dat er alleen maar een algemeen gebruiksverbod van kracht is. Bij het ontbreken van een specifiek gebruiksverbod heeft te gelden dat dit algemene verbod niet is overtreden zolang de bedrijfsbestemming blijft overheersen. Volgens verweerder is sprake van strijd met het bestemmingsplan omdat door de toezichthouder is geconstateerd dat twee avonden in de week kaartavonden, dartavonden en lesavonden over motoren werden georganiseerd. Afgaande op de bestuurskamer in het pand acht de voorzieningenrechter ook wel aannemelijk dat er in het pand vergaderd wordt. Uit de controlerapporten blijkt niet dat er veel garage-activiteiten in het pand plaatsvinden. Als nu zou vaststaan dat er inderdaad amper garage-activiteiten plaatsvinden, dan moet de voorzieningenrechter verweerder gelijk geven dat de gewraakte activiteiten in strijd zijn met het bestemmingsplan. Verzoeker heeft echter betwist dat er niet gesleuteld wordt, heeft betoogd dat elke dag alles netjes wordt opgeruimd en dat het gereedschap in de garagebox wordt opgeslagen. Inmiddels heeft verzoeker foto’s overgelegd waarop enkele personen staan te sleutelen aan motoren. Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat in de winter sprake is van stalling van motoren tegen betaling. In het voorjaar worden de motoren gereedgemaakt voor gebruik in de zomer en ook daarvoor moet worden betaald. Voor het overige kan een sleutel worden gehaald bij verzoeker waarna tegen betaling van € 15,-- een avond gesleuteld kan worden in het pand. De overgelegde foto’s kunnen in scene gezet zijn en de verklaringen van verzoeker ter zitting kunnen onjuist zijn, maar het zou ook de realiteit kunnen zijn. In deze procedure ligt de bewijslast bij verweerder om aan te tonen dat sprake is van overtreding van het gebruiksverbod. Hier doet zich toch het ontbreken van de voornemenprocedure gevoelen. Verweerder had bij verzoeker bijvoorbeeld kunnen vragen naar omzetcijfers en rekeningen van klanten. Nu een serieus onderzoek naar de omvang van de bedrijfsactiviteiten achterwege is gebleven kan geen inschatting gemaakt worden van de impact van twee eventuele clubavonden hierop.

3. Er was alcohol in het pand aanwezig, maar het schenken/nuttigen van alcoholhoudende dranken is niet geconstateerd, laat staan dat er voor betaald moest worden. In de enkele aanwezigheid van alcoholische dranken ziet de voorzieningenrechter geen overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), of enige andere verbodsbepaling, zoals artikel 25 van de Drank- en Horecawet.

4. Ten slotte stelt de voorzieningenrechter vast dat verweerder niet heeft kunnen aangeven waarom de enkele inschrijving van de stichting [naam stichting] op het adres [adres] in strijd is met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Dit gebruiksverbod ziet op het feitelijk handelen in strijd met het bestemmingsplan. Het hebben van een statutair adres betekent niet dat de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon ook op dat adres plaatsvinden. Een rechtspersoon dient een statutaire zetel te hebben en de voorzieningenrechter is niet gebleken van feitelijke activiteiten van de stichting op het betreffende adres. Zoals uit het voorgaande naar voren komt is de voorzieningenrechter er vooralsnog niet van overtuigd dat het pand wordt gebruikt in strijd met het bestemmingsplan.

5. De voorzieningenrechter zal het verzoek toewijzen en het bestreden besluit schorsen. Verweerder dient aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht te vergoeden.

Voorts wordt verweerder veroordeeld in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 980,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst het bestreden besluit;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 167,-- aan verzoeker te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 980,--.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.F. van Ginneken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2015.

P.H.M. Verdonschot, griffier C.A.F. van Ginneken, voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.