Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:2789

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
01-05-2015
Datum publicatie
01-05-2015
Zaaknummer
02/800511-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt voor de medeplichtigheid aan overval op juwelier aan de Haagdijk te Breda en het medeplegen van een poging doodslag op agenten, meermalen gepleegd, bedreiging van een agent en het voorhanden hebben van een vuurwapen veroordeeld tot gevangenisstraf van 11 jaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800511-14

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 mei 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres]

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Midden Nederland, HvB De Geniepoort te Alphen a/d Rijn,

raadsman mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 april 2015, waarbij de officier van justitie, mr. Gudde, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Breda tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (juweliers)winkel/(juweliers)zaak (gelegen aan de [adres winkel]) heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid (gouden) sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), terwijl hij/zij (een) bivakmuts(en) op had(den) en/of handschoen(en) aan had(den),

- de deur van de winkel/zaak heeft ingetrapt/ingeramd/ingeslagen (met een zgn. bonkie/breekijzer) en/of

- een zgn. bonkie/breekijzer, zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3], in (een) zijner/hunner handen gehouden en/of

- alle/een aantal vitrines kapot heeft/hebben geslagen en/of gestoten en/of

- meermalen, althans eenmaal, (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) op (het/de hoofd(en) en/of de buik(en), althans het/de licha(a)m(en) van) die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft/hebben gericht en/of heeft/hebben gericht gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3], meermalen, althans eenmaal, -zakelijk weergegeven- de woorden heeft toegevoegd: "waar is de kluis" en/of "dat die [slachtoffer 1] zijn dochter(s) naar achter moest brengen, omdat er anders doden zouden vallen" en/of "dat ze naar achter moesten gaan" en/of "Deze pistool is geladen en wollah ik ga schieten als jullie niet gaan luisteren wollah", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 30 mei 2014 te Breda, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (juweliers)winkel/(juweliers)zaak (gelegen aan de [adres winkel]) heeft/hebben weggenomen een (grote) hoeveelheid (gouden) sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), terwijl hij/zij (een) bivakmuts(en) op had(den) en/of handschoen(en) aan had(den),

- de deur van de winkel/zaak heeft ingetrapt/ingeramd/ingeslagen (met een zgn. bonkie/breekijzer) en/of

- een zgn. bonkie/breekijzer, zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3], in (een) zijner/hunner handen gehouden en/of

- alle/een aantal vitrines kapot heeft/hebben geslagen en/of gestoten en/of

- meermalen, althans eenmaal, (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) op (het/de hoofd(en) en/of de buik(en), althans het/de licha(a)m(en) van) die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft/hebben gericht en/of heeft/hebben gericht gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3], meermalen, althans eenmaal, -zakelijk weergegeven- de woorden heeft toegevoegd: "waar is de kluis" en/of "dat die [slachtoffer 1] zijn dochter(s) naar achter moest brengen, omdat er anders doden zouden vallen" en/of "dat ze naar achter moesten gaan" en/of "Deze pistool is geladen en wollah ik ga schieten als jullie niet gaan luisteren wollah", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 30 mei 2014 te Breda en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- als bestuurder van de vluchtauto op te treden voor die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of

- na de overval geholpen heeft om de sieraden in de (vlucht)auto te doen en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] vervoer heeft verschaft weg van de plaats van de overval;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (Citroen Berlingo, [kenteken auto]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- de deur(en) van die auto heeft/hebben open getrokken/gemaakt en/of

- die [slachtoffer 4] (met kracht) (met een hard voorwerp) tegen zijn gezicht/hoofd heeft geslagen/gestompt/ gestoten en/of

- die [slachtoffer 4] uit die auto heeft/hebben getrokken en/of

- ( een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), zichtbaar voor die [slachtoffer 4] in zijn/hun hand(en) gehouden;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 30 mei 2014 te Hank en/of te Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 5] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

-meermalen, althans eenmaal op de snelweg/openbare weg (vanuit een rijdende auto) (een) schot/schoten heeft gelost naar/in de richting van die [slachtoffer 5],

en/of

-meermalen, althans eenmaal, een of meer (zware, grote) goed(eren) (vanuit een rijdende auto) op de snelweg heeft gegooid (terwijl die [slachtoffer 5] achter de rijdende auto op een motor reed), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 30 mei 2014 te Hank en/of Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- meermalen, althans eenmaal, vanuit een (rijdende) auto op de snelweg/openbare weg een schot/schoten heeft gelost naar/in de richting van die [slachtoffer 5], terwijl die [slachtoffer 5] op de moter (achter de auto) reed en/of

- ( een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapens gelijkend(e) voorwerp(en), zichtbaar voor die [slachtoffer 5], in zijn/hun hand(en) gehouden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 30 mei 2014 te Hank en/of te Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

-meermalen, althans eenmaal op de snelweg/openbare weg (vanuit een rijdende auto) (een) schot/schoten heeft gelost naar/in de richting van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 30 mei 2014 te Hank en/of Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- meermalen, althans eenmaal, vanuit een (rijdende) auto op de snelweg/openbare weg een schot/schoten heeft gelost naar/in de richting van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of

- ( een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapens gelijkend(e) voorwerp(en), zichtbaar voor die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], in zijn/hun hand(en) gehouden;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Breda en/of te Hank en/of te Meerkerk, en/of te Nieuwland, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, te weten een (semi automatisch) pistool (FEG ARMS, kal. 9 mm) en/of munitie van categorie III, te weten negen, althans een aantal, (volmantel)patronen (Sellier & Bellot, 9 mm), voorhanden heeft/hebben gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair, 2, 3, 4 primair en 5 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij onder meer op de aangiftes, de getuigenverklaringen, de processen-verbaal van bevindingen, de diverse camerabeelden en porto gesprekken en de forensische onderzoeken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van de feiten 2 en 5 aan het oordeel van de rechtbank.

Feit 1

Ten aanzien van feit 1 is de verdediging van oordeel dat er geen sprake kan zijn van medeplegen, maar wel van medeplichtigheid. Uit recente jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat er strenge eisen gelden voor het aannemen van medeplegen. In dit geval wordt aan deze eisen niet voldaan. Voor het aannemen van medeplegen zou er uit de bewijsmiddelen moeten blijken dat de rollen die de verdachten hadden tijdens de overval onderling inwisselbaar waren. In het dossier blijkt hier niets van. Verdachte was niet aanwezig in de juwelierszaak tijdens de overval. Volgens de officier van justitie is verdachte degene die bij de Volkswagen Golf heeft gewacht. Verdachte heeft dan ook niets meegekregen van het (wapen)geweld in de winkel. Als wordt aangenomen dat verdachte degene was die bij de vluchtauto heeft gewacht, dan is dit niet voldoende om medeplegen aan te nemen. Het enkele feit dat hij zich in een later stadium niet heeft onttrokken aan de situatie, is geen reden om anders te beslissen. De vluchtsituatie was zeer hectisch, waarbij onttrekken zo goed als onmogelijk was. Nu uit niets blijkt dat er vooraf duidelijke afspraken over de rolverdeling zijn gemaakt, dan wel dat de ingenomen rollen inwisselbaar waren, dient verdachte van feit 1 primair te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Feit 3 en 4

De verdediging is van mening dat niet kan worden vastgesteld dat er op de A27 op verbalisanten is geschoten. Allereerst stelt de verdediging dat er geen enkel technisch bewijs is gevonden om te kunnen onderbouwen dat er daadwerkelijk is geschoten. Dat er een wapen is getoond staat wel vast, maar het lijkt niet aannemelijk dat de mannen in de Volkswagen daadwerkelijk een agent dood wilden schieten. Aannemelijker is het, dat zij de agenten af wilden schrikken, zodat zij de achtervolging zouden staken. Dat de agenten dachten beschoten te worden, kan de verdediging zich voorstellen. Dat wil echter niet zeggen dat dit ook zo was. Gelet ook op de verklaring van verbalisant [slachtoffer 5], die twee vuurwapens heeft gezien, bestaat er ook een kans dat er een op een vuurwapen gelijkend voorwerp is getoond, welk voorwerp op een later tijdstip is weggegooid. Indien echter wordt aangenomen dat er een echt wapen is gebruikt en er scherpe patronen zijn verschoten, kan de vraag gesteld worden of het schieten op een motor of auto achter de auto van verdachte een aanmerkelijk kans op een dodelijke treffer oplevert. Gelet op de afstand die genomen wordt, schat de raadsman deze kans op nihil.

Bovendien staat niet vast dat verdachte eerder dan het moment waarop het wapen uit het raam gestoken werd, wist van de aanwezigheid van een vuurwapen. Verdachte was immers niet bij de overval aanwezig, waardoor hij het wapen mogelijk eerder niet gezien heeft. Om als medepleger te kunnen worden aangemerkt, is op zijn minst nodig dat verdachte wist dat er een vuurwapen aanwezig was.

Ten aanzien van de vermeende schietpartij bij de rotonde in Meerkerk, stelt de raadsman dat er volgens verbalisant [slachtoffer 5] 5 a 6 maal is geschoten. Dat is vreemd, nu er geen hulzen zijn gevonden en geen inslag van een kogel is gevonden, hoewel verdachte op 10 tot 15 meter van [slachtoffer 5] verwijderd zou hebben gestaan. De verdediging acht het dan ook onwaarschijnlijk dat er daar daadwerkelijk is geschoten.

Het gooien van goederen uit de Citroen Berlingo levert geen aanmerkelijke kans op het overlijden van de verbalisant op, zeker niet gelet op de afstand die de hield op dat moment. Een ervaren motorrijder moet dit soort zaken kunnen omzeilen.

Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van deze feiten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

Overval, vlucht scooter en overstap auto

Op 30 mei 2014, omstreeks 13:40 uur was aangeefster [slachtoffer 3] samen met haar ouders en haar zusje in de juwelierswinkel van haar ouders, genaamd [juwelierswinkel], aan de [adres winkel] te Breda. Zij zag twee mannen naar de voordeur van de winkel rennen. Een van hen trapte de deur in. Vlak nadat hij binnen kwam zag aangeefster dat hij een pistool vast had en hoorde ze dat hij zei dat ze naar achteren moesten gaan en de kleine mee moesten nemen. Hij zei: “deze pistool is geladen en wollah ik ga schieten als jullie niet gaan luisteren wollah”. Hij richtte het pistool op hen allemaal, maar voornamelijk op haar vader. Twee anderen vernielden de vitrines om de spullen er uit te halen. Een van deze twee anderen vroeg nog naar de kluis1. Aangeefster [slachtoffer 2] vult hierop aan dat de man die als eerste bij de deur was eerst een groot dik breekijzer in zijn handen had, een die de politie gebruikt als ze ergens binnenvallen. Eenmaal binnen had deze man een pistool in zijn handen.2 Aangever [slachtoffer 1] verklaart dat er, na een harde klap, drie mannen met bivakmutsen in zijn winkel stonden. Een van hen richtte een vuurwapen op zijn buik en hoofd en richtte het vuurwapen ook op zijn vrouw en op zijn dochters. Hij riep: “Als jullie niet naar achteren gaan dan schiet ik, ik ga echt schieten.” en “blijf achteraan, als je naar voren komt zal ik schieten”. De mannen hebben 90% van al zijn sieraden meegenomen in zwarte sporttassen met goud/gele strepen. De mannen droegen handschoenen.3 Veel vitrines zijn vernield en overal lagen sieraden.4

Getuige [getuige 1] hoorde van zijn zusje dat er een overval gaande was en heeft uit het raam van zijn kamer gefilmd. Op deze beelden is onder andere te zien dat een scooter voor de deur van de juwelierszaak staat en dat een arm met een pistool naar buiten komt. Er wordt een plateau met sieraden in een tas gedaan. Drie daders op een scooter vertrekken in de richting van de Fellenoordstraat. Alle drie de verdachten dragen op dat moment een sporttas met een lichtgekleurde rand om de schouderband. De laatste verdachte draagt in zijn linkerhand een vuurwapen en in zijn rechterhand een stormram.5

Getuige [getuige 2] heeft gezien dat er drie mannen uit de juwelier kwamen, op een scooter stapten en wegreden de Fellenoordstraat op. Daar namen ze direct de eerste weg rechtsaf.6 Getuige [getuige 3] zag dat er een zwarte auto geparkeerd stond op de parkeerplaats achter haar woning aan de Zijlstraat in Breda. Er zat een persoon achter het stuur en de auto stond zo dat hij direct weg kon rijden. Er kwamen drie Marokkaanse mannen aangerend uit de richting van het poortje.7 Getuige [getuige 4] hoorde om 13:45 uur twee harde klappen en keek in de brandgang bij zijn woning aan de Spuistraat in Breda. In de brandgang lag een grote hoeveelheid sieraden op de grond. Hij zag een Marokkaanse man instappen in een zwarte Volkswagen Golf (model 5), met kenteken [kenteken 2]8 Getuige [getuige 5] merkt hierbij op dat de Golf al twee keer eerder door de straat is gereden met 4 Marokkaanse mannen er in en dat de bestuurder witte handschoenen aan had.9

De zwarte scooter is aangetroffen achter de Zijlstraat10, met nog een sieraad op de rechter trede11. In de omgeving van de scooter en de plaats waar de Golf geparkeerd heeft gestaan, liggen veel losse sieraden.12

De (hierna vermelde) in Meerkerk aangetroffen Volkswagen Golf is onderzocht, waarbij is vastgesteld dat er zich een groot aantal sieraden in de auto bevond. Deze sieraden lagen zowel los in de kofferbak als in een drietal sporttassen.13 Deze sporttassen waren allemaal voorzien van gouden, dan wel gele randen aan de draagbanden.14 Aangeefster [slachtoffer 2] herkent de sieraden die los in de kofferbak en in de tassen zijn aangetroffen als haar eigendom.15

Vlucht VW Golf via Hank / Nieuwkerk

Verbalisant [verbalisant 1] hoorde in zijn dienstvoertuig via de meldkamer dat een zwarte VW Golf met kenteken [kenteken 3].. gebruikt werd bij de vlucht na een overval. Verbalisant had zojuist de afrit Breda-West genomen op de A58 en zag vanaf de Ettensebaan een zwarte Golf met kenteken [kenteken 3].. rijden. Er zaten in ieder geval 2 lichtgetinte mannen voorin, die de verbalisant nakeken. Zij reden op de A58, richting Breda-Noord/Rotterdam.16 Verbalisant [slachtoffer 5] heeft zich daarop opgesteld ter hoogte van knooppunt Hooipolder, voor het geval dat de verdachten er voor zouden kiezen via de A59 naar de A27 te gaan.17 Hij zag na enkele minuten een zwarte VW Golf aan komen rijden op de A59, kenteken [kenteken 3]… De Golf draaide de A27 op, waarop de verbalisant er achter aan is gegaan. De Golf reed eerst uiterst links en verschoof naar de vluchtstrook, waarbij de snelheid opliep tot boven de 200 km per uur. Op dat moment stak er een hand met een witte handschoen uit het raam aan de bijrijderszijde en werd er een pistool op verbalisant gericht. Hij zag het wapen naar achteren slaan, wat hij herkende als de terugslag van een wapen nadat het wordt afgevuurd. Hij zag deze terugslag meerdere malen.18 Getuige [getuige 6], vroeger sergeant bij defensie, en destijds bevoegd om wapeninstructies te geven, reed op dat moment eveneens op de A27 en zag dat hij werd ingehaald door een zwarte Golf en een politiemotorrijder. Hij zag dat er aan de bijrijderskant van de auto een arm werd gestoken en een wit gehandschoende hand een vuurwapen recht naar achteren richtte, op de motoragent. Hij zag dat er veelvuldig en repeterend geschoten werd, hoorde heel licht “tak, tak, tak”, zag bij ieder schot een lichte beweging in de hand die het wapen vast had en rook direct kruitdampen.19 Verbalisant [slachtoffer 7], die samen met verbalisant [slachtoffer 6] positie had ingenomen op de A27, hoorde verbalisant [slachtoffer 5] via de portofoon zeggen: “ze schieten op me”, waarna hij zegt dat hij net de afrit bij Hank is gepasseerd.20

Verbalisant [slachtoffer 7] zag een zwarte auto met hoge snelheid van achteren naderen, wat de betreffende Golf (met kenteken [kenteken 3]) bleek te zijn. De Golf reed daarna 150 meter voor het politievoertuig. [slachtoffer 7] zag een wit gehandschoende hand met daarin een vuurwapen uit het raam van het bijrijdersportier steken. Zij zag dat de loop van het vuurwapen op hen gericht was. [slachtoffer 7] zag een beweging van het wapen wat zij herkende als de terugslag van het afvuren van een wapen.21 Verbalisant [slachtoffer 6] verklaart overeenkomstig, maar vult aan ook rookpluimpjes van het wapen te hebben zien komen.22 Verbalisant [slachtoffer 5] hoorde verbalisant [slachtoffer 6] via de portofoon “ze schieten, ze schieten” roepen, waarop hij de auto van [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] inhaalt. Op het moment dat hij, opnieuw, achter de Golf reed, werd er nogmaals, vanuit het raam aan de bijrijderszijde, een vuurwapen op hem gericht.23

De rotonde te Meerkerk

Verbalisant [slachtoffer 5] zag dat de Golf vervolgens de afrit Meerkerk nam en dat het voertuig beschadigd raakte. Er stapten 4 personen uit de auto en de bestuurder liep met versnelde pas op [slachtoffer 5] af tot hij op ongeveer 10 meter genaderd was. De bestuurder had een vuurwapen vast en [slachtoffer 5] keek recht in de loop. Hij hoorde meerdere knallen en zag meerdere terugslagen. [slachtoffer 5] heeft dekking gezocht achter zijn motor.24 Getuige [getuige 7] zag een zwarte Volkswagen van de snelweg af komen, met daarachter een motoragent. Uit de Volkswagen stapten 3 of 4 personen, waarvan er één een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de motoragent richtte.25Verbalisant [slachtoffer 7] kon met haar dienstvoertuig niet bij de rotonde komen vanwege het verkeer. Verbalisant [slachtoffer 6] had het bijrijdersportier geopend en [slachtoffer 7] hoorde twee schoten van een vuurwapen.26

De bijrijder van de Golf ging voor een donkere bestelauto staan en de andere twee verdachten liepen naar de bestelauto toe. Deze twee trokken de bestuurder van de bestelauto uit zijn auto, waarop alle 4 de verdachten in de bestelauto stapten. De bijrijder van de Golf stapte in aan de bijrijderskant van de bestelauto, de andere 2 verdachten stapten in aan de bestuurderszijde.27

Aangever [slachtoffer 4] verklaart dat hij op 30 mei 2014 met zijn Citroen Berlingo, kenteken [kenteken auto], over de Zijlkade te Meerkerk reed, toen er bij de rotonde ter hoogte van het AC-restaurant een zwarte auto voor de zijne stopte. Uit die auto sprongen 4 mannen en er werd direct met een vuurwapen op de politie gericht. Beide portieren van zijn auto werden opengetrokken, [slachtoffer 4] werd met een hard voorwerp op zijn hoofd geslagen en uit zijn auto getrokken. De vier mannen zijn ingestapt en hebben hun weg vervolgd in de richting van Nieuwland.28

Als gevolg van de klap heeft [slachtoffer 4] een zeer fors hematoom rond zijn rechteroog, een bloeding in zijn rechteroog opgelopen en in de maanden daaropvolgend had hij met regelmaat last van duizelingen.29

Vlucht Citroën Berlingo en aanhouding

Verbalisant [slachtoffer 7] zag dat verdachten hun weg vervolgden. [slachtoffer 7] reed rechts over de rotonde en werd linksom om de rotonde ingehaald door een ander dienstvoertuig. Zij reden als derde voertuig achter [slachtoffer 5] aan.30 [slachtoffer 5] zag dat de achterdeuren van de bestelauto al rijdend open werden gedaan. Hij zag twee personen in de laadruimte zitten en zag dat er spullen in zijn richting werden gegooid. Hij moest een grote zak ontwijken, en een goed, wat later een reservewiel bleek te zijn, rolde de berm in.31 [slachtoffer 7] zag dat er twee zakken en een reservewiel uit de klep van de bestelauto werden gegooid.32

Verbalisant [verbalisant 2] vernam via de meldkamer het verloop van de overval en de achtervolging en besloot aan het begin van het dorp Nieuwland, bij een wegversmalling, de weg te blokkeren. Er kwam een zwarte bestelauto met hoge snelheid aanrijden, maar deze auto kwam tijdig tot stilstand.33 Verbalisant [slachtoffer 5] zag dat de bestelauto moest stoppen, parkeerde zijn motor en nam zijn wapen ter hand. Hij had alleen zicht op de bestuurderszijde en zag dat de bestuurder uitstapte. [slachtoffer 5] kon zijn handen niet zien en loste een schot. Hij hoorde meerdere schoten en zag de bestuurder in elkaar zakken. Deze man herkende [slachtoffer 5] als de man die op de rotonde in Meerkerk op hem had geschoten. De bijrijder van de bestelauto droeg witte handschoenen, gelijk aan die [slachtoffer 5] op de A27 had gezien aan de hand uit het bijrijdersportier.34

Verbalisant [slachtoffer 6] zag dat de bestelauto stil stond, zag een persoon op de grond liggen en drie paar handen uit het voertuig steken. De uitpraatprocedure werd gestart, waarbij de drie overige verdachten een voor een naar buiten werden gehaald. [slachtoffer 6] hield zicht op de verdachte op de bijrijdersstoel. Hij heeft deze verdachte geboeid en gefouilleerd. Uit het paspoort wat hij bij zich droeg, bleek dat dit verdachte [medeverdachte 3] betrof.35

Aantreffen vuurwapen

Getuige [getuige 8] werd, vlak voor de auto van verdachten, eveneens geblokkeerd door het politievoertuig bij de wegversmalling op de Zijlkade. Hij hoorde doffe ploffen en zag de bestuurder van de bestelauto op de grond vallen. Hij reed zijn auto iets naar achteren en zag dat er iets voor zijn auto werd gegooid. Dit bleek een dof/grijs vuurwapen met een houten handvat te zijn. [getuige 8] heeft zijn auto de oprit opgestuurd, over het vuurwapen heen.36 Op de Zijlkade te Nieuwland, op de oprit van het perceel aan nummer 27, is een vuurwapen, merk FEG, veiliggesteld. In de kamer bevond zich een patroon en in de patroonhouder zaten 7 kogels.37 Nader onderzoek maakt duidelijk dat het gaat om een semi automatisch pistool, merk FEG, model PJK-9HP, waarmee scherpe munitie kan worden verschoten, strafbaar gesteld onder art. 2, lid 1, categorie III sub I van de WWM. Daarnaast werd eveneens munitie aangetroffen, te weten negen 9mm volmantelpatronen, Sellier&Bellot, strafbaar gesteld onder art. 2, lid 2, categorie III van de WWM.38 In totaal kunnen er 15 patronen in het pistool geplaatst worden.39 Hoewel het wapen in storing was ten tijde van het onderzoek40, werkte het wapen naar behoren.41

Het wapen is vergeleken met het wapen dat op de beelden van getuige [getuige 1] te zien is, waarbij wordt geconstateerd dat dit hoogst waarschijnlijk van hetzelfde merk en type is.42

[medeverdachte 3]

Op de beelden van de bewakingscamera van de juwelier is te zien dat degene die tegen de deur trapt, de enige persoon is die witte handschoenen draagt met daarin een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en zwarte schoenen met een lichte rand rond de zool.43 Op de beelden van getuige [getuige 1] is te zien dat het deze verdachte is die buiten de winkel een vuurwapen toont44 en uiteindelijk als laatste op de scooter stapt. Op dat moment houdt hij in zijn linkerhand een op een vuurwapen gelijkend voorwerp vast en in zijn rechterhand de stormram.45 Verbalisant [verbalisant 3] heeft deze beelden vergeleken met de foto’s van verdachte [medeverdachte 3].46 Hij concludeert hieruit dat de kleding die verdachte [medeverdachte 3] droeg ten tijde van de aanhouding exact hetzelfde is als de wit gehandschoende man op de beelden van [getuige 1] van de overval. Voorts is onder verdachte [medeverdachte 3] een paar schoenen in beslag genomen47, die worden omschreven als zwarte schoenen met witte zolen.48 In de juwelierswinkel is, op een glasscherf achter de toonbank, een schoenspoor veilig gesteld,49 welk schoenspoor veroorzaakt is door de schoen die onder [medeverdachte 3] in beslag is genomen.50

Onder [medeverdachte 3] is tevens een jack in beslag genomen51, dat is onderzocht op de aanwezigheid van schotresten. Op de mouwen van deze jas zijn zogenaamde A-deeltjes van loodhoudende munitie aangetroffen, waardoor een vrijwel zekere relatie met een schietproces wordt aangetoond.52

[medeverdachte 1]

Op de beelden van getuige [getuige 1] is te zien dat één van de verdachten van de overval een blauwe jas draagt, met een blauwe spijkerbroek en bruin-witte schoenen. Te zien is dat deze verdachte voor verdachte [medeverdachte 3] en achter de bestuurder op de scooter zit.53 Bij zijn aanhouding droeg verdachte [medeverdachte 1] kleding en schoenen die exact passen bij dit signalement.54

Voorts is onder verdachte [medeverdachte 1] een paar schoenen in beslag genomen, zijnde een paar schoenen van het merk Frankie Morello.55 In de juwelierswinkel is, op een glasscherf achter de toonbank in de winkel, een schoenspoor veilig gesteld.56 Dit schoenspoor is waarschijnlijk veroorzaakt door de schoen die onder [medeverdachte 1] in beslag is genomen.57

[medeverdachte 2]

Op de plaats delict bij Nieuwkerk is een paar schoenen in beslag is genomen, toebehorende aan verdachte [medeverdachte 2], zijnde een paar zwarte Nike schoenen.58 In de juwelierswinkel is, op een glasscherf op de vloer voor de toonbank, een schoenafdruk gevonden.59 Dit schoenspoor is veroorzaakt door de schoen van [medeverdachte 2].60

Op de beelden van getuige [getuige 1] is te zien dat er drie verdachten zijn en dat één van de verdachten geheel in het zwart gekleed is, met zwarte handschoenen. Deze man is de bestuurder van de scooter na de overval.61

Onder [medeverdachte 2] is een jack in beslag genomen62, dat is onderzocht op de aanwezigheid van schotresten. Op de mouwen van deze jas zijn zogenaamde A-deeltjes van loodhoudende munitie aangetroffen, waardoor een vrijwel zekere relatie met een schietproces wordt aangetoond.63

[verdachte]

Verdachte [verdachte] is bij aankomst op het politiebureau, gefotografeerd. Hierbij werd opgemerkt dat hij aan zijn rechterhand een witte handschoen droeg.64 Zijn signalement lijkt niet op een van de verdachten op de filmbeelden.65

4.3.2

De overwegingen van de rechtbank

Feit 1

Gelet op de bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat het de verdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] zijn geweest die de juwelierswinkel zijn binnengedrongen en de juwelier en zijn gezin hebben overvallen. De schoenafdrukken die zijn achtergelaten in de juwelierswinkel komen overeen met de schoenen die [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] aan hadden tijdens hun aanhouding. Daarnaast komt de kleding die de verdachten droegen tijdens de overval overeen met de kleding die door verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] werd gedragen ten tijde van de aanhouding. Ook concludeert de rechtbank dat, nu [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] geen witte handschoenen droegen en verdachte [medeverdachte 3] wel, [medeverdachte 3] de deur van de winkel heeft ingetrapt, de juwelier, zijn vrouw en dochters met een vuurwapen heeft bedreigd en even later het publiek op straat op afstand heeft gehouden door een vuurwapen te tonen. [medeverdachte 2] is samen met [medeverdachte 3] als eerste naar binnen gegaan en [medeverdachte 1], onder andere te herkennen aan zijn schoenen, is degene die de scooter voor de deur heeft geparkeerd en als laatste de juwelierswinkel binnen is gegaan. De drie mannen zijn vervolgens vertrokken op de scooter na het wegnemen van een zeer grote hoeveelheid sieraden, dit maal met [medeverdachte 2] als bestuurder. [verdachte] heeft even verderop in de vluchtauto gewacht. De overval is met precisie uitgevoerd, waarbij iedere verdachte een duidelijke rol heeft gehad. Naar het oordeel van de rechtbank staat meer dan voldoende vast dat er hier sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen deze verdachten. De aangiftes, getuigenverklaringen en het technisch bewijs, zoals hierboven weergegeven, maken dan ook voldoende duidelijk dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1], tezamen en in vereniging, deze overval hebben gepleegd.

Ten aanzien van de vraag of verdachte [verdachte] als medepleger, dan wel medeplichtige dient te worden aangemerkt, overweegt de rechtbank dat het [verdachte] is geweest die bij de vluchtauto op de drie anderen heeft gewacht en er samen met de drie anderen na de overval met de stormram, het vuurwapen en de sieraden in de Volkswagen Golf vandoor is gegaan. De Hoge Raad heeft, in haar arrest van 2 december 2014 (ECLI:NL:2014:3474) overwogen dat, indien er sprake is van gedragingen die doorgaans in verband worden gebracht met medeplichtigheid, een nauwkeurige motivering noodzakelijk is om toch tot medeplegen te kunnen komen. De Hoge Raad overwoog:

“Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Daarbij verdient overigens opmerking dat aan het zich niet distantiëren op zichzelf geen grote betekenis toekomt. Het gaat er immers om dat de verdachte een wezenlijke bijdrage moet hebben geleverd aan het delict. In dit verband valt te wijzen op bijvoorbeeld HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3356, NJ 2010/193 waarin ten aanzien van het medeplegen van een vernieling werd overwogen "dat het louter aanwezig zijn bij en zich niet distantiëren van een door een ander gepleegde vernieling, alsmede het louter instemmen met die vernieling, ieder voor zich en in onderlinge samenhang bezien daarvoor onvoldoende zijn", alsmede HR 3 juni 2014, ECLI:NL: HR:2014:1307 inzake diefstal door twee of meer verenigde personen waarin onvoldoende werd bevonden de enkele vaststelling "dat de verdachte een vluchtmogelijkheid heeft gefaciliteerd en dat het niet anders kan zijn dan dat over het verschaffen van deze vluchtmogelijkheid van te voren door de verdachte en zijn mededaders afspraken zijn gemaakt".”

Daarbij overweegt de Hoge Raad eveneens:

“De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Maar de bijdrage kan ook zijn geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit. Ook is niet uitgesloten dat de bijdrage in hoofdzaak vóór het strafbare feit is geleverd. (Vgl. bijvoorbeeld HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9972, NJ 2012/452). Zeker in dergelijke, in zekere zin afwijkende of bijzondere, situaties dient in de bewijsvoering aandacht te worden besteed aan de vraag of wel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. Dat geldt in nog sterkere mate indien het hoofdzakelijk gaat om gedragingen die na het strafbare feit zijn verricht. (Vgl. HR 9 april 2013 ECLI:NL:HR:2013:BZ6505, NJ 2013/229). Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke uitzonderlijke gevallen wel moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding.”

De rechtbank heeft hiervoor reeds vastgesteld dat [verdachte] niet aanwezig was in de juwelierswinkel. In dat opzicht is er dus in ieder geval geen sprake van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Dat betekent dat er voor de vraag of [verdachte] als medepleger kan worden aangemerkt, bijzondere aandacht moet zijn voor zijn rol voorafgaand en opvolgend aan het feit. In dat kader stelt de rechtbank vast dat hij, samen met de drie anderen, vanuit Amsterdam naar Breda is gekomen om deze overval te plegen. Er is gezorgd voor een vluchtauto en een scooter, maar ook voor een vuurwapen, stormram, sporttassen en bedekkende kleding. Hoewel dit de schijn wekt dat er op voorhand afspraken zijn gemaakt, kan de rechtbank niet vaststellen welke rol [verdachte] heeft gehad bij deze afspraken. Wel staat vast dat [verdachte] degene is geweest die achtergebleven is bij de vluchtauto en daarmee het vervoer heeft verschaft om te vluchten van de plaats van het delict. Dit is echter een handeling die typerend is voor een rol als medeplichtige. Naar het oordeel van de rechtbank is er onvoldoende bewijs om vast te kunnen stellen dat er een zodanig nauwe en bewuste samenwerking bestond tussen [verdachte] en zijn medeverdachten dat er gesproken kan worden over medeplegen. De rechtbank zal [verdachte] dan ook vrijspreken van het onder 1 primair ten laste gelegde.
Wel acht de rechtbank, gelet op het hierboven gestelde, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 subsidiair ten laste gelegde, de medeplichtigheid aan de overval.

Feit 2

Ten aanzien van de diefstal met geweld van de Citroën Berlingo overweegt de rechtbank dat de vier verdachten na de overval op de juwelier op de vlucht zijn geslagen voor de politie en dat door schade aan de vluchtauto verdachten zich kennelijk genoodzaakt voelden om naar een ander voertuig over te stappen. [medeverdachte 2] zorgde er voor dat verbalisant [slachtoffer 5] op afstand werd gehouden en [medeverdachte 3], [verdachte] en [medeverdachte 1] zorgden met toepassing van geweld voor een nieuw voertuig. [slachtoffer 4] werd daarbij op zijn hoofd geslagen en uit zijn auto getrokken, waarna verdachten hun weg konden vervolgen. Ieder van de verdachten had een rol in dit geheel, waardoor er naar het oordeel van de rechtbank met betrekking tot alle vier de verdachten gesproken kan worden van een nauwe en bewuste samenwerking bij het plegen van dit feit. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [verdachte] en [medeverdachte 1] dit feit, tezamen en in vereniging, hebben gepleegd.

Feiten 3 en 4

Wetenschap ten aanzien van aanwezigheid van het vuurwapen

De rechtbank stelt vast dat, op het moment dat de verdachten in de Volkswagen Golf stapten om te vluchten na de overval, allen op de hoogte waren van het feit dat er een vuurwapen aanwezig was. Verdachten zijn immers naar Breda gekomen met het idee om op klaarlichte dag een juwelier te overvallen. Dat hierbij gebruik zou moeten worden gemaakt van voor afdreiging geschikte materialen, lijkt evident. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben, in ieder geval tijdens de overval op de juwelier, gezien dat er een vuurwapen aanwezig was bij [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] heeft dit wapen in zijn handen gehad, niet alleen gedurende de overval, maar ook tijdens de vlucht. Op de beelden is te zien dat [medeverdachte 3] het wapen, toen hij achterop de scooter ging zitten, in zijn linkerhand hield. [verdachte] heeft in de buurt van de juwelierswinkel gewacht bij de vluchtauto en [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] zijn na de overval direct met de scooter naar de vluchtauto gereden. Er werden vele sieraden verloren bij het overstappen van de scooter naar de vluchtauto, waardoor [verdachte] moet hebben geweten dat de overval was geslaagd. De scooter werd achtergelaten, de verdachten zijn samen in de klaarstaande Golf gestapt en [verdachte] moet daar gezien hebben dat het vuurwapen nog in het bezit van [medeverdachte 3] was. De rechtbank is er dan ook van overtuigd dat, op het moment dat gestart werd met de vlucht met de Volkswagen Golf, alle verdachten op de hoogte waren van de aanwezigheid van het vuurwapen. Derhalve kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachten tezamen en in vereniging het pistool voorhanden hebben gehad.

Poging tot doodslag, A27 te Hank

De rechtbank acht voorts wettig en overtuigend bewezen dat verdachten, tezamen en in vereniging, meerdere malen hebben gepoogd verbalisant [slachtoffer 5] te doden door met een vuurwapen op hem te schieten. Op de A27, ter hoogte van Hank, zag verbalisant [slachtoffer 5] een witte handschoen met vuurwapen uit het raam aan de bijrijderszijde van de Golf en zag hij meerdere terugslagen, zoals dat gebruikelijk is bij het afvuren van een vuurwapen. [slachtoffer 5] heeft dit ook direct gemeld over de portofoon, wat door onder andere [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] werd gehoord. Getuige [getuige 6], die net als de verbalisant een meer dan gemiddelde kennis van vuurwapens heeft, zag de terugslagen, hoorde knallen en rook kruitdamp. De rechtbank is er van overtuigd dat er op dat moment, op de snelweg ter hoogte van Hank, daadwerkelijk is geschoten door de bijrijder van de Golf. Deze overtuiging wordt gesterkt door het feit dat er bij verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2], door bemonstering van hun mouwen, een relatie met een schietproces is aangetoond, waarbij geldt dat er, naast deeltjes van gemarkeerde munitie, ook deeltjes van loodhoudende munitie zijn gevonden. Het feit dat er geen hulzen of kogels, dan wel kogelinslagen zijn gevonden, doet naar het oordeel van de rechtbank aan voorgaande niet af. Gelet op de snelheid waarmee gereden werd en het feit dat er gedurende lange tijd nog verkeer over de snelweg heeft gereden, zijn er voldoende mogelijkheden waarop de hulzen weg konden raken.

Het verweer van de raadslieden dat de verdachten de deeltjes munitie door contaminatie hebben opgelopen in Amsterdam-West wordt door de rechtbank verworpen, nu uit de Bijlage schotrestenonderzoek blijkt dat schotresten (op handen) na een aantal uren vervlogen zijn. Daarnaast acht de rechtbank het geschetste scenario dat deze deeltjes op enig moment in Amsterdam zijn opgedaan, sindsdien op de mouwen zijn achtergebleven en de overval en de vlucht zouden hebben doorstaan zeer onwaarschijnlijk en onvoldoende gespecificeerd.

Het opzettelijk en gericht afvuren van kogels op een motoragent brengt met zich dat in ieder geval de aanmerkelijke kans wordt aanvaard dat deze agent door een kogel getroffen wordt en aan zijn verwondingen komt te overlijden. Niet alleen zou de kogel tot een dodelijke verwonding hebben kunnen leiden, ook een niet-dodelijke treffer of inslag op de motor zou dit gevolg kunnen hebben gehad, indien de motoragent hierdoor ten val zou zijn gekomen. Gelet op de snelheden waarmee op dat moment gereden werd, is deze kans zeker niet te verwaarlozen. Voor zover er verweren zijn gevoerd ten aanzien van de deugdelijkheid van het middel, slagen die verweren naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet.

Poging tot doodslag en bedreiging, A27 te Nieuwkerk

Op de A27, ter hoogte van Nieuwkerk reden verbalisanten [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] in een personenauto vervolgens achter de Golf aan, en zagen zij allebei dat er een hand met witte handschoen een pistool op hen richtte vanuit het raam van de bijrijder. Zij zagen dat het wapen terugslag gaf, zoals dat gebeurt wanneer een wapen wordt afgevuurd. Verbalisant [slachtoffer 6] zag ook rookpluimpjes van het wapen af komen. Over de portofoon werd direct gemeld dat er geschoten werd.

De rechtbank heeft ook ten aanzien van dit feit de overtuiging dat er op de verbalisanten is geschoten. Hierbij wordt, naast hetgeen hierboven is overwogen over de schotresten, in aanmerking genomen dat eerder ook op verbalisant [slachtoffer 5] werd geschoten. Ook het gericht afvuren van kogels in de richting van een personenauto levert, naar het oordeel van de rechtbank, een poging tot doodslag op. Voor dit feit geldt eveneens dat niet alleen de kans bestaat dat een inzittende dodelijk getroffen wordt, maar ook dat, zeker gelet de op dat moment gebezigde snelheden, een verwonding of beschadiging aan respectievelijk een inzittende of de auto, tot ongelukken met dodelijke afloop kunnen leiden.

[slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] remden vervolgens af, waarna [slachtoffer 5] hen inhaalde en opnieuw achter de Golf kwam te rijden. Hier werd opnieuw het vuurwapen op hem gericht, maar [slachtoffer 5] zag niet of er ook daadwerkelijk op hem werd geschoten. Er zijn ook geen andere bewijsmiddelen die aantonen dat er op dat moment wederom werd geschoten. De rechtbank twijfelt echter niet aan de waarneming van de verbalisant, nu hij vlak daarvoor al was beschoten vanuit deze auto en zojuist hoorde dat zijn collega’s eveneens beschoten werden. Hoewel het voor [slachtoffer 5] duidelijk was dat niet werd teruggedeinsd voor het toepassen van vuurwapengeweld, maakt hij de feiten zoals hij ze heeft waargenomen niet groter. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer 5] te Nieuwkerk is bedreigd met het vuurwapen.

Poging tot doodslag, rotonde afrit Meerkerk en Zijlkade Nieuwland

Bij de rotonde na de afrit te Meerkerk, zag [slachtoffer 5] dat de bestuurder van de Golf op hem af kwam met een vuurwapen in zijn hand en hiermee in zijn richting schoot. Hij zag de terugslagen en hoorde knallen. Zowel aangever [slachtoffer 4] als getuige [getuige 7] zagen dat er een wapen werd gericht op de motoragent. [slachtoffer 7] hoorde twee schoten. De rechtbank heeft, gelet op deze verklaringen, geen reden te twijfelen aan het feit dat er geschoten is op de rotonde. De afwezigheid van kogels, hulzen, of inslagen, maken dit niet anders nu niet duidelijk is of de rotonde direct volledig voor het verkeer is afgesloten. Vast staat in ieder geval dat er, om de achtervolging door te zetten, over beide zijden van de rotonde door politievoertuigen is gereden hetgeen zou kunnen verklaren dat hulzen zijn kwijtgeraakt. Ook is uit het dossier niet gebleken dat er op en rond deze rotonde uitvoerig is gezocht naar achtergebleven hulzen. Op alle overige plaatsen delict is hier wel melding van gemaakt, waardoor de rechtbank uit het ontbreken van hulzen niet afleidt dat er niet is geschoten. Dit maakt dat de rechtbank de poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen acht.

Ook het gooien van goederen uit de laadruimte van de auto op de Zijlkade te Nieuwland naar verbalisant [slachtoffer 5], zoals gezien door meerdere verbalisanten, kwalificeert de rechtbank als een poging tot doodslag. De goederen, twee grote zakken hondenvoer en een reservewiel, zijn uit de Citroën Berlingo gegooid om de verbalisant de achtervolging te doen staken. Het is een feit van algemene bekendheid dat een val met een motor grote risico’s met zich brengt, waaronder de mogelijkheid dat de berijder dusdanig gewond raakt dat hij komt te overlijden. Hoe hoger de snelheid, des te groter de risico’s. De gevaren van overig verkeer zijn voor een motorrijder ook groter dan voor een personenauto, nu de motorrijder vele malen minder bescherming heeft. Een aanrijding met (een van) deze grote en zware goederen, maar ook een poging deze goederen te ontwijken, hadden kunnen leiden tot een val van [slachtoffer 5], met alle hiervoor genoemde gevolgen van dien. Door het gooien van de goederen op de weg is de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 5] ten val zou komen, en zou komen te overlijden.

Medeplegen ten aanzien van feiten 3 en 4

Uit het voorgaande blijkt dat het de bijrijder van de Golf is geweest die op de snelweg heeft geschoten en dat het de bestuurder van de Golf was die op de rotonde op [slachtoffer 5] heeft geschoten. Uit de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, concludeert de rechtbank dat verdachte [medeverdachte 3] de bijrijder van de Golf was en dat hij dus op de snelweg op de verbalisanten heeft geschoten. Daarnaast kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 2] de bestuurder van de Golf was en dat hij dus op de rotonde op verbalisant [slachtoffer 5] heeft geschoten. Bovendien heeft [slachtoffer 5] hem na de aanhouding herkend als degene die op hem had geschoten bij de rotonde. De vraag die aan de orde is, is of alle verdachten als medepleger verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de ten laste gelegde pogingen tot doodslag of dat alleen de schutters, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], verantwoordelijk zijn voor

hun daden. Daartoe overweegt de rechtbank dat er vlak daarvoor een geplande, goed voorbereide gewapende overval op een juwelier had plaatsgevonden, dat de politie de verdachten spoedig op het spoor was gekomen en dat verdachten doende waren aan de politie te ontkomen door gebruik te maken van een vluchtauto die voorafgaande aan de overval door verdachten was klaargezet. Bij de overval werd gebruik gemaakt van een vuurwapen en alle verdachten waren hiervan op de hoogte op het moment dat zij in de vluchtauto stapten. Dat dit vuurwapen vervolgens zou worden gebruikt om de vlucht tot een succes te maken, is een kans die alle verdachten hebben aanvaard op het moment dat zij in de auto zijn gestapt. Gelet op de overweging van de Hoge Raad in het Nijmeegse scooterarrest (ECLI:NL:HR:2013:1966), kan medeplegen worden afgeleid uit het medeplegen van het daaraan voorafgaand strafbare feit, of uit het medeplegen van de voorbereiding van dat feit. Ten aanzien van [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] kan worden gesteld dat zij, doordat zij medeplegers zijn van de aan de vlucht voorafgaande overval, eveneens medepleger zijn ten aanzien van de poging tot doodslag die daarop volgde. Ten aanzien van [verdachte] overweegt de rechtbank dat hij, ten aanzien van de overval, een rol als medeplichtige had, maar wel behulpzaam is geweest bij de overval, nu hij de overvallers in ieder geval heeft voorzien van een vluchtauto, waarbij hij er ook voor heeft gekozen om zelf als inzittende in de vluchtauto te stappen. De rechtbank beschouwt [verdachte] vanaf het moment dat de auto vertrekt om te vluchten dan ook als volwaardig medepleger van de hierop volgende feiten.

De feiten 3 en 4 primair kunnen naar het oordeel van de rechtbank dan ook ten aanzien van alle verdachten wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Feit 5

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachten een vuurwapen voorhanden hebben gehad. De rechtbank heeft hierboven al overwogen dat alle verdachten op de hoogte waren van de aanwezigheid van het wapen, op zijn minst vanaf het moment dat zij in de Golf zijn gestapt. Het wapen, en de daarin aangetroffen munitie, is getest, waarbij is vastgesteld dat het om een werkend vuurwapen gaat.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 30 mei 2014 te Breda, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (juweliers)winkel/(juweliers)zaak (gelegen aan de [adres winkel]) heeft/hebben weggenomen een (grote) hoeveelheid (gouden) sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat zij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), terwijl hij/zij (een) bivakmuts(en) op had(den) en/of handschoen(en) aan had(den),

- de deur van de winkel/zaak heeft hebben ingetrapt/ingeramd/ingeslagen (met een zgn. bonkie/breekijzer) en/of

- een zgn. bonkie/breekijzer, zichtbaar voor die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3], in (een) zijner/hunner handen hebben gehouden en/of

- alle/een aantal vitrines kapot heeft/hebben geslagen en/of gestoten en/of

- meermalen, althans eenmaal, (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) op (het/de hoofd(en) en/of de buik(en), althans het/de licha(a)m(en) van) die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] heeft/hebben gericht en/of heeft/hebben gericht gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3], meermalen, althans eenmaal, -zakelijk weergegeven- de woorden heeft hebben toegevoegd: "waar is de kluis" en/of "dat die[getuige 1] zijn dochter(s) naar achter moest brengen, omdat er anders doden zouden vallen" en/of "dat ze naar achter moesten gaan" en/of "Deze pistool is geladen en wollah ik ga schieten als jullie niet gaan luisteren wollah", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 30 mei 2014 te Breda en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- als bestuurder van de vluchtauto op te treden voor die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of

- na de overval geholpen heeft om de sieraden in de (vlucht)auto te doen en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] vervoer te verschaffen weg van de plaats van de overval;

2.

hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (Citroen Berlingo, [kenteken auto]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- de deur(en) van die auto heeft/hebben open getrokken/gemaakt en/of

- die [slachtoffer 4] (met kracht) (met een hard voorwerp) tegen zijn gezicht/hoofd heeft hebben geslagen/gestompt/ gestoten en/of

- die [slachtoffer 4] uit die auto heeft/hebben getrokken en/of

- (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), zichtbaar voor die [slachtoffer 4] in zijn/hun hand(en) gehouden;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 30 mei 2014 te Hank en/of te Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 5] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

-meermalen, althans eenmaal op de snelweg/openbare weg (vanuit een rijdende auto) (een) schot/schoten heeft gelost naar/in de richting van die [slachtoffer 5],

en/of

-meermalen, althans eenmaal, een of meer (zware, grote) goed(eren) (vanuit een rijdende auto) op de snelweg heeft gegooid (terwijl die [slachtoffer 5] achter de rijdende auto op een motor reed), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 30 mei 2014 te Hank en/of Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- meermalen, althans eenmaal, vanuit een (rijdende) auto op de snelweg/openbare weg een schot/schoten heeft gelost naar/in de richting van die [slachtoffer 5], terwijl die [slachtoffer 5] op de moter (achter de auto) reed en/of

- (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapens gelijkend(e) voorwerp(en), zichtbaar voor die [slachtoffer 5], in zijn/hun hand(en) gehouden;

4.

primair

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 30 mei 2014 te Hank en/of te Meerkerk, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

-meermalen, althans eenmaal op de snelweg/openbare weg (vanuit een rijdende auto) (een) schot/schoten heeft gelost naar/in de richting van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op of omstreeks 30 mei 2014 te Breda en/of te Hank en/of te Meerkerk, en/of te Nieuwland, gemeente Zederik, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, te weten een (semi automatisch) pistool (FEG ARMS, kal. 9 mm) en/of munitie van categorie III, te weten negen, althans een aantal, (volmantel)patronen (Sellier & Bellot, 9 mm), voorhanden heeft/hebben gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Niet is gebleken dat de verdachte daarmee in zijn belangen is geschaad.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat het medeplegen van de overval en de pogingen tot doodslag niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, hetgeen op zichzelf al dient te leiden tot een flinke matiging van de strafeis. Voorts dient gekeken te worden naar de rol die verdachte heeft gehad in het geheel. Uit het reële scenario dat kan worden afgeleid uit het dossier volgt dat verdachte – in tegenstelling tot de medeverdachten – überhaupt niet in de juwelierszaak is geweest en evenmin persoonlijk een vuurwapen in handen heeft gehad. De beperkte rol van verdachte dient tot uiting te komen in de strafmaat. Daarnaast begrijpt de verdediging niet dat de officier van justitie een gewapende overval gevolgd door een vlucht, waar normaliter 2,5 tot 4,5 jaar gevangenisstraf op staat, kan oprekken naar een gewapende overval met drie pogingen tot doodslag met een strafeis van 15 jaar. Deze stap is veel te groot. Daar komt bij dat de officier van justitie ten onrechte geen rekening houdt met het blanco strafblad van verdachte, noch met zijn jonge leeftijd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte medeplichtig is geweest aan een gewapende overval op juwelier [juwelierswinkel], en zich samen met drie anderen schuldig heeft gemaakt aan het plegen van een diefstal met geweld van de personenauto van [slachtoffer 4], pogingen tot doodslag op en een bedreiging met de dood jegens verbalisant [slachtoffer 5], poging tot doodslag op verbalisanten [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] en het bezit van een vuurwapen.

Verdachte heeft, samen met zijn medeverdachten, door het gebruik van grof geweld een fikse stempel gedrukt op het verdere leven van diverse personen, niet in de laatste plaats op dat van de slachtoffers. De juwelier heeft, samen met zijn vrouw en kinderen – waaronder zijn 7-jarige dochter –, doodsangsten uitgestaan, terwijl zijn winkel, die zijn gezin van inkomsten voorzag, in puin werd geslagen en werd leeggeroofd door gemaskerde en met een vuurwapen gewapende mannen. Sindsdien leeft het gezin in voortdurende angst dat er een herhaling van deze feiten plaats zal vinden. Uit de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring is gebleken dat de juwelier en zijn gezin nog dagelijks psychisch nadelige gevolgen van de overval ondervinden. Ook de eigenaar van de gekaapte auto [slachtoffer 4], toevallig op het verkeerde moment op de verkeerde plaats, heeft het geweld van verdachten moeten ondergaan. Hij werd door verdachten bedreigd, mishandeld en uit zijn auto getrokken, waarna verdachten er met zijn auto vandoor gingen en hem beduusd en gewond op de rotonde achterlieten. Naast dat hij zeer angstig is geweest, heeft hij fors letsel in zijn gezicht opgelopen, waardoor hij pijn heeft ondervonden, hetgeen uit de namens hem ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring naar voren is gekomen. Zijn auto heeft hij beschadigd en incompleet teruggekregen. Dat de agenten doodsangsten hebben ervaren behoeft geen nadere uitleg, nu er, op meerdere momenten en op verschillende plekken, bewust en gericht op hen is geschoten. Ook zij hebben dit in hun ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen tot uitdrukking gebracht. Het spreekt voor zich dat de gedragingen van verdachten voor alle slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring moet zijn geweest. Ook omstanders hebben – zoals ook blijkt uit de 112-meldingen – de schrik van hun leven gehad en enkelen hebben om bijstand van slachtofferhulp gevraagd. Verdachten hebben hier klaarblijkelijk op geen enkel moment bij stilgestaan. Zij hebben telkens opnieuw, alleen aan hun eigen belang gedacht. Eerst om, ten koste van anderen, snel aan geld te komen, daarna om, desnoods ten koste van een ander zijn leven, aan hun aanhouding te ontkomen.

Het gehele gebeuren heeft op klaarlichte dag en op de openbare weg plaatsgevonden. Een dergelijk gewelddadig optreden in een winkel en op straat versterkt de in de maatschappij levende gevoelens van angst en onveiligheid. Ook hier hebben verdachten niet bij stil gestaan.

Tot op de dag van vandaag hebben verdachten er het zwijgen toegedaan. De rechtbank begrijpt dat dit een proceshouding is waar zij recht op hebben, en zal dit op geen enkele wijze mee laten wegen in de overwegingen omtrent de strafmaat. Wel wil de rechtbank opmerken dat zij het betreurt dat verdachten op geen enkele wijze spijt hebben betuigd aan de slachtoffers en dat zij, gedurende de behandeling ter zitting, meermalen (om de feiten) hebben zitten lachen.

De officier van justitie heeft voor alle verdachten een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren geëist. Hierbij heeft zij aangegeven dat de rollen van alle verdachten strafrechtelijk aan elkaar gelijk gesteld kunnen worden en dat zij, gelet op de aard en omvang van deze feiten, de eisen niet heeft willen differentiëren aan de hand van de rol en het strafblad van de vier verdachten.

De rechtbank kan zich in dit standpunt van de officier van justitie niet vinden en is van oordeel dat er wel degelijk rekening dient te worden gehouden met de onderscheidenlijke rollen en het strafblad van iedere verdachte afzonderlijk.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aard en ernst van de feiten, in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 13 jaren op zijn plaats zou zijn. De rechtbank neemt hierbij als uitgangspunt dat het medeplegen van de gewapende overval op de juwelier een gevangenisstraf van 3 jaar rechtvaardigt, het medeplegen van de diefstal met geweld van de personenauto een gevangenisstraf van 2 jaar en het medeplegen van de pogingen tot doodslag op de verbalisanten een gevangenisstraf van 8 jaar, hetgeen opgeteld resulteert in een gevangenisstraf van 13 jaar. Het medeplegen van het bezit van het vuurwapen zit in het totaalpakket reeds verdisconteerd. Nu sprake is van meerdere afzonderlijke momenten waarop verdachte hebben besloten geweld toe te passen, volgt de rechtbank de verdediging niet in het standpunt dat er sprake is van het ‘oprekken van de feiten en de strafmaat’.

Ten aanzien van verdachte overweegt de rechtbank het volgende. In tegenstelling tot de rol van de medeverdachten is de rol van verdachte bij de overval op juwelier [juwelierswinkel] gekwalificeerd als die van medeplichtige. Op grond van artikel 49 lid 1 Sr vermindert de rechtbank het hiervoor genoemde uitgangspunt ten aanzien van deze overval met een derde, zijnde een vermindering van 1 jaar. Daarbij weegt de rechtbank in het voordeel van verdachte, zoals door zijn advocaat betoogd, mee dat de rol van verdachte in het geheel genomen de minst grote is geweest. Als medepleger is en blijft hij strafrechtelijk verantwoordelijk voor de feitelijke handelingen van zijn medeverdachten, maar de rechtbank is van oordeel dat in de strafmaat wel mag doorklinken dat verdachte niet de persoon is geweest die de vluchtauto tijdens de levensgevaarlijke vlucht heeft bestuurd en dat hij niet degene is geweest die persoonlijk op de agenten heeft geschoten. Tevens houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte blijkens zijn strafblad niet eerder in aanraking is geweest met politie en justitie. Het bovenstaande rechtvaardigt nog een strafkorting van 1 jaar op het hiervoor geformuleerde uitgangspunt.

De rechtbank is, al het voorgaande in overwegende nemende, aldus van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 11 jaren passend en geboden is.

7 De benadeelde partijen

7.1

De benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 58.703,39 voor feit 1, bestaande uit een bedrag van € 45.953,39 aan materiële schade en een bedrag van € 12.750,00 aan immateriële schade.

Het gevorderde bedrag aan materiële schade bestaat onder andere uit een voorschot op het verlies aan verdienvermogen en schade aan de sieraden. Deze kostenposten zijn hoog en voor de rechtbank in het kader van het strafproces, nauwelijks tot niet verifieerbaar. Zeker gezien het feit dat de onderbouwing van deze posten summier is. Om tot een gedegen afweging te komen omtrent de werkelijk geleden schade, dient (veel) meer tijd te worden genomen dan in dit strafproces voorhanden is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de behandeling van deze onderdelen van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom voor dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De overige posten met betrekking tot de materiële schade (de schade aan de vitrines, plateaus en het deurslot) liggen voor toewijzing gereed. Dit betreft een bedrag van € 953,39.

Ten aanzien van de immateriële schade overweegt de rechtbank dat aan de juwelier, zijn vrouw en zijn oudste dochter, door het Schadefonds Geweldsmisdrijven een bedrag van € 1.750,- p.p. is uitgekeerd. Het Schadefonds heeft bij de bepaling van de hoogte van deze uitkering rekening gehouden met het wettelijk kader, het opgelopen letsel en de psychische klachten van de benadeelden. De rechtbank ziet geen reden om af te wijken van het oordeel van het Schadefonds en zal dan ook een immateriële schadevergoeding toewijzen ter hoogte € 1.750,00 p.p, zijnde in totaal € 5.250,-.De vordering zal voor het overige worden afgewezen.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de gevorderde schade die zich leent voor behandeling in het strafgeding, tot een bedrag van € 6.203,39 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feiten acht verdachte, tezamen met zijn medeverdachten, aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zal tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen.

7.2

De benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] vordert een schadevergoeding van € 3.735,97, bestaande uit een bedrag van € 1.735,97 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, voor feit 2.

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade, ter hoogte van € 1.735,97, aannemelijk is gemaakt en een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit.

Met het oog op toegekende vergoedingen in vergelijkbare zaken, is de rechtbank van oordeel dat de immateriële schadevergoeding gematigd dient te worden. Een bedrag van € 1.000,- acht de rechtbank billijk. Ook dit bedrag is aannemelijk gemaakt en deze schade vloeit rechtstreeks voort uit het bewezenverklaarde feit.

De rechtbank acht verdachte, tezamen met zijn medeverdachten, aansprakelijk voor voornoemde schade en zal de vordering derhalve hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 2.735,97, te vermeerderen met de wettelijke rente, en deze voor het overige afwijzen.

7.3

De benadeelde partij [slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5] vordert een immateriële schadevergoeding van € 1.250,- voor feit 3.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte, tezamen met zijn medeverdachten, aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering, hoofdelijk, zal worden toegewezen.

7.4

De benadeelde partij [slachtoffer 6]

De benadeelde partij [slachtoffer 6] vordert een immateriële schadevergoeding van € 750,- voor feit 4.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte, tezamen met zijn medeverdachten, aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering, hoofdelijk, zal worden toegewezen.

7.5

De benadeelde partij [slachtoffer 7]

De benadeelde partij [slachtoffer 7] vordert een schadevergoeding van € 750,- voor feit 4.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte, tezamen met zijn medeverdachten, aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering, hoofdelijk, zal worden toegewezen.

7.6

De schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot alle toegekende vorderingen van de benadeelde partijen zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1

De bewaring ten aanzien van de rechthebbende

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp, aangezien thans niemand als rechthebbende kan worden aangemerkt

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 45, 47, 48, 57, 91, 285, 287, 310, 312, van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen de artikelen 26, 55, 56 en 60 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair tenlastegelegde;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 subsidiair: Medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2: Diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 3: Medeplegen van een poging tot doodslag, meermalen gepleegd

en

Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 4 primair: Medeplegen van een poging tot doodslag, meermalen gepleegd;

feit 5: Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 11 jaren;

Benadeelde partijen

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 6.203,39;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 6.203,39, waarvan € 953,39 ter zake van materiële schade en € 5.250,- ter zake van immateriële schade;

- wijst het meer gevorderde in het kader van de immateriële schade af;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de materiële aspecten van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van € 2.735,97, vermeerderd met de wettelijke rente;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van € 2.735,97, waarvan € 1.735,97 ter zake van materiële schade en € 1.000,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 mei 2014;

- wijst het meer gevorderde af;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] van € 1.250,-, ter zake van immateriële schade;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] toe;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] van € 750,-, ter zake van immateriële schade;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] toe;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 7] van € 750,-, ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover deze bedragen door één of meer mededaders zijn betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partijen te betalen.

Schademaatregel

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit1), € 6.203,39, 66 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 2), € 2.735,97, 37 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 5] (feit 3), € 1.250,-, 22 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 6] (feit 4), € 750,-, 15 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 7] (feit 4), € 750,-, 15 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover deze bedragen door één of meer mededaders zijn betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Beslag

- bepaalt dat de inbeslaggenomen auto VW Golf wordt bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kok, voorzitter, mr. Marsé en mr. Fleskens, rechters, in tegenwoordigheid van Van Rensch, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 mei 2015.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer 2014109360 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 525 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1], pag. 94-95

2 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2], pag. 84

3 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], pag. 73-74

4 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 159

5 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 404 en 405

6 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], pag. 120

7 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], pag. 216

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], pag. 188

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5], pag. 206

10 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 51, foto pag. 72 pv van forensisch technisch onderzoek

11 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 51, foto pag. 69 pv van forensisch technisch onderzoek

12 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 50, foto’s pag. 53 e.v. pv van forensisch technisch onderzoek

13 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 321

14 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 323

15 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2], pag. 90

16 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 243

17 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5], pag. 254

18 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5], pag. 255

19 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6], pag. 268

20 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 246

21 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 246

22 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 250

23 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5], pag. 256

24 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5], pag. 257

25 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7], pag. 302

26 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 247

27 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5], pag. 257-258

28 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4], pag. 286

29 Geneeskundige verklaringen betreffende [slachtoffer 4], pag. 300 en 301

30 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 251

31 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 5], pag. 258

32 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 251

33 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 344

34 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 259

35 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 252

36 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8], pag. 346

37 Proces-verbaal van sporenonderzoek, pag. 351

38 Proces-verbaal van politie Den Haag, Team Forensisch Onderzoek, pag. 353-354

39 Proces-verbaal van politie Den Haag, Team Forensisch Onderzoek, pag. 356

40 Proces-verbaal van politie Den Haag, Team Forensisch Onderzoek, pag. 357

41 Rapport van de politie Den Haag, pag. 281

42 Proces-verbaal van bevindingen vuurwapen, pag. 414 en 415

43 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 381 en 410

44 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 396 en 397

45 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 405 en 406

46 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 363, foto’s op pag. 372-375

47 Proces-verbaal van inbeslagneming, pag. 407 pv van forensisch technisch onderzoek

48 Proces-verbaal van sporenonderzoek, pag. 405 pv van forensisch technisch onderzoek

49 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 33-34 pv van forensisch technisch onderzoek

50 Unit Forensisch onderzoek, pag. 336 pv van forensisch technisch onderzoek

51 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 408, pv van forensisch technisch onderzoek

52 Rapport schotrestenonderzoek dd. 2-9-2014, NFI, pag. 457

53 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 404

54 Proces-verbaal van bevindingen, foto’s van verdachte [medeverdachte 1], pag. 364-365-366

55 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 413 pv van forensisch technisch onderzoek

56 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 32-33 pv van forensisch technisch onderzoek

57 Unit Forensisch onderzoek, pag. 337 pv van forensisch technisch onderzoek

58 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 313-314 pv van forensisch technisch onderzoek

59 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 36-37

60 Unit Forensisch onderzoek, pag. 337 pv van forensisch technisch onderzoek

61 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 404

62 Kennisgeving van inbeslagneming, pag. 420, pv van forensisch technisch onderzoek

63 Rapport schotrestenonderzoek dd. 2-9-2014, NFI, pag. 457

64 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 363

65 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 408