Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:3577

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
03-06-2015
Datum publicatie
03-06-2015
Zaaknummer
C/02/292836 / HA ZA 14-959
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2016:5526
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Benelux (woord)merken. Voorgebruik, sprake van depot te kwader trouw en doorhaling van de gedeponeerde merken bevolen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht

Breda

zaaknummer / rolnummer: C/02/292836 / HA ZA 14-959

Vonnis van 3 juni 2015

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. D.E. Stols,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JANSSENCONCEPTS.NL BV,

gevestigd te Waalwijk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JANSSEN.NL BV,

gevestigd te Waalwijk,

gedaagden,

advocaat mr. W.J.G. Maas.

Eiser zal hierna [eiser] worden genoemd. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk Janssen c.s. en afzonderlijk JanssenConcepts en Janssen genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 4 maart 2015 en de daarin vermelde stukken

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 17 april 2015 en de daarin vermelde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

[eiser] vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht te verklaren dat JanssenConcepts de in het lichaam van de dagvaarding genoemde merken te kwader trouw heeft gedeponeerd, althans dat JanssenConcepts onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser], en te bepalen dat JanssenConcepts gehouden is de hieruit voortvloeiende schade te vergoeden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

II. JanssenConcepts primair te bevelen het Benelux woordmerk ROY DONDERS met nummer 1281140 voor klassen 14, 18 en 25 en het Benelux woordmerk ROY DONDERS met nummer 1289279 voor klassen 3, 9, 16, 35 en 41 binnen 48 uur na het in deze te wijzen vonnis over te dragen aan [eiser], zulks door indiening van een daartoe strekkende akte bij het BBIE, en te bepalen dat het in deze te wijzen vonnis strekt tot toestemming en medewerking van JanssenConcepts tot overdracht van deze merken, waarmee [eiser] de overdracht zelfstandig kan bewerkstelligen indien Janssenconcepts in gebreke blijft aan het hier gegeven bevel te voldoen;

III. dan wel subsidiair de doorhaling te bevelen van het Benelux woordmerk ROY DONDERS met nummer 1281140 voor klassen 14, 18 en 25 en het Benelux woordmerk ROY DONDERS met nummer 1289279 voor klassen 3, 9, 16, 35 en 41 in het register van het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom;

IV. Janssen c.s. ieder voor zich te bevelen ieder gebruik van het teken ‘[eiser]’, of een daarmee overeenstemmend teken te staken en gestaakt te houden in het handelsverkeer, zulks omdat het gebruik van deze tekens kwalificeert als onrechtmatige daad dan wel als oneerlijke handelspraktijk dan wel als misleidende reclame dan wel als gebruik van een misleidend teken als bedoeld onder 2.26 lid 2 sub c BVIE;

V. Janssen c.s. te veroordelen (des de een betalende, de ander gekweten zal zijn) tot betaling aan [eiser] van een voorschot op de geleden schade van € 10.000,00;

en voorts, voorwaardelijk, namelijk in het geval dat de rechtbank de overdracht van de litigieuze merken door Janssenconcepts aan [eiser] gelast:

VI. Janssen c.s. ieder voor zich te bevelen iedere vorm van inbreuk op het Benelux woordmerk ROY DONDERS met nummer 1281140 voor klassen 14, 18 en 25 en het Benelux woordmerk ROY DONDERS met nummer 1289279 voor klassen 3, 9, 16, 35 en 41 te staken en gestaakt te houden, op voorwaarde dat overdracht van de merken aan [eiser] wordt bevolen als hierboven gevorderd uit hoofde van het in deze te wijzen vonnis;

zowel voorwaardelijk als onvoorwaardelijk:

VII. Janssen c.s. ieder voor zich te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of keer, zulks ter vrije keuze van [eiser], dat de betreffende gedaagde in gebreke blijft of in strijd handelt met het onder II. IV. en/of VI. gevorderde;

VIII. Janssen c.s. te veroordelen (des de een betalende, de ander gekweten zal zijn) in de kosten van dit geding op de voet van artikel 1019h Rv, te weten de redelijke en evenredige advocaatkosten op basis van een door [eiser] in te dienen specificatie, althans Janssen c.s. te veroordelen in de door de rechtbank redelijk geachte kosten van het geding.

2.2.

Janssen c.s. voert verweer.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank stelt in deze zaak tussen partijen de volgende feiten vast.

3.1.1.

JanssenConcepts houdt zich bezig met de ontwikkeling van, het participeren in en eigenaar zijn van concepten en bedrijven. Janssen is een zustermaatschappij van JanssenConcepts en betreft een marketingbureau dat diensten aanbiedt op het gebied van strategie, communicatie en marketing.

De heer [naam directeur] is directeur van MJC Janssen Holding BV, enig bestuurder van JanssenConcepts en Janssen.

3.1.2.

[eiser] is een bekende Nederlander en tv-persoonlijkheid.

3.1.3.

In 2012 was [eiser] als stylist te zien in het televisieprogramma ‘Gypsy Girls’. Op 28 oktober 2013 is het eerste seizoen van het televisieprogramma ‘Roy Donders: Stylist van het Zuiden’ uitgezonden. Volgens diverse media en Stichting Kijkonderzoek behaalde het programma in 2013 tot circa 700.000 kijkers per aflevering. Op 29 april 2014 is het tweede seizoen en op 28 oktober 2014 is het derde seizoen van voornoemd televisieprogramma uitgezonden.

3.1.4.

[eiser] exploiteert en verkoopt een kledinglijn onder het merk Roy Donders en met gebruikmaking van het door hem gedeponeerde merk ROJAMI’S. [eiser] is vooral bekend van het zogenaamde ‘huispak’.

3.1.5.

Op 20 november 2013 heeft [eiser] het Benelux beeldmerk ROJAMI’S met nummer 1279248 voor klasse 25 gedeponeerd.

3.1.6.

Op 19 december 2013 heeft JanssenConcepts het Benelux woordmerk ROY DONDERS met nummer 1281140 voor klassen 14, 18 en 25 gedeponeerd.

3.1.7.

Op 30 april 2014 heeft Janssen.nl een e-mail aan de manager van [eiser] gestuurd met het verzoek om in contact te komen met [eiser] teneinde zaken met hem te bespreken omtrent de productie, distributie en promotie van zijn kledinglijn.

3.1.8.

Op 9 mei 2014 heeft JanssenConcepts het Benelux woordmerk ROY DONDERS met nummer 1289279 voor klassen 3, 9, 16, 35 en 41 gedeponeerd.

3.1.9.

Op 15 mei 2014 heeft een gesprek tussen Janssen en de manager van [eiser] plaatsgevonden en heeft Janssen een presentatie gegeven.

3.1.10.

In het kader van het wereldkampioenschap voetbal is supermarktketen Jumbo op 20 mei 2014 in samenwerking met [eiser] de verkoop gestart van een oranje gekleurd huispak van [eiser], onder de speciaal voor dat evenement bedachte naam ‘Roy Donders juichpak’.

3.1.11.

Bij email van 29 augustus 2014 heeft Janssen aan de manager van [eiser] het volgende meegedeeld.

“Heb je zojuist gebeld op je mobiel en bij Intertune om een afspraak te maken. We hebben een tijd geleden een voorstel gedaan voor marketing en productontwikkeling voor [eiser]. Mede omdat ik ook de merkrechten daarvoor heb via het Benelux Merkenbureau. Ik zou hier graag met [eiser] verder mee willen en daarom een afspraak met jullie maken om de mogelijkheden en planning te bespreken.

Ik zag overigens dat op naam van [eiser] het merk Donders Shot is vastgelegd, maar dat daarna Flügel daar weer overheen komt met het merk Dondersshot aanelkaar geschreven. Niet echt handig en ook goed om dit merkenbeleid te structureren.

Ik hoor graag van je wanneer een afspraak mogelijk is op korte termijn met jou, [eiser], mij en mijn collega [naam collega].”

3.1.12.

In antwoord hierop heeft de manager van [eiser] op 29 augustus 2014 aan Janssen het volgende meegedeeld.

“Wij zijn nog niet zover.

[eiser] heeft inmiddels wel afspraken gemaakt over de bouw van een webwinkel en produktie van kleding (kledinglijn).

Als deze afspraken door mij bekrachtigd zijn in een overeenkomst, gaan wij verder kijken welke private labels/produkten passen in onze webwinkel.

Dan komen wij wellicht bij jullie terug; vooralsnog is het te vroeg.

Ik wil nog wel even opmerken dat jullie in ons kennismakingsgesprek duidelijk hebben aangegeven niets te zullen doen met de merknaam Roy Donders. Dat kan ook niet, ook al heb je deze naam aangemeld bij het Benelux Merkenbureau.”

3.1.13.

De advocaat van JanssenConcepts heeft bij brief van 2 oktober 2014 Jumbo Groep gesommeerd de verkoop van het juichpak en ieder gebruik van de merken Roy Donders of daarmee overeenstemmende tekens te staken en gestaakt te houden.

3.1.14.

De advocaat van [eiser] heeft hierop bij brief van 30 oktober 2014 gereageerd en JanssenConcepts gesommeerd ieder gebruik van het merk en de persoonsnaam [eiser] te staken, de merken aan [eiser] over te dragen en een voorschot op schadevergoeding en juridische kosten te betalen.

3.1.15.

JanssenConcepts heeft geweigerd aan de sommatie van [eiser] te voldoen.

3.2.

[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat de depots van JanssenConcepts nietig zijn op grond van artikel 2.4 sub f onder 1 BVIE juncto artikel 2.28 sub f BVIE en op grond van artikel 6 septies van het Unieverdrag van Parijs en artikel 2.4 sub f onder 2 BVIE. [eiser] stelt verder dat Janssen c.s. onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld, althans dat de dreiging daartoe bestaat. Tenslotte beroept [eiser] zich op artikel 2.26 lid 2 sub c BVIE.

[eiser] stelt dat hij als gevolg van de handelwijze van Janssen c.s. schade heeft geleden.

3.3.

Ter onderbouwing van zijn stelling dat de depots te kwader trouw zijn verricht, stelt [eiser] dat hij het teken ROY DONDERS voorafgaand aan het eerste depot van JanssenConcepts reeds als merk voor zijn huispakken en als dienstmerk voor zijn kledingparty’s gebruikte. Vanaf het eerste seizoen van ‘Roy Donders: Stylist van het Zuiden’ is de verkoop van zijn huispak een terugkerend thema in het televisieprogramma geweest. Hierdoor zijn de aanduidingen ‘Roy Donders’ en ‘Roy Donders original’ als onderscheidingsteken en dus als merk gebruikt voor de kleding van [eiser] (als warenmerk) en voor de kledingparty’s (als dienstmerk). De tekens hebben mede door de centrale plek in het televisieprogramma een groot onderscheidend vermogen voor de kleding van [eiser] verworven, veel meer dan het fantasiemerk ROJAMI’S. Het publiek percipieert het teken ROY DONDERS als merk en het teken fungeert dus bij uitstek als herkomstaanduiding. Het enthousiaste publiek wil niet zo maar een huispak, het wil een Roy Donders huispak.

Gezien de aangevangen verkoop van de kleding, de tientallen kledingparty’s en de diverse onderhandelingen met derden over allerlei Roy Donders-producten, is sprake van een reële exploitatie van het merk, althans van een concreet voornemen daartoe.

[eiser] stelt dat JanssenConcepts wetenschap had van het voorgebruik van het teken ROY DONDERS door [eiser] zelf. Janssen heeft [eiser] benaderd met een voorstel om nu juist de activiteiten die [eiser] ontplooid had verder te begeleiden als communicatieadviseur. Uit de correspondentie tussen partijen en de door Janssen gegeven presentatie blijkt onmiskenbaar dat Janssen van het merkgebruik door [eiser] op de hoogte was. JanssenConcepts heeft niet voor niets het teken ROY DONDERS al in december 2013 gedeponeerd, kort ná het eerste succesvolle seizoen van zijn TV-programma. Voor zover dat niet het geval is had JanssenConcepts als communicatieadviseur van genoemd gebruik behoren te weten, aldus [eiser].

3.4.

[eiser] stelt verder dat de merkverkrijging van JanssenConcepts ook wel wordt aangeduid als een ongeautoriseerd agentendepot zodat [eiser] ook een beroep toekomt op artikel 2.4 sub f onder 2 BVIE en 6 septies UvP.

3.5.

[eiser] stelt dat de gedragingen van JanssenConcepts mede te kwalificeren zijn als onrechtmatige daad. JanssenConcepts heeft de merken gedeponeerd met het doel zichzelf te bevoordelen, en als gevolg daarvan [eiser] te benadelen. Ook de sommatie die ertoe strekt [eiser] te verbieden zijn eigen naam voor zijn producten te gebruiken, dient als onrechtmatig te worden beschouwd. Ook het “wapperen” met de merkrechten richting Jumbo Groep is op deze gronden onrechtmatig, aldus [eiser].

3.6.

[eiser] stelt dat in samenhang met het vorenstaande in ogenschouw dient te worden genomen dat indien JanssenConcepts de merken voor zichzelf zou gaan gebruiken, er sprake zou zijn van misleiding van het publiek als bedoeld in artikel 2.26 lid 2 sub c BVIE. Tevens is het gebruik van JanssenConcepts te kwalificeren als misleidende reclame op de voet van artikel 6:194 sub b en sub i BW en is het gebruik in strijd met artikel 6:193c onder f BW.

3.7.

Janssen c.s. betwist dat sprake is van depots te kwader trouw. Janssen c.s. betwist dat [eiser] het merk ROY DONDERS eerder heeft gebruikt als merk ter onderscheiding van de waren en diensten waarvoor JanssenConcepts de merken heeft geregistreerd.

Janssen c.s. betwist dat JanssenConcepts wist of behoorde te weten dat [eiser] ROY DONDERS als (dienst)merk gebruikte.

Janssen c.s. stelt dat het deponeren van het merk ROY DONDERS niet te kwader trouw is verricht omdat er bij het eerste depot geen intentie was om [eiser] te benadelen. De merken zijn in eerste instantie juist geregistreerd voor gebruik door [eiser] zelf in samenwerking met JanssenConcepts. Toen bleek dat [eiser] geen interesse had in de merken heeft JanssenConcepts besloten de merken in stand te houden en zelf te gaan gebruiken.

3.8.

Janssen c.s. betwist dat artikel 6septies UvP van toepassing is omdat [eiser] niet is aan te merken als een merkhouder en JanssenConcepts geen agent is.

3.9.

Janssen c.s. betwist dat JanssenConcepts onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. Bij het depot is geen sprake geweest van een intentie om [eiser] te benadelen. Van ongeoorloofde concurrentie is geen sprake. JanssenConcepts heeft een samenwerking met [eiser] voorgesteld, hetgeen [eiser] nadrukkelijk heeft afgewezen.

De enkele sommatie van JanssenConcepts aan [eiser] is niet onrechtmatig. Bovendien heeft JanssenConcepts [eiser] niet gesommeerd om het gebruik van zijn eigen naam te staken.

Het “wapperen” met de merkrechten richting de Jumbo Groep is evenmin onrechtmatig.

3.10.

Janssen c.s. voert aan dat artikel 2.26 lid 2 sub c BVIE niet van toepassing is omdat [eiser] geen verval van het merkrecht heeft ingeroepen. Bovendien is ook inhoudelijk niet aan de vereisten van voornoemd artikel voldaan. Evenmin is sprake van misleidende reclame en oneerlijke handelspraktijken.

3.11.

Janssen c.s. betwist verder dat [eiser] schade heeft geleden.

Janssen c.s. voert aan dat [eiser] niet kan worden ontvangen in zijn vorderingen tegen Janssen.nl omdat de depots door JanssenConcepts zijn verricht en zij de enige partij is die de merken in het handelsverkeer zou kunnen gaan gebruiken.

3.12.

[eiser] heeft zijn vorderingen mede gebaseerd op het merkenrecht zoals neergelegd in het BVIE. Dit brengt mee dat de rechtbank moet voldoen aan het voorschrift van artikel 4.6 lid 3 BVIE, waarin is bepaald dat de rechter zijn bevoegdheid uitdrukkelijk moet vaststellen. Deze rechtbank is in deze zaak bevoegd omdat JanssenConcepts en Janssen in het arrondissement Zeeland-West-Brabant zijn gevestigd.

3.13.

De rechtbank zal eerst beoordelen of JanssenConcepts de merken ROY DONDERS ex artikel 2.4 sub f BVIE te kwader trouw heeft gedeponeerd.

3.14.

Artikel 2.4 sub f BVIE maakt het mogelijk een ingeschreven merk nietig te laten verklaren, wanneer het te kwader trouw is gedeponeerd. Bij de beoordeling of een depot te kwader trouw is, moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. De rechtbank acht in het onderhavige geval de volgende omstandigheden van belang.

3.15.

Tussen partijen is niet in geschil dat de gedeponeerde merken en het teken ROY DONDERS beide voor dezelfde waar/dienst worden gebruikt.

3.16.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt op grond van de door [eiser] overgelegde producties dat [eiser] het merk ROY DONDERS voor 19 december 2013 als dienstmerk gebruikte voor kledingparty’s.

Als productie 12 heeft [eiser] een e-mail van 5 december 2013 van Aangenaam Evenementen aan de manager van [eiser] overgelegd met een boekingsaanvraag voor een “Roy Donders Kledingparty”.

[eiser] heeft als productie 41 een artikel uit Glamorama van 1 december 2013 overgelegd met de titel “Roy Donders Huispakkenparty: de foto’s”, waarin verslag wordt gedaan van een kledingparty.

Als productie 43 heeft [eiser] een evenement-pagina op Facebook van Café Binnen te Oosterhout overgelegd van het op 10 november 2013 plaatsgevonden “Roy Donders “De stylist van het zuiden” Kledingparty en optreden!”

Voorts heeft [eiser] als productie 37 een verklaring van mevrouw [naam X] van Pieters Produceert te Almere overgelegd waarin [naam X] heeft verklaard dat zij [eiser] en zijn familie met de camera sinds eind 2012 volgt en dat zij herhaaldelijk opnames heeft gemaakt tijdens “Roy Donders kledingparty’s”. [naam X] heeft verklaard dat [eiser] in die periode heel veel kledingparty’s gaf en allemaal onder de naam Roy [eiser]. Hij verscheen volgens [naam X] ook onder die naam op flyers die door de organisatoren van de party’s werden verspreid ter promotie van de party’s.

De juistheid van deze verklaring is door Janssen c.s. niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist.

Op grond hiervan staat in voldoende mate vast dat [eiser] voor 19 december 2013 Roy [eiser] als dienstmerk reeds gebruikte voor kledingparty’s.

3.17.

Verder staat vast dat het merk ROY DONDERS de eigen naam van [eiser] is en dat op 19 december 2013, toen het merk ROY DONDERS door JanssenConcepts werd gedeponeerd, [eiser] reeds een bekende Nederlander was. Vanaf de eerste aflevering op 28 oktober 2013 van het televisieprogramma ‘Roy Donders: Stylist van het Zuiden’ is de verkoop van het huispak van [eiser] een terugkerend thema in het televisieprogramma geweest.

3.18.

Op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het depot van 19 december 2013, en daarmee ook het depot van 9 mei 2014, te kwader trouw is geschied. Daartoe geldt nog het volgende. Toen M. Janssen - zoals door Janssen c.s. gesteld - door het succes van de televisieserie de potentie zag in het registreren van het merk ROY DONDERS, had hij naar het oordeel van de rechtbank op grond van zijn professie (directeur van een marketingbureau) kunnen en dienen te onderzoeken of het merk al door [eiser] werd gebruikt. Gelet op de hiervoor vermelde producties blijkt dat er op internet genoeg aanwijzingen waren dat het merk reeds door [eiser] werd gebruikt als dienstmerk.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat JanssenConcepts - als zij al geen wetenschap gehad zou hebben van het voorgebruik door [eiser] - in elk geval daarvan behoorde te weten.

De stelling van Janssen c.s. dat bij het eerste depot er geen intentie was om [eiser] te benadelen, wordt gepasseerd. Indien JanssenConcepts de merken enkel zou hebben geregistreerd voor gebruik door [eiser] zelf in samenwerking met JanssenConcepts, zou JanssenConcepts de merken niet voor zichzelf in stand hebben gehouden toen bleek dat [eiser] geen interesse had in een samenwerking met JanssenConcepts. De stelling van JanssenConcepts dat [eiser] zelf geen interesse had in de merken ROY DONDERS is door Janssen c.s. niet feitelijk onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan. Uit de e-mail van de manager van [eiser] van 29 augustus 2014 blijkt slechts dat [eiser] geen interesse had in een samenwerking met Janssen. Dit wordt ondersteund door de vaststelling dat JanssenConcepts zelf het merk ROY DONDERS nog niet heeft gebruikt en dat er ook geen concrete plannen bestaan om het merk te gaan gebruiken. Janssen heeft daarentegen wel het merkdepot gebruikt om het gebruik door [eiser] van het merk ROY DONDERS te beletten door kort gezegd Jumbo te sommeren de verkoop van het juichpak met het merk ROY DONDERS te staken.

De conclusie van het vorenstaande is dat JanssenConcepts te kwader trouw handelde toen zij het merk ROY DONDERS deponeerde.

3.19.

Overigens is de rechtbank tevens van oordeel dat de in r.o. 3.18. genoemde feiten en omstandigheden eveneens de conclusie rechtvaardigen dat JanssenConcepts onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door de naam Roy Donders als merk te deponeren.

3.20.

Uit het vorenstaande volgt dat de sub I. gevorderde verklaring voor recht dat JanssenConcepts de merken ROY DONDERS te kwader trouw heeft gedeponeerd zal worden toegewezen.

3.21.

De daarnaast gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure om de omvang van de schade vast te stellen die [eiser] heeft geleden als gevolg van de depots te kwader trouw, is eveneens toewijsbaar. Voor verwijzing naar de schadestaatprocedure is voldoende dat de mogelijkheid van schade aanwezig is. Nu JanssenConcepts bij brief van 2 oktober 2014 Jumbo Groep heeft gesommeerd de verkoop van het juichpak en ieder gebruik van haar merken ROY DONDERS of daarmee overeenstemmende tekens te staken en gestaakt te houden, is de mogelijkheid van door [eiser] geleden schade voldoende aannemelijk.

Of daadwerkelijk schade is geleden zal in de schadestaatprocedure moeten worden beoordeeld.

3.22.

De sub II. gevorderde overdracht van de merken zal worden afgewezen. Gesteld noch gebleken is welk belang [eiser] bij overdracht van de merken heeft nu hij het merk alsnog zelf kan en ook reeds had kunnen registreren.

Dit betekent dat op de voorwaardelijk ingestelde vordering sub VI. niet behoeft te worden beslist.

3.23.

De sub III. gevorderde doorhaling van de merken is toewijsbaar.

3.24.

Het sub IV. gevorderde bevel dat Janssen c.s. ieder gebruik van het teken “ROY DONDERS”, of daarmee overeenstemmend teken, dient te staken en gestaakt te houden zal worden afgewezen. [eiser] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan blijkt dat Janssen c.s. het teken Roy Donders heeft gebruikt of dreigt te gebruiken ter onderscheiding van waren of diensten.

3.25.

Het sub V. gevorderde voorschot van € 10.000,00 op de geleden schade wordt eveneens afgewezen. [eiser] heeft geen enkele onderbouwing gegeven van de door hem gestelde geleden schade, zodat het niet mogelijk is een voorschot te begroten.

3.26.

Uit het vorenstaande volgt dat alle vorderingen tegen Janssen zullen worden afgewezen.

3.27.

JanssenConcepts zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [eiser] worden veroordeeld. [eiser] heeft vergoeding van zijn proceskosten met toepassing van artikel 1019h Rv gevorderd. Hij begroot deze kosten op € 16.207,02.

JanssenConcepts heeft aangevoerd dat de volledige proceskosten conform artikel 1019h Rv op grond van het Bericap-arrest (HvJEU 15 november 2012 (Bericap/Plastinnova, C- 180/11) niet kunnen worden toegewezen omdat de vorderingen van [eiser] moeten worden gekenmerkt als een zuivere nietigheidsactie.

Volgens [eiser] is een volledige proceskostenveroordeling wel mogelijk nu de handhavingsrichtlijn van toepassing is op nietigheidsprocedures als die samenhangen met concrete (dreigende) inbreukacties, zoals in de onderhavige zaak het geval is, en hij verwijst daarbij naar de uitspraak van het Hof Den Haag van 26 februari 2013 (Danisco/Novozymes) CLI:NL:GHDHA:2013:BZ1902.

Nu enkel vorderingen van [eiser] met betrekking tot de nietigheid van de door JanssenConcepts gedeponeerde merken worden toegewezen, de vordering betreffende de door [eiser] gestelde (dreigende) inbreuk wordt afgewezen en er geen sprake is van een handhavingsactie door JanssenConcepts richting [eiser], is er geen grond artikel 1019h Rv toe te passen. De nietigheidsactie is niet aan te merken als handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten.

De kosten zullen dan ook met toepassing van het liquidatietarief worden begroot op:

- dagvaarding € 104,70

- griffierecht € 868,00

- salaris advocaat € 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.876,70

3.28.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van Janssen worden veroordeeld. Nu niet is gebleken dat Janssen afzonderlijk van JanssenConcepts kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen, zullen deze kosten op nihil worden gesteld.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

wijst de vorderingen tegen Janssen af,

4.2.

verklaart voor recht dat JanssenConcepts het Benelux woordmerk ROY DONDERS met nummer 1281140 voor klassen 14, 18 en 25 en het Benelux woordmerk ROY DONDERS met nummer 1289279 voor klassen 3, 9, 16, 35 en 41 te kwader trouw heeft gedeponeerd, en bepaalt dat JanssenConcepts gehouden is de hieruit voortvloeiende schade te vergoeden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

4.3.

beveelt de doorhaling van het Benelux woordmerk ROY DONDERS met nummer 1281140 voor klassen 14, 18 en 25 en het Benelux woordmerk ROY DONDERS met nummer 1289279 voor klassen 3, 9, 16, 35 en 41 in het register van het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom,

4.4.

veroordeelt JanssenConcepts in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.876,70,

4.5.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Janssen tot op heden begroot op nihil,

4.6.

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.3. en 4.4. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,

4.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Geloven en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2015.