Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:3616

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
26-05-2015
Datum publicatie
23-06-2015
Zaaknummer
AWB - 14 _ 7329
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bijdrage Bedrijven Investeringszone (BIZ-bijdrage)

Uit de meerjarenbegroting van de gemeente blijkt dat de kosten waarvoor een BIZ-bijdrage wordt geheven grotendeels bestaan uit kosten voor activiteiten waarmee niet een publiek belang in de openbare ruimte wordt behartigd. De gemeenteraad heeft niet de vrijheid om een BIZ-bijdrage in te voeren waarvan de opbrengst wordt gebruikt voor de bestrijding van andere kosten dan die welke zijn genoemd in artikel 1, lid 2, Experimentenwet BI-Zones. De rechtbank vernietigt de aanslagen.

Wetsverwijzingen
Wet op de bedrijveninvesteringszones
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2015/1416
V-N 2015/39.20.3
Belastingblad 2015/380 met annotatie van A.W. Schep
FutD 2015-1615
NTFR 2015/2121 met annotatie van mr. dr. G. Groenewegen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummers AWB 14/7329 en 14/7330 en 14/7331

uitspraak van 26 mei 2015

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende] V.O.F., gevestigd te [plaats X],

belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Oosterhout,

de heffingsambtenaar.

De bestreden uitspraken op bezwaar

De uitspraken van de heffingsambtenaar van 7 november 2014 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende opgelegde aanslagen bijdrage Bedrijven Investeringszone centrum Oosterhout over de belastingjaren 2012, 2013 en 2014.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 mei 2015.

Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld van zijn gemachtigde [gemachtigde], en namens de heffingsambtenaar, [verweerder].

1 Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraken op bezwaar;

  • -

    vernietigt de aanslagen;

  • -

    gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van

€ 328 aan deze vergoedt.

2 Gronden

2.1.

Belanghebbende is gebruiker van de onroerende zaak gelegen [adres] te Oosterhout (hierna: het pand). Hij drijft hierin een café onder de naam “[café]”. Aan hem zijn met dagtekening 31 maart 2014 aanslagen bijdrage Bedrijven Investeringszone (BIZ) centrum Oosterhout opgelegd over de belastingjaren 2012, 2013 en 2014 van respectievelijk € 450, € 457 en € 466.

2.2.

De raad van de gemeente Oosterhout heeft op 19 oktober 2011 de Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Centrum Oosterhout 2012 (hierna: de BIZ-verordening) vastgesteld.

2.3.1.

Op 7 september 2011 hebben de Stichting BI-Zone Centrum Oosterhout en de Gemeente Oosterhout de Uitvoeringsovereenkomst BI-Zone centrum Oosterhout (hierna: de Uitvoeringsovereenkomst) ondertekend.

2.3.2.

Op grond van artikel 5 van de Uitvoeringsovereenkomst is de BI-Zone centrum Oosterhout verplicht om de activiteiten zoals beschreven in het activiteitenplan ‘BI-Zone meerjarenplan centrum Oosterhout 2012-2016’ uit te voeren. Ter zake van de uitvoering van deze activiteiten verstrekt de gemeente Oosterhout een subsidie ten bedrage van de gerealiseerde opbrengst van de heffing van BIZ-bijdragen (onderdeel 5.2 in samenhang met onderdeel 4.2.1. van de Uitvoeringsovereenkomst). Voor de horeca in de BI-Zone is een apart fonds opgenomen.

2.3.3.

In onderdeel 5.3 van de Uitvoeringsovereenkomst is bepaald dat de in het meerjarenplan opgenomen activiteiten zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone.

2.3.4.

Onderdeel 5.4 van de Uitvoeringsovereenkomst bevat de volgende opsomming van activiteiten waarvoor de hiervoor onder 2.3.2. genoemde subsidie aan het horecafonds wordt verstrekt:

“5.4. De subsidie wordt verstrekt om de volgende activiteiten uit te voeren:

 Schoon en veilig:

Onderhouden eigen omgeving

 Attractiviteit:

Vlaggen

Sfeerverlichting

 Jaarlijkse evenementen:

Zomeruitverkoop, modeshow, eerst Eten, ongelooflijke oktoberweken, winteruitverkoop, Sinterklaas en kerstacties, Koninginnenacht, Pruvement, stichting KOM, Blues festival, Kaais Zomerfestival, Kaaise dweildag, Mosselfeest, 80 van Oosterhout

 Communicatie:

Website, advertenties en posters

 Management en administratiekosten:

Accountant

ALV bijeenkomsten

Bestuurskosten en managementondersteuning.”

2.3.5.

In onderdeel 5.4 van de Uitvoeringsovereenkomst is voorts bepaald dat het meerjarenplan als bijlage bij de Uitvoeringsovereenkomst is opgenomen en onderdeel van de overeenkomst uitmaakt (hierna: het Meerjarenplan).

2.3.6.

In het Meerjarenplan, waarvan de heffingsambtenaar een kopie ter zitting heeft overgelegd, is de begroting voor het ondernemersfonds Horeca opgenomen. Deze begroting luidt als volgt:

(bedragen exclusief BTW)

Inkomsten

30 bedrijven a 450 euro 13.500,00

Uitgaven

Sfeerverlichting / aankleding 2.500,00

Promotie / website 1.500,00

Manager 1.000,00

Vergaderkosten 250,00

Accountants- en administratiekosten 750,00

Perceptiekosten 400,00

Veiligheid 1.500,00

Evenementen 5.600,00

Totaal 13.500,00

2.4.

Tussen partijen is in geschil of de aanslag BIZ-bijdrage centrum Oosterhout terecht is opgelegd.

2.5.1

In artikel 1, eerste lid, van de Experimentenwet BI-zones is bepaald dat de gemeenteraad onder de naam BIZ-bijdrage een heffing kan instellen ter zake van binnen een bepaald gebied in de gemeente (BI-zone) gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. Volgens het tweede lid van dit artikel is de BIZ-bijdrage een belasting die strekt ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone.

2.5.2.

In de in de Memorie van Toelichting wordt met betrekking tot de onder 2.5.1. genoemde bepalingen onder meer het volgende opgemerkt:

"Dit artikel bevat de expliciete bevoegdheid de belasting op te leggen zoals die wordt geëist door artikel 132, zesde lid, van de Grondwet, geeft de belastinggrondslag en karakteriseert de belasting als een bestemmingsheffing. De heffingsverordening zal nader moeten specificeren om welk gebied het gaat, welke activiteiten worden uitgevoerd, welke vereniging of stichting deze activiteiten uit zal voeren, welke kosten hieraan verbonden zijn en wat de hoogte van de heffing zal bedragen. Ook worden eisen gesteld aan het soort te subsidiëren activiteiten, naar verwachting vooral op het gebied van leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en veiligheid (zie ook paragraaf 7.1.2 in het algemene deel). Een belangrijke beperking is ook dat het moet gaan om behartiging van een publiek belang in de openbare ruimte. (…)" (MvT, Kamerstukken II 2007/2008, 31 430, nr. 3).

2.5.3.

Naar het oordeel van de rechtbank laat het bepaalde in artikel 1, leden 1 en 2, van de Experimentenwet BI-zones, mede gelet op de onder 2.5.2. aangehaalde passage uit de Memorie van Toelichting, de gemeenteraad niet de vrijheid om een BIZ-bijdrage in te voeren waarvan de opbrengst wordt gebruikt voor de bestrijding van andere kosten dan die welke zijn genoemd in artikel 1, lid 2, van de Experimentenwet BI-zones.

2.5.4.

Uit de Uitvoeringsovereenkomst en het daarvan deel uitmakende Meerjarenplan en de begroting leidt de rechtbank af dat de BIZ-heffing voor de jaren 2012-2016 niet in betekenende mate strekt ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang als bedoeld in artikel 1, lid 2, van de Experimentenwet BI-zones. De in het Meerjarenplan genoemde activiteiten zijn naar het oordeel van de rechtbank in overheersende mate direct (sfeerverlichting/aankleding, promotie/website, evenementen) of indirect (manager, vergaderkosten, accountantskosten) gericht op de commerciële belangen van in de BI-zone gevestigde ondernemers. Slechts van een enkele kostenpost, in het bijzonder de post “Veiligheid”, kan wellicht worden gezegd dat zij direct of indirect zijn verbonden aan activiteiten als bedoeld in artikel 1, lid 2, van de Experimentenwet BI-zones. Het totale beloop van deze post valt echter in het niet bij het beloop van de kosten die niet aan activiteiten als bedoeld in artikel 1, lid 2, van de Experimentenwet BI-zones zijn verbonden.

2.6.

De stelling van de heffingsambtenaar dat de gemeente een ruime beoordelingsmarge heeft bij het bepalen van de activiteiten die voldoen aan artikel 1, lid 2, van de Experimentenwet BI-zones, kan hem niet baten. Bij invoering van een BI-zone moet het primair gaan om veiligheid en publiek belang en daarvan is in dit geval nagenoeg geen sprake.

2.7.

De rechtbank is van oordeel dat de gemeente Oosterhout de grenzen van haar regelgevende bevoegdheid heeft overschreden door kosten van activiteiten waarmee niet een publiek belang in de openbare ruimte wordt behartigd te bekostigen via een BIZ-bijdrage. De vraag of de heffing ook onrechtmatig is omdat de gemeente feitelijk geen enkele controle uitoefent op de werkelijke besteding van de gelden, kan dan in het midden blijven.

2.8.

Gelet op het vorenstaande is het beroep gegrond.

2.9.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld of aannemelijk is geworden dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

Deze uitspraak is gedaan op 26 mei 2015 door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. W.C.C. Koreman-de Bok, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.