Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:6271

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
28-05-2014
Datum publicatie
27-10-2014
Zaaknummer
2594677
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vóór aangaan arbeidscontract voor één jaar verzoekt en verkrijgt werknemer een intentieverklaring van de werkgever inhoudende dat bij ongewijzigde omstandigheden een dienstverband voor onbepaalde tijd zal volgen. Werknemer moest/wilde voor het dienstverband verhuizen. Werkgever biedt na afloop van het jaar geen arbeidscontract voor onbepaalde tijd. Werknemer vordert schadevergoeding bestaande uit fors verlies op de waarde van de woning die in vertrouwen op de intentieverklaring was gekocht. Deze vordering wordt afgewezen.

De intentieverklaring geeft geen hard recht op een aansluitend dienstverband voor onbepaalde tijd. Wel heeft deze tot gevolg dat de werkgever goede argumenten moet hebben om dat niet te doen. De werkgever blijkt inderdaad goede argumenten te hebben die gewijzigde omstandigheden opleveren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2014-0468
AR 2014/802
Prg. 2014/296
RAR 2015/24
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Zittingsplaats: Middelburg

zaak/rolnr.: 2594677 / 13-6292

vonnis van de kantonrechter d.d. 28 mei 2014

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

verder te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. J.F. Dominicus,

t e g e n :

de stichting

Stichting Admiraal De Ruyter Ziekenhuis,

gevestigd te Vlissingen,

gedaagde partij,

verder te noemen: ADRZ,

gemachtigde: mr. N.H. van Everdingen.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 28 februari 2013,

- conclusie van antwoord, houdende een incidentele vordering tot verwijzing,

- conclusie van antwoord in het incident,

- incidenteel vonnis tot verwijzing,

- conclusie van repliek,

- conclusie van dupliek.

de beoordeling van de zaak

1.1. [eiser] is op 1 maart 2007 als accountmanager huisartsen voor de bepaalde tijd van één jaar in dienst getreden bij Ziekenhuis Walcheren. Bij een voltijds dienstverband (36 uur per week) bedroeg haar salaris bij aanvang € 3.842,- bruto per maand met 8 % vakantietoeslag en 5 % eindejaarsuikering. Reeds vóór de ingang van dit dienstverband heeft Ziekenhuis Walcheren op verzoek van [eiser] schriftelijk een intentieverklaring aan haar afgegeven. Deze luidt:

“Het is onze nadrukkelijke intentie om bij ongewijzigde omstandigheden, het dienstverband om te zetten in een dienstverband voor onbepaalde tijd.”

1.2. Maar Ziekenhuis Walcheren heeft [eiser] opnieuw een dienstverband voor bepaalde tijd aangeboden – van 1 maart 2008 tot en met 31 december 2008 – dat [eiser] onder protest heeft geaccepteerd. Een contract voor die periode heeft zij ongetekend teruggezonden. Eerst op 26 juni 2008 heeft [eiser] van Ziekenhuis Walcheren een nieuw contract ontvangen voor dezelfde periode. Bij ongedateerde brief, verzonden 4 juli 2008, heeft [eiser] als volgt geprotesteerd:

[…] Slechts drie weken voor het verlopen van het jaarcontract is er een gesprek geweest over continuering van de functie. […]

In het nieuwe contract stond dat er een wijziging was op de arbeidsovereenkomst. Dit klopt niet met de inhoud van het contract. Daarom heb ik verzocht aan de afdeling personeelszaken om deze tekst te veranderen. Het contract heb ik 5 maart 2008 teruggestuurd naar personeels-zaken, echter nooit meer een reactie ontvangen. Daarom zelf weer actie ondernomen en nu is het goede contract ontvangen op 26 juni 2008!

Ik wil hierbij bezwaar aantekenen met als grondslag het feit, dat het contract slechts verlengd is t/m december 2008, in plaats van het vaste contract, dat toegezegd is bij binnenkomst.”

1.3. Een nieuw contract voor bepaalde tijd was voor [eiser] onbespreekbaar. Bij brief van 15 oktober 2008 is onder opgave van de redenen aan [eiser] meegedeeld dat er met haar geen vervolgcontract zal worden aangegaan. Deze brief is geschreven en gezonden door ServiZZ (zie hierna vanaf 4.2.).

1.4. Ziekenhuis Walcheren is door fusie met de Oosterschelde Ziekenhuizen in januari 2010 opgegaan in ADRZ.

2.1. [eiser] heeft gevorderd voor recht te verklaren dat ADRZ tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [eiser], althans onrechtmatig heeft gehandeld, waardoor eiseres schade heeft geleden, nader op te maken bij staat.

2.2. [eiser] heeft als grondslag voor deze vorderingen aangevoerd:

Ten tijde van de sollicitatieprocedure woonde [eiser] in [woonplaats]. Tijdens verschillende sollicitatiegesprekken heeft [eiser] aan de orde gesteld dat zij met haar gezin zou moeten verhuizen naar Zeeland, wanneer zij zou worden aangenomen. [eiser] heeft daarbij meegedeeld dat zij niet voor slechts één jaar wilde verhuizen. Zij was de kostwinner voor haar gezin en had een vast dienstverband elders. Zij kon niet het risico lopen dat zij na een jaar zonder baan met een huis in Zeeland zou komen te zitten. ADRZ heeft daarop toegezegd dat de arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar bij ongewijzigde omstandigheden zou worden omgezet in een dienstverband voor onbepaalde tijd. Deze toezegging werd vastgelegd in een intentieverklaring.

Op basis van het vaste dienstverband dat [eiser] in het vooruitzicht werd gesteld, heeft zij een woning in [woonplaats 2] gekocht en haar woning in [woonplaats] te koop gezet. Voor de hypotheek was een werkgeversverklaring noodzakelijk. ADRZ heeft zo’n verklaring afgegeven en daarin nogmaals bevestigd dat bij ongewijzigde omstandigheden de arbeids-overeenkomst per 1 maart 2008 zou worden opgevolgd door een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Na de brief d.d. 15 oktober 2008 heeft [eiser] besloten bij ADRZ te vertrekken. Het laten voortduren van de bestaande situatie zou leiden tot nog meer financiële onzekerheid en grotere schade in verband met dubbele woonlasten en het missen van kansen op een baan elders. [eiser] zag zich gedwongen haar woning in [woonplaats 2] met fors verlies te verkopen. De schade van [eiser] bestaat onder meer uit verhuiskosten, kosten voor de verkoop van haar woning te [woonplaats], verlies op de woning in [woonplaats 2] en dubbele woonlasten. De schade wordt voorlopig begroot op € 75.000,-.

2.3. ADRZ heeft de vorderingen bestreden met, samengevat, de volgende argumenten:

[eiser] heeft onvoldoende gesteld. De intentieverklaring is geen bindende toezegging. ADRZ heeft niet in strijd met de intentieverklaring gehandeld. Deze is bovendien tenietgegaan door een nadere overeenkomst over de verlenging van het dienstverband. Tenslotte ontbreekt enig causaal verband tussen het niet verkrijgen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en de door [eiser] gestelde schadeposten.

3.

De vorderingen van [eiser] zijn zo algemeen geformuleerd dat zij in die vorm niet voor toewijzing in aanmerking zouden kunnen komen. [eiser] heeft echter wel voldoende gesteld waardoor de vorderingen in de zin van de onderliggende stellingen moeten worden opgevat. [eiser] heeft een vordering beoogd tot vergoeding van haar schade, op te maken bij staat, als gevolg van het feit dat de rechtsvoorganger van ADRZ haar geen dienstverband voor onbepaalde tijd heeft willen aanbieden en heeft daarbij een verklaring voor recht beoogd met de strekking dat de rechtsvoorganger van ADRZ in strijd met de intentieverklaring heeft gehandeld en daardoor jegens [eiser] wanprestatie, althans een onrechtmatige daad heeft gepleegd.

gewijzigde omstandigheden

4.1.

Feit is dat [eiser] heeft ingestemd met een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar van 1 maart 2007 tot 1 maart 2008. Daarmee nam zij het risico dat dit contract van rechtswege zou eindigen zonder dat de arbeidsrelatie werd voortgezet. Omdat zij dit risico onderkende, heeft [eiser] al vóór de ingang van het dienstverband gevraagd om een schriftelijke intentieverklaring en verkregen. Daarmee verkreeg [eiser] geen hard recht op een aansluitend dienstverband voor onbepaalde tijd. De intentieverklaring moet worden geplaatst in het kader van de eisen van redelijkheid en billijkheid die contractspartijen jegens elkaar in acht hebben te nemen. Voor een arbeidsovereenkomst wordt dat aldus uitgedrukt dat de werkgever en de werknemer verplicht zijn zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen. Vanwege dit kader had de intentieverklaring wel tot gevolg dat de werkgever goede argumenten zou moeten hebben om [eiser] geen dienstverband voor onbepaalde tijd aan te bieden. Daarvoor waren blijkens de intentieverklaring gewijzigde omstandigheden vereist.

4.2.

ADRZ heeft aangevoerd:

Het dienstverband ving aan op 1 maart 2007. Er veranderde vervolgens veel binnen Ziekenhuis Walcheren. Tijdens een proces van verbeteringen van de gezondheidszorg in Zeeland ontstond een intensieve overlegvorm met de Stichting Oosterscheldeziekenhuizen (locaties Goes en Zierikzee) onder de naam “Samen Beter, Beter Samen” (SBBS). In die samenwerking hebben beide ziekenhuizen in 2007 een aparte stichting “ServiZZ” opgericht, waarin ondersteunende diensten van beide ziekenhuizen zijn ondergebracht: Finance & Control, Personeel & organisatie en het Secretariaat. In de loop van 2008 zijn nog andere ondersteunende diensten in ServiZZ ondergebracht. De Raden van Bestuur van beide ziekenhuizen waren in het bestuur van ServiZZ vertegenwoordigd. Het ADRZ is vervolgens in januari 2010 ontstaan uit een fusie van de stichting Oosterschelde Ziekenhuizen en de stichting Ziekenhuis Walcheren.

Door de samenwerking van Ziekenhuis Walcheren en de Oosterschelde Ziekenhuizen werd het werkgebied enorm uitgebreid. Voor [eiser] had dit tot gevolg dat haar dienstverband werd overgenomen door ServiZZ. Verder veranderde haar functie ook inhoudelijk. De heer Hans Simons, directeur van ServiZZ, had een andere kijk op de functie accountmanager huisartsen dan men had binnen Ziekenhuis Walcheren. Hij zag deze functie meer als een tijdelijke, die naar verloop van tijd door de organisatie zelf gedragen moest worden. Dit wil niet zeggen dat daarmee reeds werd aangegeven dat de functie zou komen te vervallen of dat er geen rol meer zou zijn weggelegd voor [eiser] binnen ServiZZ. Aan [eiser] werd begin februari 2008 meegedeeld dat ze wel rekening moest houden met de mogelijkheid dat haar functie zou eindigen en dat er voor haar dan mogelijk andere perspectieven zouden ontstaan, zoals een bredere staffunctie.

4.3.

[eiser] heeft het voorgaande niet weersproken, zodat een en ander als feiten wordt vastgesteld. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren deze feiten gewijzigde omstandig-heden op. Vanwege die gewijzigde omstandigheden kan niet worden gezegd, dat Ziekenhuis Walcheren/ServiZZ niet heeft gehandeld als een goed werkgever door aan [eiser] vanaf 1 maart 2008 geen dienstverband voor onbepaalde tijd aan te bieden.

4.4.

De wijziging van omstandigheden is nadien nog vaster geworden in die zin dat is besloten om de functie van accountmanager huisartsen op een andere wijze vorm te gaan geven. [eiser] heeft erkend, althans niet weersproken dat deze beslissing is genomen.

Vanwege de wijziging van omstandigheden kan evenmin worden gezegd, dat Ziekenhuis Walcheren/ServiZZ niet heeft gehandeld als een goed werkgever door aan [eiser] vanaf 1 januari 2009 geen dienstverband voor onbepaalde tijd aan te bieden.

5.

Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

de beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, welke aan de zijde van ADRZ tot op heden worden begroot op € 1.200,- (2 pt. à € 600,-) wegens salaris van de gemachtigde van ADRZ.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter open-bare terechtzitting van 28 mei 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.