Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:7891

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
05-11-2014
Datum publicatie
01-05-2015
Zaaknummer
C-02-263287 - HA ZA 13-307
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van schade als gevolg van diefstal tijdens vervoer over de weg. De aansprakelijkstelling van de vervoerder heeft de verjaring geschorst. Na afwijzing liep verjaring weer door. Vervolgens is binnen de verjaringstermijn gedagvaard. De dagvaarding stuitte de verjaring. Deze moet naar Nederlands recht beoordeeld worden. Vervolgens is weer binnen één jaar gedagvaard. Vordering was toen nog niet verjaard. Op basis van de eerste dagvaarding was door de rechtbank ontslag van instantie verleend wegens niet tijdig betalen van het griffierecht. Vordering deels - i.v.m. CMR limiet - toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2015, afl. 4, p. 221
S&S 2015/103
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht


Zittingsplaats: Middelburg

zaaknummer / rolnummer: C/02/263287 / HA ZA 13-307

Vonnis van 5 november 2014

in de zaak van

1. de vennootschap naar buitenlands recht

LG ELECTRONICS LATVIA SIA,

gevestigd te Riga,

2. de vennootschap naar buitenlands recht

LIG INSURANCE CO LTD,

gevestigd te Seoul, Korea,

3. de besloten vennootschap

[eiseres sub 3] ,

gevestigd te Rotterdam,

eiseressen,

advocaat oorspronkelijk mr. M. Spanjaart te Rotterdam, later mr. M.A.R.C. Padberg te Rotterdam,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

SIA "N LOGISTIKS",

gevestigd te Riga, Letland

gedaagde,

advocaat mr. L.J.P.E. Donckers-Corten te Rotterdam.

Partijen zullen hierna LG Electronics en N Logistiks worden genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek

  • -

    de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnota’s

  • -

    de producties overgelegd namens LG Electronics.

2 De feiten

2.1.

LG Electronics heeft een lading LCD monitoren gekocht. Op 19 november 2009 heeft N Logistiks bij eiseres sub 3 Hudig, deze lading LCD monitoren in ontvangst genomen voor het vervoer per vrachtauto van Moerdijk (Nederland) naar Jelgavas Rajons (Letland). Hudig was afzender van de lading en Jelgava Latvia te Letland was de ontvanger. Voor het vervoer is een CMR-vrachtbrief opgemaakt.

De lading was verdeeld over de vrachtwagen en de aanhanger. De lading uit de aanhanger is verdwenen in de periode 19/20 november 2009.

2.2.

In de brief van 23 september 2010 is N Logistiks namens LG Electronics aansprakelijk gesteld voor de schade van € 53.611,20. N Logistiks heeft in haar brief van 20 oktober 2010 de aansprakelijkheid afgewezen.


2.3. LG Electronics heeft op 18 november 2010 N Logistiks gedagvaard tot betaling van de schade. Wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht is door de rechtbank Breda op 29 september 2011 ontslag van instantie verleend. LG Electronics is op 27 december 2011 in hoger beroep gegaan tegen deze beslissing. Het gerechtshof heeft bij arrest van 8 januari 2013 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
De dagvaarding voor deze procedure is op 17 november 2011 uitgebracht en betreft dezelfde vordering op dezelfde gronden als die welke was opgenomen in de dagvaarding van 18 november 2010.

3 Het geschil

3.1.

LG Electronics vordert samengevat - veroordeling van N Logistiks tot betaling van € 53.611,20 vermeerderd met CMR-rente en kosten.
Zij stelt dat vervoer een resultaatsverbintenis is en dat de vervoerder de LCD schermen niet allemaal heeft afgeleverd. N Logistiks is aansprakelijk voor de schade die daardoor is ontstaan.
Haar vordering is niet verjaard. De aansprakelijkstelling heeft de verjaring geschorst. Nadat N Logistiks de vordering had afgewezen, is binnen de verjaringstermijn van één jaar gedagvaard op 18 november 2010. Door het uitbrengen van die dagvaarding is de verjaring naar Nederlands recht gestuit. De tweede dagvaarding is daarna op 17 november 2011, dus binnen het jaar, uitgebracht. Op dat moment was de vordering niet verjaard. Subsidiair verwijst LG Electronics naar de regeling van art. 6:361 lid 2 BW. De tweede dagvaarding is uitgebracht binnen zes maanden na het vonnis van de rechtbank Breda van 28 september 2011.
Het CMR regelt de schorsing van de verjaring. Op de stuiting is Nederlands recht van toepassing. LG Electronics verwijst ter onderbouwing naar het arrest HR 20 december 2013, NJ 2014/295.
LG Electronics betwist misbruik van procesrecht te maken door deze procedure te beginnen. Er is niet eerder een inhoudelijk oordeel gegeven over de rechtsvraag die partijen verdeeld houdt. Het ne bis in idem beginsel waar N Logistiks zich op beroept, geldt niet in het burgerlijk procesrecht.

3.2.

De diefstal van de LCD schermen had door de chauffeur voorkomen kunnen worden. Hij heeft de vrachtwagen met lading op een onveilige en onbewaakte parkeerplaats gezet in een gebied waar vaker dergelijke diefstallen voorkomen. De chauffeur hoefde ook niet in België te zijn om naar Letland te rijden. Hij heeft bewust het gevaar opgezocht.
De verklaring van de chauffeur is onbetrouwbaar. De diefstal heeft, volgens de politie die een verklaring van de chauffeur heeft opgenomen en volgens het expertiserapport, in Nederland plaatsgevonden, terwijl de chauffeur verklaart dat het in België is gebeurd. LG Electronics verwijst ook naar de overgelegde tachograafschijf en de daarop aangegeven kilometers. De chauffeur heeft veel meer kilometers gereden dan alleen de afstand van Moerdijk tot Minderhout in België.
Zij concludeert dat de conclusie gerechtvaardigd is dat de diefstal is veroorzaakt door opzet althans hiermee gelijk te stellen bewuste roekeloosheid van N. Logistiks. Die kan dan geen beroep doen op bepalingen van het CMR die haar aansprakelijkheid beperken.
LG Electronics heeft erkend dat zij de bewijslast heeft van deze stelling, zij stelt echter dat N Logistiks voldoende informatie moet geven en dat zij daarmee in gebreke is gebleven.

3.3.

N Logistiks voert verweer. Zij stelt dat de vordering van LG Electronics is verjaard. In gevolge art. 32 lid 1 CMR geldt een verjaringstermijn van één jaar. Die termijn ving aan op de dag dat het restant van de lading werd afgeleverd in Letland, 23 november 2009. De aansprakelijkheidstelling op 23 september 2010 schorste de verjaringstermijn. De schriftelijke afwijzing van 20 oktober 2010 deed de verjaringstermijn weer doorlopen. Totaal werd de verjaringstermijn met 27 dagen verlengd, zodat de vordering op 20 december 2010 was verjaard. N Logistiks stelt eerst dat de eerste dagvaarding die LG Electronics heeft doen uitbrengen, binnen de verjaringstermijn was. Die zaak is geëindigd met een ontslag van instantie. De stuiting wordt dus geacht niet te hebben plaatsgevonden. De datum waarop de vordering verjaarde werd weer 20 december 2010. De tweede dagvaarding van 17 november 2011 is uitgebracht op een moment dat de vordering al was verjaard. Vervolgens stelt zij dat de eerste dagvaarding geen stuitende werking toekomt omdat dat ingevolge art. 32 lid 2 CMR na schorsing niet mogelijk is. Ook een beroep op art. 3:316 lid 2 BW komt LG Electronics om dezelfde reden niet toe.
Door opnieuw te dagvaarden op dezelfde gronden en met dezelfde vordering, maakt LG Electronics misbruik van procesrecht. Dit is volgens haar in strijd met het ne bis in idem beginsel en het doorbreken van het gesloten stelsel van rechtsmiddelen.

3.4.

Met betrekking tot de vordering zelf stelt N Logistiks dat zij in gevolge art. 23 CMR alleen beperkt aansprakelijk is voor de schade. Er is geen sprake van opzet of met opzet gelijk te stellen schuld van de chauffeur van N. Logistiks. De chauffeur is van Moerdijk naar Minderhout gereden en heeft zijn vrachtwagen geparkeerd op een verlichte parkeerplaats bij een benzinestation. Hij had geen reden te twijfelen aan de veiligheid van de parkeerplaats. Het benzinestation was druk bezocht en had camera’s. Ook was er een restaurant. De vrachtwagen was geparkeerd op een verlichte plek. De chauffeur heeft de nacht in de vrachtauto doorgebracht. Zij heeft een verklaring van de chauffeur in het geding gebracht. De uitleg die LG Electronics aan de tachograafgegevens geeft is onjuist. Te zien is dat er op 19 november 2009 een korte rit is gemaakt tussen 17.00 en 19.00 uur. Vervolgens is de auto weer in beweging gekomen na 07.00 uur de volgende dag. Dat stemt overeen met de verklaring van de chauffeur.
N Logistics heeft de vordering met betrekking tot buitengerechtelijke kosten en de kosten voor een gelegde beslag betwist. Bewijs dat er beslag is gelegd, is niet overgelegd.

4 De beoordeling

4.1.

Het geschil gaat over vervoer van goederen over de weg van Nederland naar Letland. Op deze overeenkomst is ingevolge art. 1 jo 41 CMR dat verdrag van toepassing. De goederen zijn in ontvangst genomen in Moerdijk, gelegen in het arrondissement Zeeland-West-Brabant. Deze rechtbank is op grond van art. 31 lid 1 CMR bevoegd van de vordering kennis te nemen.

4.2.

N Logistiks heeft in haar conclusie van antwoord gesteld dat eiseressen niet ontvankelijk zijn omdat zij op grond van de vervoersovereenkomst geen vorderingsrecht hebben. Ter gelegenheid van het pleidooi heeft zij dit verweer laten vallen. De rechtbank hoeft hier dus geen oordeel over te geven.


4.3. In dit geschil zijn twee verjaringstermijnen van belang, die van één jaar en die van drie jaar. Voor die laatste termijn moet volgens art. 32 lid 1 CMR sprake zijn van opzet of schuld naar Nederlands recht. Om dat te beoordelen moet de rechtbank ingaan op het materiële geschil van partijen. Het is niet uitgesloten dat een van de partijen bewijs moet leveren. Als daarna komt vast te staan dat er geen sprake is van opzet of schuld aan de zijde van N Logistiks, zou de rechtbank toekomen aan de beoordeling van de korte verjaringstermijn. De hele voorgaande procedure zou dan voor niets kunnen zijn geweest. De rechtbank kiest er daarom voor eerst het geschil over de korte verjaringstermijn te beoordelen.

4.4. Voor de verhouding CMR verdrag - Nederlands recht ten aanzien van de vragen over schorsing en stuiting verwijst de rechtbank naar het ook door partijen aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 20 december 2013, NJ 2014/295. De Hoge Raad overweegt daarin dat art. 32 lid 1 CMR niet belet dat door het instellen van een eis in rechte op de voet van art 3:316 BW de verjaring van art 32 lid 1 CMR rechtsgeldig wordt gestuit, ongeacht of deze verjaring in een eerder stadium op de voet van art 32 lid 2 CMR is geschorst en of deze schorsing is reeds opgeheven.

4.5.

De vordering van LG Electronics zou in beginsel zijn verjaard een jaar na de aflevering van de goederen op 23 november 2009. De aansprakelijkstelling van N Logistiks heeft de verjaring geschorst. Na afwijzing van de vordering liep de verjaringstermijn weer door zodat per saldo de vordering van LG Electronics op 20 december 2010 zou zijn verjaard.

Het stuiten van de verjaring wordt beheerst door Nederlands recht. De op 18 november 2010 namens LG Electronics uitgebrachte dagvaarding heeft de verjaring dus gestuit. De verjaringstermijn werd daardoor verlengd met een jaar. Binnen dat jaar, namelijk op 17 november 2011, heeft LG Electronics opnieuw een dagvaarding doen uitbrengen. Deze laatste dagvaarding is tijdig uitgebracht, namelijk binnen een jaar na de eerste dagvaarding die de verjaring deed stuiten en had opnieuw stuitende werking.

Het verleende ontslag van instantie dat door de rechtbank op 28 september 2011 is gegeven en door het hof op 8 januari 2013 is bekrachtigd, maakt dit niet anders. Bepalend voor de stuiting van de verjaring was het uitbrengen van de dagvaarding.

4.6.

De rechtbank komt toe aan de beoordeling van de vordering. LG Electronics maakt geen misbruik van procesrecht door voor de tweede maal dezelfde vordering aanhangig te maken. Het “ne bis in idem” beginsel geldt niet in het civiele procesrecht. Dit blijkt al uit de regeling van art. 3:316 lid 2 BW. Die regeling maakt het mogelijk hetzelfde geschil voor een tweede maal aan de rechter voor te leggen.

Verder is N Logistiks, nadat de eerste dagvaarding was uitgebracht, nog niet inhoudelijk bij de procedure betrokken geweest. Er is dus geen sprake van herhaling van zetten.

De rechtbank heeft in de procedure die met de op 18 november 2010 uitgebrachte dagvaarding begon, geen oordeel gegeven over het geschil, zodat hoger beroep niet mogelijk is geweest. N Logistiks stelt dus ten onrechte dat LG Electronics het gesloten stelsel van rechtsmiddelen doorbreekt met het doen uitbrengen van de dagvaarding van 17 november 2011.

4.7.

N Logistiks is ingevolge art. 23 en 29 CMR jo art. 8:1108 BW beperkt aansprakelijk voor de schade van LG Electronics, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan haar zijde. LG Electronics stelt dat daar in dit geval sprake van is. Zij heeft hiervan de bewijslast. N Logistiks heeft van haar kant de plicht voldoende informatie te verschaffen. Zij heeft dat ook gedaan, in ieder geval heeft LG Electronics niet concreet aangegeven wat zij nog meer van N Logistiks verwachtte.

De rechtbank beschikt over het door LG Electronics overgelegde proces-verbaal van politie, de tachograafschijf met toelichting en een verklaring van de chauffeur.

4.8.

LG Electronics verwijst naar het door de Belgische politie opgemaakte proces-verbaal en naar het overgelegde expertise rapport. In het proces-verbaal wordt vermeld dat de diefstal “hoogst waarschijnlijk“ in Nederland heeft plaatsgevonden. In het expertiserapport worden twijfels geuit of de diefstal in België heeft plaatsgevonden. In beide gevallen zijn deze opmerkingen niet toegelicht. De rechtbank laat deze opmerkingen dan ook buiten de verdere beoordeling.
LG Electronics heeft tegen de toelichting die N Logistiks op de tachograafschijf heeft gegeven, niets ingebracht dat haar lezing onderbouwt. De toelichting van N Logistiks ondersteunt de verklaring van de chauffeur.
De chauffeur heeft van de opdrachtgever geen instructies gekregen over het parkeren. Hij heeft zijn vrachtauto geparkeerd op een gewone aan de snelweg gelegen plaats in de nabijheid van een tankstation en restaurant. Het is niet gebleken dat hij erop bedacht had moeten zijn dat dat een plaats was met een bijzonder gevaar voor diefstal.
De rechtbank verbindt geen conclusies aan de door de chauffeur gekozen route door België en de reden die daarvoor wordt opgegeven. In het licht van wat hierboven is overwogen zegt de keuze van de route niets over een eventuele opzet of bewuste roekeloosheid van die chauffeur.
Op grond van voorgaande overwegingen oordeelt de rechtbank dat er onvoldoende grond
is voor het oordeel dat sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van N. Logistiks. Zij doet dus terecht een beroep op beperking van haar aansprakelijkheid overeenkomstig art. 23 lid 3 CMR.

4.9.

De vordering van LG Electronics is toewijsbaar tot het bedrag van de CMR-limiet van art. 23 lid 3 CMR. Onbetwist is dat het gewicht van de goederen 4.339,36 kg was. De CMR-limiet bedraagt dan 8,33 SDR x 4.339,36 kg = 36.146,87 SDR naar de datum 20 november 2009. De vordering is dus toewijsbaar tot dit maximum omgerekend naar euro’s.

4.10.

N Logistiks heeft zich niet verweerd tegen de gevorderde rente. De CMR-rente over de hoofdsom is toewijsbaar vanaf 23 september 2009 tot aan de dag der betaling.

4.11.

De gevorderde beslagkosten worden afgewezen. Gesteld noch gebleken is dat LG Electronics beslag heeft gelegd.

4.12.

De vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen. Gesteld noch gebleken is dat deze kosten gemaakt zijn.

4.13.

N Logistiks zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van LG Electronics gevallen en begroot op:

5 De beslissing

De rechtbank

veroordeelt N Logistiks tot betaling aan LG Electronics van 36.146,87 SDR naar de datum 20 november 2009 en dan omgerekend naar euro’s, vermeerderd met 5% rente per jaar vanaf 23 september 2010 tot aan de dag van betaling;

veroordeelt N Logistiks in de proceskosten aan de zijde van LG Electronics gevallen en begroot op €5.415,27;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2014.