Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:7614

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
05-11-2014
Datum publicatie
12-11-2014
Zaaknummer
02/800751-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

ongegrondverklaring bezwaarschrift tegen afwijzing verhoor getuigen door RC.

Diverse aangaande de procedure ex art 182 ev Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht, locatie Breda

Parketnummer: 02/800751-14

Beschikking van de meervoudige raadkamer op het bezwaarschrift op grond van

182 lid 6 Wetboek van Strafvordering van:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te[geboorteplaats],

wonende te[adres],

1. De procedure.

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

- het bezwaarschrift van 22 oktober 2014;

- het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer, waaruit

blijkt dat de officier van justitie is gehoord.

Tevens is verdachte gehoord.

2. De beoordeling.

Tegen verdachte loopt een strafrechtelijk onderzoek op verdenking van een

poging om samen en in vereniging[slachtoffer] van het leven te beroven althans

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem tegen het hoofd te schoppen.

De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 16 oktober 2014 beslist op

het door de verdediging gedane verzoek tot het verrichten van

onderzoekshandelingen. Het gevraagde onderzoek aan de schoenen van verdachte

is toegewezen, evenals het horen van 5 getuigen. Het horen van 2 andere

getuigen is afgewezen.

De raadsman heeft in zijn bezwaarschrift een groot aantal bezwaren opgesomd,

uitgesplitst naar alle aspecten en gevolgen die mogelijk verbonden kunnen

worden aan de door hem gedane verzoeken, de beschikking van de rechter-commissaris alsmede de wetsartikelen en het verdrag waarop een en

ander naar het oordeel van de verdediging is gestoeld. Ondanks dat met

betrekking tot een aantal bezwaren duidelijk is dat die niet tot iets kunnen

leiden, wegens onvoldoende belang daarbij van de kant van de verdediging, zal

de rechtbank hierna elk bezwaar afzonderlijk behandelen.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de diverse afzonderlijke bezwaren,

het volgende.

Bezwaar 1:

Geen afschrift zienswijze OM verstrekt aan de verdediging na ontvangst door

de rechter-commissaris.

Dit bezwaar wordt verworpen aangezien de verdediging dit stuk heeft ontvangen

als bijlage bij de beschikking van de rechter-commissaris d.d. 16 oktober 2014

en geen wetsbepaling of verdrag dwingt tot eerdere toezending daarvan.

Bezwaar 2:

Het niet horen van verdachte op voornoemde zienswijze van het OM.

Dit bezwaar wordt verworpen aangezien geen wetsbepaling of verdrag dwingt tot

het horen van de verdediging op een zienswijze van het OM en het horen van de

verdachte op het verzoek een discretionaire bevoegdheid is van de

rechter-commissaris, zoals volgt uit art. 182 Sv. De rechtbank komt, marginaal

toetsend, tot het oordeel dat de beslissing om niet te horen niet onterecht is

genomen.

-------------------------------------------------------------------------------

Bezwaar 3:

Het niet entameren van een "regiebijeenkomst" na ontvangst van de zienswijze

van het OM.

Dit bezwaar wordt verworpen aangezien geen wetsbepaling of verdrag dwingt tot

het houden van een dergelijke bijeenkomst. De rechter-commissaris heeft naar

het oordeel van de rechtbank op goede gronden kunnen oordelen dat het houden

van een dergelijke bijeenkomst voor het goede verloop van het onderzoek niet

noodzakelijk was.

Bezwaar 4:

Het niet vermelden van de maatstaf die door de rechter-commissaris aan zijn

beslissing ten grondslag is gelegd om art. 182 Sv niet toe te passen.

Dit bezwaar wordt verworpen aangezien geen wetsbepaling of verdrag de

rechter-commissaris tot een dergelijke motivering dwingt. Derhalve kan er geen

sprake zijn van nietigheid.

Bezwaar 5:

De afwijzing van twee getuigen is niet met redenen omkleed.

Dit bezwaar wordt verworpen omdat in geval een verzoek naar het oordeel van de

rechter-commissaris onvoldoende is onderbouwd, hij kan volstaan met een

dergelijk oordeel.

Bezwaar 6:

Afwijzen horen getuige 5. Met betrekking tot deze getuige was volstaan met een

weergave van een aantal passages uit zijn verklaring. De rechter-commissaris

heeft het verzoek tot het horen van deze getuige terecht als onvoldoende

gemotiveerd verworpen aangezien uit die weergegeven citaten, in tegenstelling tot andere getuigen waarbij daarmee was volstaan, niet aanstonds was op te

maken wat met de weergave van die citaten werd beoogd te laten onderzoeken.

Bezwaar 7:

Afwijzen horen getuige 7 (verbalisant).

Door de verdediging zijn in het verzoek aan de rechter-commissaris een aantal

citaten weergegeven afkomstig uit het proces-verbaal van deze getuige. Deze

citaten hebben betrekking op hetgeen deze getuige heeft gehoord en hetgeen hij

heeft gezien dat overeenstemt met wat hij heeft gehoord. De enkele toelichting

dat de vragen aan de te horen getuige gaan over deze bevindingen en over een

nagekomen proces-verbaal van bevindingen van verbalisant[verbalisant], is

door de rechter-commissaris terecht als een onvoldoende onderbouwing gezien.

De nadere toelichting ter zitting, die zich met name heeft toegespitst op het

feit dat voornoemde citaten mede moeten worden beoordeeld in het licht van het

nagekomen proces-verbaal (welk proces-verbaal is opgemaakt door een

verbalisant, die tegelijk met de getuige ter plaatse was), leidt niet tot het

oordeel dat deze getuige alsnog moet worden toegestaan. Wanneer beide

processen-verbaal met elkaar worden vergeleken, lijkt het verschil met name

daarin gelegen dat de getuige vermeldt dat hij verdachte met een fles heeft gezien en dat de andere verbalisant daarover niet verklaart. Gelet op hetgeen

waarvan verdachte op dit moment wordt verdacht en hetgeen zich in het dossier

bevindt, lijkt naar het huidig oordeel van de rechtbank dat aspect van het

proces-verbaal van deze getuige, mede gelet op hetgeen uit beide

processen-verbaal overigens met betrekking tot verdachte naar voren komt,

niet van belang voor enige in deze zaak te nemen beslissing.

De beslissing van de rechter-commissaris met betrekking tot deze getuige kan

derhalve, zij het op andere gronden, in stand blijven en het bezwaar wordt

daarom ongegrond verklaard.

3. De beslissing.

De rechtbank verklaart de bezwaren ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 5 november 2014 door mr Kooijman, voorzitter,

en mrs Dekker en mr. Fijneman, rechters in tegenwoordigheid van Krijnen,

griffier.