Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:2817

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
01-05-2015
Datum publicatie
01-05-2015
Zaaknummer
02/800509-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt voor het medeplegen overval op juwelier aan de Haagdijk te Breda, poging doodslag op agenten, meermalen gepleegd, bedreiging van een agent en het voorhanden hebben van een vuurwapen veroordeeld tot gevangenisstraf van 13 jaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800509-14

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 mei 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

wonende te [woonplaats], [adres 1],

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rijnmond, HvB De IJssel te Krimpen a/d IJssel,

raadsvrouw mr. C.D.W. Herrings, advocaat te Tilburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 april 2015, waarbij de officier van justitie, mr. Gudde, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Breda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (juweliers)winkel/(juweliers)zaak (gelegen aan de [adres 2]) heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid (gouden) sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1] en/of die [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), terwijl hij/zij (een) bivakmuts(en) op had(den) en/of handschoen(en) aan had(den),

- de deur van de winkel/zaak heeft ingetrapt/ingeramd/ingeslagen (met een zgn. bonkie/breekijzer) en/of

- een zgn. bonkie/breekijzer, zichtbaar voor die [benadeelde partij 1] en/of die [benadeelde partij 2] en/of die [benadeelde partij 3], in (een) zijner/hunner handen gehouden en/of

- alle/een aantal vitrines kapot heeft/hebben geslagen en/of gestoten en/of

- meermalen, althans eenmaal, (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) op (het/de hoofd(en) en/of de buik(en), althans het/de licha(a)m(en) van) die [benadeelde partij 1] en/of die [benadeelde partij 2] en/of die [benadeelde partij 3] heeft/hebben gericht en/of heeft/hebben gericht gehouden en/of

- die [benadeelde partij 1] en/of die [benadeelde partij 2] en/of die [benadeelde partij 3], meermalen, althans eenmaal, -zakelijk weergegeven- de woorden heeft toegevoegd: "waar is de kluis" en/of "dat die [benadeelde partij 1] zijn dochter(s) naar achter moest brengen, omdat er anders doden zouden vallen" en/of "dat ze naar achter moesten gaan" en/of "Deze pistool is geladen en wollah ik ga schieten als jullie niet gaan luisteren wollah", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (Citroen Berlingo, [kenteken]) , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- de deur(en) van die auto heeft/hebben open getrokken/gemaakt en/of

- die [benadeelde partij 4] (met kracht) (met een hard voorwerp) tegen zijn gezicht/hoofd heeft geslagen/gestompt/ gestoten en/of

- die [benadeelde partij 4] uit die auto heeft/hebben getrokken en/of

- ( een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), zichtbaar voor die [benadeelde partij 4] in zijn/hun hand(en) gehouden;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 30 mei 2014 te Hank en/of te Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde partij 5] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

-meermalen, althans eenmaal op de snelweg/openbare weg (vanuit een rijdende auto) (een) schot/schoten heeft gelost naar/in de richting van die [benadeelde partij 5],

en/of

-meermalen, althans eenmaal, een of meer (zware, grote) goed(eren) (vanuit een rijdende auto) op de snelweg heeft gegooid (terwijl die [benadeelde partij 5] achter de rijdende auto op een motor reed), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 30 mei 2014 te Hank en/of Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [benadeelde partij 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- meermalen, althans eenmaal, vanuit een (rijdende) auto op de snelweg/openbare weg een schot/schoten heeft gelost naar/in de richting van die [benadeelde partij 5], terwijl die [benadeelde partij 5] op de moter (achter de auto) reed en/of

- ( een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapens gelijkend(e) voorwerp(en), zichtbaar voor die [benadeelde partij 5], in zijn/hun hand(en) gehouden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 30 mei 2014 te Hank en/of te Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

-meermalen, althans eenmaal op de snelweg/openbare weg (vanuit een rijdende auto) (een) schot/schoten heeft gelost naar/in de richting van die [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 30 mei 2014 te Hank en/of Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- meermalen, althans eenmaal, vanuit een (rijdende) auto op de snelweg/openbare weg een schot/schoten heeft gelost naar/in de richting van die [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7] en/of

- ( een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapens gelijkend(e) voorwerp(en), zichtbaar voor die [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7], in zijn/hun hand(en) gehouden;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Breda en/of te Hank en/of te Meerkerk, en/of te Nieuwland, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, te weten een (semi automatisch) pistool (FEG ARMS, kal. 9 mm) en/of munitie van categorie III, te weten negen, althans een aantal, (volmantel)patronen (Sellier & Bellot, 9 mm), voorhanden heeft/hebben gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij onder meer op de aangiftes, de getuigenverklaringen, de processen-verbaal van bevindingen, de diverse camerabeelden en porto gesprekken en de forensische onderzoeken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van de feiten 1, 2 en 5 aan het oordeel van de rechtbank.

Feit 3 en 4

De verdediging voert aan dat uit het forensisch onderzoek niet kan worden afgeleid dat er geschoten is. Er zijn geen hulzen gevonden en er zijn geen schotresten op aangetroffen op het bijrijdersportier van de Volkswagen Golf. Ook zijn er verschillen in de diverse waarnemingen, nu de getuigen wél kruit hebben geroken en de verbalisanten niet. De getuigen hebben elkaar mogelijk ook beïnvloed, nu zij samen in de auto hebben gezeten. De vermeende schutter droeg bovendien witte handschoenen. Bij verdachte zijn geen handschoenen aangetroffen. Wel zijn er schotresten op de mouw van verdachte aangetroffen. Dit zijn er echter zo weinig, dat niet uit te sluiten valt dat deze middels contaminatie op de jas van verdachte terecht zijn gekomen. Verdachte woont immers in een vuurwapengevaarlijke buurt in Amsterdam. De op de mouwen van verdachte aangetroffen schotresten kunnen ook niet in verband worden gebracht met een specifiek schietproces. Tot slot merkt de raadsvrouw op dat verdachte niet de bestuurder, noch de bijrijder van de beide vluchtauto’s is geweest. Op de rotonde te Meerkerk heeft verdachte dan ook niet op de verbalisant geschoten.

Het enkele feit dat verdachte in een auto heeft gezeten van waaruit op agenten wordt geschoten levert, naar de mening van de verdediging, niet de voor medeplegen noodzakelijk nauwe en bewuste samenwerking op. Verdachte ging er van uit dat het wapen gedumpt zou zijn na de overval en kon zich, op het moment dat hij zag dat dit niet het geval was, niet meer van de situatie distantiëren. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken voor deze feiten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

Overval, vlucht scooter en overstap auto

Op 30 mei 2014, omstreeks 13:40 uur was aangeefster [benadeelde partij 3] samen met haar ouders en haar zusje in de juwelierswinkel van haar ouders, genaamd [naam winkel], aan de [adres 2] te Breda. Zij zag twee mannen naar de voordeur van de winkel rennen. Een van hen trapte de deur in. Vlak nadat hij binnen kwam zag aangeefster dat hij een pistool vast had en hoorde ze dat hij zei dat ze naar achteren moesten gaan en de kleine mee moesten nemen. Hij zei: “deze pistool is geladen en wollah ik ga schieten als jullie niet gaan luisteren wollah”. Hij richtte het pistool op hen allemaal, maar voornamelijk op haar vader. Twee anderen vernielden de vitrines om de spullen er uit te halen. Een van deze twee anderen vroeg nog naar de kluis1. Aangeefster [benadeelde partij 2] vult hierop aan dat de man die als eerste bij de deur was eerst een groot dik breekijzer in zijn handen had, een die de politie gebruikt als ze ergens binnenvallen. Eenmaal binnen had deze man een pistool in zijn handen.2 Aangever [benadeelde partij 1] verklaart dat er, na een harde klap, drie mannen met bivakmutsen in zijn winkel stonden. Een van hen richtte een vuurwapen op zijn buik en hoofd en richtte het vuurwapen ook op zijn vrouw en op zijn dochters. Hij riep: “Als jullie niet naar achteren gaan dan schiet ik, ik ga echt schieten.” en “blijf achteraan, als je naar voren komt zal ik schieten”. De mannen hebben 90% van al zijn sieraden meegenomen in zwarte sporttassen met goud/gele strepen. De mannen droegen handschoenen.3 Veel vitrines zijn vernield en overal lagen sieraden.4

Getuige [getuige 1] hoorde van zijn zusje dat er een overval gaande was en heeft uit het raam van zijn kamer gefilmd. Op deze beelden is onder andere te zien dat een scooter voor de deur van de juwelierszaak staat en dat een arm met een pistool naar buiten komt. Er wordt een plateau met sieraden in een tas gedaan. Drie daders op een scooter vertrekken in de richting van de [adres 3]. Alle drie de verdachten dragen op dat moment een sporttas met een lichtgekleurde rand om de schouderband. De laatste verdachte draagt in zijn linkerhand een vuurwapen en in zijn rechterhand een stormram.5

Getuige [getuige 2] heeft gezien dat er drie mannen uit de juwelier kwamen, op een scooter stapten en wegreden de [adres 3] op. Daar namen ze direct de eerste weg rechtsaf.6 Getuige [getuige 3] zag dat er een zwarte auto geparkeerd stond op de parkeerplaats achter haar woning aan de [adres 5] in Breda. Er zat een persoon achter het stuur en de auto stond zo dat hij direct weg kon rijden. Er kwamen drie Marokkaanse mannen aangerend uit de richting van het poortje.7 Getuige [getuige 4] hoorde om 13:45 uur twee harde klappen en keek in de brandgang bij zijn woning aan de [adres 4] in Breda. In de brandgang lag een grote hoeveelheid sieraden op de grond. Hij zag een Marokkaanse man instappen in een zwarte Volkswagen Golf (model 5), met kenteken [kenteken 2]8 Getuige [getuige 5] merkt hierbij op dat de Golf al twee keer eerder door de straat is gereden met 4 Marokkaanse mannen er in en dat de bestuurder witte handschoenen aan had.9

De zwarte scooter is aangetroffen achter de [adres 5]10, met nog een sieraad op de rechter trede11. In de omgeving van de scooter en de plaats waar de Golf geparkeerd heeft gestaan, liggen veel losse sieraden.12

De (hierna vermelde) in Meerkerk aangetroffen Volkswagen Golf is onderzocht, waarbij is vastgesteld dat er zich een groot aantal sieraden in de auto bevond. Deze sieraden lagen zowel los in de kofferbak als in een drietal sporttassen.13 Deze sporttassen waren allemaal voorzien van gouden, dan wel gele randen aan de draagbanden.14 Aangeefster [benadeelde partij 2] herkent de sieraden die los in de kofferbak en in de tassen zijn aangetroffen als haar eigendom.15

Vlucht VW Golf via Hank / Nieuwkerk

Verbalisant [naam verbalisant 1] hoorde in zijn dienstvoertuig via de meldkamer dat een zwarte VW Golf met kenteken [kenteken 2]gebruikt werd bij de vlucht na een overval. Verbalisant had zojuist de afrit Breda-West genomen op de A58 en zag vanaf de Ettensebaan een zwarte Golf met kenteken [kenteken 2] rijden. Er zaten in ieder geval 2 lichtgetinte mannen voorin, die de verbalisant nakeken. Zij reden op de A58, richting Breda-Noord/Rotterdam.16 Verbalisant [benadeelde partij 5] heeft zich daarop opgesteld ter hoogte van knooppunt Hooipolder, voor het geval dat de verdachten er voor zouden kiezen via de A59 naar de A27 te gaan.17 Hij zag na enkele minuten een zwarte VW Golf aan komen rijden op de A59, kenteken [kenteken 2]De Golf draaide de A27 op, waarop de verbalisant er achter aan is gegaan. De Golf reed eerst uiterst links en verschoof naar de vluchtstrook, waarbij de snelheid opliep tot boven de 200 km per uur. Op dat moment stak er een hand met een witte handschoen uit het raam aan de bijrijderszijde en werd er een pistool op verbalisant gericht. Hij zag het wapen naar achteren slaan, wat hij herkende als de terugslag van een wapen nadat het wordt afgevuurd. Hij zag deze terugslag meerdere malen.18 Getuige [getuige 6], vroeger sergeant bij defensie, en destijds bevoegd om wapeninstructies te geven, reed op dat moment eveneens op de A27 en zag dat hij werd ingehaald door een zwarte Golf en een politiemotorrijder. Hij zag dat er aan de bijrijderskant van de auto een arm werd gestoken en een wit gehandschoende hand een vuurwapen recht naar achteren richtte, op de motoragent. Hij zag dat er veelvuldig en repeterend geschoten werd, hoorde heel licht “tak, tak, tak”, zag bij ieder schot een lichte beweging in de hand die het wapen vast had en rook direct kruitdampen.19 Verbalisant [benadeelde partij 7], die samen met verbalisant [benadeelde partij 6] positie had ingenomen op de A27, hoorde verbalisant [benadeelde partij 5] via de portofoon zeggen: “ze schieten op me”, waarna hij zegt dat hij net de afrit bij Hank is gepasseerd.20

Verbalisant [benadeelde partij 7] zag een zwarte auto met hoge snelheid van achteren naderen, wat de betreffende Golf (met kenteken [kenteken 2]) bleek te zijn. De Golf reed daarna 150 meter voor het politievoertuig. [benadeelde partij 7] zag een wit gehandschoende hand met daarin een vuurwapen uit het raam van het bijrijdersportier steken. Zij zag dat de loop van het vuurwapen op hen gericht was. [benadeelde partij 7] zag een beweging van het wapen wat zij herkende als de terugslag van het afvuren van een wapen.21 Verbalisant [benadeelde partij 6] verklaart overeenkomstig, maar vult aan ook rookpluimpjes van het wapen te hebben zien komen.22 Verbalisant [benadeelde partij 5] hoorde verbalisant [benadeelde partij 6] via de portofoon “ze schieten, ze schieten” roepen, waarop hij de auto van [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 6] inhaalt. Op het moment dat hij, opnieuw, achter de Golf reed, werd er nogmaals, vanuit het raam aan de bijrijderszijde, een vuurwapen op hem gericht.23

De rotonde te Meerkerk

Verbalisant [benadeelde partij 5] zag dat de Golf vervolgens de afrit Meerkerk nam en dat het voertuig beschadigd raakte. Er stapten 4 personen uit de auto en de bestuurder liep met versnelde pas op [benadeelde partij 5] af tot hij op ongeveer 10 meter genaderd was. De bestuurder had een vuurwapen vast en [benadeelde partij 5] keek recht in de loop. Hij hoorde meerdere knallen en zag meerdere terugslagen. [benadeelde partij 5] heeft dekking gezocht achter zijn motor.24 Getuige [getuige 7] zag een zwarte Volkswagen van de snelweg af komen, met daarachter een motoragent. Uit de Volkswagen stapten 3 of 4 personen, waarvan er één een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de motoragent richtte.25Verbalisant [benadeelde partij 7] kon met haar dienstvoertuig niet bij de rotonde komen vanwege het verkeer. Verbalisant [benadeelde partij 6] had het bijrijdersportier geopend en [benadeelde partij 7] hoorde twee schoten van een vuurwapen.26

De bijrijder van de Golf ging voor een donkere bestelauto staan en de andere twee verdachten liepen naar de bestelauto toe. Deze twee trokken de bestuurder van de bestelauto uit zijn auto, waarop alle 4 de verdachten in de bestelauto stapten. De bijrijder van de Golf stapte in aan de bijrijderskant van de bestelauto, de andere 2 verdachten stapten in aan de bestuurderszijde.27

Aangever [benadeelde partij 4] verklaart dat hij op 30 mei 2014 met zijn Citroen Berlingo, kenteken [kenteken], over de [adres 6] te Meerkerk reed, toen er bij de rotonde ter hoogte van het AC-restaurant een zwarte auto voor de zijne stopte. Uit die auto sprongen 4 mannen en er werd direct met een vuurwapen op de politie gericht. Beide portieren van zijn auto werden opengetrokken, [benadeelde partij 4] werd met een hard voorwerp op zijn hoofd geslagen en uit zijn auto getrokken. De vier mannen zijn ingestapt en hebben hun weg vervolgd in de richting van Nieuwland.28

Als gevolg van de klap heeft [benadeelde partij 4] een zeer fors hematoom rond zijn rechteroog, een bloeding in zijn rechteroog opgelopen en in de maanden daaropvolgend had hij met regelmaat last van duizelingen.29

Vlucht Citroën Berlingo en aanhouding

Verbalisant [benadeelde partij 7] zag dat verdachten hun weg vervolgden. [benadeelde partij 7] reed rechts over de rotonde en werd linksom om de rotonde ingehaald door een ander dienstvoertuig. Zij reden als derde voertuig achter [benadeelde partij 5] aan.30 [benadeelde partij 5] zag dat de achterdeuren van de bestelauto al rijdend open werden gedaan. Hij zag twee personen in de laadruimte zitten en zag dat er spullen in zijn richting werden gegooid. Hij moest een grote zak ontwijken, en een goed, wat later een reservewiel bleek te zijn, rolde de berm in.31 [benadeelde partij 7] zag dat er twee zakken en een reservewiel uit de klep van de bestelauto werden gegooid.32

Verbalisant [naam verbalisant 2] vernam via de meldkamer het verloop van de overval en de achtervolging en besloot aan het begin van het dorp Nieuwland, bij een wegversmalling, de weg te blokkeren. Er kwam een zwarte bestelauto met hoge snelheid aanrijden, maar deze auto kwam tijdig tot stilstand.33 Verbalisant [benadeelde partij 5] zag dat de bestelauto moest stoppen, parkeerde zijn motor en nam zijn wapen ter hand. Hij had alleen zicht op de bestuurderszijde en zag dat de bestuurder uitstapte. [benadeelde partij 5] kon zijn handen niet zien en loste een schot. Hij hoorde meerdere schoten en zag de bestuurder in elkaar zakken. Deze man herkende [benadeelde partij 5] als de man die op de rotonde in Meerkerk op hem had geschoten. De bijrijder van de bestelauto droeg witte handschoenen, gelijk aan die [benadeelde partij 5] op de A27 had gezien aan de hand uit het bijrijdersportier.34

Verbalisant [benadeelde partij 6] zag dat de bestelauto stil stond, zag een persoon op de grond liggen en drie paar handen uit het voertuig steken. De uitpraatprocedure werd gestart, waarbij de drie overige verdachten een voor een naar buiten werden gehaald. [benadeelde partij 6] hield zicht op de verdachte op de bijrijdersstoel. Hij heeft deze verdachte geboeid en gefouilleerd. Uit het paspoort wat hij bij zich droeg, bleek dat dit verdachte [medeverdachte 1] betrof.35

Aantreffen vuurwapen

Getuige [getuige 8] werd, vlak voor de auto van verdachten, eveneens geblokkeerd door het politievoertuig bij de wegversmalling op de [adres 6]. Hij hoorde doffe ploffen en zag de bestuurder van de bestelauto op de grond vallen. Hij reed zijn auto iets naar achteren en zag dat er iets voor zijn auto werd gegooid. Dit bleek een dof/grijs vuurwapen met een houten handvat te zijn. [getuige 8] heeft zijn auto de oprit opgestuurd, over het vuurwapen heen.36 Op de [adres 6] te Nieuwland, op de oprit van het perceel aan nummer 27, is een vuurwapen, merk FEG, veiliggesteld. In de kamer bevond zich een patroon en in de patroonhouder zaten 7 kogels.37 Nader onderzoek maakt duidelijk dat het gaat om een semi automatisch pistool, merk FEG, model PJK-9HP, waarmee scherpe munitie kan worden verschoten, strafbaar gesteld onder art. 2, lid 1, categorie III sub I van de WWM. Daarnaast werd eveneens munitie aangetroffen, te weten negen 9mm volmantelpatronen, Sellier&Bellot, strafbaar gesteld onder art. 2, lid 2, categorie III van de WWM.38 In totaal kunnen er 15 patronen in het pistool geplaatst worden.39 Hoewel het wapen in storing was ten tijde van het onderzoek40, werkte het wapen naar behoren.41

Het wapen is vergeleken met het wapen dat op de beelden van getuige [getuige 1] te zien is, waarbij wordt geconstateerd dat dit hoogst waarschijnlijk van hetzelfde merk en type is.42

[medeverdachte 1]

Op de beelden van de bewakingscamera van de juwelier is te zien dat degene die tegen de deur trapt, de enige persoon is die witte handschoenen draagt met daarin een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en zwarte schoenen met een lichte rand rond de zool.43 Op de beelden van getuige [getuige 1] is te zien dat het deze verdachte is die buiten de winkel een vuurwapen toont44 en uiteindelijk als laatste op de scooter stapt. Op dat moment houdt hij in zijn linkerhand een op een vuurwapen gelijkend voorwerp vast en in zijn rechterhand de stormram.45 Verbalisant [naam verbalisant 3] heeft deze beelden vergeleken met de foto’s van verdachte [medeverdachte 1].46 Hij concludeert hieruit dat de kleding die verdachte [medeverdachte 1] droeg ten tijde van de aanhouding exact hetzelfde is als de wit gehandschoende man op de beelden van [getuige 1] van de overval. Voorts is onder verdachte [medeverdachte 1] een paar schoenen in beslag genomen47, die worden omschreven als zwarte schoenen met witte zolen.48 In de juwelierswinkel is, op een glasscherf achter de toonbank, een schoenspoor veilig gesteld,49 welk schoenspoor veroorzaakt is door de schoen die onder [medeverdachte 1] in beslag is genomen.50

Onder [medeverdachte 1] is tevens een jack in beslag genomen51, dat is onderzocht op de aanwezigheid van schotresten. Op de mouwen van deze jas zijn zogenaamde A-deeltjes van loodhoudende munitie aangetroffen, waardoor een vrijwel zekere relatie met een schietproces wordt aangetoond.52

[medeverdachte 2]

Op de beelden van getuige [getuige 1] is te zien dat één van de verdachten van de overval een blauwe jas draagt, met een blauwe spijkerbroek en bruin-witte schoenen. Te zien is dat deze verdachte voor verdachte [medeverdachte 1] en achter de bestuurder op de scooter zit.53 Bij zijn aanhouding droeg verdachte [medeverdachte 2] kleding en schoenen die exact passen bij dit signalement.54

Voorts is onder verdachte [medeverdachte 2] een paar schoenen in beslag genomen, zijnde een paar schoenen van het merk Frankie Morello.55 In de juwelierswinkel is, op een glasscherf achter de toonbank in de winkel, een schoenspoor veilig gesteld.56 Dit schoenspoor is waarschijnlijk veroorzaakt door de schoen die onder [medeverdachte 2] in beslag is genomen.57

[verdachte]

Op de plaats delict bij Nieuwkerk is een paar schoenen in beslag is genomen, toebehorende aan verdachte [verdachte], zijnde een paar zwarte Nike schoenen.58 In de juwelierswinkel is, op een glasscherf op de vloer voor de toonbank, een schoenafdruk gevonden.59 Dit schoenspoor is veroorzaakt door de schoen van [verdachte].60

Op de beelden van getuige [getuige 1] is te zien dat er drie verdachten zijn en dat één van de verdachten geheel in het zwart gekleed is, met zwarte handschoenen. Deze man is de bestuurder van de scooter na de overval.61

Onder [verdachte] is een jack in beslag genomen62, dat is onderzocht op de aanwezigheid van schotresten. Op de mouwen van deze jas zijn zogenaamde A-deeltjes van loodhoudende munitie aangetroffen, waardoor een vrijwel zekere relatie met een schietproces wordt aangetoond.63

[medeverdachte 3]

Verdachte [medeverdachte 3] is bij aankomst op het politiebureau, gefotografeerd. Hierbij werd opgemerkt dat hij aan zijn rechterhand een witte handschoen droeg.64 Zijn signalement lijkt niet op een van de verdachten op de filmbeelden.65

4.3.2

De overwegingen van de rechtbank

Feit 1

Gelet op de bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat het de verdachten [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn geweest die de juwelierswinkel zijn binnengedrongen en de juwelier en zijn gezin hebben overvallen. De schoenafdrukken die zijn achtergelaten in de juwelierswinkel komen overeen met de schoenen die [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aan hadden tijdens hun aanhouding. Daarnaast komt de kleding die de verdachten droegen tijdens de overval overeen met de kleding die door verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] werd gedragen ten tijde van de aanhouding. Ook concludeert de rechtbank dat, nu [verdachte] en [medeverdachte 2] geen witte handschoenen droegen en verdachte [medeverdachte 1] wel, [medeverdachte 1] de deur van de winkel heeft ingetrapt, de juwelier, zijn vrouw en dochters met een vuurwapen heeft bedreigd en even later het publiek op straat op afstand heeft gehouden door een vuurwapen te tonen. [verdachte] is samen met [medeverdachte 1] als eerste naar binnen gegaan en [medeverdachte 2], onder andere te herkennen aan zijn schoenen, is degene die de scooter voor de deur heeft geparkeerd en als laatste de juwelierswinkel binnen is gegaan. De drie mannen zijn vervolgens vertrokken op de scooter na het wegnemen van een zeer grote hoeveelheid sieraden, dit maal met [verdachte] als bestuurder. [medeverdachte 3] heeft even verderop in de vluchtauto gewacht. De overval is met precisie uitgevoerd, waarbij iedere verdachte een duidelijke rol heeft gehad. Naar het oordeel van de rechtbank staat meer dan voldoende vast dat er hier sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen deze verdachten. De aangiftes, getuigenverklaringen en het technisch bewijs, zoals hierboven weergegeven, maken dan ook voldoende duidelijk dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], tezamen en in vereniging, deze overval hebben gepleegd en dat [medeverdachte 3] hen daarbij – door te wachten in de vluchtauto - behulpzaam is geweest.

Feit 2

Ten aanzien van de diefstal met geweld van de Citroën Berlingo overweegt de rechtbank dat de vier verdachten na de overval op de juwelier op de vlucht zijn geslagen voor de politie en dat door schade aan de vluchtauto verdachten zich kennelijk genoodzaakt voelden om naar een ander voertuig over te stappen. [verdachte] zorgde er voor dat verbalisant [benadeelde partij 5] op afstand werd gehouden en [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zorgden met toepassing van geweld voor een nieuw voertuig. [benadeelde partij 4] werd daarbij op zijn hoofd geslagen en uit zijn auto getrokken, waarna verdachten hun weg konden vervolgen. Ieder van de verdachten had een rol in dit geheel, waardoor er naar het oordeel van de rechtbank met betrekking tot alle vier de verdachten gesproken kan worden van een nauwe en bewuste samenwerking bij het plegen van dit feit. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte], [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] dit feit, tezamen en in vereniging, hebben gepleegd.

Feiten 3 en 4

Wetenschap ten aanzien van aanwezigheid van het vuurwapen

De rechtbank stelt vast dat, op het moment dat de verdachten in de Volkswagen Golf stapten om te vluchten na de overval, allen op de hoogte waren van het feit dat er een vuurwapen aanwezig was. Verdachten zijn immers naar Breda gekomen met het idee om op klaarlichte dag een juwelier te overvallen. Dat hierbij gebruik zou moeten worden gemaakt van voor afdreiging geschikte materialen, lijkt evident. [verdachte] en [medeverdachte 2] hebben, in ieder geval tijdens de overval op de juwelier, gezien dat er een vuurwapen aanwezig was bij [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] heeft dit wapen in zijn handen gehad, niet alleen gedurende de overval, maar ook tijdens de vlucht. Op de beelden is te zien dat [medeverdachte 1] het wapen, toen hij achterop de scooter ging zitten, in zijn linkerhand hield. [medeverdachte 3] heeft in de buurt van de juwelierswinkel gewacht bij de vluchtauto en [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn na de overval direct met de scooter naar de vluchtauto gereden. Er werden vele sieraden verloren bij het overstappen van de scooter naar de vluchtauto, waardoor [medeverdachte 3] moet hebben geweten dat de overval was geslaagd. De scooter werd achtergelaten, de verdachten zijn samen in de klaarstaande Golf gestapt en [medeverdachte 3] moet daar gezien hebben dat het vuurwapen nog in het bezit van [medeverdachte 1] was. De rechtbank is er dan ook van overtuigd dat, op het moment dat gestart werd met de vlucht met de Volkswagen Golf, alle verdachten op de hoogte waren van de aanwezigheid van het vuurwapen. Derhalve kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachten tezamen en in vereniging het pistool voorhanden hebben gehad.

Poging tot doodslag, A27 te Hank

De rechtbank acht voorts wettig en overtuigend bewezen dat verdachten, tezamen en in vereniging, meerdere malen hebben gepoogd verbalisant [benadeelde partij 5] te doden door met een vuurwapen op hem te schieten. Op de A27, ter hoogte van Hank, zag verbalisant [benadeelde partij 5] een witte handschoen met vuurwapen uit het raam aan de bijrijderszijde van de Golf en zag hij meerdere terugslagen, zoals dat gebruikelijk is bij het afvuren van een vuurwapen. [benadeelde partij 5] heeft dit ook direct gemeld over de portofoon, wat door onder andere [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 6] werd gehoord. Getuige [getuige 6], die net als de verbalisant een meer dan gemiddelde kennis van vuurwapens heeft, zag de terugslagen, hoorde knallen en rook kruitdamp. De rechtbank is er van overtuigd dat er op dat moment, op de snelweg ter hoogte van Hank, daadwerkelijk is geschoten door de bijrijder van de Golf. Deze overtuiging wordt gesterkt door het feit dat er bij verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte], door bemonstering van hun mouwen, een relatie met een schietproces is aangetoond, waarbij geldt dat er, naast deeltjes van gemarkeerde munitie, ook deeltjes van loodhoudende munitie zijn gevonden. Het feit dat er geen hulzen of kogels, dan wel kogelinslagen zijn gevonden, doet naar het oordeel van de rechtbank aan voorgaande niet af. Gelet op de snelheid waarmee gereden werd en het feit dat er gedurende lange tijd nog verkeer over de snelweg heeft gereden, zijn er voldoende mogelijkheden waarop de hulzen weg konden raken.

Het verweer van de raadslieden dat de verdachten de deeltjes munitie door contaminatie hebben opgelopen in Amsterdam-West wordt door de rechtbank verworpen, nu uit de Bijlage schotrestenonderzoek blijkt dat schotresten (op handen) na een aantal uren vervlogen zijn. Daarnaast acht de rechtbank het geschetste scenario dat deze deeltjes op enig moment in Amsterdam zijn opgedaan, sindsdien op de mouwen zijn achtergebleven en de overval en de vlucht zouden hebben doorstaan zeer onwaarschijnlijk en onvoldoende gespecificeerd.

Het opzettelijk en gericht afvuren van kogels op een motoragent brengt met zich dat in ieder geval de aanmerkelijke kans wordt aanvaard dat deze agent door een kogel getroffen wordt en aan zijn verwondingen komt te overlijden. Niet alleen zou de kogel tot een dodelijke verwonding hebben kunnen leiden, ook een niet-dodelijke treffer of inslag op de motor zou dit gevolg kunnen hebben gehad, indien de motoragent hierdoor ten val zou zijn gekomen. Gelet op de snelheden waarmee op dat moment gereden werd, is deze kans zeker niet te verwaarlozen. Voor zover er verweren zijn gevoerd ten aanzien van de deugdelijkheid van het middel, slagen die verweren naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet.

Poging tot doodslag en bedreiging, A27 te Nieuwkerk

Op de A27, ter hoogte van Nieuwkerk reden verbalisanten [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 6] in een personenauto vervolgens achter de Golf aan, en zagen zij allebei dat er een hand met witte handschoen een pistool op hen richtte vanuit het raam van de bijrijder. Zij zagen dat het wapen terugslag gaf, zoals dat gebeurt wanneer een wapen wordt afgevuurd. Verbalisant [benadeelde partij 6] zag ook rookpluimpjes van het wapen af komen. Over de portofoon werd direct gemeld dat er geschoten werd.

De rechtbank heeft ook ten aanzien van dit feit de overtuiging dat er op de verbalisanten is geschoten. Hierbij wordt, naast hetgeen hierboven is overwogen over de schotresten, in aanmerking genomen dat eerder ook op verbalisant [benadeelde partij 5] werd geschoten. Ook het gericht afvuren van kogels in de richting van een personenauto levert, naar het oordeel van de rechtbank, een poging tot doodslag op. Voor dit feit geldt eveneens dat niet alleen de kans bestaat dat een inzittende dodelijk getroffen wordt, maar ook dat, zeker gelet de op dat moment gebezigde snelheden, een verwonding of beschadiging aan respectievelijk een inzittende of de auto, tot ongelukken met dodelijke afloop kunnen leiden.

[benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 6] remden vervolgens af, waarna [benadeelde partij 5] hen inhaalde en opnieuw achter de Golf kwam te rijden. Hier werd opnieuw het vuurwapen op hem gericht, maar [benadeelde partij 5] zag niet of er ook daadwerkelijk op hem werd geschoten. Er zijn ook geen andere bewijsmiddelen die aantonen dat er op dat moment wederom werd geschoten. De rechtbank twijfelt echter niet aan de waarneming van de verbalisant, nu hij vlak daarvoor al was beschoten vanuit deze auto en zojuist hoorde dat zijn collega’s eveneens beschoten werden. Hoewel het voor [benadeelde partij 5] duidelijk was dat niet werd teruggedeinsd voor het toepassen van vuurwapengeweld, maakt hij de feiten zoals hij ze heeft waargenomen niet groter. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [benadeelde partij 5] te Nieuwkerk is bedreigd met het vuurwapen.

Poging tot doodslag, rotonde afrit Meerkerk en [adres 6] Nieuwland

Bij de rotonde na de afrit te Meerkerk, zag [benadeelde partij 5] dat de bestuurder van de Golf op hem af kwam met een vuurwapen in zijn hand en hiermee in zijn richting schoot. Hij zag de terugslagen en hoorde knallen. Zowel aangever [benadeelde partij 4] als getuige [getuige 7] zagen dat er een wapen werd gericht op de motoragent. [benadeelde partij 7] hoorde twee schoten. De rechtbank heeft, gelet op deze verklaringen, geen reden te twijfelen aan het feit dat er geschoten is op de rotonde. De afwezigheid van kogels, hulzen, of inslagen, maken dit niet anders nu niet duidelijk is of de rotonde direct volledig voor het verkeer is afgesloten. Vast staat in ieder geval dat er, om de achtervolging door te zetten, over beide zijden van de rotonde door politievoertuigen is gereden hetgeen zou kunnen verklaren dat hulzen zijn kwijtgeraakt. Ook is uit het dossier niet gebleken dat er op en rond deze rotonde uitvoerig is gezocht naar achtergebleven hulzen. Op alle overige plaatsen delict is hier wel melding van gemaakt, waardoor de rechtbank uit het ontbreken van hulzen niet afleidt dat er niet is geschoten. Dit maakt dat de rechtbank de poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen acht.

Ook het gooien van goederen uit de laadruimte van de auto op de [adres 6] te Nieuwland naar verbalisant [benadeelde partij 5], zoals gezien door meerdere verbalisanten, kwalificeert de rechtbank als een poging tot doodslag. De goederen, twee grote zakken hondenvoer en een reservewiel, zijn uit de Citroën Berlingo gegooid om de verbalisant de achtervolging te doen staken. Het is een feit van algemene bekendheid dat een val met een motor grote risico’s met zich brengt, waaronder de mogelijkheid dat de berijder dusdanig gewond raakt dat hij komt te overlijden. Hoe hoger de snelheid, des te groter de risico’s. De gevaren van overig verkeer zijn voor een motorrijder ook groter dan voor een personenauto, nu de motorrijder vele malen minder bescherming heeft. Een aanrijding met (een van) deze grote en zware goederen, maar ook een poging deze goederen te ontwijken, hadden kunnen leiden tot een val van [benadeelde partij 5], met alle hiervoor genoemde gevolgen van dien. Door het gooien van de goederen op de weg is de aanmerkelijke kans aanvaard dat [benadeelde partij 5] ten val zou komen, en zou komen te overlijden.

Medeplegen ten aanzien van feiten 3 en 4

Uit het voorgaande blijkt dat het de bijrijder van de Golf is geweest die op de snelweg heeft geschoten en dat het de bestuurder van de Golf was die op de rotonde op [benadeelde partij 5] heeft geschoten. Uit de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, concludeert de rechtbank dat verdachte [medeverdachte 1] de bijrijder van de Golf was en dat hij dus op de snelweg op de verbalisanten heeft geschoten. Daarnaast kan worden vastgesteld dat [verdachte] de bestuurder van de Golf was en dat hij dus op de rotonde op verbalisant [benadeelde partij 5] heeft geschoten. Bovendien heeft [benadeelde partij 5] hem na de aanhouding herkend als degene die op hem had geschoten bij de rotonde. De vraag die aan de orde is, is of alle verdachten als medepleger verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de ten laste gelegde pogingen tot doodslag of dat alleen de schutters, [verdachte] en [medeverdachte 1], verantwoordelijk zijn voor hun daden. Daartoe overweegt de rechtbank dat er vlak daarvoor een geplande, goed voorbereide gewapende overval op een juwelier had plaatsgevonden, dat de politie de verdachten spoedig op het spoor was gekomen en dat verdachten doende waren aan de politie te ontkomen door gebruik te maken van een vluchtauto die voorafgaande aan de overval door verdachten was klaargezet. Bij de overval werd gebruik gemaakt van een vuurwapen en alle verdachten waren hiervan op de hoogte op het moment dat zij in de vluchtauto stapten. Dat dit vuurwapen vervolgens zou worden gebruikt om de vlucht tot een succes te maken, is een kans die alle verdachten hebben aanvaard op het moment dat zij in de auto zijn gestapt. Gelet op de overweging van de Hoge Raad in het Nijmeegse scooterarrest (ECLI:NL:HR:2013:1966), kan medeplegen worden afgeleid uit het medeplegen van het daaraan voorafgaand strafbare feit, of uit het medeplegen van de voorbereiding van dat feit. Ten aanzien van [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] kan worden gesteld dat zij, doordat zij medeplegers zijn van de aan de vlucht voorafgaande overval, eveneens medepleger zijn ten aanzien van de poging tot doodslag die daarop volgde. Ten aanzien van [medeverdachte 3] overweegt de rechtbank dat hij, ten aanzien van de overval, een rol als medeplichtige had, maar wel behulpzaam is geweest bij de overval, nu hij de overvallers in ieder geval heeft voorzien van een vluchtauto, waarbij hij er ook voor heeft gekozen om zelf als inzittende in de vluchtauto te stappen. De rechtbank beschouwt [medeverdachte 3] vanaf het moment dat de auto vertrekt om te vluchten dan ook als volwaardig medepleger van de hierop volgende feiten.

De feiten 3 en 4 primair kunnen naar het oordeel van de rechtbank dan ook ten aanzien van alle verdachten wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Feit 5

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachten een vuurwapen voorhanden hebben gehad. De rechtbank heeft hierboven al overwogen dat alle verdachten op de hoogte waren van de aanwezigheid van het wapen, op zijn minst vanaf het moment dat zij in de Golf zijn gestapt. Het wapen, en de daarin aangetroffen munitie, is getest, waarbij is vastgesteld dat het om een werkend vuurwapen gaat.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Breda, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (juweliers)winkel/(juweliers)zaak (gelegen aan de [adres 2]) heeft/hebben weggenomen een (grote) hoeveelheid (gouden) sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1] en/of die [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), terwijl hij/zij (een) bivakmuts(en) op had(den) en/of handschoen(en) aan had(den),

- de deur van de winkel/zaak heeft hebben ingetrapt/ingeramd/ingeslagen (met een zgn. bonkie/breekijzer) en/of

- een zgn. bonkie/breekijzer, zichtbaar voor die [benadeelde partij 1] en/of die [benadeelde partij 2] en/of die [benadeelde partij 3], in (een) zijner/hunner handen hebben gehouden en/of

- alle/een aantal vitrines kapot heeft/hebben geslagen en/of gestoten en/of

- meermalen, althans eenmaal, (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) op (het/de hoofd(en) en/of de buik(en), althans het/de licha(a)m(en) van) die [benadeelde partij 1] en/of die [benadeelde partij 2] en/of die [benadeelde partij 3] heeft/hebben gericht en/of heeft/hebben gericht gehouden en/of

- die [benadeelde partij 1] en/of die [benadeelde partij 2] en/of die [benadeelde partij 3], meermalen, althans eenmaal, -zakelijk weergegeven- de woorden heeft hebben toegevoegd: "waar is de kluis" en/of "dat die [benadeelde partij 1] zijn dochter(s) naar achter moest brengen, omdat er anders doden zouden vallen" en/of "dat ze naar achter moesten gaan" en/of "Deze pistool is geladen en wollah ik ga schieten als jullie niet gaan luisteren wollah", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking,;

2.

hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (Citroen Berlingo, [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- de deur(en) van die auto heeft/hebben open getrokken/gemaakt en/of

- die [benadeelde partij 4] (met kracht) (met een hard voorwerp) tegen zijn gezicht/hoofd heeft hebben geslagen/gestompt/ gestoten en/of

- die [benadeelde partij 4] uit die auto heeft/hebben getrokken en/of

- (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), zichtbaar voor die [benadeelde partij 4] in zijn/hun hand(en) gehouden;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 30 mei 2014 te Hank en/of te Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde partij 5] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

-meermalen, althans eenmaal op de snelweg/openbare weg (vanuit een rijdende auto) (een) schot/schoten heeft gelost naar/in de richting van die [benadeelde partij 5],

en/of

-meermalen, althans eenmaal, een of meer (zware, grote) goed(eren) (vanuit een rijdende auto) op de snelweg heeft gegooid (terwijl die [benadeelde partij 5] achter de rijdende auto op een motor reed), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 30 mei 2014 te Hank en/of Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [benadeelde partij 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- meermalen, althans eenmaal, vanuit een (rijdende) auto op de snelweg/openbare weg een schot/schoten heeft gelost naar/in de richting van die [benadeelde partij 5], terwijl die [benadeelde partij 5] op de moter (achter de auto) reed en/of

- (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapens gelijkend(e) voorwerp(en), zichtbaar voor die [benadeelde partij 5], in zijn/hun hand(en) gehouden;

4.

primair

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 30 mei 2014 te Hank en/of te Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

-meermalen, althans eenmaal op de snelweg/openbare weg (vanuit een rijdende auto) (een) schot/schoten heeft gelost naar/in de richting van die [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 7], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Breda en/of te Hank en/of te Meerkerk, en/of te Nieuwland, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, te weten een (semi automatisch) pistool (FEG ARMS, kal. 9 mm) en/of munitie van categorie III, te weten negen, althans een aantal, (volmantel)patronen (Sellier & Bellot, 9 mm), voorhanden heeft/hebben gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Niet is gebleken dat de verdachte daarmee in zijn belangen is geschaad.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte ontkent zijn betrokkenheid bij de feiten 1 en 2 niet, maar wil wel gezegd hebben dat zijn rol in het geheel minder gewelddadig was dan die van anderen. Als verzachtende omstandigheden voert de raadsvrouw aan dat verdachte zich realiseert welk leed hij de benadeelde partijen van feit 1 en 2 heeft berokkend. Hij heeft hier oprecht spijt van. Op dit moment werkt hij, met hulp van de reclassering, aan een brief aan de slachtoffers. Daarnaast moet worden meegewogen dat verdachte een blanco strafblad heeft, zelf geen vuurwapen ter hand heeft genomen en hij, bij zijn aanhouding in zijn been is geschoten, waarbij hij blijvend zenuwletsel heeft opgelopen. Ook is het niet verdachte geweest die geweld heeft toegepast op de eigenaar van de Citroën Berlingo.

Gelet op het advies van de reclassering zal niet verzocht worden om toepassing van het adolescentenstrafrecht. Wel vraagt de raadsvrouw rekening te houden met de jonge leeftijd van verdachte. Verdachte heeft een heel leven voor zich, vol plannen om zich als automonteur nuttig te maken op de arbeidsmarkt. Hij wil graag iets van zijn leven maken. De eis van de officier van justitie is, zeker gelet op de bepleite vrijspraak voor de feiten 3 en 4 en de hierboven weergegeven omstandigheden, buitensporig hoog. De verdediging verzoekt de rechtbank de eis te matigen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een gewapende overval op juwelier [naam winkel], een diefstal met geweld van de personenauto van [benadeelde partij 4], pogingen tot doodslag op en een bedreiging met de dood jegens verbalisant [benadeelde partij 5], poging tot doodslag op verbalisanten [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 6] en het bezit van een vuurwapen.

Verdachte heeft, samen met zijn medeverdachten, door het gebruik van grof geweld een fikse stempel gedrukt op het verdere leven van diverse personen, niet in de laatste plaats op dat van de slachtoffers. De juwelier heeft, samen met zijn vrouw en kinderen – waaronder zijn 7-jarige dochter –, doodsangsten uitgestaan, terwijl zijn winkel, die zijn gezin van inkomsten voorzag, in puin werd geslagen en werd leeggeroofd door gemaskerde en met een vuurwapen gewapende mannen. Sindsdien leeft het gezin in voortdurende angst dat er een herhaling van deze feiten plaats zal vinden. Uit de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring is gebleken dat de juwelier en zijn gezin nog dagelijks psychisch nadelige gevolgen van de overval ondervinden. Ook de eigenaar van de gekaapte auto [benadeelde partij 4], toevallig op het verkeerde moment op de verkeerde plaats, heeft het geweld van verdachten moeten ondergaan. Hij werd door verdachten bedreigd, mishandeld en uit zijn auto getrokken, waarna verdachten er met zijn auto vandoor gingen en hem beduusd en gewond op de rotonde achterlieten. Naast dat hij zeer angstig is geweest, heeft hij fors letsel in zijn gezicht opgelopen, waardoor hij pijn heeft ondervonden, hetgeen uit de namens hem ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring naar voren is gekomen. Zijn auto heeft hij beschadigd en incompleet teruggekregen. Dat de agenten doodsangsten hebben ervaren behoeft geen nadere uitleg, nu er, op meerdere momenten en op verschillende plekken, bewust en gericht op hen is geschoten. Ook zij hebben dit in hun ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen tot uitdrukking gebracht. Het spreekt voor zich dat de gedragingen van verdachten voor alle slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring moet zijn geweest. Ook omstanders hebben – zoals ook blijkt uit de 112-meldingen – de schrik van hun leven gehad en enkelen hebben om bijstand van slachtofferhulp gevraagd. Verdachten hebben hier klaarblijkelijk op geen enkel moment bij stilgestaan. Zij hebben telkens opnieuw, alleen aan hun eigen belang gedacht. Eerst om, ten koste van anderen, snel aan geld te komen, daarna om, desnoods ten koste van een ander zijn leven, aan hun aanhouding te ontkomen.

Het gehele gebeuren heeft op klaarlichte dag en op de openbare weg plaatsgevonden. Een dergelijk gewelddadig optreden in een winkel en op straat versterkt de in de maatschappij levende gevoelens van angst en onveiligheid. Ook hier hebben verdachten niet bij stil gestaan.

De officier van justitie heeft voor alle verdachten een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren geëist. Hierbij heeft zij aangegeven dat de rollen van alle verdachten strafrechtelijk aan elkaar gelijk gesteld kunnen worden en dat zij, gelet op de aard en omvang van deze feiten, de eisen niet heeft willen differentiëren aan de hand van de rol en het strafblad van de vier verdachten.

De rechtbank kan zich in dit standpunt van de officier van justitie niet vinden en is van oordeel dat er wel degelijk rekening dient te worden gehouden met de onderscheidenlijke rollen en het strafblad van iedere verdachte afzonderlijk.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aard en ernst van de feiten, in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 13 jaren op zijn plaats zou zijn. De rechtbank neemt hierbij als uitgangspunt dat het medeplegen van de gewapende overval op de juwelier een gevangenisstraf van 3 jaar rechtvaardigt, het medeplegen van de diefstal met geweld van de personenauto een gevangenisstraf van 2 jaar en het medeplegen van de pogingen tot doodslag op de verbalisanten een gevangenisstraf van 8 jaar, hetgeen opgeteld resulteert in een gevangenisstraf van 13 jaar. Het medeplegen van het bezit van het vuurwapen zit in het totaalpakket reeds verdisconteerd. Nu sprake is van meerdere afzonderlijke momenten waarop verdachte hebben besloten geweld toe te passen, volgt de rechtbank de verdediging niet in het standpunt dat er sprake is van het ‘oprekken van de feiten en de strafmaat’.

Ten aanzien van verdachte overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank heeft in het voordeel van verdachte acht geslagen op het strafblad van verdachte van 30 maart 2015, waaruit blijkt dat hij niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Voorts ligt er een advies van de reclassering van 8 april 2015, waarin is geadviseerd om, bij bewezenverklaring, een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank ziet hiertoe echter geen mogelijkheid, nu wegens de aard en de ernst van de feiten, zoals hiervoor is overwogen, slechts een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. De in het rapport genoemde voorwaarden kunnen naar het oordeel van de rechtbank pas aan de orde komen in het kader van de laatste fase van de detentiefasering.

Waar er bij verdachte sprake is van enige strafvermindering vanwege zijn blanco strafblad, wordt dit weer opgeheven door de omstandigheid dat verdachte degene is geweest die daadwerkelijk de trekker van het vuurwapen heeft overgehaald en op de rotonde op [benadeelde partij 5] heeft geschoten. Dat verdachte bezig is met een brief aan de slachtoffers van de feiten 1 en 2 en tijdens de aanhouding in zijn onderbeen is geschoten, zijn geen omstandigheden die de rechtbank als strafverminderend aanmerkt. Al met al ziet de rechtbank geen aanleiding om in de zaak van verdachte van het hiervoor geformuleerde uitgangspunt naar boven, danwel naar beneden af te wijken.

De rechtbank is, al het voorgaande in overweging nemende, aldus van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 13 jaren passend en geboden is.

7 De benadeelde partijen

7.1

De benadeelde partij [benadeelde partij 1]

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert een schadevergoeding van € 58.703,39 voor feit 1, bestaande uit een bedrag van € 45.953,39 aan materiële schade en een bedrag van € 12.750,00 aan immateriële schade.

Het gevorderde bedrag aan materiële schade bestaat onder andere uit een voorschot op het verlies aan verdienvermogen en schade aan de sieraden. Deze kostenposten zijn hoog en voor de rechtbank in het kader van het strafproces, nauwelijks tot niet verifieerbaar. Zeker gezien het feit dat de onderbouwing van deze posten summier is. Om tot een gedegen afweging te komen omtrent de werkelijk geleden schade, dient (veel) meer tijd te worden genomen dan in dit strafproces voorhanden is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de behandeling van deze onderdelen van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom voor dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De overige posten met betrekking tot de materiële schade (de schade aan de vitrines, plateaus en het deurslot) liggen voor toewijzing gereed. Dit betreft een bedrag van € 953,39.

Ten aanzien van de immateriële schade overweegt de rechtbank dat aan de juwelier, zijn vrouw en zijn oudste dochter, door het Schadefonds Geweldsmisdrijven een bedrag van € 1.750,- p.p. is uitgekeerd. Het Schadefonds heeft bij de bepaling van de hoogte van deze uitkering rekening gehouden met het wettelijk kader, het opgelopen letsel en de psychische klachten van de benadeelden. De rechtbank ziet geen reden om af te wijken van het oordeel van het Schadefonds en zal dan ook een immateriële schadevergoeding toewijzen ter hoogte € 1.750,00 p.p, zijnde in totaal € 5.250,-.De vordering zal voor het overige worden afgewezen.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de gevorderde schade die zich leent voor behandeling in het strafgeding, tot een bedrag van € 6.203,39 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feiten acht verdachte, tezamen met zijn medeverdachten, aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zal tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen.

7.2

De benadeelde partij [benadeelde partij 4]

De benadeelde partij [benadeelde partij 4] vordert een schadevergoeding van € 3.735,97, bestaande uit een bedrag van € 1.735,97 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, voor feit 2.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade, ter hoogte van € 1.735,97, aannemelijk is gemaakt en een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit.

Met het oog op toegekende vergoedingen in vergelijkbare zaken, is de rechtbank van oordeel dat de immateriële schadevergoeding gematigd dient te worden. Een bedrag van € 1.000,- acht de rechtbank billijk. Ook dit bedrag is aannemelijk gemaakt en deze schade vloeit rechtstreeks voort uit het bewezenverklaarde feit.

De rechtbank acht verdachte, tezamen met zijn medeverdachten, aansprakelijk voor voornoemde schade en zal de vordering derhalve hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 2.735,97, te vermeerderen met de wettelijke rente, en deze voor het overige afwijzen.

7.3

De benadeelde partij [benadeelde partij 5]

De benadeelde partij [benadeelde partij 5] vordert een immateriële schadevergoeding van € 1.250,- voor feit 3.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte, tezamen met zijn medeverdachten, aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering, hoofdelijk, zal worden toegewezen.

7.4

De benadeelde partij [benadeelde partij 6]

De benadeelde partij [benadeelde partij 6] vordert een immateriële schadevergoeding van € 750,- voor feit 4.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte, tezamen met zijn medeverdachten, aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering, hoofdelijk, zal worden toegewezen.

7.5

De benadeelde partij [benadeelde partij 7]

De benadeelde partij [benadeelde partij 7] vordert een schadevergoeding van € 750,- voor feit 4.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte, tezamen met zijn medeverdachten, aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering, hoofdelijk, zal worden toegewezen.

7.6

De schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot alle toegekende vorderingen van de benadeelde partijen zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 45, 47, 57, 91, 285, 287, 310, 312, van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen de artikelen 26, 55, 56 en 60 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2: Diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 3: Medeplegen van een poging tot doodslag, meermalen gepleegd

en

Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 4 primair: Medeplegen van een poging tot doodslag, meermalen gepleegd;

feit 5: Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 13 jaren;

Benadeelde partijen

- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] toe tot een bedrag van € 6.203,39;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] van € 6.203,39, waarvan € 953,39 ter zake van materiële schade en € 5.250,- ter zake van immateriële schade;

- wijst het meer gevorderde in het kader van de immateriële schade af;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de materiële aspecten van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] toe tot een bedrag van € 2.735,97, vermeerderd met de wettelijke rente;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 4] van € 2.735,97, waarvan € 1.735,97 ter zake van materiële schade en € 1.000,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2014;

- wijst het meer gevorderde af;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] toe;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 5] van € 1.250,-, ter zake van immateriële schade;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] toe;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 6] van € 750,-, ter zake van immateriële schade;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7] toe;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 7] van € 750,-, ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover deze bedragen door één of meer mededaders zijn betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partijen te betalen.

Schademaatregel

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [benadeelde partij 1] (feit1), € 6.203,39, 66 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij 4] (feit 2), € 2.735,97, 37 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij 5] (feit 3), € 1.250,-, 22 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij 6] (feit 4), € 750,-, 15 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij 7] (feit 4), € 750,-, 15 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover deze bedragen door één of meer mededaders zijn betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kok, voorzitter, mr. Marsé en mr. Fleskens, rechters, in tegenwoordigheid van Van Rensch, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 mei 2015.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer 2014109360 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 525 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [benadeelde partij 1], pag. 94-95

2 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [benadeelde partij 2], pag. 84

3 Proces-verbaal van verhoor aangever [benadeelde partij 1], pag. 73-74

4 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 159

5 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 404 en 405

6 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], pag. 120

7 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], pag. 216

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], pag. 188

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5], pag. 206

10 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 51, foto pag. 72 pv van forensisch technisch onderzoek

11 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 51, foto pag. 69 pv van forensisch technisch onderzoek

12 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 50, foto’s pag. 53 e.v. pv van forensisch technisch onderzoek

13 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 321

14 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 323

15 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [benadeelde partij 2], pag. 90

16 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 243

17 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij 5], pag. 254

18 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij 5], pag. 255

19 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6], pag. 268

20 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 246

21 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 246

22 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 250

23 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij 5], pag. 256

24 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij 5], pag. 257

25 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7], pag. 302

26 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 247

27 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij 5], pag. 257-258

28 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij 4], pag. 286

29 Geneeskundige verklaringen betreffende [benadeelde partij 4], pag. 300 en 301

30 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 251

31 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij 5], pag. 258

32 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 251

33 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 344

34 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 259

35 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 252

36 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8], pag. 346

37 Proces-verbaal van sporenonderzoek, pag. 351

38 Proces-verbaal van politie Den Haag, Team Forensisch Onderzoek, pag. 353-354

39 Proces-verbaal van politie Den Haag, Team Forensisch Onderzoek, pag. 356

40 Proces-verbaal van politie Den Haag, Team Forensisch Onderzoek, pag. 357

41 Rapport van de politie Den Haag, pag. 281

42 Proces-verbaal van bevindingen vuurwapen, pag. 414 en 415

43 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 381 en 410

44 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 396 en 397

45 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 405 en 406

46 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 363, foto’s op pag. 372-375

47 Proces-verbaal van inbeslagneming, pag. 407 pv van forensisch technisch onderzoek

48 Proces-verbaal van sporenonderzoek, pag. 405 pv van forensisch technisch onderzoek

49 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 33-34 pv van forensisch technisch onderzoek

50 Unit Forensisch onderzoek, pag. 336 pv van forensisch technisch onderzoek

51 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 408, pv van forensisch technisch onderzoek

52 Rapport schotrestenonderzoek dd. 2-9-2014, NFI, pag. 457

53 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 404

54 Proces-verbaal van bevindingen, foto’s van verdachte [medeverdachte 2], pag. 364-365-366

55 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 413 pv van forensisch technisch onderzoek

56 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 32-33 pv van forensisch technisch onderzoek

57 Unit Forensisch onderzoek, pag. 337 pv van forensisch technisch onderzoek

58 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 313-314 pv van forensisch technisch onderzoek

59 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 36-37

60 Unit Forensisch onderzoek, pag. 337 pv van forensisch technisch onderzoek

61 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 404

62 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 420, pv van forensisch technisch onderzoek

63 Rapport schotrestenonderzoek dd. 2-9-2014, NFI, pag. 457

64 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 363

65 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 408