Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:8477

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
09-12-2014
Datum publicatie
07-01-2015
Zaaknummer
AWB 14_2691
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenen eervol reorganisatieontslag in verband met overdracht van taken naar regionale uitvoeringsdienst. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 14/2691 AW

uitspraak van 9 december 2014 van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser], te [woonplaats], eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reimerswaal, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 20 maart 2014 (bestreden besluit) van het college inzake het verlenen van eervol ontslag per 1 januari 2014.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 28 oktober 2014. Eiser is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam vertegenwoordiger1], [naam vertegenwoordiger2] en [naam vertegenwoordiger3].

Overwegingen

1. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiser was sinds 1993 werkzaam bij de gemeente Reimerswaal. Van 1 januari 2003 tot 1 maart 2013 was eiser aangesteld in de functie van senior beleidsmedewerker bij de afdeling Bouwen, Milieu & Handhaving. Op 7 maart 2013 is aan eiser meegedeeld dat zijn aanstelling per 1 maart 2013 wordt gewijzigd in een aanstelling in algemene dienst bij de gemeente Reimerswaal.

Op 28 mei 2013 heeft de raad van de gemeente Reimerswaal onder meer de beslissing genomen om samen met de overige Zeeuwse gemeenten, de provincie Zeeland en waterschap Scheldestromen de regionale uitvoeringsdienst Zeeland (RUD) op te richten. Daarbij is besloten om de RUD vanaf 1 september 2013 de taken te laten uitvoeren op het gebied van het omgevingsrecht in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in het bijzonder, evenals de taken op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving op grond van de in artikel 5.1 van de Wabo genoemde wetten. Verder is ingestemd met de voorlopig becijferde begroting, waarbij het aandeel voor de gemeente Reimerswaal is bepaald op 3,0 fte.

Bij brief van 15 augustus 2013 heeft het college eiser laten weten dat hij tot de doelgroep behoort die in aanmerking komt voor overgang naar de RUD.

Bij besluit van 5 september 2013 heeft het college eiser aangewezen als ambtenaar die in het kader van ‘mens volgt taak’ in aanmerking komt voor een aanstelling binnen de RUD. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 5 september 2013. Bij besluit van 12 december 2013 is het bezwaar tegen het besluit van 5 september 2013 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van deze rechtbank van 27 mei 2014 is eisers beroep ongegrond verklaard (ECLI:NL:RBZWB:2014:3828). Eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen die uitspraak.

Eiser is sinds 22 november 2013 arbeidsongeschikt.

Bij besluit van 18 december 2013 (primair besluit) heeft het college eiser met ingang van 1 januari 2014 wegens reorganisatie op grond van artikel 8:3 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de gemeente Reimerswaal (CAR/UWO) eervol ontslag verleend uit zijn betrekking van medewerker beleid en advies A bij de afdeling Bouwen, Milieu en Handhaving. Aan het ontslag is de voorwaarde verbonden dat eiser op de datum van ontslag gelijktijdig wordt aangesteld bij de RUD.

Met het bestreden besluit heeft het college de bezwaren van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

2. Het college stelt zich in het bestreden besluit, samengevat, op het volgende standpunt. Het besluit tot ontslagverlening is gestoeld op een wettelijke deelname en plicht tot overdracht van taken op het gebied van milieuvergunning en -handhaving aan de RUD. Eiser was werkzaam op het gebied van milieu. De overdracht van taken naar de RUD heeft derhalve betrekking op de tot eisers functie behorende taken en werkzaamheden. Eisers functie bij het college is dan ook volledig komen te vervallen.

3. Eiser voert in beroep, samengevat, het volgende aan. Eiser was ten tijde van het ontslag volledig arbeidsongeschikt. Het was daarom niet mogelijk om eiser ontslag te verlenen. Daarnaast richt het ontslagbesluit zich op de verkeerde aanstelling. Het ontslag dient alleen daarom al nietig te worden verklaard. Het college heeft verder geen pogingen gedaan om eiser elders binnen de gemeente Reimerswaal te plaatsen. Het ontslag heeft plaatsgevonden zonder een vooraf vastgesteld sociaal plan. Het Sociaal Statuut RUD is niet van toepassing op het ontslag van eiser. Het college heeft ten onrechte gesteld dat eisers functie volledig is komen te vervallen. De CAR/UWO biedt de mogelijkheid om gedeeltelijk ontslag te verlenen.

4. Artikel 8:3 van de CAR/UWO luidt als volgt:

1. Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend wegens opheffing van zijn betrekking of wegens verandering in de inrichting van het dienstonderdeel waarbij hij werkzaam is of van andere dienstonderdelen, dan wel wegens verminderde behoefte aan arbeidskrachten. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend.

2. Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.

3. Op grond van dit artikel wordt, individuele gevallen uitgezonderd, ontslag verleend ingevolge een vooraf vastgesteld plan.

5. De rechtbank staat voor de vraag of het ontslagbesluit stand kan houden. Hiervoor is van belang de vraag of eisers functie bij het college is opgeheven en of er een passende functie beschikbaar was.

6. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 27 mei 2014 geoordeeld dat het college op goede gronden eiser heeft aangewezen als ambtenaar wiens taken overgaan naar de RUD. Het overgaan van eisers taken naar de RUD heeft tot gevolg gehad dat eisers functie bij het college is komen te vervallen. Daarnaast is er voor eiser per 1 januari 2014 een passende functie beschikbaar bij de RUD. De rechtbank verwijst daarbij naar haar uitspraak van heden in zaaknummer BRE 14/4714 AW.

Arbeidsongeschiktheid

7. Eiser heeft aangevoerd dat het zeer ongebruikelijk, zo niet onmogelijk, is om ontslag te verlenen aan een arbeidsongeschikte. Eiser is sinds 22 november 2013 arbeidsongeschikt, terwijl het ontslagbesluit van na die datum dateert.

De rechtbank overweegt dat ontslag wegens reorganisatie ook verleend kan worden als de medewerker arbeidsongeschikt is Er geldt dus geen opzegverbod tijdens arbeidsongeschiktheid in geval van reorganisatieontslag. Het beroep van eiser kan op dit punt niet slagen.

Nietigheid ontslag

8. Eiser heeft verder aangevoerd dat hij sinds 1 maart 2013 een aanstelling in algemene dienst heeft. Eiser is echter niet ontslagen uit deze functie. Volgens eiser is het ontslagbesluit reeds hierom nietig.

De rechtbank heeft in haar uitspraak van 27 mei 2014 al overwogen dat eiser weliswaar per 1 maart 2013 is aangesteld als medewerker in algemene dienst, maar dat dit niet heeft geleid tot verandering van de concrete taaksamenstelling. Eiser vervulde feitelijk (nog steeds) de functie van senior medewerker bij de afdeling Bouwen, Milieu & Handhaving, horend bij het functieprofiel Beleid en Advies A. Voor de rechtbank staat derhalve voldoende vast dat het college bedoeld heeft om eiser ontslag te verlenen bij de gemeente Reimerswaal. Het beroep van eiser kan op dit punt evenmin slagen.

Sociaal Statuut

9. Eiser heeft aangevoerd dat het Sociaal Statuut RUD alleen van toepassing is op de vorming van de RUD en de aanstelling van de medewerkers bij de RUD. Het Sociaal Statuut RUD kan daarom niet van toepassing zijn op ontslag van een medewerker van de gemeente Reimerswaal. Volgens eiser dient er een intern sociaal statuut te zijn van de gemeente Reimerswaal. Het Sociaal Statuut Reimerswaal 2002 voorziet echter niet in een regeling voor een overgang van medewerkers naar een andere organisatie. Het Sociaal Statuut Reimerswaal 2002 voorziet alleen in interne reorganisaties. Dat het ontslag heeft plaatsgevonden zonder een vooraf vastgesteld plan, is in afwijking van de CAR/UWO. Het verleende ontslag is daarmee onwettig, aldus eiser.

10. Artikel 3, eerste lid, van het Sociaal Statuut RUD luidt als volgt:

Dit Sociaal Statuut heeft uitsluitend betrekking op de vorming van RUD-Zeeland en strekt zich uit tot de ambtenaren, die door de latende organisaties zijn aangewezen overeenkomstig het bepaalde in artikel 11.

Artikel 11 van het Sociaal Statuut RUD luidt – voor zover relevant – als volgt:

Het aanwijzen van ambtenaren wiens taken overgaan naar RUD-Zeeland wordt door de latende organisatie uitgevoerd.

11. De rechtbank overweegt dat eiser is aangewezen als ambtenaar wiens taken overgaan naar de RUD. Dit betekent dat het Sociaal Statuut RUD op eiser van toepassing is, gelet op het bepaalde in artikel 3, eerste lid, en artikel 11 van het Sociaal Statuut RUD. Met dit Sociaal Statuut wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 8:3, derde lid, van de CAR/UWO. Hetgeen eiser op dit punt heeft aangevoerd, kan dan ook niet leiden tot een gegrond beroep.

Gedeeltelijk ontslag

12. Eiser heeft aangevoerd dat de door hem uitgevoerde functie niet volledig is komen te vervallen. Eiser heeft daarbij gewezen op artikel 8:3, tweede lid, van de CAR/UWO, waaruit blijkt dat ontslag ook gedeeltelijk kan worden verleend. Volgens eiser is de besluitvorming van het college op dit punt onvolledig en ongemotiveerd.

13. De rechtbank overweegt dat eiser geen bezwaargronden heeft ingediend die zien op (de mogelijkheid van) een gedeeltelijk ontslag. Dit betekent dat er op dit punt dan ook geen sprake kan zijn van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.

14. In het verweerschrift stelt het college dat met de overdracht van de door eiser verrichte milieutaken, het samenstel van de bij eisers functie behorende werkzaamheden als geheel uiteen is gevallen. Volgens het college is eiser nagenoeg uitsluitend belast geweest met taken op het terrein van milieuvergunning en -handhaving. Dientengevolge is de functie van eiser als zodanig opgeheven, aldus het college.

15 De rechtbank heeft in haar uitspraak van 27 mei 2014 geoordeeld dat eiser het merendeel van zijn productieve uren bij het college heeft besteed aan milieugerelateerde taken. In de jaren 2011, 2012 en 2013 ging het daarbij om ongeveer 70% van eisers werkzaamheden. De overige werkzaamheden waren van ondergeschikt belang. Naar het oordeel van de rechtbank lenen deze werkzaamheden zich naar hun aard niet voor toepassing van artikel 8:3, tweede lid, van de CAR/UWO. Het college heeft dan ook geen aanleiding hoeven zien om eiser ten dele in dienst te houden. Eisers beroep kan op dit punt geen stand houden.

Herplaatsing/re-integratie

16. Volgens eiser is hij aangesteld in algemene dienst. Hierdoor heeft het college de verplichting om andere functies voor eiser te zoeken binnen de eigen organisatie.

17. De rechtbank overweegt als volgt. Sinds de wijziging van de CAR/UWO per 1 juli 2008 is voor de bevoegdheid van het college om over te gaan tot ontslag wegens opheffing van de betrekking, het niet meer noodzakelijk dat het college ten tijde van het ontslag voldoende herplaatsingsmogelijkheden heeft verricht. De rechtbank verwijst daarbij onder meer naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 mei 2014 (ECLI:NL: CRVB:2014:1686). Het college was dan ook niet verplicht om andere functies voor eiser te zoeken binnen de gemeente Reimerswaal.

18. De rechtbank concludeert dat het college bevoegd was eiser ontslag te verlenen op grond van arrtikel 8:3 van de CAR/UWO. Het beroep zal dan ook ongegrond worden verklaard.

19. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzitter, en mr. R.P. Broeders en mr. D.H. Hamburger, leden, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2014.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.