Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:889

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14-02-2014
Datum publicatie
14-02-2014
Zaaknummer
02/700035-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte hield onvoldoende afstand met een voor hem rijdende vrachtwagen en kon bij een noodstop zijn volgeladen vrachtwagen niet tijdig tot stoppen brengen, waardoor aan zijn schuld te wijten is dat een vrouw en drie kinderen kwamen te overlijden en één kind ernstig gewond raakte. Verdachte wordt veroordeeld tot de maximale werkstraf en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. De rechtbank ziet in de onnodige vertraging van de procedure geen reden om de werkstraf te korten, maar heeft in plaats daarvan geen (voorwaardelijke) gevangenisstraf opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/700035-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 februari 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 januari 2014, waarbij de officier van justitie, mr. Koolen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, ter zake dat:

hij, op of omstreeks 01 oktober 2010, te [pleegplaats], gemeente Waalwijk, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (trekker met oplegger, voorzien van het kenteken: [kenteken 1]), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A59,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval in hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of ondeskundig,

rijdend met dat motorrijtuig (trekker met oplegger), (gezien in de richting

's-Hertogenbosch), op de rechterrijstrook van de rijbaan van die weg, die Rijksweg A-59,

- gedurende geruime tijd en/of over een afstand van meerdere kilometers, althans over geruime, in elk geval over enige afstand, op een gelet op de toen aldaar gegeven verkeerssituatie (te) korte afstand van een voor hem, verdachte, op diezelfde rechterrijstrook in gelijke richting als hij, verdachte, rijdend motorrijtuig (legervrachtwagen, voorzien van het kenteken: [kenteken 2]) te gaan en/of te (blijven) rijden, en/of

- zich er niet bij voortduring, althans niet voldoende van te vergewissen dat hij, verdachte (tijdens voormeld rijden) in staat zou zijn het door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover het voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg vrij en overzichtelijk was, en/of

- naderend op die weg stilstaand en/of langzaam rijdend verkeer,

* de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet tijdig en/of niet voldoende te verminderen, en/of niet behoorlijk uit te wijken en/of het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig niet tijdig tot stilstand te brengen, althans

* niet voldoende maatregelen te nemen, toen hij, verdachte daartoe (gelet op de verkeerssituatie) genoodzaakt was, teneinde een aanrijding/botsing met dat genoemde, zich voor hem, verdachte op die weg rijdende motorrijtuig (legervrachtwagen) te voorkomen,

waardoor hij, verdachte, (vervolgens) met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig in aanrijding/botsing is gekomen met dat genoemde, zich vóór hem, verdachte, op die weg bevindend motorrijtuig (legervrachtwagen), na welke aanrijding/botsing laatstgenoemd motorrijtuig (legervrachtwagen) (vervolgens) vanaf die gevolgde rechterrijstrook van de rijbaan van die weg, die Rijksweg A-59, de, gezien de rijrichting, rechts naast die rechterrijstrook van de rijbaan van die weg gelegen, vluchtstrook is opgereden,

waarna en/of waardoor hij, verdachte,

- ( vervolgens) het door hem bestuurde motorrijtuig evenmin/niet tijdig tot stilstand heeft gebracht vóór het zich (op dat moment) voor zijn motorrijtuig (eveneens) op die rechterrijstrook van die weg, A-59 bevindend motorrijtuig (personenauto Daewoo [kenteken 3]), en/of

- met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig tegen het zich, voor hem, verdachte, (eveneens) op die rechterrijstrook van die weg bevindend motorrijtuig (personenauto, Daewoo [kenteken 3], bestuurd door: [slachtoffer 1], met als inzittenden: [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]) is gebotst/gereden,

op zodanige wijze, dat daardoor laatstgenoemd motorrijtuig (personenauto, Daewoo), in voorwaartse richting tegen een, zich eveneens op die rechterrijstrook van de rijbaan van

die weg, Rijksweg A-59, bevindend/stilstaand motorrijtuig (trekker met oplegger, voorzien van het kenteken [kenteken 4]) werd geduwd/gedrukt en/of

dat daardoor hij, verdachte, met dat door hem bestuurde motorrijtuig (eveneens) tegen dat motorrijtuig (trekker met oplegger, voorzien van het kenteken [kenteken 4]) is gebotst/gereden en/of tot stilstand is gekomen,

waardoor voornoemde [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] werden gedood en waardoor genoemde [slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, te weten: diverse hoofd- en/of schedelfracturen en/of een intra-craniële bloederige kneuzing van de hersenen,

terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte zeer dicht achter een ander voertuig is gaan rijden;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 01 oktober 2010, te [pleegplaats], gemeente Waalwijk, op de weg, de Rijksweg A59, als bestuurder van een motorrijtuig (trekker met oplegger voorzien van het kenteken [kenteken 1]), daarmede rijdende, gezien in de rijrichting 's-Hertogenbosch, op de rechterrijstrook van de rijbaan van die weg,

met zijn, verdachtes motorrijtuig op een, gelet op de verkeerssituatie ter plaatse, (te) korte afstand van zijn voorligger is gaan en/of blijven rijden, en/of

de snelheid van dat motorrijtuig niet tijdig en/of niet voldoende heeft verminderd, althans onvoldoende heeft aangepast aan de snelheid van het zich voor hem, verdachte bevindende verkeer, en/of

zijn motorrijtuig niet tot stilstand heeft gebracht binnen de afstand waarover hij, verdachte de weg kon overzien en waarover de weg vrij was, en/of

met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig in aanrijding/botsing is gekomen

met het vóór hem, verdachte, op die weg bevindend motorrijtuig (legervrachtwagen voorzien van kenteken [kenteken 2]),

en/of (vervolgens) - nadat laatstgenoemd motorrijtuig (legervrachtwagen) (vervolgens) de rechts naast die rechterrijstrook van de rijbaan van die weg gelegen vluchtstrook was opgereden - met een toen zich nog vóór hem, verdachte bevindend motorrijtuig (personenauto, Daewoo, voorzien van het kenteken [kenteken 3], bestuurd door: [slachtoffer 1], met als inzittenden: [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5])

welk laatstgenoemd motorrijtuig (personenauto, Daewoo), daardoor in voorwaartse richting, tegen een, zich eveneens op die rechterrijstrook van de rijbaan van die weg, die Rijksweg A-59, bevindend/stilstaand motorrijtuig (trekker met oplegger, kenteken [kenteken 4]) werd geduwd/gedrukt, tengevolge waarvan die genoemde: [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] werden gedood en waardoor aan genoemde [slachtoffer 5] ernstig lichamelijk letsel werd toegebracht,

door welke gedraging(en) van hem, verdachte, gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en ondeskundig heeft gehandeld en aldus de primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna ook: WVW) heeft begaan. Verdachte was immers niet in staat tijdig zijn vrachtwagen tot stilstand te brengen, hield onvoldoende rekening met de bestaande verkeerssituatie en anticipeerde daarop onvoldoende, was niet extra voorzichtig terwijl hij een 31 ton zwaar voertuig bestuurde en hij droeg zijn veiligheidsgordel niet. Dit alles terwijl hij als vrachtwagenchauffeur een bijzondere zorgplicht heeft.

De officier van justitie baseert zich daarbij op de verklaringen van medeweggebruikers, de bevindingen van de VerkeersOngevallenAnalyse, de uitkomsten van het onderzoek door IDEE Systems B.V. aan de tachograafschijf van de vrachtwagen van verdachte en het sporenonderzoek.

Volgens de officier van justitie is ook de tenlastegelegde strafverhogende omstandigheid aan de orde, te weten dat het feit (mede) is veroorzaakt doordat verdachte zeer dicht achter een ander voertuig is gaan rijden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde kan komen. De raadsman wijst daarbij op het navolgende. Verdachte reed met dezelfde snelheid en hield dezelfde onderlinge afstand aan als de andere betrokken vrachtwagenchauffeurs, maar doordat de chauffeur van het voor hem rijdende legervoertuig inadequaat reageerde op een plotselinge, onvoorziene filevorming, ontstond de aanrijding. Het legervoertuig (ook een vrachtauto) kon ondanks krachtig remmen een aanrijding alleen nog voorkomen door de vluchtstrook op te sturen. Verdachte was door de late reactie van het legervoertuig niet meer in de gelegenheid voluit te remmen en reed tegen de achterzijde van dat legervoertuig aan. Door die aanrijding verloor verdachte het bewustzijn en reed zijn vrachtwagen door, duwde eerst een personenauto op en drukte deze uiteindelijk nagenoeg geheel tussen de vrachtwagen van verdachte en een vrachtwagen van DHL.

Uit de omstandigheid dat de chauffeurs van de vrachtwagens die vóór het legervoertuig reden, wel in staat waren om hun voertuigen tijdig voor de ontstane file tot stilstand te brengen, leidt de raadsman af dat verdachte met een aan de situatie aangepaste snelheid heeft gereden, voldoende afstand heeft gehouden en voldoende oplettend heeft gereden. De eerste aanrijding met het legervoertuig was te wijten aan de gedragingen van de bestuurder van dat voertuig. Dat verdachte vervolgens bewusteloos raakte en daardoor niet in staat was tijdig tot stilstand te komen, kan hem niet worden verweten. Verdachte heeft dan ook geen schuld in de zin van artikel 6 WVW aan het ongeval en dient vrijgesproken te worden van het primair tenlastegelegde.

Datzelfde lot treft het subsidiaire verwijt, aldus de raadsman, nu uit het voorgaande is komen vast te staan dat er geen concrete gevaarzetting was, noch hinder. Verdachte heeft zich niet anders gedragen dan de overige weggebruikers op dat moment en in die situatie, zodat er geen sprake is geweest van concreet gevaarscheppend gedrag.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Op 1 oktober 2010 heeft omstreeks 10.00 uur een verkeersongeval plaatsgevonden op de rijksweg A59, op het wegvak gelegen tussen de hectometerborden Re 112.7 en Re 112.8, ter plaatse gelegen buiten de bebouwde kom van Sprang-Capelle, gemeente Waalwijk, bij welk ongeval zes voertuigen betrokken waren1. Bij dit ongeval kwamen vier inzittenden van een personenauto om het leven en werd een inzittende zwaar gewond.

[bestuurder 1]2 heeft verklaard dat hij op 1 oktober 2010 omstreeks 10.00 uur een Scania trekker met kenteken [kenteken 5] met oplegger bestuurde op de rijksweg A59 richting

’s-Hertogenbosch met een snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur (hierna ook: km/u). Hij reed met het overige verkeer mee en wilde de afslag Waalwijk nemen, maar zag ongeveer 200 meter voor het begin van de uitvoegstrook van die afslag al auto’s stilstaan op de vluchtstrook. Hij zag auto’s op de rechterrijstrook die flink moesten remmen voor andere auto’s die op de rechterrijstrook stil gingen staan om alsnog de afslag Waalwijk te kunnen nemen. [bestuurder 1] kon zijn vrachtwagen tijdig tot stilstand brengen op de rechterrijstrook. Hij zag in zijn spiegels dat de vrachtwagen achter hem ook op tijd tot stilstand was gekomen.

Kort daarna voelde hij een botsinkje achter op zijn vrachtwagen, zag in zijn spiegel een aantal auto’s achter hem een flinke stof- en rookwolk en hoorde een doffe klap. [bestuurder 1] ging kijken en zag dat enkele vrachtwagens achter hem twee vrachtwagens op elkaar waren gereden en dat daar nog een personenauto tussen zat.

[bestuurder 2]3 heeft verklaard dat hij op 1 oktober 2010 met zijn vrachtwagen op de A59 reed ter hoogte van de afslag Waalwijk, toen het verkeer vastliep. Hij kwam achter een voor hem rijdende vrachtwagen tot stilstand en zag in zijn spiegel een vrachtwagen snel naderen. Die vrachtwagen botste op de achter [bestuurder 2] rijdende vrachtwagen van de firma DHL. Daardoor botste de vrachtwagen van de firma DHL weer tegen zijn vrachtwagen. [bestuurder 2] had al vroeg de file voor hem gezien en had zijn vrachtwagen laten uitlopen tot hij stilstond.

[bestuurder 3]4 heeft verklaard dat hij op 1 oktober 2010 omstreeks 10.00 uur met zijn vrachtwagen op de A59 richting Tilburg achter een Duitse collega reed, met een snelheid van 80 km/u op een afstand van ongeveer 50 meter. Hij zag de vrachtwagen voor hem remmen en hij remde mee af. Toen er steviger werd geremd, deed hij dat ook en stonden beide vrachtwagens stil. [bestuurder 3] zag in zijn spiegel wat aankomen, voelde een enorme druk en een schok en zijn vrachtwagen werd circa tien meter naar voren geduwd terwijl hij zijn voet vol op de rem had. Hij reed toen tegen zijn voorganger aan.

[bestuurder 3]5 heeft verklaard dat hij reed met een trekker met opschrift “Jongbloed” en het kenteken [kenteken 4] met een aanhanger met opschrift “DHL”.

Verdachte6 heeft verklaard dat hij op 1 oktober 2010 met een trekker, kenteken [kenteken 1], met oplegger, beide van zijn werkgever [bedrijf 1] te [plaats], omstreeks 10.00 uur reed over de A59. Hij reed al vanaf de oprit bij Waspik achter een legertruck en zag kort voor de afslag Waalwijk plotseling de remlichten van die legertruck oplichten. De motorrem van zijn vrachtwagen had verdachte niet ingeschakeld. Hij remde voluit, maar reed in een fractie van een seconde tegen de achterkant van de legertruck. Het eerstvolgende dat verdachte zich herinnert, is dat hij bekneld zat in zijn cabine en dat hij zag dat hij nagenoeg tegen de achterkant van een DHL-vrachtwagen stilstond. Hij zag daarna dat zich tussen de voorkant van zijn vrachtwagen en de achterkant van de DHL-oplegger een personenauto bevond.

[bestuurder 4]7 heeft verklaard dat hij op 1 oktober 2010 in zijn personenauto met zijn gezin op weg was naar De Efteling en reed op de A59 richting Waalwijk. Bij het benzinestation reed hij een verhoging over en zag toen dat de afrit Waalwijk volstond. Hij zag de rechterrijbaan ook vollopen en ging op de linker rijbaan rijden. Voor hem op de rechter rijbaan zag hij blauwe remrook en hij hoorde klappen. Hij stopte ter hoogte van de achterkant van een rode vrachtwagen en zag de cabine van die vrachtwagen naar links kantelen kort voordat deze een aanrijding kreeg.

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]8 kwamen op 1 oktober 2010 omstreeks 10.16 uur na een melding bij de afrit Waalwijk van de A59.

Zij zagen dat de navolgende auto’s bij de plaatsgevonden aanrijding betrokken waren:

6e: rode trekker, merk Scania, voorzien van het kenteken [kenteken 5], met daar achter een oplegger. Zij zagen dat de achterzijde van de oplegger licht beschadigd was.

5e: oranjekleurige vrachtauto, merk DAF, voorzien van het kenteken [kenteken 6], met een wipkar aanhangwagen. De bakwagen en de aanhangwagen waren van de firma [bedrijf 2] Zowel de bakwagen als de aanhangwagen waren aan voor- en achterzijde beschadigd.

4e: rode trekker, merk Scania, voorzien van het kenteken [kenteken 4], met daar achter een gele oplegger met het opschrift DHL. De trekker was zeer zwaar beschadigd en de oplegger was behoorlijk beschadigd.

3e: personenauto, merk Daewoo, type Kalos, voorzien van het kenteken [kenteken 3]. Deze auto was het eigendom van [slachtoffer 1]. In deze auto zaten vier kinderen en een volwassen persoon. Eén kind werd levend uit het wrak van deze personenauto bevrijd. De auto was geplet en geheel vernield.

2e: een op de vluchtstrook staande militaire vrachtauto, merk DAF, voorzien van het kenteken [kenteken 7]. Dit voertuig was eigendom van de KONINKLIJKE LANDMACHT. Deze vrachtauto was aan de achterzijde beschadigd.

le: een rood/witte trekker met oplegger van de firma [bedrijf 1] uit [plaats]. De trekker was van het merk DAF en voorzien van het kenteken [kenteken 1]. De trekker was geheel vernield.

Op 1 oktober 2010 is de personenauto, merk Daewoo, type Kalos, kenteken [kenteken 3] met daarin vier stoffelijke overschotten in beslag genomen9. De bestuurster van die auto was [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2]. Personeel van de brandweer te Waspik heeft haar stoffelijk overschot uit de auto verwijderd. Omstreeks 23.55 uur heeft de gemeentelijk lijkschouwer Oomens te Breda de schouw verricht.

Oomens10 heeft verklaard dat de dood van [slachtoffer 1], geboren [geboortedatum 2], op 1 oktober 2010 te Waalwijk niet ten gevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden, aangezien zij bij een verkeersongeval een gebroken nek en een schedelbasisfractuur had opgelopen.

Op 1 oktober 2010 heeft de brandweer uit het wrak van de personenauto, merk Daewoo, type Kalos, kenteken [kenteken 3] de zwaargewonde [slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum 3], bevrijd. Zij is per helikopter vervoerd naar het UMC Sint Radboud ziekenhuis te Nijmegen11.

[slachtoffer 5] had opgelopen een impressiefractuur van het voorhoofd, een uitgebreide fractuur aan de linker oogkas, een schedelfractuur links en een craniële bloeding en kneuzing van het brein links in het voorhoofd12.

Op 1 oktober 2010 is door J. Bezstarosti, arts van het Mobiel Medisch Team, de dood vastgesteld van een in de personenauto, merk Daewoo, type Kalos, kenteken [kenteken 3] aangetroffen slachtoffer13.

Het betrof [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 4]. Personeel van de brandweer te Waspik heeft zijn stoffelijk overschot uit de auto verwijderd. Omstreeks 23.00 uur heeft de gemeentelijk lijkschouwer Venrooij te Breda de schouw verricht.

Venrooij14 heeft verklaard dat de dood van [slachtoffer 2], geboren [geboortedatum 4], op 1 oktober 2010 te Waalwijk niet ten gevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden, aangezien hij bij een auto-ongeval een nekfractuur had opgelopen.

Op 1 oktober 2010 werd door J. Bezstarosti, arts van het Mobiel Medisch Team, de dood vastgesteld van een in de personenauto, merk Daewoo, type Kalos, kenteken [kenteken 3] aangetroffen slachtoffer15. Het betrof [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 5]. Personeel van de brandweer te Waspik heeft haar stoffelijk overschot uit de auto verwijderd. Omstreeks 23.55 uur heeft de gemeentelijk lijkschouwer Oomens te Breda de schouw verricht. Oomens16 heeft verklaard dat de dood van [slachtoffer 3], geboren [geboortedatum 5], op 1 oktober 2010 te Waalwijk niet ten gevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden, aangezien zij bij een verkeersongeval een gebroken nek en hersenletsel had opgelopen.

Op 1 oktober 2010 werd door J. Bezstarosti, arts van het Mobiel Medisch Team, de dood vastgesteld van een in de personenauto, merk Daewoo, type Kalos, kenteken [kenteken 3] aangetroffen slachtoffer17. Het betrof [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 6]. Personeel van de brandweer te Waspik heeft haar stoffelijk overschot uit de auto verwijderd. Omstreeks 21.00 uur heeft de gemeentelijk lijkschouwer Venrooij te Breda de schouw verricht. Venrooij18 heeft verklaard dat de dood van [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 6], op 1 oktober 2010 te Waalwijk niet ten gevolge van een natuurlijke oorzaak is ingetreden, aangezien zij bij een auto-ongeval ernstig letsel aan het hoofd en het bovenlijf had opgelopen, alsmede ernstig inwendig letsel.

Verbalisanten [verbalisant 3], [verbalisant 4], [verbalisant 5], [verbalisant 6], [verbalisant 7] en [verbalisant 8]19 hebben een VerkeersOngevallenAnalyse uitgevoerd en omschrijven de toedracht van het ongeval als volgt:

De betrokken voertuigen reden over de rijksweg A59 re, komende uit de richting Raamsdonksveer en gaande in de richting Waalwijk. Door het verkeer genoodzaakt, bracht de bestuurder van voertuig 6 zijn voertuig op rijstrook 2 (rechtbank: dit is de rechter rijstrook) tot stilstand. Die noodzaak werd veroorzaakt door filevorming op de uitvoegstrook en afrit van afrit 37, in de richting van onder andere Tilburg en de Efteling.

Voertuig 6 (bestuurder [bestuurder 1]) werd gevolgd door voertuig 5 (bestuurder [bestuurder 2]) en ook de bestuurder van voertuig 5 bracht zijn voertuig op rijstrook 2 tot stilstand.

Voertuig 5 werd gevolgd door voertuig 4 (bestuurder [bestuurder 3]) en ook de bestuurder van voertuig 4 bracht zijn voertuig op rijstrook 2 tot stilstand of nagenoeg tot stilstand.

De bestuurder van voertuig 2 (het legervoertuig, bestuurder [bestuurder 5]) reageerde op het remmende of stilstaande verkeer, stuurde naar rechts en zette een remming in.

De positie van voertuig 3 (de personenauto) op dat moment kon door ons niet worden vastgesteld. Er werd echter geen contact vastgesteld tussen voertuig 2 en voertuig 3.

De bestuurder van voertuig 1 (verdachte) reageerde op het remmende voertuig 2, liet zijn gas los en vertraagde in 1 seconde van 79 km/u naar 73 km/u (Idee Systems bv).

Voertuig 1 botste vervolgens op rijstrook 2 met de voorzijde tegen de achterzijde van voertuig 2. Deze botsing vond plaats met een snelheid van 73 km/u (Idee Systems bv). (…)

Voertuig 2 kwam na de botsing op de vluchtstrook tot stilstand zonder daarbij nog een ander voertuig te raken.

Voertuig 1 reed na de eerste botsing nagenoeg niet vertraagd door en botste vervolgens op rijstrook 2 tegen de achterzijde van voertuig 3. Deze botsing vond plaats met een snelheid van circa 47 km/u (Idee Systems bv).

De combinatie van voertuig 1 en voertuig 3 reed na die tweede botsing nagenoeg niet vertraagd door en botste op rijstrook 2 tegen de achterzijde van voertuig 4. Deze botsing vond plaats met een snelheid van circa 44 km/u (Idee Systems bv).(…)

De Rijksweg A59 Re had voor, op en voorbij de plaats van het ongeval een recht wegverloop en er waren, met uitzondering van de filevorming, geen bijzondere omstandigheden. (…)

Ten gevolge van de botsing tussen de voorzijde van voertuig 1 en de achterzijde van voertuig 2 liep voertuig 1 zware schade op waarbij onder andere de cabine werd ingedrukt.

De bestuurder van voertuig 1 liep daarbij ernstig letsel op en was waarschijnlijk daarna niet meer in staat om handelingen te verrichten.

Daarna werd voertuig 3 opgedrukt tussen de voorzijde van voertuig 1 en de achterzijde van voertuig 4.

Voertuig 3 werd, gelet op de aangetroffen sporen op de voorzijde van dit voertuig, in voortgaande lijn opgeduwd tegen de achterzijde van voertuig 4. In deze botsing draaide voertuig 3 linksom en kwam dwars op de rijrichting tussen voertuig 1 en 4 bekneld tot stilstand.

Idee Systems B.V.20 heeft de tachograafschijf van de vrachtwagen van verdachte onderzocht en heeft het navolgende geconstateerd:

Na een aaneengesloten rijtijd waarin vanaf 10.03 uur met een snelheid tussen 79 en 80 km/u. werd gereden, werd op het registratietijdstip 10 uur 3 minuten en 12 seconden vanaf 80 km/u. door het uitlopen van het voertuig snelheid verminderd tot 79 km/u. over een afstand van 22 meter. Aansluitend werd vanaf 79 km/u. afgeremd tot 73 km/u. over een afstand van 21 meter.

Vanaf 73 km/u. werd een sterke vertraging geregistreerd welke duurde tot 48 km/u. over een

afstand van 17 meter met een vertraging van -6.94 m/sec2.

Vanaf de deceleratiesnelheid van 48 km/u. werd een geringe vertraging geregistreerd over

een afstand van 13 meter tot 47 km/u. en vervolgens werd over de volgende 13 meter een

vertraging van - 0,83 m/sec2 geregistreerd tot de snelheid van 44 km/u.

Direct aansluitend werd vanaf 44 km/u. een dusdanige sterke vertraging geregistreerd van

- 9.17 m/sec2 welke niet door een normale beremming gehaald wordt over een zeer korte

afstand van 8 meter.

Vanaf de deceleratiesnelheid van 11 km/u. werd wederom een geringe vertraging over een

afstand van 3 meter geregistreerd tot een snelheid van 9 km/u.

Tijdens de verdere deceleratie vanaf 9 km/u. werd een vertraging van - 2.22 m/sec2

geregistreerd tot 1 km/u. waarna het voertuig tot stilstand werd gebracht.

Aansluitend werd vanaf 10 uur 3 minuten en 21 seconden lokale tijd een stilstandtijd

geregistreerd.

Conclusie:

Vastgesteld werd dat er in de laatste 3 minuten rijtijd werd gereden met een snelheid welke

varieerde tussen de 77 en 83 km/u.

De registratie laat zien dat er vanaf 80 km/u. door het uitlopen van het voertuig snelheid werd verminderd tot 79 km/u. waarna op de motor werd afgeremd tot 73 km/u.

Vanaf 73 km/u. werd een sterk vertraging geregistreerd van - 6.94 m/sec2 welke

aaneengesloten duurde tot de deceleratiesnelheid van 48 km/u.

Deze extreme vertraging is onder deze omstandigheden niet realiseerbaar met de bedrijfsrem en duidt daardoor op een botsing.

De eerste geringe vertraging vanaf de deceleratiesnelheid van 48 km/u. tot 47 km/u. over een afstand van 13 meter met een vertraging van - 0.28 m/sec2 was een moment waarop het

rempedaal werd losgelaten en de legertruck was weggedrukt.

De tweede geringe vertraging over een afstand van 13 meter tot 44 km/u. met een vertraging

van - 0,83 m/sec2 was mogelijk het moment waarop de tweede confrontatie plaatsvond met

de personenauto.

Aansluitend werd vanaf 44 km/u. een dusdanige sterke vertraging geregistreerd van

- 9.17 m/sec2 welke niet door een normale beremming gehaald wordt over een zeer korte

afstand van 8 meter.

Door de bovengenoemde snelheidsterugval is te constateren dat de aanvang van het contact

met het voorliggende voertuig met kenteken [kenteken 4] (rechtbank: de vrachtwagen van [bestuurder 3]) bij de deceleratiesnelheid van 44 km/u. plaatsvond. Indien het voorliggende voertuig met kenteken [kenteken 4] had stilgestaan op het moment van de confrontatie was de snelheidsterugval aanzienlijk groter geweest.

Vanaf de deceleratiesnelheid van 11 km/u. komt in drie stappen het voertuig schoksgewijs tot stilstand door de impact van de overige voertuigen.

Door het bovengenoemde is te constateren dat er een botsing plaatsvond met de legertruck

waardoor een totale snelheidsvermindering van 25 km/u. werd gerealiseerd binnen een

seconde. Tussen het moment van waarop de legertruck bij 48 km/u. was weggedrukt en de aanvang van de snelheidsterugval bij 44 km/u. werd een totale afstand van 26 meter afgelegd tot de botsing met de [kenteken 4] plaatsvond.

Daardoor is te verklaren dat de vooruit gestuwde legertruck uit de file is geraakt zonder het

voorliggende personenvoertuig te raken, er was immers 13 meter ruimte beschikbaar.

Op 13 meter afstand voor de snelheidsterugval c.q. aanvang confrontatie met het voorliggende bedrijfsvoertuig met kenteken [kenteken 4] is een duidelijke verandering (versterking) in deceleratie vast te stellen. Deze verandering bij 47 km/u. is naar alle waarschijnlijkheid de aanvang van de confrontatie met het voorliggende personenvoertuig.

Door het bovengenoemde is mogelijk vast te stellen dat het personenvoertuig met een lengte

van c.a. 5 meter zich op een afstand van c.a. 8 meter achter het voorliggende bedrijfsvoertuig opgesteld had.

De remming van 80 km/h tot 79 km/h duurde één seconde21. Dit geldt ook voor de remming van 79 km/h tot 73 km/h.

Verbalisant [verbalisant 8]22 is op de zitting als deskundige gehoord en heeft verklaard dat de uitleg van verdachte, dat de afremming van 79 naar 73 km/u niet, zoals de politie veronderstelde, was veroorzaakt door het gebruik van de motorrem, maar doordat verdachte zelf was gaan remmen, op zich juist kan zijn en dat het beginnen met remmen door verdachte een vergelijkbare meting zou geven als wanneer op de motor was afgeremd.

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat in de ochtend van 1 oktober 2010 vijf vrachtwagens en een personenauto, die achter elkaar op de A59 reden, betrokken zijn geraakt bij een kettingbotsing. De vrachtauto van verdachte vormde de laatste in deze rij. Door drukte bij de afslag Waalwijk is de bestuurder van de voorste vrachtauto gaan remmen, waarna de bestuurders van de tweede en derde vrachtwagen hetzelfde deden en hun wagens tot stilstand brachten. De personenauto kwam eveneens tot stilstand dan wel was nagenoeg tot stilstand gekomen.

Verdachte, die dicht op het voor hem rijdende legervoertuig reed, is daarna met aanzienlijke snelheid met zijn vrachtwagen tegen de achterkant van het legervoertuig aangereden. Daardoor raakte verdachte vermoedelijk bewusteloos. Het legervoertuig reed na de aanrijding zonder een ander voertuig te raken de vluchtstrook op en de vrachtwagen van verdachte reed met verder onverminderde vaart de personenauto, bestuurd door [slachtoffer 1], aan en duwde deze in voorwaartse richting tegen de achterzijde van de DHL-vrachtwagen. Dit ging met een dermate grote snelheid gepaard dat door de impact van die aanrijding de drie daarvoor reeds stilstaande vrachtwagens tegen elkaar werden geduwd. De rechtbank stelt vast dat niet meer is te achterhalen hoe [slachtoffer 1] haar personenauto kort voor en ten tijde van de aanrijding heeft bestuurd en hoe lang de personenauto zich voor de aanrijding al voor het legervoertuig moet hebben bevonden. Aanwijzingen dat zij zich kort voor het afremmen in de rij vrachtwagens zou hebben gevoegd, bevat het proces-verbaal niet of niet in voldoende mate.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag geplaatst of de gevolgen van deze aanrijdingen zijn te wijten aan de schuld van verdachte.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank daarbij niet van belang of verdachte ter plaatse zodanig bekend was dat hij kon weten dat de afslag Waalwijk een drukke afrit was. Het al of niet ter plaatse bekend zijn doet niet af aan de omstandigheid dat die afslag niet bij voortduring als druk dient te worden beschouwd, maar slechts op specifieke tijden, met name rond de openingstijd van het nabijgelegen pretpark De Efteling, en dat eventuele pieken in de verkeersdrukte bij die afslag ook nog eens seizoensgebonden (kunnen) zijn.

Evenmin beschouwt de rechtbank het door de officier van justitie gestelde omtrent het niet dragen van de veiligheidsgordel als een afzonderlijk aan verdachte te verwijten omstandigheid. Gezien de schade aan de voorkant van zijn trekker is niet met zekerheid vast te stellen of de toestand van verdachte, indien hij wél een veiligheidsgordel zou hebben gedragen, na de aanrijding zodanig zou zijn geweest dat hij na de aanrijding met het legervoertuig in staat zou zijn geweest om te remmen en of een ontwijkende manoeuvre te maken en daardoor een aanrijding te voorkomen.

Uit de uitgelezen tachograafschijf leidt de rechtbank af dat verdachte in ieder geval de laatste drie minuten voor de aanrijding op normale wijze en met nagenoeg constante snelheid heeft gereden. Het kan niet anders zijn dan dat verdachte op een zodanig korte afstand van het legervoertuig is komen te rijden, dat hij maar net toekwam aan een begin van afremmen. Vastgesteld is dat zijn snelheid afnam van 80 naar 79 km/u door het uitlopen van het voertuig gedurende één seconde. Verdachte is vervolgens gaan afremmen van 79 km/u totdat bij 73 km/u de aanrijding met het legervoertuig plaatsvond, hetgeen geschiedde over een afstand van slechts 21 meter en gedurende slechts één seconde. Verdachte heeft dus achter het legervoertuig gereden met een snelheid van 80 km/u en daarbij, gezien deze bevindingen, een te korte afstand tot zijn voorganger aangehouden.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zich door te rijden zoals hiervoor weergegeven, in een situatie gebracht dat hij als bestuurder niet meer in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was. Hij heeft zich dus niet gehouden aan het in artikel 19 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens omschreven voorschrift, waarbij de rechtbank overigens opmerkt dat het verwijt van het onvoldoende zicht op de weg in dit geval samenvalt met het onvoldoende afstand houden.

Verdachte is een beroepschauffeur en wist dat zijn vrachtwagen met beladen oplegger een totaal gewicht van circa 31 ton had. Verdachte reed achter een legertruck met een open laadbak die zichtbaar aanmerkelijk lichter geladen was.

Als ervaren vrachtwagenchauffeur wist verdachte, althans behoorde hij te weten, dat zijn voertuig een aanmerkelijk langere remweg nodig heeft om tot stilstand te komen dan het lichter beladen voertuig voor hem. Bovendien heeft verdachte een extra verantwoordelijkheid, omdat bij een eventuele aanrijding waar zijn volgeladen vrachtwagen bij betrokken zou kunnen raken andere weggebruikers groter gevaar lopen dan bij een aanrijding met een personenauto. Van verdachte mag dus worden verwacht dat hij meer dan een gewone verkeersdeelnemer alert is, voldoende afstand tot zijn voorligger houdt en tijdig zijn snelheid mindert. Of de verkeerssituatie verwarrend was en of er voldoende waarschuwingen langs de weg waren aangebracht doet daar niet aan af. Juist onder dergelijke omstandigheden dient een bestuurder, en met name een beroepschauffeur als verdachte met een beladen oplegger, voldoende afstand te houden.

De rechtbank heeft acht geslagen op de rol van de (bestuurder van de) legertruck, bij welke rol zowel de officier van justitie als de raadsman uitvoerig hebben stilgestaan. De rechtbank heeft bekeken of, als de legertruck eerder had geremd, een ongeval met dodelijke afloop of waaruit zwaar lichamelijk letsel was ontstaan, niet zou hebben plaatsgevonden. Dit kan niet uit het dossier worden afgeleid. Vast staat dat de chauffeur van de legertruck, ook al heeft hij niet bij voortduring zijn aandacht op de weg gericht gehad en heeft hij laat geremd, nog in staat was om tijdig het verkeer voor hem te ontwijken, zelfs terwijl hij werd aangereden door verdachte. Naar het oordeel van de rechtbank kan de bestuurder van de legertruck daarom niet mede verantwoordelijk worden gehouden voor de gevolgen van het ongeval, doch zijn deze in redelijkheid louter toe te rekenen aan het rijgedrag van verdachte.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat verdachte zich in aanzienlijke mate onvoorzichtig, onachtzaam, onnadenkend en ondeskundig heeft gedragen, ten gevolge waarvan de aanrijding met de personenauto is ontstaan. Het is dus aan hem te wijten dat daarbij de bestuurster, haar dochter en twee andere kinderen zijn komen te overlijden en [slachtoffer 5] levensbedreigend letsel opliep. Daarbij staat voor de rechtbank ook vast dat het feit mede is veroorzaakt doordat verdachte zeer dicht achter een ander voertuig is gaan rijden, zodat de strafverhogende omstandigheid zich voordoet.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

hij op of omstreeks 01 oktober 2010, te [pleegplaats], gemeente Waalwijk, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (trekker, voorzien van het kenteken: [kenteken 1] met oplegger), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A59,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval in hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of ondeskundig,

rijdend met dat motorrijtuig (trekker met oplegger), (gezien in de richting

's-Hertogenbosch), op de rechterrijstrook van de rijbaan van die weg, die Rijksweg A-59,

- gedurende geruime tijd en/of over een afstand van meerdere kilometers, althans over geruime, in elk geval over enige afstand, op een gelet op de toen aldaar gegeven verkeerssituatie (te) korte afstand van een voor hem, verdachte, op diezelfde rechterrijstrook in gelijke richting als hij, verdachte, rijdend motorrijtuig (legervrachtwagen, voorzien van het kenteken: [kenteken 2]) te gaan en/of te (blijven) rijden, en/of

- zich er niet bij voortduring, althans niet voldoende van te vergewissen dat hij, verdachte (tijdens voormeld rijden) in staat zou zijn het door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover het voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg vrij en overzichtelijk was, en/of

- naderend op die weg stilstaand en/of langzaam rijdend verkeer,

* de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet tijdig en/of niet voldoende te verminderen, en/of niet behoorlijk uit te wijken en/of het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig niet tijdig tot stilstand te brengen,

althans

* niet voldoende maatregelen te nemen, toen hij, verdachte daartoe (gelet op de verkeerssituatie) genoodzaakt was, teneinde een aanrijding/botsing met dat genoemde, zich voor hem, verdachte op die weg rijdende motorrijtuig (legervrachtwagen) te voorkomen,

waardoor hij, verdachte, (vervolgens) met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig in aanrijding/botsing is gekomen met dat genoemde, zich vóór hem, verdachte, op die weg bevindend motorrijtuig (legervrachtwagen), na welke aanrijding/botsing laatstgenoemd motorrijtuig (legervrachtwagen) (vervolgens) vanaf die gevolgde rechterrijstrook van de rijbaan van die weg, die Rijksweg A-59, de, gezien de rijrichting, rechts naast die rechterrijstrook van de rijbaan van die weg gelegen vluchtstrook is opgereden,

waarna en/of waardoor hij, verdachte,

- ( vervolgens) het door hem bestuurde motorrijtuig evenmin/niet tijdig tot stilstand heeft gebracht vóór het zich (op dat moment) voor zijn motorrijtuig (eveneens) op die rechterrijstrook van die weg, A-59 bevindend motorrijtuig (personenauto Daewoo [kenteken 3]), en/of

- met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig tegen het zich, voor hem, verdachte, (eveneens) op die rechterrijstrook van die weg bevindend motorrijtuig (personenauto, Daewoo [kenteken 3], bestuurd door: [slachtoffer 1], met als inzittenden: [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]) is gebotst/gereden,

op zodanige wijze, dat daardoor laatstgenoemd motorrijtuig (personenauto, Daewoo), in voorwaartse richting tegen een, zich eveneens op die rechterrijstrook van de rijbaan van

die weg, Rijksweg A-59, bevindend/stilstaand motorrijtuig (trekker, voorzien van het kenteken [kenteken 4], met oplegger) werd geduwd/gedrukt en/of

dat daardoor hij, verdachte, met dat door hem bestuurde motorrijtuig (eveneens) tegen dat motorrijtuig (trekker met oplegger, voorzien van het kenteken [kenteken 4]) is gebotst/gereden en/of tot stilstand is gekomen,

waardoor voornoemde [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] werden gedood en waardoor genoemde [slachtoffer 5] zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, te weten: diverse hoofd- en/of schedelfracturen en/of een intracraniële bloederige kneuzing van de hersenen,

terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte zeer dicht achter een ander voertuig is gaan rijden;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een werkstraf van 240 uur, welke vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van vervolging met 6 maanden, dient te worden gekort tot 228 uur, subsidiair 114 dagen hechtenis onvoorwaardelijk. Daarnaast vordert de officier van justitie een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden met aftrek van de tijd dat het rijbewijs is ingehouden en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met een proeftijd van 1 jaar.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman kan de officier van justitie volgen in diens berekening van een overschrijding van de redelijke termijn met zes maanden. Gelet op het blanco strafblad van verdachte, die een ervaren, rustige rijder is en voor wie na het ongeluk ook professionele hulp moest worden gezocht voor hij weer zijn werk kon hervatten, is er echter geen ruimte meer voor een onvoorwaardelijke werkstraf of een rij-ontzegging.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is een ervaren vrachtwagenchauffeur, die al meer dan 10 jaar zonder noemenswaardige incidenten zijn ladingen vervoert. Maar op 1 oktober 2010 ging het op de rijksweg A59 kort voor de afrit Waalwijk helemaal mis.

Verdachte is te dicht achter een legertruck gaan rijden en toen deze plotseling een noodstop moest maken had verdachte met zijn volgeladen combinatie niet meer de ruimte om tijdig af te remmen. Hij reed dat legervoertuig aan, daarna een personenauto en duwde met zijn vrachtwagen deze personenauto vervolgens tegen een daarvoor staande vrachtwagen.

De gevolgen van deze aanrijding zijn tragisch en onomkeerbaar. In de personenauto reed een vrouw, die haar dochter en drie andere jonge leden van een Amsterdamse dansacademie naar De Efteling bracht waar een groep van 80 leerlingen van die dansacademie zou gaan optreden. De inzittenden van de personenauto hadden geen schijn van kans en het mag welhaast een wonder heten dat een van hen, [slachtoffer 5], nog in leven bleef, zij het dat [slachtoffer 5] ernstig gewond raakte en ook nu, drie jaar na dato, nog steeds zowel lichamelijk als geestelijk de consequenties dagelijks moet ondervinden.

Aan het leven van de moeder, [slachtoffer 1], haar 8-jarige dochter [slachtoffer 3], de 7-jarige [slachtoffer 2] en de 8-jarige [slachtoffer 4] kwam die eerste oktober een abrupt en verschrikkelijk einde.

Namens de nabestaanden van hen en de familie van [slachtoffer 5] werd op de zitting op indrukwekkende wijze omschreven tot welk intens verdriet het ongeluk en het gemis van hun dierbaren heeft geleid en welke diepe sporen dit onherstelbaar in hun levens achterlaat.

Het heeft de rechtbank getroffen dat de families na de voorlezing van hun slachtofferverklaringen en het bijwonen van de behandeling in staat waren om ook een woord van medeleven jegens verdachte uit te spreken.

Want, hoe dramatisch ook, daarmee raakten de nabestaanden de kern van de zaak. Ook verdachte heeft dit nooit gewild en hij moet verder leven met het besef dat door een aanrijding met het voertuig dat hij bestuurde, een moeder en drie jonge kinderen het leven hebben gelaten en één kind zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Maar verdachte is wel verantwoordelijk voor het enorme leed dat is aangedaan.

Verdachte heeft een blanco strafblad. Hij is, zo bevestigde zijn werkgever, een goede, serieuze en toegewijde chauffeur. Verdachte heeft zich al eerder bereid verklaard om contact met de nabestaanden op te nemen en heeft op de zitting uiteengezet waarom dit contact nog niet tot stand is gekomen en dat hij daar nog steeds toe bereid is. De rechtbank acht dat ook van belang, zowel voor de traumaverwerking bij verdachte, als voor de rouwverwerking bij de nabestaanden van de overledenen en de traumaverwerking bij de familie van [slachtoffer 5].

Gelet op straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd is de rechtbank het, gezien de persoon van verdachte, met de officier van justitie eens dat als onvoorwaardelijke straf een taakstraf op zijn plaats is.

Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank echter niet de noodzaak om de opgelopen overschrijding van de redelijke termijn van vervolging, welke inderdaad gesteld kan worden op 6 maanden, te compenseren door die taakstraf te verminderen.

De rechtbank zal in plaats daarvan geen voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, temeer nu de rechtbank erop vertrouwt dat verdachte uit deze noodlottige gebeurtenis al voldoende lering voor de toekomst heeft getrokken.

Op grond van vorenstaande acht de rechtbank dan ook een onvoorwaardelijke taakstraf voor de maximale duur van 240 uren en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden met een proeftijd van een jaar een passende en geboden sanctie.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 27 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178, 179 en 188 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor anderen werden gedood en waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht en het feit mede werd veroorzaakt doordat de schuldige zeer dicht achter een ander voertuig is gaan rijden;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van een jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd dat verdachte zijn rijbewijs al heeft ingeleverd in mindering wordt gebracht op de rijontzegging.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Ebben en mr. Bollen, rechters, in tegenwoordigheid van Mertens, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 februari 2014.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer PL204K-2010195601 van politie Midden- en West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 422. Het proces-verbaal van bevindingen van de Unit Forensische Technisch Onderzoek, pagina’s 216 en 218.

2 Het proces-verbaal van getuigenverhoor, pagina 202 e.v.

3 Het (afzonderlijke) proces-verbaal van getuigenverhoor van het kantongerecht te Nordhorn (D) d.d. 30 augustus 2013.

4 Het (afzonderlijke) proces-verbaal van getuigenverhoor van de rechter-commissaris d.d. 1 mei 2013.

5 Het proces-verbaal van getuigenverhoor, pagina 182.

6 De verklaring van verdachte op de zitting van 31 januari 2014.

7 Het proces-verbaal van getuigenverhoor van de rechter-commissaris d.d. 2 mei 2013.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 43 e.v.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 152 e.v.

10 Het verslag van niet-natuurlijke dood van de GGD Hart voor Brabant d.d. 1 oktober 2010.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 156 e.v.

12 Het formulier Geneeskundige Verklaring, pagina 159.

13 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 160 e.v.

14 Het verslag van niet-natuurlijke dood van de GGD West Brabant d.d. 1 oktober 2010.

15 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 164 e.v.

16 Het verslag van niet-natuurlijke dood van de GGD Hart voor Brabant d.d. 1 oktober 2010.

17 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 168 e.v.

18 Het verslag van niet-natuurlijke dood van de GGD West Brabant d.d. 1 oktober 2010.

19 Het proces-verbaal van bevindingen van de Unit Forensische Technisch Onderzoek, pagina 212 e.v.

20 Het deskundigenrapport, pagina 356 e.v.

21 Het deskundigenrapport, pagina 361.

22 De verklaring van deskundige [verbalisant 8], afgelegd ter zitting op 31 januari 2014.