Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:2681

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15-04-2015
Datum publicatie
29-09-2015
Zaaknummer
C-02-297158 - KG ZA 15-179
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres is getroffen door een hersenbloeding waarvan zij ernstige medische beperkingen ondervindt waarna opname in een verpleeghuis heeft plaatsgevonden. Eiseres heeft een euthanasieverzoek gedaan. Dit verzoek mag niet worden uitgevoerd in de verpleeginstelling. Om die reden wil de verpleeginstelling de zorgovereenkomst beëindigen. Rechtbank bepaalt dat gedaagde moet meewerken aan de beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst dan wel zorgleveringsovereenkomst die is gesloten tussen eiseres en gedaagde.

Wetsverwijzingen
Zorgverzekeringswet
Zorgverzekeringswet 11
Besluit zorgverzekering
Besluit zorgverzekering 2.1
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 2
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2015/141
GZR-Updates.nl 2015-0419
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht


Middelburg

zaaknummer / rolnummer: C/02/297158 / KG ZA 15-179

Vonnis in kort geding van 15 april 2015

in de zaak van

1 [eiseres sub 1] ,

verblijvende in zorginstelling Ter Reede te Vlissingen,

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat: mr. E. Pans te Amsterdam,

tegen

de stichting

STICHTING WVO ZORG,

gevestigd te Vlissingen,

gedaagde,

advocaat: mr. T.A.M. van den Ende te Zwolle.

Eisers zullen hierna [eiseres sub 1] en [eiser sub 2] worden genoemd. Daar waar eisers samen worden bedoeld zullen zij ook [eisers] (in meervoud) worden genoemd. Gedaagde zal hierna worden aangeduid als WVO.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 1 april 2015 met producties 1 tot en met 8,

  • -

    de bij brief van 3 april 2015 van de zijde van WVO gevoegde producties 1 tot en met 9,

  • -

    de mondelinge behandeling op 7 april 2015,

  • -

    de pleitnota van [eisers] ,

  • -

    de pleitnota van WVO.

2 De feiten

2.1.

[eiseres sub 1] , thans 80 jaar oud, is in oktober 2013 getroffen door een cerebellaire bloeding (hersenbloeding), waarvan zij ernstige medische beperkingen, waaronder neurologische restverschijnselen, ondervindt. Per 8 januari 2014 is [eiseres sub 1] opgenomen in verpleeghuis Ter Reede te Vlissingen, onderdeel van WVO.

2.2.

[eiser sub 2] is de zoon van [eiseres sub 1] . In een op 30 oktober 2014 door de notaris opgestelde akte heeft [eiseres sub 1] aan [eiser sub 2] een algemene volmacht verleend, waarin hij tot wettelijke vertegenwoordiger van [eiseres sub 1] is benoemd.

2.3.

Voor het verblijf in verpleeginstelling Ter Reede hebben [eiseres sub 1] en WVO op 6 januari 2014 een zorgleveringsovereenkomst (hierna: zorgovereenkomst) gesloten.

2.4.

In Ter Reede staat [eiseres sub 1] onder behandeling van drs. F.M. van Eede, die werkzaam is bij WVO als (verpleeghuis-)arts.

2.5.

Op 26 augustus 2014 heeft [eiseres sub 1] zich schriftelijk aangemeld bij de Stichting Levenseindekliniek (hierna: SLK) te Den Haag, met een hulpvraag om euthanasie.

2.6.

In februari 2015 heeft SLK besloten het euthanasieverzoek van [eiseres sub 1] te honoreren.

2.7.

Omdat WVO niet toestaat dat de euthanasie wordt uitgevoerd in de verpleeginstelling heeft [eisers] te kennen gegeven de zorgovereenkomst met WVO te willen beëindigen. Op 9 maart 2015, tien dagen voor de geplande euthanasie, heeft WVO laten weten de opzegging van de zorgovereenkomst door [eisers] niet te accepteren. WVO stelt zich op het standpunt dat [eiseres sub 1] niet wilsbekwaam is ten aanzien van haar opzegging van de zorgovereenkomst en dat het volgen van de wens van [eiser sub 2] als vertegenwoordiger van [eiseres sub 1] in strijd is met het goed hulpverlenerschap van WVO.

3 Het geschil

3.1.

[eisers] vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

WVO te veroordelen op een door [eisers] te bepalen datum die is gelegen in april 2015 mee te werken aan de beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst dan wel zorgleveringsovereenkomst die is gesloten tussen [eiseres sub 1] en WVO, althans ervoor te zorgen dat het ontslag van [eiseres sub 1] uit de instelling waar zij thans verblijft op rustige en ordentelijke wijze zal verlopen, waarbij door en/of namens WVO geen feitelijke en/of juridische belemmeringen zullen worden opgeworpen, en

WVO te veroordelen in de kosten van deze procedure, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover.

3.2.

[eisers] leggen aan hun vordering het volgende ten grondslag.

Primair stellen eisers dat [eiseres sub 1] wilsbekwaam is en derhalve bevoegd is de zorgovereenkomst met WVO op te zeggen. Volgens eisers staat de wilsbekwaamheid van [eiseres sub 1] niet meer ter discussie, nu de aan SLK verbonden huisarts, drs. S.D. Van Hemsbergen, een SCEN-arts, drs. J.L. Flach, en een onafhankelijk psychiater, drs. S.J. Vanthuyne, na een gericht en zorgvuldig uitgevoerd onderzoek alle drie onafhankelijk van elkaar tot het oordeel zijn gekomen dat [eiseres sub 1] volledig wilsbekwaam is ten aanzien van haar euthanasieverzoek. Uit haar wilsbekwaamheid ten aanzien van het euthanasieverzoek vloeit voort, aldus [eisers] , dat [eiseres sub 1] tevens wilsbekwaam is ten aanzien van de opzegging van de zorgovereenkomst met WVO. Zij begrijpt heel goed dat haar verplaatsing uit Ter Reede betekent dat haar euthanasiewens dan ook feitelijk zal worden uitgevoerd. Eisers voeren verder aan dat WVO de door hen gestelde wilsonbekwaamheid van [eiseres sub 1] niet heeft aangetoond. Een algemene cognitieve screening, een herbeoordeling daarvan en de indrukken van verplegend personeel zijn onvoldoende als het gaat om het vaststellen van de wilsbekwaamheid en de euthanasiewens van [eiseres sub 1] . Ook het feit dat [eiseres sub 1] in Ter Reede niet of nauwelijks over euthanasie zou hebben gesproken, zegt niets over de ernst of duurzaamheid van haar euthanasiewens. Subsidiair stellen eisers dat [eiser sub 2] in zijn rol van wettelijke vertegenwoordiger van [eiseres sub 1] bevoegd is de zorgovereenkomst met WVO op te zeggen. [eisers] stellen zich dan ook op het standpunt dat de zorgovereenkomst rechtsgeldig kan worden opgezegd en dat WVO [eiseres sub 1] de ruimte moet bieden om de zorginstelling te verlaten.

3.3.

WVO verzet zich tegen toewijzing van de vordering van [eisers] Zij voert daartoe het navolgende aan. WVO betwist dat [eiseres sub 1] wilsbekwaam is de zorgovereenkomst op te zeggen. Het oordeel van de SLK-arts, de SCEN-arts en de onafhankelijk psychiater dat [eiseres sub 1] bekwaam zou zijn ten aanzien van de door hen aangenomen euthanasiewens, past niet op de beoordeling van de wilsbekwaamheid door de behandelend arts, de heer Van Eede, en de bij WVO in dienst zijnde psychologe, drs. L. Spijkerboer, en evenmin op de ervaringen van medewerkers van WVO met [eiseres sub 1] in het dagelijks leven. Zij zijn van mening dat [eiseres sub 1] wilsonbekwaam is en aldus ook wilsonbekwaam ten aanzien van het al dan niet vrijwillig kunnen beslissen tot euthanasie. Daarvoor beroept WVO zich op de uitkomst van twee cognitieve screenings die mevrouw Spijkerboer bij [eiseres sub 1] heeft afgenomen. Voorts geeft de behandelrelatie met [eiseres sub 1] geen grond om tot de overtuiging te komen dat zij een persisterende vrijwillige euthanasiewens heeft dan wel dat zij ondragelijk lijdt. Er zijn volgens WVO nog te veel momenten dat zij van dingen kan genieten. [eiser sub 2] laat zich naar de mening van WVO te veel leiden door datgene wat hij meent dat [eiseres sub 1] niet zou hebben gewild. WVO heeft mede aan de hand van het zorgdossier en de behandelrelatie met [eiseres sub 1] de gegronde vrees dat een opzegging door [eiser sub 2] wordt beheerst door medelijden. WVO beroept zich op de uitzondering geformuleerd in artikel 7:465 lid 4 BW. Zij acht opzegging van de zorgovereenkomst door [eisers] niet mogelijk.

4 De beoordeling

4.1.

Ter beoordeling staat eerst de vraag of [eiseres sub 1] wilsbekwaam is de zorgovereenkomst op te zeggen en aldus zelf zal kunnen beslissen te vertrekken bij WVO. Bij deze beoordeling moet worden betrokken dat de opzegging van de zorgovereenkomst niet op zichzelf staat; de opzegging door [eiseres sub 1] is erop gericht om kort na haar vertrek bij WVO door de SLK te worden geholpen bij haar levenseinde.

4.2.

Uitgangspunt is dat iemand wilsbekwaam is totdat het tegendeel blijkt. Gelet hierop ligt het op de weg van WVO aannemelijk te maken dat [eiseres sub 1] wilsonbekwaam is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is WVO daar niet of althans onvoldoende in geslaagd.

4.3.

Ter onderbouwing van haar stelling dat [eiseres sub 1] wilsonbekwaam is beroept WVO zich op de eigen observaties van de heer Van Eede, en de onderzoeken van haar psychologe, mevrouw Spijkerboer. Dat [eiseres sub 1] in de behandelrelatie met de heer Van Eede niet of nauwelijks over euthanasie heeft gesproken, leidt niet tot de slotsom dat [eiseres sub 1] wilsonbekwaam is. Aannemelijk is immers, zoals eisers hebben aangevoerd, dat de noodzaak hiertoe ontbrak omdat [eiseres sub 1] door Van Eede al meteen duidelijk was gemaakt dat hij hier geen rol in wilde spelen en dat de uitvoering van de euthanasie hoe dan ook niet in Ter Reede zou kunnen plaatsvinden.

De onderzoeken van mevrouw Spijkerboer zijn meer algemene psychologische onderzoeken naar cognitieve beperkingen en houden geen gericht onderzoek in naar de wilsbekwaamheid van [eiseres sub 1] ten aanzien van haar wens om het leven te beëindigen. Daarbij is van belang dat WVO weliswaar stelt dat bij de cognitieve screening van [eiseres sub 1] de vier criteria uit de KNMG Modelrichtlijn zijn nagelopen, maar uit het verslag van de screening blijkt dit als zodanig niet.

4.4.

Eisers stellen daartegenover dat [eiseres sub 1] wel wilsbekwaam is. Zij beroepen zich op de rapportages van de door SLK ingeschakelde huisarts, de onafhankelijk psychiater en de SCEN-arts. Na onderzoek hebben zij alle drie onafhankelijk van elkaar geoordeeld dat [eiseres sub 1] volledig wilsbekwaam is ten aanzien van haar euthanasieverzoek. Volgens WVO is zij op grond van de behandelrelatie die zij al 1,5 jaar met [eiseres sub 1] heeft beter in staat de wilsbekwaamheid te beoordelen dan artsen van buitenaf. Daarmee gaat WVO er naar het oordeel van de voorzieningenrechter aan voorbij dat voor de toetsing van een euthanasieverzoek de wet kaders heeft geschapen, waarbij de toetsing door een arts van buitenaf niet alleen mogelijk wordt gemaakt, maar zelfs als vereiste wordt geformuleerd. Dit laatste is bedoeld om een zorgvuldig besluitvormingsproces van de arts te bevorderen. Bovendien vergt het beoordelen van wilsbekwaamheid ten aanzien van euthanasieverzoeken gespecialiseerde medische kennis en ervaring waarvan niet is gesteld of gebleken dat de medewerkers van WVO daarover beschikken. Dat de bij SLK betrokken artsen deze kennis wel hebben, is niet alleen niet betwist, maar deze mag in redelijkheid ook verondersteld worden aanwezig te zijn gezien de bijzondere doelstelling van SLK. In dat licht is ook aannemelijk dat de artsen hebben kunnen vaststellen dat de euthanasiewens van [eiseres sub 1] een door haar zelfstandig en vrijwillig genomen besluit is en dat dit besluit, zoals WVO suggereert, niet beïnvloed is door [eiser sub 2] .

Uit hetgeen ter zitting door WVO is aangevoerd begrijpt de voorzieningenrechter dat zij van mening is dat de onafhankelijk psychiater, Vanthuyne, de wilsbekwaamheid van [eiseres sub 1] niet heeft kunnen vaststellen, omdat Vanthuyne bij de beoordeling daarvan de KNMG Modelrichtlijn zou hebben veronachtzaamd. In deze richtlijn worden vier criteria genoemd aan de hand waarvan een oordeel kan worden gevormd over de wilsbekwaamheid van een patiënt. Onjuist is dat Vanthuyne toepassing van de criteria achterwege heeft gelaten. Uit de rapportage blijkt dat hij de vier criteria heeft nagelopen en aan de hand daarvan tot wilsbekwaamheid bij [eiseres sub 1] heeft geconcludeerd. Gelet op dit alles is WVO er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de rapportages waarop eisers zich beroepen onvoldoende zijn ter onderbouwing van hun stelling dat [eiseres sub 1] wilsbekwaam is.

4.5.

De voorzieningenrechter oordeelt verder van belang dat ook de notaris te wiens overstaan [eiseres sub 1] op 30 oktober 2014 aan [eiser sub 2] volmacht heeft verleend (zie rechtsoverweging 2.2), [eiseres sub 1] wilsbekwaam heeft geoordeeld om deze rechtshandeling te verrichten. Gelet op de notariële zorgplicht mag ervan uit worden gegaan dat de notaris deze beoordeling heeft verricht conform het door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie opgestelde protocol voor de beoordeling van wilsbekwaamheid door notarissen, welk protocol is gebaseerd op de richtlijn die huisartsen momenteel gebruiken (KNMG Modelrichtlijn) en waarin dezelfde vier criteria worden voor de beoordeling van de wilsbekwaamheid worden aangelegd.

Desgevraagd hebben partijen verklaard dat sindsdien de gezondheidstoestand van [eiseres sub 1] in geestelijke zin onveranderd is gebleven. Op grond daarvan is aannemelijk dat er sprake is van een onveranderde voortdurende wilsbekwaamheid.

4.6.

Op grond van al het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat van de wilsbekwaamheid van [eiseres sub 1] ten aanzien van haar euthanasiewens voldoende is gebleken. Hieruit volgt ook dat er vanuit mag worden gegaan dat zij de gevolgen van de opzegging van de zorgovereenkomst voldoende overziet en derhalve wilsbekwaam moet worden geacht deze op te zeggen. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

4.7.

Nu hiervoor is geoordeeld dat [eiseres sub 1] wilsbekwaam is de zorgovereenkomst op te zeggen behoeft de vraag of [eiser sub 2] namens haar deze overeenkomst rechtsgeldig kan opzeggen geen beantwoording meer.

4.8.

Omdat WVO ter zitting heeft toegezegd bij toewijzing van de vordering eisers alle ruimte te zullen geven om op rustige en ordentelijke wijze de instelling te verlaten, zal het daarop betrekking hebbende deel van de vordering van eisers, bij gebrek aan belang, worden afgewezen.

4.9.

WVO zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers] worden begroot op:

- dagvaarding € 94,19

- griffierecht 285,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.195,19

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

veroordeelt WVO op een door [eisers] te bepalen datum die is gelegen in april 2015 mee te werken aan de beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst dan wel zorgleveringsovereenkomst die is gesloten tussen [eiseres sub 1] en WVO,

5.2.

veroordeelt WVO in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op € 1.195,19,

5.3.

veroordeelt WVO in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met € 68,00 aan explootkosten van betekening van de uitspraak indien WVO niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan én er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na betekening van het vonnis,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2015.1

1 mp