Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:3493

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13-05-2015
Datum publicatie
29-05-2015
Zaaknummer
C/02/297035 / KG ZA 15-173
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Gevraagd wordt een veiligheidscertificaat of gelijkwaardig. De aanbestedende dienst moet volledig toetsen of de inschrijvende gegadigde in zijn bedrijfsvoering gelijkwaardige maatregelen heeft getroffen. Vervolg op ECLI:NL:RBZWB:2015:2952.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2015/130
Module Aanbesteding 2015/149
JAAN 2015/159 met annotatie van mr. T. van Doorn
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht

Breda

zaaknummer / rolnummer: C/02/297035 / KG ZA 15-173

Vonnis in kort geding van 13 mei 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AANNEMERSBEDRIJF VAN WIJLEN B.V.,

gevestigd te Sprang-Capelle, gemeente Waalwijk,

eiseres,

advocaat mr. L. Knoups te Den Haag,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE DRIMMELEN,

zetelend te Made, gemeente Drimmelen,

gedaagde,

advocaten mr. T.A. Schäfers en mr. K.H.M. van der Woerdt te Brussel (België),

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VERSCHOOR GROEN & RECREATIE B.V.,

gevestigd te Almkerk, gemeente Woudrichem,

tussenkomende partij,

advocaat: mr. L.J.W. Sueters te ‘s-Hertogenbosch.

Partijen blijven hierna ‘Van Wijlen’, ‘de gemeente’ en ‘Verschoor’ genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 30 april 2015, waarbij een voortgezette behandeling ter zitting is gelast en aan de gemeente stukken zijn gevraagd;

  • -

    de producties 2 tot en met 12 van de gemeente;

  • -

    de productie 1 van Verschoor;

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 12 mei 2015;

  • -

    de pleitaantekeningen van de gemeente;

  • -

    de pleitaantekeningen van Van Wijlen;

  • -

    de pleitaantekeningen van Verschoor.

1.2.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Ter beoordeling staat nog de vraag of, kort gezegd, de gemeente, aan de hand van de ‘Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers 1 ster’ (VCA*-checklist) en op basis van de door Verschoor overgelegde verificatiestukken, heeft kunnen vaststellen dat Verschoor op 2 maart 2015 qua veiligheidszorgsysteem aan VCA* gelijkwaardige maatregelen heeft genomen. Met het oog daarop heeft de voorzieningenrechter de gemeente verzocht om de navolgende stukken in het geding te brengen:

- een kopie van de VCA*-checklist zoals die luidde op de datum van inschrijving (2 maart 2015);

- een volledige inventarislijst van alle door Verschoor overgelegde bewijzen, voorzien van een duidelijke specificatie van elk bewijsstuk plus de exacte datum van elk bewijsstuk;

- een kopie van alle overgelegde documenten die afkomstig zijn van de VCA-certificerende instelling (oude certificaten, verklaringen, mededelingen over audits enz.).

De gemeente heeft aan dit verzoek voldaan.

2.2.

De voorzieningenrechter is het met de gemeente en Verschoor eens dat uit het bepaalde in hoofdstuk 7 en met name uit de certificatienorm in paragraaf 7.4 van de VCA*- checklist blijkt dat de door Verschoor overgelegde stukken enkel moeten worden getoetst aan de zogenaamde VCA*-mustvragen. Uit de certificatienorm blijkt niet dat er tevens audits in het betreffende bedrijf moeten plaatsvinden. In haar productie 10 heeft de gemeente alle VCA*-mustvragen op een rij gezet. Van Wijlen betwist niet dat dit de juiste vragen zijn. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet de gemeente volledig toetsen of de door Verschoor overgelegde bescheiden voldoen aan de VCA*-mustvragen.

2.3.

Van Wijlen voert aan dat de gemeente niet in staat is om die toets uit te voeren. De voorzieningenrechter stelt echter voorop dat de regeling van artikel 2.96 lid 2 Aw meebrengt dat de gelijkwaardigheidstoets door de aanbestedende dienst wordt uitgevoerd. Waar er in het bestek wordt gevraagd om een ‘VCA*-certificaat of gelijkwaardig’, gaat het om de vraag of het veiligheidszorgsysteem van het bedrijf van de inschrijvende gegadigde voorziet in maatregelen die gericht zijn op de directe beheersing van veiligheid, gezondheid en milieu tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden op de werkvloer. Diepgaande technische kennis lijkt niet vereist te zijn om deze vraag te kunnen beantwoorden. De gemeente voert aan dat zij bij het uitvoeren van de gelijkwaardigheidstoets gebruik heeft gemaakt van de kennis van het Inkoopbureau West-Brabant, dat haar bij deze aanbesteding begeleidt en ervaring heeft met het uitvoeren van gelijkwaardigheidstoetsen zoals de onderhavige. Deze stelling komt de voorzieningenrechter steekhoudend voor. Derhalve is niet gebleken dat het voor de gemeente onmogelijk is om de toets aan de VCA*-checklist zelf uit te voeren.

2.4.

Door Verschoor is overgelegd: een bedrijfshandboek, een VCA-handboek en de nog geldige VCA-diploma’s van diverse medewerkers. Het VCA-handboek dateert van maart 2015. Van Wijlen voert aan dat dit VCA-handboek waarschijnlijk van een latere datum is dan 2 maart 2015 en daarom niet mag dienen als onderbouwing van het standpunt dat het bedrijf van Verschoor op 2 maart 2015 aan VCA*-gelijkwaardige maatregelen had getroffen. Verschoor voert aan dat zij het VCA-handboek ten behoeve van de verstrekking aan de gemeente, naast een inhoudsopgave, een nieuw voorblad heeft gegeven met de aanduiding 'maart 2015’ om aan te geven dat dit handboek de meest recente en actuele beschrijving van de veiligheidszorgmaatregelen in haar bedrijf bevat. Deze uitleg komt de voorzieningenrechter niet onaannemelijk voor en brengt mee dat het VCA-handboek een beschrijving van de op 2 maart 2015 geldende bedrijfsprocessen bevat. Daar komt bij dat het niet erg waarschijnlijk is dat Verschoor het handboek inhoudelijk zou hebben gewijzigd in de korte periode van twee dagen die zij had tussen het opvragen van de stukken door de gemeente en de uiterste inzendtermijn van die stukken. Om die redenen mag het handboek dienen als bewijs van de geldende veiligheidsmaatregelen per 2 maart 2015.

2.5.

Van Wijlen betwist op zichzelf niet dat uit de door Verschoor aan de gemeente verstrekte stukken blijkt dat de beschreven veiligheidszorgprocessen voldoen aan de eisen van de VCA*-mustvragen. Uit de overgelegde handboeken en veiligheidsdiploma’s volgt dat Verschoor in staat is te werken aan de hand van erkende veiligheidszorgprocessen. Van Wijlen werpt de vraag op of bij Verschoor in de praktijk ook daadwerkelijk aan de hand van die processen wordt gewerkt. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had deze vraag evenzeer kunnen worden gesteld indien Verschoor een geldig VCA*-certificaat had gehad, zodat aan deze vraag voorbij zal worden gegaan.

2.6.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden dat de gemeente, de bescheiden van Verschoor volledig toetsend aan de VCA*-mustvragen, tot de conclusie heeft kunnen komen dat Verschoor op 2 maart 2015 in haar bedrijfsvoering aan het VCA*-certificaat gelijkwaardige maatregelen had getroffen. Niet is gebleken dat de inschrijving van Verschoor moet worden uitgesloten wegens het niet voldoen aan de eis ‘VCA*-certificaat of gelijkwaardig’.

2.7.

De gemeente schrijft in haar pleitnota dat zij, om zeker te zijn dat Verschoor ook in de toekomst VCA*-gelijkwaardig zou zijn, een extra verklaring van Verschoor heeft gevraagd. Van Wijlen merkt daarover op dat dit in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de gemeente buiten de grenzen van het bestek getreden, aangezien het bestek uitsluitend een ‘VCA*-certificaat of gelijkwaardig’ eist op het moment van inschrijving en niet gedurende looptijd van het onderhoudscontract. Door een extra verklaring van Verschoor te vragen heeft de gemeente enkel Verschoor benadeeld. Het is geen reden om op vordering van een andere inschrijver de aanbesteding ongeldig te verklaren.

2.8.

Gelet op voorgaande overwegingen zullen de vorderingen van Van Wijlen worden afgewezen.

2.9.

Nu de vorderingen van Van Wijlen worden afgewezen, zoals Verschoor primair heeft gevorderd, behoeft de subsidiaire vordering van Verschoor geen bespreking.

3 De kostenveroordeling

3.1.

Als de in het ongelijk te stellen partij zal Van Wijlen worden veroordeeld in de proceskosten van de gemeente en van Verschoor, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis. De kosten aan de zijde van zowel de gemeente als Verschoor worden begroot op € 2.245,-, bestaande uit € 613,- aan griffierecht en, gelet op het feit dat partijen tweemaal ter zitting zijn verschenen, tweemaal het bedrag van € 816,- aan salaris advocaat.

3.2.

De gemeente en Verschoor maken daarnaast aanspraak op nakosten. Die zullen worden begroot en toegewezen zoals uit het dictum zal blijken.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

4.1.

weigert de gevorderde voorzieningen;

4.2.

veroordeelt Van Wijlen in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 2.245,00 en aan de zijde van Verschoor eveneens op € 2.245,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis;

4.3.

veroordeelt Van Wijlen in de na dit vonnis aan de zijde van de gemeente en/of Verschoor ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, indien Van Wijlen niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met € 68,00 aan salaris advocaat en explootkosten van betekening van de uitspraak, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na betekening van het vonnis;

4.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Römers, in aanwezigheid van mr. de Baar, en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2015 en op schrift gesteld op 27 mei 2015.