Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:6273

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
09-07-2014
Datum publicatie
26-01-2016
Zaaknummer
2943485
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

huurachterstand van 2 maanden na eerder vonnis tot betaling van de huur. Verhuurder heeft met de vorige procedure zelf de betalingsproblemen van de huurder veroorzaakt door deze op te zadelen met proces- en incassokosten die hoger waren dan de hoofdsom. Toch is de huurder er in geslaagd aanzienlijk in te lopen op de huurachterstand. Daarom is een ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd mede in aanmerking genomen de zwakke sociale positie van huurder en de maatschappelijke taak van verhuurder als sociale verhuurder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Zittingsplaats: Middelburg

zaak/rolnr.: 2943485 / 14-2280

vonnis van de kantonrechter d.d. 9 juli 2014

in de zaak van

de stichting

Stichting Woongoed Middelburg,

gevestigd te Middelburg,

eisende partij,

verder te noemen: Woongoed,

gemachtigde: S.J. Houweling, Janssen & Janssen c.s. te Eindhoven,

t e g e n :

[naam] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

verder te noemen: [naam] ,

in persoon.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 26 maart 2014,

- mondeling antwoord,

- comparitievonnis,

- akte met produkties van Woongoed,

- verschijning van partijen d.d. 4 juni 2014.

de beoordeling van de zaak

1.

[naam] huurt van Woongoed de woning aan het [adres] te [woonplaats] . De huur bedraagt € 487,59 per maand.

2.

Omdat [naam] een achterstand in de huurbetaling had laten ontstaan heeft Woongoed de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning gevorderd met betaling van € 1.629,57 wegens huur, rente en incassokosten, en betaling van € 487,59 per maand vanaf 1 april 2014 tot en met de maand van ontruiming.

3.

[naam] heeft verzocht om een betalingsregeling. Ter zitting bleek deze niet mogelijk, hoewel [naam] erin is geslaagd aanzienlijk in te lopen op de huurachterstand. Woongoed heeft gewezen op een eerdere procedure tegen [naam] onder rolnummer 13-5260. Maar dat legt geen gewicht in de schaal. Door die procedure is [naam] opgezadeld met proces- en incassokosten die meer hebben bedragen dan de hoofdsom destijds ad € 679,45. Op deze manier heeft Woongoed zelf mede de betalingsproblemen bij [naam] veroorzaakt die hebben geleid tot deze procedure. Toch is [naam] erin geslaagd op de huurachterstand in te lopen. De huurachterstand bedroeg ten tijde van dagvaarden op 22 maart 2014 € 1.537,52 en is door [naam] per 23 mei 2014 teruggebracht tot € 840,70. Gelet op deze inspanning van [naam] is een ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen de zwakke sociale positie van [naam] en de maatschappelijke taak van Woongoed als sociale verhuurder.

4.

Omdat partijen over en weer op punten in het ongelijk gesteld worden zullen tussen hen de proceskosten verdeeld worden in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten zal moeten dragen.

de beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [naam] om tegen bewijs van kwijting aan Woongoed te betalen een bedrag van € 932,75 met de wettelijke rente over dit bedrag te berekenen vanaf 23 mei 2014 tot de dag van voldoening;

veroordeelt [naam] voorts om wegens huur aan Woongoed te betalen een bedrag van € 487,59 per maand vanaf 1 juni 2014 tot de dag waarop de huurovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd;

bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten moet dragen;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.