Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:6327

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
04-09-2014
Datum publicatie
06-11-2014
Zaaknummer
AWB-12_7464
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2016:3908, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende exploiteert, onder andere, kersenbomen. In geschil is of belanghebbende een voorziening kan vormen voor de te verwachten rooikosten van deze bomen. Naar het oordeel van de rechtbank horen de rooikosten tot de normele bedrijfskosten van het jaar waarin zij zich voordoen. De rooikosten worden niet opgeroepen door de bedrijfsuitoefening in de jaren dat de bomen fruit dragen.

Wetsverwijzingen
Wet op de vennootschapsbelasting 1969, geldigheid: 2014-11-06
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-2624
V-N Vandaag 2014/2272
V-N 2014/63.3.2
Drs. N.E. Vis annotatie in NTFR 2015/291

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, meervoudige kamer

Locatie: Breda

Procedurenummers AWB 12/7464 en 12/7465

uitspraak van 4 september 2014

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats X],

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft aan belanghebbende aanslagen vennootschapsbelasting (vpb) opgelegd voor de jaren 2008 en 2009. Bij de aanslag voor 2008 is de belastbare winst vastgesteld op € 2.225.802 waarmee bij beschikking een verlies uit oude jaren is verrekend van € 1.808.056 waarna een belastbaar bedrag resulteerde van € 417.746. Tegelijk met de aanslag is bij beschikking een verzuimboete vastgesteld van € 567. Bij de aanslag voor 2009 is het belastbare bedrag vastgesteld op € 2.981.304.

1.2.

De inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 14 november 2012 de aanslagen en de beschikkingen gehandhaafd. Bij beschikking van 3 mei 2014 heeft hij de aanslag over 2008 ambtshalve verminderd tot een naar een belastbaar bedrag van € 415.786.

Bij beschikking van 8 december 2012 heeft hij de aanslag over 2009 ambtshalve verminderd en daarbij de belastbare winst vastgesteld op € 2.981.304, de bruto belasting op € 749.231 en daarop in mindering gebracht een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting van € 618.659.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraken op bezwaar bij telefaxen van 24 december 2012 beroep ingesteld. Ter zake van deze beroepen heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 310.

1.4.

De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Belanghebbende heeft, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd. De zaken zijn mondeling behandeld ter zitting van 25 maart 2014. Voor een overzicht van de daarbij verschenen personen en het verhandelde ter zitting verwijst de rechtbank naar het proces-verbaal dat op 7 april 2014 naar partijen is gezonden.

1.6.

De inspecteur heeft voor de zitting een pleitnota toegezonden aan de rechtbank en (door tussenkomst van de griffier) aan de wederpartij, welke pleitnota met instemming van belanghebbende wordt geacht ter zitting te zijn voorgedragen.

1.7.

De rechtbank heeft de behandeling geschorst voor nader overleg tussen partijen. Op 3 juni 2014 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten. Met toestemming van partijen heeft de rechtbank bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft.

2 Feiten

2.1.

Belanghebbende exploiteert een gemengd varkensfok- en tuinbouwbedrijf. Bij de aanslagregeling zijn onder meer correcties toegepast in verband met door belanghebbende ten laste van de winst gebrachte voorzieningen voor aanpassing stallen in het kader van dierenwelzijn, groot onderhoud aan de stallen en aanpassing als gevolg van de zogenoemde IPPC-richtlijn. Het bedrag van deze voorzieningen was ultimo 2008 en 2009 € 1.240.966. Tevens heeft belanghebbende een voorziening opgenomen voor toekomstige rooikosten van de fruitbomen.

2.2.

Bij de aanslagregeling heeft de inspecteur de voorzieningen niet geaccepteerd en de aangegeven winst verhoogd. De verhoging was voor 2008 € 1.557.883 waarvan € 316.917 voorziening rooikosten en € 1.240.966 overige voorzieningen. De verhoging was voor 2009 € 1.221.055, het verschil tussen de voorziening rooikosten per 31 december 2009 en 31 december 2008.

2.3.

Partijen hebben na de zitting een vaststellingsovereenkomst gesloten over alle voorzieningen behalve die voor de rooikosten. In de vaststellingsovereenkomst is, onder andere, het volgende afgesproken:

“Ter zake van (…) in de balans per ultimo 2008 opgenomen bedragen zal 50% worden aangemerkt als onderhoudskosten waarvoor een voorziening mogelijk is. Het overige gedeelte van de bedragen zijn aan te merken als reserveringen ten behoeve van investeringen waarvoor derhalve geen voorziening gevormd kan worden. De aldus ontstane vrijval van de reeds opgevoerde voorziening zal in het jaar 2008 aan de winst worden toegevoegd.”

2.4.

Belanghebbende exploiteert onder meer op 109 hectare grond (eind 2008 24 arealen en eind 2009 29 arealen) kersenbomen van de soort Kelleris. De aanlegjaren variëren van 1988 tot en met 2011. Deze soort fruitboom is van zeer hard hout, wordt maximaal 6 meter hoog en heeft dikke wortels die moeilijk te rooien zijn. De gemiddelde levensduur van Kelleris-bomen is 15 jaar. Er staan ongeveer 700 bomen op één hectare. In offertes die aan belanghebbende zijn uitgebracht voor het rooien van de bomen zijn de rooikosten per boom gesteld op € 40,- of maximaal € 38,50 (dit laatste bedrag is afhankelijk van de diameter van de boom). Naast kersen teelt belanghebbende ook appels en ander fruit. De fruitopstanden zijn met toepassing van de landbouwnormen gewaardeerd ultimo 2008 op € 294.698. Daarbij is er rekening mee gehouden dat een deel van de kersenbomen ultimo 2008 dood was (7/24e deel); dat deel is afgewaardeerd tot nul. Belanghebbende heeft een voorziening voor toekomstige rooikosten opgevoerd van € 316.917 ultimo 2008 en van € 1.537.972 ultimo 2009.

3 Geschil

3.1.

In geschil is uiteindelijk nog of belanghebbende een voorziening kan vormen voor de te verwachten rooikosten van de fruitbomen, in het bijzonder de kersenbomen. Indien deze vraag ontkennend wordt beantwoord is in geschil of de te verwachten rooikosten als “negatieve aanwas” in het kader van de balanswaardering ten laste van de winst gebracht kunnen worden.

3.2.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken en hetgeen daar ter zitting aan is toegevoegd.

3.3.

Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en – uiteindelijk - vermindering van de aanslagen tot aanslagen uitgaande van een belastbare winst van € 1.286.442 voor 2008 en € 1.760.249 voor 2009 (met verrekening van de verrekenbare verliezen).

3.4.

De inspecteur concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en – uiteindelijk - vermindering van de aanslagen tot aanslagen conform de vaststellingsovereenkomst.

4 Beoordeling van het geschil

4.1.

Blijkens de vaststellingsovereenkomst dient in elk geval de belastbare winst van 2008 te worden verminderd met 50% van € 1.240.966 of € 620.483.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat de fruitbomen bedrijfsmiddelen zijn, en dat die in de toekomst ooit gerooid moeten worden. Naar het oordeel van de rechtbank is dat echter niet voldoende om door de vorming van een voorziening de toekomstige rooikosten ten laste te brengen van de winst in de jaren dat de bomen fruit dragen, omdat de rooikosten niet worden opgeroepen door de bedrijfsuitoefening in deze jaren. De kosten behoren tot de normale bedrijfskosten van het jaar waarin zij zich voordoen.

4.3.

Voorzover belanghebbende voor dat geval tevens heeft bedoeld te stellen dat een kostenegalisatiereserve kan worden gevormd, geldt het volgende. Zij heeft weliswaar aannemelijk gemaakt dat sprake is van aanzienlijke rooikosten, maar niet dat die zullen leiden tot een piek in de uitgaven, nu de afzonderlijke arealen in verschillende jaren aangelegd zijn en gerooid zullen worden, zodat ook de vorming van een kostenegalisatiereserve niet mogelijk is.

4.4.

Subsidiair heeft belanghebbende gesteld dat zij rekening wil houden met de toekomstige rooikosten door een aftrek wegens “negatieve aanwas” van de fruitbomen van – naar de rechtbank begrijpt - € 40 per boom of ruim € 1 miljoen. Deze stelling van belanghebbende komt neer op een afwaardering van de fruitopstanden tot een negatief bedrag, gezien de waardering van de fruitopstanden op de balans ultimo 2008 op € 294.698. Er is geen reden om aan te nemen dat de waardering ultimo 2009 daar aanzienlijk van afwijkt. Op de balans zijn de fruitopstanden gewaardeerd conform de Landelijke landbouwnormen. Daarbij wordt uitgegaan van stichtingskosten, aanwas gedurende 2 jaar voor appelbomen en 4 jaar voor kersenbomen, 1 jaar zonder aanwas en vervolgens afschrijving tot nihil in 8 jaar (appelbomen) of 14 jaar (zure kersenbomen). De rechtbank heeft geen reden aan de juistheid van de landbouwnormen te twijfelen. Daarvan uitgaande wordt aldus een waardering bereikt die in overeenstemming is met goedkoopmansgebruik. Voor een afwaardering van de fruitopstanden naar lagere (bedrijfs)waarde is reden indien er aanwijzingen zijn dat de fruitbomen de bijdrage aan het resultaat van de onderneming, waarvoor zij waren bestemd, niet zullen kunnen leveren, wat aldus zal leiden tot een vermogensverlies. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat daarvan sprake is. De enkele stelling dat het rooien van de bomen in de toekomst kosten met zich zal brengen, is daarvoor onvoldoende.

4.5.

Ter zitting is gebleken dat de verzuimboete tussen partijen niet in geschil is.

4.6.

Gelet op het vorenstaande dienen de beroepen gegrond te worden verklaard.

De aanslag over 2008 wordt verminderd tot nihil. De belastbare winst wordt € 2.223.842 min € 620.483 of € 1.603.359, waarmee € 1.603.359 verlies wordt verrekend. Het bij beschikking verrekenende verlies uit oude jaren wordt verminderd van € 1.808.056 tot € 1.603.359. Dat betekent dat een nog te verrekenen verlies resteert van € 204.697.

De aanslag over 2009 wordt gehandhaafd zoals deze ambtshalve is verminderd. Nu er echter nog verrekenbare verliezen uit oude jaren resteren, zal de inspecteur worden opgedragen om voor dit jaar alsnog een beschikking tot verrekening van verliezen af te geven en de aanslag dienovereenkomstig te verminderen.

5 Proceskosten

De rechtbank vindt aanleiding de inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.217,50 (1 punt voor het indienen van de beroepschriften, ½ punt voor de conclusies van repliek en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 487 en een wegingsfactor 1) waarbij de zaken als samenhangend zijn beschouwd. Voor vergoeding van de kosten van de bezwaarfase is geen grond nu daar niet om is gevraagd voordat uitspraak op bezwaar werd gedaan.

6 Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart de beroepen gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraken op bezwaar;

  • -

    vermindert de aanslag vpb over 2008 tot een berekend naar een belastbaar bedrag van nihil;

  • -

    vermindert het bedrag van het bij beschikking met de aanslag vpb over 2008 verrekende verlies tot € 1.603.359;

  • -

    handhaaft de aanslag vpb 2009 zoals deze bij de ambtshalve verleende vermindering is komen te luiden;

  • -

    draagt de inspecteur op bij beschikking het met de aanslag vpb 2009 te verrekenen verlies vast te stellen en de aanslag in verband daarmee te verminderen;

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.217,50;

- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 310 aan deze vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 4 september 2014 door mr. J.W.M. Tijnagel, voorzitter,

mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en mr.drs. M.H. van Schaik, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.S.J. Pijnenburg-Braspenning, griffier.

De griffier, De voorzitter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.