Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:2460

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
04-02-2015
Datum publicatie
20-04-2015
Zaaknummer
C/02/276494 FA RK 14-598
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De vrouw verzoekt de geboorteakte van de minderjarige aldus te verbeteren dat de vadergegevens van de akte worden verwijderd. Vrouw stelt primair dat het in Somalië gesloten huwelijk niet voor erkenning in aanmerking komt, en subsidiair dat het huwelijk reeds door verstoting is beëindigd. Daarnaast stelt vrouw dat artikel 10:92 BW een lex specialis is van artikel 10:17 BW. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft bezwaar tegen het verzoek van de vrouw.

De rechtbank overweegt dat voldoende is komen vast te staan dat het huwelijk tussen partijen is gesloten volgens de in Somalië geldende plaatselijke voorschriften, zodat dit huwelijk voor erkenning in aanmerking komt. Voorts oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van een verstoting die voldoet aan de eisen van 10:58 BW. Ten aanzien van de afstamming van de minderjarige overweegt de rechtbank dat uit de memorie van toelichting inzake de vaststelling en invoering van boek 10 van het BW blijkt dat er geen rangorde is in de artikelen die in boek 10 BW staan vermeld. Derhalve is 10:92 BW geen lex specialis van 10:17 BW. Met in achtneming van de asielstatus die de vrouw ten tijde van de geboorte had, is de rechtbank van oordeel dat Nederlands recht van toepassing is op de afstamming. Het verzoek van de vrouw tot verbetering van de geboorteakte wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familierecht

Breda

Zaaknummer: C/02/276494 FA RK 14-598

beschikking van de enkelvoudige kamer d.d.

betreffende registers van de burgerlijke stand,

op het verzoek van

[Verzoekster],

wonende te [woonplaats 1],

hierna te noemen de moeder,

advocaat mr. E.M.G. van Nuenen-Meulesteen.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 27 januari 2014 ontvangen verzoek van de advocaat van de moeder, met bijlagen;

- het op 7 april 2014 ontvangen aanvullend verzoek, met bijlagen;

- de akte nr. [aktenummer] van het jaar [aktejaar] van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente 2];

- de op 9 mei 2014 en 9 december 2014 ontvangen brieven van de advocaat van de moeder;

- de op 10 juni 2014 ontvangen brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente 1], met bijlagen;

- de oproeping van de griffier van deze rechtbank van de hierna onder 1 te noemen

belanghebbende in dagblad het Algemeen Dagblad van 8 september 2014;

- de op 15 september 2014 ontvangen brief van het openbaar ministerie;

- het proces-verbaal van de behandeling ter terechtzitting van 10 december 2014.

Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt:

1. de heer [man x], hierna te noemen de vader,

2. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente[gemeente 1],

3. het openbaar ministerie.

2 Het verzoek

Het verzoek strekt er, thans, toe dat de rechtbank verbetering van voormelde akte zal gelasten.

3 De beoordeling

3.1.

In voormelde akte met nummer [aktenummer] is opgenomen dat op [geboortedatum 1] te [woonplaats 2] is geboren de minderjarige met de volgende naam:

Geslachtsnaam : [kind x]

Voornamen : -

Voorts is in voormelde akte opgenomen dat haar ouders zijn:

Geslachtsnaam vader : [man x]

Voornamen vader : -

Naam moeder : [Verzoekster]

Voornamen moeder : -

Plaats van geboorte vader : [geboorteplaats 1]

Dag van geboorte vader :[geboortedatum 2]

Plaats van geboorte moeder : [geboorteplaats 2]

Dag van geboorte moeder : [geboortedatum 3].

De aangifte van de geboorte is gedaan door [Verzoekster], geboren te [geboorteplaats 2], [geboorteplaats 2]op [geboortedatum 3].

3.2.

Op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe, aangezien het verzoekschrift is ingediend door voormeld openbaar ministerie. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd nu het verzoek ziet op verbetering van een akte welke is of moet worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand binnen haar rechtsgebied.

3.3.

De moeder verzoekt de geboorteakte aldus te verbeteren dat de persoonsgegevens van de vader van de akte worden verwijderd. Zij legt primair aan haar verzoek ten grondslag dat het op [huwelijksdatum] met de vader gesloten huwelijk in Nederland niet voor erkenning in aanmerking komt, nu er geen huwelijksakte aanwezig is en het huwelijk evenmin is geregistreerd in de basisregistratie personen. Subsidiair stelt de moeder dat het huwelijk reeds in september 2011 middels telefonische verstoting door de vader is beëindigd, zodat de minderjarige na de ontbinding van het huwelijk is geboren. Bij deze verstoting waren aan de zijde van de vader twee getuigen aanwezig. Desgevraagd heeft de moeder ter zitting verklaard dat één van de getuigen “[naam x]” heette. Hij is een zoon van haar tante. De andere getuige was voor de moeder een onbekende. Zij heeft ter zitting voorts verklaard dat de vader geen hoop meer in het huwelijk had omdat hij dacht dat zij hem niet naar Nederland wilde halen.

De moeder stelt dat ondanks dat zij erkent dat zij ten tijde van de geboorte van de minderjarige een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd had artikel 10:17 BW niet van toepassing is, nu artikel 10:92 BW een lex specialis is van voornoemd artikel, waardoor uitgegaan moet worden van de Somalische nationaliteit van moeder en de vader. Dit betekent naar haar mening dat voor zover er sprake is van een huwelijk Somalisch recht van toepassing is. Echter ingevolge artikel 54 van de Somalische wet op het Personeel Statuut kan de heer [man x] niet als de vader van de minderjarige worden aangemerkt.

3.4.

De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente 1] is van mening dat de geboorteakte van de minderjarige op juiste wijze is opgemaakt en dat het verzoek van de moeder moet worden afgewezen. Zij stelt dat in de basisregistratie personen de huwelijksgegevens van de moeder niet zijn opgenomen, nu zij geen medewerking heeft willen verlenen aan een verklaring onder ede. Uit de stukken blijkt echter dat de moeder bij de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) heeft verklaard dat zij in Somalië is gehuwd met de vader. De ambtenaar van de burgerlijke stand is voorts van mening dat er sprake is van onvoldoende bewijs waaruit blijkt dat de verstoting heeft plaatsgevonden. Daarbij komt dat het de vraag is in welke Staat de verstoting heeft plaatsgevonden, nu de moeder niet op de hoogte was van de feitelijke verblijfplaats van de vader. Derhalve wordt verstoting in Nederland niet erkend, aldus de ambtenaar. Voor wat betreft de afstamming is volgens de ambtenaar van de burgerlijke stand Nederlands recht van toepassing, nu er geen sprake is van een gemeenschappelijke nationaliteit van de ouders omdat de moeder ten tijde van de geboorte van de minderjarige de asielstatus had. De ambtenaar van de burgerlijke stand is het met de moeder eens dat er naar Somalisch recht geen afstammingsrelatie is ontstaan tussen de vader en het kind. Voorts betwist zij dat 10:92 BW een lex specialis in van artikel 10:17 BW.

3.5.

Het openbaar ministerie heeft bij voormelde brief laten weten niet ter terechtzitting aanwezig te zullen zijn.

3.6.

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

3.7.

In voormelde akte zijn vadergegevens opgenomen. De rechtbank dient thans te beoordelen of de vadergegevens al dan niet op de geboorteakte behoren te staan.

Huwelijk van de moeder

3.8.

Door de moeder is geen huwelijksakte overgelegd. Zij heeft bij binnenkomst in Nederland bij de IND verklaard dat zij op [huwelijksdatum] te [plaats], [land], is gehuwd met de heer [man x]. Ter zitting heeft de moeder dit nogmaals bevestigd. Voorts heeft zij daaraan toegevoegd dat er sprake was van een bruiloft waarbij de families van beide zijden, alsook vrienden en kennissen aanwezig waren. Verder was, volgens moeder de heer [plaats], een leraar van de Koranschool, bij de huwelijkssluiting aanwezig was. Hij was bevoegd om huwelijken te voltrekken. De rechtbank overweegt dat met het voorgaande voldoende is komen vast te staan dat het huwelijk tussen partijen is gesloten volgens de in Somalië geldende plaatselijke voorschriften.

De rechtbank gaat voorbij aan de stelling van de moeder dat het huwelijk niet kan worden erkend, nu er geen huwelijksakte aanwezig is en het huwelijk evenmin staat opgenomen in de basisregistratie personen van de moeder. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat in Somalië geen huwelijksaktes worden verstrekt, en voor zover deze verstrekt worden er geen bewijskracht aan ontleend kan worden. Naar het oordeel van de rechtbank is niet van belang of het huwelijk al dan niet is ingeschreven in de basisregistratie personen.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank voldoende vaststaand dat er sprake is van een huwelijk tussen de moeder en de vader, gesloten op [huwelijksdatum] te [plaats], [land]. De rechtbank is van oordeel dat op voet van artikel 815 lid 6 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met deze informatie kan worden volstaan en acht het bestaan van het huwelijk genoegzaam aangetoond.

Ingevolge het bepaalde in artikel 10:31 van het Burgerlijke Wetboek (BW) wordt dit huwelijk in Nederland erkend.

Ontbinding van het huwelijk door verstoting

3.9.

De rechtbank zal beoordelen of er sprake is van een rechtsgeldige verstoting die in Nederland voor erkenning in aanmerking komt. Ingevolge 10:58 BW komt een in het buitenland uitgesproken verstoting voor erkenning in aanmerking indien er sprake is van een eenzijdige verklaring door één van de echtgenoten dat in overeenstemming is met het nationale recht van de echtgenoot die de verstoting heeft uitgesproken, en daarnaast de ontbinding in die Staat een rechtsgevolg heeft, alsmede dat de andere echtgenoot uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend instemt met deze verstoting.

De rechtbank overweegt dat, nog daargelaten de vraag of een verstoting telefonisch kan plaatsvinden, onvoldoende is komen vast te staan dat de vader zich op het moment van de verstoting in Somalië bevond. Op grond van het voorgaande overweegt de rechtbank dat er geen sprake is van een verstoting die voldoet aan de eisen van artikel 10:58 BW, hetgeen met zich brengt dat er nog steeds sprake is van een rechtsgeldig huwelijk tussen de moeder en de heer vader. Dit betekent dat het kind staande het huwelijk tussen moeder en de vader is geboren.

Nu de verstoting niet kan worden erkend, gaat de rechtbank niet in op de stelling van de moeder dat zij in Nederland naar Islamitisch recht is gehuwd met de heer [man y].

Afstamming minderjarige

3.10.

De rechtbank overweegt dat uit de memorie van toelichting inzake de vaststelling en invoering van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek (kamerstuk 32 137, nr. 3) blijkt dat er geen rangorde is in de artikelen die in boek 10 BW staan vermeld. De algemene bepalingen uit boek 10 BW, waaronder artikel 17, vormen de uitgangspunten van de wet die in de daaropvolgende afzonderlijke titels doorwerken. Dit betekent dat artikel 10:92 BW geen lex specialis is van artikel 10:17 BW.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de afstamming het volgende.

3.11.

Nu vast staat dat de moeder en de vader ten tijde van de geboorte van de minderjarige met elkaar gehuwd waren, dient voor de vraag of de vadergegevens opgenomen dienen te worden in de geboorteakte te worden beantwoord aan de hand van artikel 10:92 BW. Ingevolge genoemde wetsbepalingen wordt de vraag, of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekking komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde man, bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de man en de vrouw. Indien dit ontbreekt, is het recht van de staat waar de man en de vrouw elk hun gewone verblijfplaats hebben bepalend, of, indien ook dit ontbreekt, het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.

3.12.

De rechtbank zal allereerst beoordelen of er sprake is van een gemeenschappelijke nationaliteit. Van de vader is door de moeder geen bewijsstuk in het geding gebracht waaruit zijn nationaliteit kan worden afgeleid. Gelet op het gegeven, kenbaar uit het IND-rapport van de moeder, dat de vader in [geboortejaar] te [plaats], [land], is geboren, daar in ieder geval geruime tijd heeft gewoond en hij voor zover bekend nooit in Nederland is geweest, gaat de rechtbank er vanuit dat de vader vermoedelijk de Somalische nationaliteit heeft.

3.13.

Vast staat dat de moeder ten tijde van de geboorte van de minderjarige een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd bezat. De rechtbank overweegt dat artikel 10:17 BW, voor zover thans van belang, bepaalt dat de persoonlijke staat van een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 (verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd) of artikel 33 (verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd) van de Vreemdelingenwet 2000 is verleend, wordt beheerst door het recht van zijn woonplaats, of, indien hij geen woonplaats heeft, door het recht van zijn verblijfplaats. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 113 van de Vreemdelingenwet 2000 (Kamerstukken 26732 Algemene Herziening van de Vreemdelingenwet) blijkt dat de wetgever hiermee het advies van de Staatscommissie voor het Internationaal Privaatrecht aan de Staatssecretaris van Justitie bij brief van 17 mei 2000 heeft overgenomen, onder meer inhoudend dat bij toepassing van verwijzingsregels waarin nationaliteit als aanknopingsfactor wordt gebezigd de vreemdeling met een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd wordt beschouwd als Nederlands onderdaan.

In navolging van genoemd advies verstaat de rechtbank onder “de persoonlijke staat” van een vreemdeling alle verwijzingscategorieën in het personen- en familierecht, waarin volgens het Nederlandse internationaal privaatrecht de nationaliteit als aanknopingsfactor geldt. Naar het oordeel van de rechtbank valt ook de afstammingsrelatie tussen ouders en een kind onder de “persoonlijke staat” als bedoeld in artikel 10:17 BW. Dit brengt met zich dat de afstammingsrelatie tussen de moeder en de minderjarige valt onder de persoonlijke staat van de moeder. Nu de moeder ten tijde van de geboorte van de minderjarige een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd bezat dient zij te worden aangemerkt als Nederlands onderdaan.

3.14.

Het voorgaande betekent dat ingevolge 10:92 BW – nu er geen sprake is van een gemeenschappelijke nationaliteit van de moeder en de vader en zij evenmin een gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hebben – de gewone verblijfplaats van het kind bepalend is voor het toepasselijk recht op de afstamming. Nu het kind in Nederland is geboren en aldaar nog steeds verblijft, is Nederlands recht van toepassing op de afstamming.

3.15.

Ingevolge artikel 1:199 onder a BW, is vader van een kind de man die op het tijdstip van de geboorte van het kind met de vrouw uit wie het kind is geboren is gehuwd. Het voorgaande betekent dat de heer [man x] de juridische vader van de minderjarige is en aldus zijn gegevens op juiste wijze op de geboorteakte staan vermeld.

3.16.

Op grond van het voorgaande dient het verzoek van de moeder om de vadergegevens van de heer [man x] van de geboorteakte te verwijderen te worden afgewezen.

4 De beslissing

De rechtbank

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Linden, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

in tegenwoordigheid van mr. Nederveen, griffier.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

1

1 In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.