Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:8977

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
27-11-2014
Datum publicatie
03-02-2015
Zaaknummer
AWB - 14 _ 2760
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

BPM – auto ‘nieuw’ of ‘gebruikt’

Belanghebbende heeft vier maanden na eerste toelating tot de openbare weg een auto gekocht met 519 km op de teller. De rechtbank is van oordeel dat de auto waarmee honderden kilometers zijn gereden zonder instemming van de belastingplichtige naar verkeersopvattingen een gebruikte auto is. Nu beide partijen de handelswaarde van de gebruikte auto niet aannemelijk hebben gemaakt, stelt de rechtbank die waarde in goede justitie vast.

Wetsverwijzingen
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992, geldigheid: 2015-02-03
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-3010
V-N Vandaag 2015/244
V-N 2015/15.3.3

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Procedurenummer AWB 14/2760

uitspraak van 27 november 2014

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats X],

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de inspecteur van 28 maart 2014 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan haar opgelegde naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (hierna: BPM) ter zake van een personenauto Jeep Wrangler 2.8 CRD Rubicon (VIN eindigend op [xxxx]) (hierna: de auto).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 november 2014 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde], verbonden aan [kantoornaam gemachtigde] te Westerhoven, tot bijstand vergezeld van [A] en namens de inspecteur, [verweerder].

1 Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    vermindert de naheffingsaanslag tot € 7.091;

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.460;

- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 328 aan haar vergoedt.

2 Gronden

2.1.

De auto is op 28 september 2012 voor het eerst toegelaten tot de openbare weg in Duitsland. Bij de verkoop van de auto op 10 januari 2013 door een Duitse autohandelaar aan belanghebbende stond op de teller 519 kilometer.

2.2.

Belanghebbende heeft ter zake van de registratie van de auto in het Nederlandse kentekenregister op of omstreeks 21 januari 2013 aangifte BPM gedaan. Bij de berekening van de verschuldigde BPM is belanghebbende ervan uitgegaan dat het gaat om een gebruikte auto. Volgens de aangifte is, na toepassing van de vermindering volgens de XRAY-koerslijst, een bedrag van € 16.253 aan BPM verschuldigd. Belanghebbende heeft voornoemd bedrag op 25 januari 2013 voldaan.

2.3.

Met dagtekening 11 november 2013 is aan belanghebbende de naheffingsaanslag BPM van € 11.300 opgelegd. De inspecteur heeft daarbij onder meer gesteld dat:

  • -

    uit de werkorder van de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW) blijkt dat de auto een tellerstand had van 546 kilometer;

  • -

    het voertuig op de datum van aangifte nog geen 12 maanden oud was; en

  • -

    bij de fysieke opname van het voertuig niet is gebleken dat het voertuig sporen van gebruik vertoonde en dat de auto door de dienstdoende ambtenaar als ‘nieuw’ is omschreven.

2.4.

In geschil is of:

  1. in het onderhavige geval sprake is van een gebruikte auto (belanghebbende) dan wel van een nieuwe auto (inspecteur); en

  2. de door belanghebbende gehanteerde handelswaarde van € 35.164 juist is.

Nieuw of gebruikt

2.5.

Voor de berekening van de verschuldigde BPM maakt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (hierna: Wet BPM) onderscheid tussen nieuwe en gebruikte personenauto’s (artikel 9, vijfde en zesde lid, van de Wet BPM).

2.6.

Gelet op de systematiek van de wet, waarbij de catalogusprijs als heffingsgrondslag de hoofdregel is en een vermindering van de aldus berekende BPM de uitzondering, rust op belanghebbende de bewijslast aannemelijk te maken dat bij het doen van aangifte voor de BPM sprake is geweest van een gebruikte auto.

2.7.

Gesteld noch aannemelijk is geworden dat hier sprake is van de door het kabinet bestreden U-bochtconstructie waarbij een nieuw te leveren auto eerst op een buitenlands kenteken wordt gezet om vervolgens als gebruikt voertuig te worden geïmporteerd (Kamerstukken II 2009-2010, 32 129, nr. 3, p. 18). In dit verband acht de rechtbank van belang dat belanghebbende onweersproken heeft gesteld dat de eerste registratie van de auto plaatsvond vóór het sluiten van de koopovereenkomst.

2.8.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 14 september 2012, nr. 12/00848, ECLI:NL:HR:2012:BX7199, geoordeeld dat onder een nieuwe auto moet worden verstaan een auto die na de vervaardiging ervan niet of nauwelijks in gebruik is geweest. Dat een auto ten tijde van het belastbare feit een lage kilometerstand had en geen gebruikssporen betekent naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf nog niet dat sprake is van een gebruikte auto. Een auto waarmee honderden kilometers zijn gereden zonder instemming van de belastingplichtige heeft naar het oordeel van de rechtbank naar verkeersopvattingen niet meer als nieuw te gelden, ook niet als de auto in nieuwstaat verkeert. In het onderhavige geval doet zich de vraag voor of de op de factuur vermelde kilometerstand zijn aan te merken als gebruik in voornoemde zin. Meer specifiek doet zich de vraag voor of de kilometerstand betrekking heeft op kilometers die zijn afgelegd om de auto in Nederland af te leveren bij belanghebbende.

2.9.

Belanghebbende heeft gesteld dat het bij zakelijke transacties tussen twee autohandelaren gebruikelijk is dat verkochte auto’s met opleggers worden vervoerd van de ene autohandelaar naar de andere autohandelaar. De rechtbank heeft geen reden om daaraan te twijfelen en acht aannemelijk dat de onderhavige auto met een oplegger naar Nederland is vervoerd. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de op de factuur vermelde kilometerstand betrekking heeft op het gebruik van de auto door derden waarop belanghebbende geen invloed heeft gehad. Derhalve is naar het oordeel van de rechtbank naar verkeersopvattingen sprake van een gebruikte auto.

Handelswaarde

2.10.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende tegenover de gemotiveerde betwisting van de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat de handelswaarde ten tijde van de registratie van de auto € 35.164 is. Belanghebbende heeft de afschrijving bepaald op basis van de XRAY-koerslijst. Koerslijstwaarden zijn gebaseerd op gemiddelden. Van belang is of de door belanghebbende bepleite afschrijving niet hoger is dan die van gelijksoortige auto’s. De rechtbank vindt niet aannemelijk dat bij een auto van bijna 4 maanden oud, zonder gebruikerssporen en met een tellerstand van 546 kilometer het afschrijvingspercentage van zo’n auto 40,9% bedraagt. Ter zitting heeft de inspecteur een afschrijvingspercentage van 0% bepleit. De rechtbank acht de inspecteur niet geslaagd de door hem bepleite afschrijving aannemelijk te maken nu hier sprake is van een gebruikte auto en de inspecteur geen gegevens heeft overgelegd over de handelswaarde van zo’n gebruikte auto. De rechtbank stelt de handelswaarde van de auto in goede justitie vast op € 50.500.

2.11.

Voor de cataloguswaarde sluit de rechtbank aan bij de gegevens zoals die door belanghebbende zijn overgelegd. Immers die gegevens zijn specifieker dan de gegevens die de inspecteur hanteert. Derhalve stelt de rechtbank de catalogusprijs van de auto vast op € 59.485, zodat voor de bepaling van de bruto BPM van € 27.496 zoals door belanghebbende is berekend, dient te worden uitgegaan. Die bruto BPM is € 57 lager dan de bruto BPM zoals door de inspecteur is berekend. De na te heffen BPM dient, als volgt te worden berekend:

Cataloguswaarde

59.485

Handelswaarde (inkoopwaarde)

50.500

Afschrijving (cataloguswaarde -/- inkoopwaarde)

8.985

Afschrijvingspercentage (afschrijving/cataloguswaarde)

15,1%

Historische bruto BPM

27.496

Afschrijving 15,1%

- 4.152

Te betalen BPM

23.344

BPM voldaan op aangifte

16.253

Na te heffen BPM

7.091

2.12.

De rechtbank zal de naheffingsaanslag verminderen met € 4.209 tot € 7.091.

2.13.

Gelet op het vorenstaande is het beroep gegrond verklaard. Voor dat geval is niet in geschil dat belanghebbende recht heeft op een proceskostenvergoeding voor de bezwaar- en beroepsfase van € 1.460 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 243, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 487 en een wegingsfactor 1).

Deze uitspraak is gedaan op 27 november 2014 door mr. W.A.P. van Roij, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. B.W. van Eeken-Liu, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.