Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:8724

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22-12-2014
Datum publicatie
23-01-2015
Zaaknummer
AWB - 13 _ 1747
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2017:989, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

1 van 25 Van Lanschot:

Informatiebeschikking is terecht genomen nu de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende, gelet op het saldi in 1994 en 1996, over een deel van de saldi en rendementen van de Van Lanschot-rekening zou kunnen beschikken

Wetsverwijzingen
Wet inkomstenbelasting 2001
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2015-0269
Mr. P.G.M. Jansen annotatie in NTFR 2015/1433
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, meervoudige kamer

Locatie: Breda

Procedurenummers AWB 13/1747, 13/1748 en 13/1750

uitspraak van 22 december 2014

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[X] , wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbende met de betrekking tot de aan hem op te leggen aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) over de jaren 2008 en 2009 met dagtekening 5 november 2012 en over het jaar 2010 met dagtekening 27 november 2012 informatiebeschikkingen gegeven. Bij uitspraken op bezwaar van 4 maart 2013 zijn deze beschikkingen gehandhaafd.

1.2.

Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 15 maart 2013, ontvangen bij de rechtbank op 18 maart 2013, beroep ingesteld. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 44.

1.3.

De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.4.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 april 2014 te Breda. Daar zijn gezamenlijk behandeld de zaken met de rolnummers AWB 13/3276, 13/3277, 13/6443, 13/6444, 13/2865 tot en met 13/2868, 13/6445, 13/6446, 13/1682, 13/6333, 13/1659, 13/1740, 13/1741, 13/1193, 13/1683 tot en met 13/1686, 13/1145, 13/5337 tot en met 13/5342, 13/5344 tot en met 13/5352, 13/5354, 13/5822, 13/5823, 13/1148, 13/1146, 13/1192, 13/1194, 13/1747, 13/1748, 13/1750, 13/7207 tot en met 13/7211, 13/7213 tot en met 13/7215, 13/7217, 13/7219, 13/7220, 13/7221, 13/7223 tot en met 13/7226, 13/1744 tot en met 13/1746, 13/7231, 13/7233, 13/7234, 13/7236, 13/7238, 13/3430 tot en met 13/3443, 13/1739, 13/5924, 13/7031, 13/1687, 13/3360, 13/6158, 13/6441, 13/5853, 13/3258, 13/762 tot en met 13/766 en 13/184 tot en met 13/195 van verschillende belanghebbenden. Voor het verhandelde ter zitting en de daar aanwezige personen verwijst de rechtbank naar het proces-verbaal van de zitting waarvan een afschrift op dezelfde dag als de uitspraak aan partijen is verzonden. De pleitnota’s van partijen behoren tot de gedingstukken.

1.5.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en daarbij bepaald dat het vooronderzoek wordt hervat. De rechtbank heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld nadere stukken te overleggen.

1.6.

Belanghebbende heeft bij brief van 22 april 2014 aangegeven geen nadere stukken in te dienen. Deze brief is in afschrift verstrekt aan de inspecteur. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten en bij brief van 24 april 2014 een schriftelijke uitspraak binnen twaalf weken aangekondigd. Bij brief van 14 juli 2014 heeft de rechtbank deze termijn verlengd en aangekondigd dat zo spoedig mogelijk schriftelijk uitspraak wordt gedaan.

2 Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1.

Belanghebbende, geboren op [datum] 1928, is gehuwd met [Y] (hierna: de echtgenote, samen: belanghebbenden), geboren op [datum] 1931.

2.2.

De inspecteur heeft aan belanghebbende over de jaren 1995 tot en met 2005 navorderingsaanslagen IB/PVV en over de jaren 1996 tot en met 2000 navorderingsaanslagen vermogensbelasting (hierna: VB) opgelegd in verband met niet aangegeven (inkomen uit) in het buitenland aangehouden vermogen.

2.3.

Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV over het jaar 2008 aangifte gedaan van een verzamelinkomen van € 29.654 en een gemiddelde rendementsgrondslag in box 3 van € 105.833. Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV over het jaar 2009 aangifte gedaan van een verzamelinkomen van € 8.387 en een gemiddelde rendementsgrondslag in box 3 van € 135.762. Belanghebbende heeft in zijn aangifte IB/PVV over het jaar 2010 aangifte gedaan van een verzamelinkomen van € 7.312 en een gemiddelde rendementsgrondslag in box 3 van € 147.710. Belanghebbende heeft geen inkomen aangegeven uit een bankrekening in Luxemburg.

2.4.

Op 18 februari 2005 hebben de Belgische belastingautoriteiten aan het Hoofd van Belastingdienst/FIOD/ECD/Team Internationaal (hierna: FIOD-ECD) een Nota met bijlagen verstrekt. De bijlagen B.1., B.2. en B.6. bevatten gegevens over rekeningstanden per 21 december 1994, 5 september 1996 en 28 november 1996, bij, volgens de aanhef “F. van Lanschot (Bankiers) Luxembourg S.A.” (verder ook: de renseignementen). De bijlage B.9. betreft een adressenlijst. Voorzover te dezen van belang bevatten de bijlagen B.1., B.2. en B.6. respectievelijk de volgende gegevens:

Van Lanschot Bankiers (Luxembourg) SA Boulevard Prince Henri, 3 L-2016 Luxembourg, date: 9/05/96 prog: FVLR102J page: 13, portfolio evaluation

Racine

Name

CCY

Current

Accounts

Deposits

Bonds

Shares/

options

Inv. Funds

Total

Account manager: 0000005

(...)

[rekeningnummer]

[X - Y]

NLG

118.69

.00

872,810.00

.00

182,197.36

1,055,126.05

Van Lanschot Bankiers (Luxembourg) SA Boulevard Prince Henri, 3 L-2016 Luxembourg, date: 11/28/96 prog: FVLR102J page: 14, portfolio evaluation

Racine

Name

CCY

Current

Accounts

Deposits

Bonds

Shares/

options

Inv. Funds

Total

Account manager: 0000005

(...)

[rekeningnummer]

[X - Y]

NLG

667.52

.00

878,940.00

99,500.00

51,674.40

1,030,781.92

5

[rekeningnummer]

[X - Y]

941221

NLG

1032797,36

1782,08

662253,18

0

138380

0 A

18 364

2.5.

De inspecteur heeft belanghebbende en de echtgenote geïdentificeerd als rekeninghouders van bovengenoemde rekeningen bij de Van Lanschot bank in Luxemburg (hierna: Van Lanschot) en onder meer de onder 2.2 vermelde aanslagen opgelegd. Belanghebbenden hebben ontkend een rekening bij Van Lanschot te hebben aangehouden. Na ontvangst van de aangiften van belanghebbenden over de jaren 2008, 2009 en 2010 heeft de inspecteur hen met dagtekening 20 september 2012 twee vragenbrieven gezonden waarin op grond van artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van de AWR is verzocht informatie te verstrekken over de rekening bij Van Lanschot met rekeningnummer [rekeningnummer] en van eventuele andere buitenlandse bankrekeningen van belanghebbenden. Met dagtekening 7 november 2012 heeft de inspecteur aan belanghebbenden een rappel vragenbrief gezonden. Belanghebbenden hebben niet op deze brieven gereageerd.

2.6.

Met dagtekening 5 november 2012 heeft de inspecteur aan belanghebbende de informatiebeschikking voor de jaren 2008 en 2009 gezonden. Daarin heeft hij de tekst herhaald van de vragen die op 20 september 2012 zijn gesteld en geconstateerd dat niet aan de verplichtingen van artikel 47 AWR is voldaan. De vragen luidden als volgt:

“1. Is deze bankrekening in 2008 en 2009 nog steeds door [X] en/of zijn partner [Y] aangehouden?

2. Zo ja, wat was het saldo, inclusief onderliggende sub- en beleggingsrekeningen op 1 januari en 31 december 2008, en op 1 januari en 31 december 2009?

3. Zo nee, waar wordt het eerder op […] deze rekening gestalde vermogen in 2008 en 2009 aangehouden?

4. Wat was het saldo van die andere rekeningen op 1 januari en 31 december 2008 en op 1 januari en 31 december 2009?

5. Indien niet langer dit vermogen in het buitenland wordt aangehouden, wanneer en op welke binnenlandse rekening is dit vermogen gestort of wanneer en waarvoor is het aangewend?

6. Ik verzoek u de bescheiden met betrekking tot de buitenlandse rekening(en) (in kopie) voor 2008 en 2009 te overleggen.”

Met dagtekening 27 november 2012 heeft de inspecteur aan belanghebbende de informatiebeschikking voor het jaar 2010 gezonden. Ook hierin zijn de eerder gestelde vragen herhaald en is geconstateerd dat niet aan de verplichtingen van artikel 47 AWR is voldaan. De vragen zijn gelijkluidend aan de vragen in de informatiebeschikking over 2008/2009, maar dan gesteld voor 2010.

2.7.

Belanghebbende heeft bij brief van 3 december 2012 bezwaar gemaakt tegen de informatiebeschikkingen. De inspecteur heeft aan belanghebbende op 24 januari 2013 twee brieven met kenmerk “Informatie met betrekking tot de uitspraak op bezwaar” gezonden, één betreffende de jaren 2008 en 2009 en één betreffende het jaar 2010. Bij uitspraken op bezwaar van 4 maart 2013 heeft de inspecteur de bezwaren ongegrond verklaard.

3 Geschil

3.1.

In geschil is het antwoord op de vraag of de informatiebeschikkingen terecht zijn gegeven. Belanghebbende beantwoordt de vraag ontkennend en de inspecteur bevestigend.

3.2.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen ter zitting en in de van hen afkomstige stukken zijn aangevoerd.

3.3.

Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en vernietiging van de beschikkingen. De inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4 Beoordeling van het geschil

4.1.

Belanghebbende stelt dat de inspecteur niet heeft bewezen dat belanghebbende in de onderhavige jaren gerechtigd was tot een rekening bij Van Lanschot met rekeningnummer [rekeningnummer]. Volgens belanghebbende zijn de renseignementen uit 1994 en 1996 daarvoor te weinig en is de omstandigheid dat belanghebbende betrokken is bij het project “Bank zonder naam” niet van betekenis nu daarover nog geen onherroepelijke beslissing is genomen.

4.2.

De inspecteur heeft belanghebbende en de echtgenote geïdentificeerd als rekeninghouders bij Van Lanschot. Op de inspecteur rust de last om de juistheid daarvan aannemelijk te maken. De inspecteur heeft de gegevens van de rekeninghouders zoals vermeld op de rekeningstandenlijsten - in dit geval: “[X - Y]” - vergeleken met de gegevens in het systeem Beheer van Relaties (hierna: BVR), waarin gegevens zijn opgenomen die afkomstig zijn van de gemeentelijke basisadministratie. Uit de door de inspecteur overgelegde schermprints van de in het BVR-systeem opgenomen personen blijkt dat er slechts één echtpaar voorkomt met de achternamencombinatie “[X]” en “S[Y]”; deze unieke ‘hit’ betreft belanghebbende en de echtgenote.

4.3.

De rechtbank is van oordeel dat de genoemde combinatie van de namen zo specifiek is, dat er geen reden is om aan te nemen dat de vermelding in het renseignement op andere personen dan belanghebbende en de echtgenote kan slaan. Met voormeld onderzoek heeft de inspecteur dan ook naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt dat belanghebbende en de echtgenote rechthebbenden waren tot de rekening bij Van Lanschot met rekeningnummer [rekeningnummer], op de op de renseignementen genoemde data.

4.4.

Nu sprake was van aanzienlijke saldi in 1994 en 1996, acht de rechtbank niet onaannemelijk dat belanghebbende in 2008, 2009 en 2010 nog steeds over (een deel van) die saldi en de rendementen daarop kon beschikken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat de door hem in zijn brieven van 20 september 2012 en 7 november 2012 gevraagde informatie van belang kan zijn voor de belastingheffing van belanghebbende over de jaren 2008, 2009 en 2010. Door niet te reageren op de vragenbrieven van de inspecteur heeft belanghebbende niet aan zijn informatieverplichting voldaan. De informatiebeschikking is in zoverre terecht genomen.

4.5.

Het beroep van belanghebbende op de uitspraak van rechtbank Breda van 20 september 2012, nr. 12/1937, ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2216, kan niet tot een ander oordeel leiden. In tegenstelling tot het onderhavige geval, had de inspecteur in dat geval niet aannemelijk gemaakt dat de belanghebbende in een eerder jaar (1994 in dat geval) gerechtigd was geweest tot een buitenlandse bankrekening.

4.6.

Gelet op het vorenstaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

5 Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6 Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- stelt belanghebbende tot vier weken na verzending van deze uitspraak in de gelegenheid alsnog de gevraagde informatie te verstrekken.

Deze uitspraak is gedaan op 22 december 2014 door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, voorzitter, mr. C.A.F.M. Stassen en mr. W.A.P. van Roij, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.S.J. Pijnenburg-Braspenning, griffier.

De griffier, De voorzitter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.