Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:6066

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
01-09-2014
Datum publicatie
01-09-2014
Zaaknummer
02-700116-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Woningoverval Burgh Haamstede, DNA, telefoonmasten, ernstig geweld, leidende rol.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02/700116-14 (voorheen bekend onder parketnummer: 02/700042-14)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 september 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats],

laatstelijk verblijvende op het adres [adres],

gedetineerd in de penitentiaire inrichting Middelburg, locatie Torentijd,

Torentijdweg 1 te Middelburg,

raadsvrouw mr. R.T.K. Davidse, advocaat te Middelburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 augustus 2014, waarbij de officier van justitie, mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 18 augustus 2014.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, ter zake dat:

1.

hij op of omstreeks 15 december 2013 te Burgh-Haamstede, gemeente

Schouwen-Duiveland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

pinpas en/of 200 euro en/of een GSM (Samsung), in elk geval enige

goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen die [benadeelde], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

die [benadeelde] heeft/hebben besprongen en/of die [benadeelde] naar de grond heeft/hebben

geduwd/getrokken en/of de polsen en enkels van die [benadeelde] heeft/hebben

vastgebonden en/of een doek over het hoofd van die [benadeelde] heeft/hebben gedaan

en/of die [benadeelde] meermalen heeft/hebben gestompt/geslagen en/of dreigend de

woorden toegevoegd (zakelijk weergegeven): "waar is je geld, waar is je

geld." en "wat is je pincode?" en "je weet anders wel wat er gebeurd, he

mattie." En "als je de verkeerde code geeft komen we terug.";

2.

hij meermalen op of omstreeks 15 en 16 december 2013 te Burgh-Haamstede,

gemeente Schouwen-Duiveland, en/of Vlaardingen en/of Rotterdam en/of Utrecht

en/of Den Haag tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening telkens heeft

weggenomen hoeveelheden geld (in totaal 4500 euro), in elk geval enige

goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich telkens de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een gestolen pinpas toebehorende aan die [benadeelde];

3.

hij op of omstreeks 15/16 december 2013, te Burgh-Haamstede, gemeente

Schouwen-Duiveland en/of Rotterdam, althans in Nederland tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten

een hoeveelheid geld, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft

overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten die hoeveelheid

geld, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig

misdrijf, te weten door het pinnen met een gestolen pinpas;

4.

hij op of omstreeks 15 december 2013 te Burgh-Haamstede, gemeente

Schouwen-Duiveland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk [benadeelde] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd

en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer

van zijn mededader(s) met dat opzet die [benadeelde] besprongen en/of naar de grond

getrokken/geduwd en/of de polsen en enkels vastgebonden en/of gedurende enige

tijd vastgebonden gehouden en/of een doek over het hoofd gelegd en/of die

[benadeelde] meermalen geslagen en/of gestompt, tengevolge waarvan die [benadeelde]

zwaarlichamelijk letsel heeft bekomen, te weten gebroken ribben en een

klaplong.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle vier de aan hem ten laste gelegde feiten. Hij baseert zich daarbij op de aangifte en verdere verklaringen van aangever [benadeelde], de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] omtrent de overval, de camerabeelden van de door medeverdachte uitgevoerde pintransacties, het proces-verbaal waarin een vergelijking is gemaakt van de opeenvolgende pintransacties door medeverdachte [medeverdachte] en de door de telefoon van verdachte aangestraalde zendmasten, de gegevens van het [naam horecagelegenheid] Rotterdam West - Vlaardingen, de getuigenverklaringen van [getuige 1] en haar vader met betrekking tot hun Suzuki Ignis, de telefoongegevens van verdachte op de avond van de overval, de getuigenverklaring van [getuige 2] en het DNA van verdachte dat is aangetroffen op de tie-wraps die gebruikt zijn bij de overval op [benadeelde]. De officier van justitie stelt dat er sprake is van medeplegen van alle ten laste gelegde feiten, nu het een goed voorbereidde en professioneel uitgevoerde overval betreft waarbij sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachte.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Verdachte ontkent de feiten en het strafdossier bevat geen bewijsmiddelen waaruit direct volgt dat verdachte één van de daders van de overval is geweest. Dat verdachtes DNA op de tie-wraps in de woning van aangever is aangetroffen, is te verklaren omdat verdachte in de tweede helft van 2013 werkzaamheden heeft verricht in deze woning van aangever, waarvoor hij tie-wraps heeft gekocht, gebruikt en aldus vast heeft gehad. Voor wat betreft de aanstraalgegevens van de mobiele telefoon van verdachte heeft de verdediging opgemerkt dat uit het strafdossier slechts blijkt dat de telefoon van verdachte in de buurt is geweest van de pintransacties, maar dat niet is aangetoond dat hij aanwezig is geweest bij de pintransacties. Medeverdachte [medeverdachte] heeft immers verklaard dat zij niet met verdachte, maar met drie andere personen de overval heeft gepleegd en diverse pingelegenheden heeft bezocht.

De verdediging heeft een integrale vrijspraak bepleit, nu er onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig is.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

Op maandag 16 december 2013 omstreeks 09.50 uur kregen verbalisanten de melding om naar de woning van aangever te gaan, omdat deze de avond ervoor zou zijn overvallen en vastgebonden achter zijn gelaten. Aangever heeft verklaard dat er op zondag 15 december 2014 omstreeks 20:30 uur bij hem werd aangebeld en dat er een vrouw voor zijn deur stond, die sprak over autopech.1 Direct hierop werd [benadeelde] besprongen door een man, waarna een worsteling tussen hen volgde waarbij [benadeelde] op de grond werd gegooid en meerdere klappen kreeg tegen het bovenlichaam. [benadeelde] werd overmeesterd, kreeg een zak of doek over zijn hoofd getrokken en werd, vermoedelijk door de vrouw, direct vastgebonden met tie-wraps, waarvan er een aantal later door de overvaller zijn vervangen door een losser zittend touw om de polsen en een elektriciteitssnoer om de benen. [benadeelde] werd geslagen tegen zijn bovenlichaam en bedreigd met de woorden: “Je weet anders wel wat er gebeurd, he mattie” en op die manier gedwongen tot afgifte van geld dat hij in huis had en zijn bankpas met bijbehorende pincode. Vervolgens werd hij gewond en geboeid aan handen en voeten achtergelaten in zijn woning.2 Het was omstreeks 05.00 uur de volgende ochtend dat [benadeelde] zich heeft weten te bevrijden van zijn boeien. Behalve de pinpas hebben de overvallers een GSM, merk Samsung en een bedrag van € 200,00 euro meegenomen.3 In de woning van aangever is bij sporenonderzoek sporenmateriaal ten behoeve van DNA-onderzoek veiliggesteld.4

Bij aangever is letsel geconstateerd, te weten enkele gebroken ribben en een klaplong.5 Blijkens de beschrijving van de verwondingen en de verklaring van aangever ter zitting omtrent de aard en duur van de medische behandeling is daarbij sprake van zwaar lichamelijk letsel.

Met de uit de woning van aangever weggenomen pinpas zijn tussen 15 december 2013, 20:50 uur en 16 december 00:01 uur verschillende pintransacties en pogingen tot pintransacties ondernomen6, voor een totaalbedrag van € 4.500,00.7

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat zij in opdracht van een ander, namelijk ene [naam 1], [naam 2] en een onbekende derde, bij een woning moest aanbellen en tegen de man die open zou doen moest zeggen dat ze met pech stond en vragen of hij kon helpen. Nadat zij had gevraagd waarom dit moest, was geantwoord dat ze hun geld terug gingen halen.8 Medeverdachte heeft verklaard dat zij heeft aangebeld en nadat de deur door en man was geopend heeft gezegd dat zij met pech stond en heeft gevraagd of de man kon helpen. Op dat moment sprongen twee personen naar binnen toe.9 Zij heeft vervolgens een aantal malen een pasje en pincode, die [naam 1] haar gaf, gepind. Het geld dat zij pinde gaf zij aan [naam 1].10

Verdachte heeft verklaard dat hij gebruik maakt van het mobiele telefoonnummer [nummer].11 Uit onderzoek naar de door dit nummer tussen 15 december 2013 om 18:45 uur en 16 december 2013 om 22:08 uur aangestraalde zendmastlocaties in vergelijking tot de plaats en de tijdstippen van de overval en de diverse plaatsen van de pintransacties c.q. pogingen daartoe, is gebleken dat de telefoon met dit nummer gedurende de genoemde periode steeds een zendmast aanstraalde in de onmiddellijke nabijheid van de locatie van de overval en de pintransacties, op dezelfde tijdstippen als waarop de overval en de pintransacties plaatsvonden.12

Bij onderzoek naar de veiliggestelde sporendragers zijn op verschillende van die sporendragers DNA-profielen aangetroffen ten aanzien waarvan verdachte niet als donor kan worden uitgesloten.13 Tevens is van verdachte op vier verschillende tie-wraps een volledig DNA-profiel (match) aangetroffen, meerdere keren op het aantrekstuk van de tie-wraps.14

Overwegingen omtrent het bewijs

Op grond van de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte], het in de woning van aangever aangetroffen DNA-materiaal en de aanwezigheid van verdachte, blijkende uit de aangestraalde zendmasten, op de plaatsen van de overval en de pintransacties op de momenten waarop die plaatsvonden, is de rechtbank van oordeel dat verdachte tezamen met medeverdachte [medeverdachte] de overval, de wederrechtelijke vrijheidsberoving met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg en de pintransacties heeft gepleegd. De rechtbank betrekt in dit oordeel tevens de verklaring van getuige [getuige 2] dat verdachte vanaf september 2013 op haar zak heeft geleefd en eigenlijk nooit geld had.15 Na de overval beschikte verdachte wel over geld. Hij heeft op 16 december 2013 € 105,90 contant betaald voor de tweepersoonskamer in het [naam horecagelegenheid] te Rotterdam West – Vlaardingen, waar hij samen met medeverdachte heeft verbleven.16 Vervolgens heeft hij voldoende geld tot zijn beschikking gehad om zijn reis, samen met medeverdachte, naar Portugal17 te bekostigen.

Dat het op de tie-wraps aangetroffen DNA-materiaal daarop achtergelaten zou zijn tijdens werkzaamheden die verdachte met tie-wraps in de woning van aangever zou hebben uitgevoerd, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aannemelijk geworden, omdat met dat alternatief er vanuit gegaan wordt dat andere, onbekend gebleven overvallers gebruik zouden hebben gemaakt van toevallig in de woning aangetroffen tie-wraps. De rechtbank acht een dergelijke lezing hoogst onaannemelijk gelet op de verklaring van aangever dat hij geen zwarte tie-wraps in huis had, terwijl het dossier ook anderszins geen steun geeft aan de veronderstelling dat voorafgaand aan de overval in de hal van de woning van aangever (alwaar deze is geboeid) reeds (zwarte) tie-wraps aanwezig waren. In strijd met dit alternatieve scenario is ook de verklaring van verdachte ter terechtzitting, dat hij de gebruikte gereedschappen, inclusief eventuele tie-wraps, steeds bij het einde van de werkzaamheden opborg in de schuur of in de garage naast de woning van aangever. Daarnaast past een dergelijk scenario niet bij de kennelijke planmatigheid waarmee de overval is uitgevoerd, welke onder meer blijkt uit de inzet van een quasi hulpbehoevende vrouw om verdachte te bewegen de deur van de woning te openen en het aantreffen van nog ongebruikte, doch wel al voorbereide (door het uiteinde van de tie-wrap alvast in de juiste richting door het oog te steken), tie-wraps in de woning. Ook strookt een dergelijke lezing niet met de snelheid waarmee aangever nadat hij is besprongen is geboeid, welke snelheid geen gelegenheid laat tot het zoeken van materiaal om mee te boeien in een voor die andere overvallers mogelijk onbekende omgeving.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

De rechtbank verwerpt eveneens het verweer dat uit de mastgegevens misschien wel blijkt dat de telefoon van verdachte op de bedoelde plaatsen aanwezig is geweest, maar dat daarmee nog niet de aanwezigheid van verdachte op diezelfde plaatsen vast staat.

Bij de politie heeft verdachte verklaard zijn telefoon nooit uit te lenen.18 Ter terechtzitting heeft verdachte deze verklaring herhaald en verklaard dat hij dat niet doet omdat er privégegevens in staan.

Gelet op deze verklaring van verdachte bij de politie en ter terechtzitting, in combinatie met de bevindingen omtrent de overnachting in het [naam horecagelegenheid] acht de rechtbank de verklaring dat niet verdachte, maar slechts de telefoon op de opeenvolgende plaatsen aanwezig was, niet aannemelijk.

In de uitzending van Opsporing Verzocht op 28 januari 2014 zijn er camerabeelden getoond waarbij er een auto te zien is in de straat naast het casino in Vlaardingen, waar medeverdachte vanaf 23.16 uur op camerabeelden gezien is.19 Hierop kwamen 27 tips bij de politie binnen dat het een Suzuki Ignis betrof. Uit de getuigenverklaring van [getuige 1] blijkt dat haar vader een Suzuki Ignis heeft, waar zowel haar vader als zij in rijden.20 In december 2013 was de auto bij [getuige 1]. Zij verklaart dat verdachte toen gebruik van de auto heeft gemaakt. Daarnaast had verdachte die dag de beschikking over een zwarte Nissan Micra met kenteken [kenteken]. Dit betreft de auto van [getuige 2].21 Deze auto is door camera’s geregistreerd om 19.11 uur Zeeland in richting Burgh-Haamstede22 en om 21.01 uur Zeeland uit23. Gelet op de tijdstippen is het mogelijk dat verdachte en medeverdachte tussentijds van auto zijn gewisseld. Vast staat dat verdachte de beschikking had over deze twee auto’s.

Ten aanzien van feit 3 overweegt de rechtbank als volgt. Zoals hiervoor overwogen staat vast dat verdachte voor 15 december 2013 niet over (voldoende) liquide middelen beschikte. Na de overval beschikte verdachte, zoals eveneens hiervoor reeds overwogen wel over geld. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat dit geld geheel of gedeeltelijk afkomstig was van de overval en de daarop volgende pintransacties. Verdachte heeft dit geld in het reguliere betalingsverkeer gebracht door daarmee een hotelovernachting en een reis naar Portugal te betalen. Verdachte heeft het geld daarmee overgedragen en omgezet. Verdachte heeft zich derhalve schuldig gemaakt aan witwassen.

Gelet al hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op of omstreeks 15 december 2013 te Burgh-Haamstede, gemeente

Schouwen-Duiveland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

pinpas en/of 200 euro en/of een GSM (Samsung), in elk geval enige

goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen die [benadeelde], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf enaan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of haar mededader(s)

die [benadeelde] heeft/hebben besprongen en/of die [benadeelde] naar de grond heeft/hebben

geduwd/getrokken en/of de polsen en enkels van die [benadeelde] heeft/hebben

vastgebonden en/of een doek over het hoofd van die [benadeelde] heeft/hebben gedaan

en/of die [benadeelde] meermalen heeft/hebben gestompt/geslagen en/of dreigend de

woorden toegevoegd (zakelijk weergegeven): "waar is je geld, waar is je

geld." en "wat is je pincode?" en "je weet anders wel wat er gebeurd, he

mattie." En "als je de verkeerde code geeft komen we terug.";

2.

hij meermalen op of omstreeks 15 en 16 december 2013 te Burgh-Haamstede,

gemeente Schouwen-Duiveland, en/of Vlaardingen en/of Rotterdam en/of Utrecht

en/of Den Haag tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening telkens heeft

weggenomen hoeveelheden geld (in totaal 4500 euro), in elk geval enige

goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich telkens de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een gestolen pinpas toebehorende aan die [benadeelde];

3.

hij op of omstreeks 15/16 december 2013, te Burgh-Haamstede, gemeente

Schouwen-Duiveland en/of Rotterdam, althans in Nederland tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten

een hoeveelheid geld, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft

overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten die hoeveelheid

geld, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig

misdrijf, te weten door het pinnen met een gestolen pinpas;

4.

hij op of omstreeks 15 december 2013 te Burgh-Haamstede, gemeente

Schouwen-Duiveland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk [benadeelde] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd

en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer

van zijn mededader(s) met dat opzet die [benadeelde] besprongen en/of naar de grond

getrokken/geduwd en/of de polsen en enkels vastgebonden en/of gedurende enige

tijd vastgebonden gehouden en/of een doek over het hoofd gelegd en/of die

[benadeelde] meermalen geslagen en/of gestompt, ten gevolge waarvan die [benadeelde]

zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, te weten gebroken ribben en een

klaplong.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijnde deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft bij zijn eis rekening gehouden de strafverzwarende omstandigheden dat verdachte in vereniging en op professionele wijze een overval op een oudere man heeft gepleegd, dat het slachtoffer is bedreigd, vastgebonden, ernstig mishandeld en in hulpeloze toestand is achtergelaten en dat hij ten gevolge van tijdens de overval toegepaste geweld een klaplong en gebroken ribben heeft overgehouden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een integrale vrijspraak bepleit.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beantwoording van de vraag welke straf of maatregel aan verdachte moet worden opgelegd, houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder het is begaan, en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voor wat betreft de ernst van het bewezenverklaarde neemt de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overval waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen en gedurende de nachtelijke uren wederrechtelijk van zijn vrijheid beroofd is geweest. Vervolgens is verdachte op diverse plekken in het land geldbedragen gaan pinnen, welke geldbedragen vervolgens zijn witgewassen. Dit alles heeft hij tezamen en in vereniging met zijn mededader gepleegd.

Het spreekt voor zich dat een op deze manier uitgevoerde overval voor het slachtoffer een bijzonder traumatische ervaring moet zijn geweest. Hierbij heeft verdachte kennelijk in het geheel niet stilgestaan. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om, ten koste van een ander, op deze manier snel aan geld te komen.

Feiten als de onderhavige dragen een voor de rechtsorde in zijn algemeenheid zeer schokkend karakter en brengen ook buiten de directe omgeving van de slachtoffers gevoelens van angst en onveiligheid teweeg.

De rechtbank houdt in het nadeel van verdachte rekening met de volgende strafverzwarende omstandigheden:

  • -

    de overval is professioneel voorbereid en uitgevoerd;

  • -

    verdachte was degene die de initiërende rol speelde in de overval;

  • -

    verdachte was degene die het fysieke geweld op het slachtoffer heeft uitgeoefend;

  • -

    de strafbare feiten zijn door meerdere daders gezamenlijk uitgevoerd;

  • -

    het slachtoffer heeft zwaar lichamelijk letsel opgelopen;

  • -

    verdachte heeft er geen blijk van gegeven enige verantwoordelijkheid te nemen zijn gedragingen;

  • -

    verdachte is, gelet op het op hem betreffende uittreksel justitiële documentatie d.d. 8 mei 2014, reeds eerder met politie en justitie in aanraking geweest met betrekking tot een geweldsdelict.

De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsadvies van 3 april 2014.

Gelet op vorenstaande en op de straftoemeting in andere soortgelijke zaken komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van verdachte.

7 De benadeelde partij

7.1

De vordering van de officier van justitie

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de officier van justitie geconcludeerd tot toewijzing van een bedrag van € 200,00, vermeerderd met de wettelijke rente, deze schadevergoeding hoofdelijk op te leggen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

Het standpunt van de verdediging

Gelet op de bepleite vrijspraken heeft de verdediging primair verzocht de vordering van de benadeelde partij af te wijzen. Subsidiair heeft de verdediging opgemerkt dat de vordering niet is onderbouwd en zeer warrig is en dat deze daarom niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 350,00 voor feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 200,00, ter zake van materiële schade, een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde acht zij tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen. De door de officier van justitie bepleitte wettelijke rente zal de rechtbank niet opleggen aangezien deze door de benadeelde partij niet is gevorderd.

Voor het overige acht de rechtbank het gevorderde bedrag onvoldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de benadeelde partij daarom voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 57, 282, 310, 311, 312 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, en om, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2: Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

feit 3: Witwassen;

feit 4: Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven of beroofd houden,

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] van € 200,00, ter zake van materiële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde] (feit 1), € 200,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Borm, voorzitter, mr. B.J. Duinhof en mr. J.B. Smits, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.J.Y. Leijs, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 september 2014.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het procesdossier met de onderzoeksnaam “[onderzoeksnaam]” en het dossiernummer 2013086411 van de regiopolitie Zeeland, Regionaal Recherche Team, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 929. Proces-verbaal van bevindingen, pagina 67.

2 Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde], pagina 37.

3 Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde], pagina 38, 8e alinea.

4 Proces-verbaal sporenonderzoek, pagina’s 80 en 81 onder Veiliggestelde sporendragers t/m 83.

5 GGD-letselbeschrijving d.d. 22 januari 2014, pagina 44.

6 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 73, 3e en 6e alinea.

7 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 75.

8 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte], pagina’s 451, 3e alinea.

9 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte], pagina’s 451, 5e alinea, 6e volzin t/m 8e volzin 1e en 2e zinsdeel.

10 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte], pagina 451, laatste alinea en pagina 452, 1e en 2e alinea.

11 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 511, 4e alinea.

12 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 175 en 176

13 Deskundigenrapporten betreffende DNA-onderzoek van The Maastricht Forensic Institute d.d. 29 april 2014 en 11 augustus 2014.

14 Deskundigenrapport betreffende DNA-onderzoek van The Maastricht Forensic Institute d.d. 29 april 2014, pagina 5, positie #01, pagina 6, posities #04 en #06 en pagina 8, positie #10.

15 Proces-verbaal getuigenverklaring [getuige 2], pagina 349 alinea 6.

16 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 285, 3e alinea, 9e en 10e gedachtestreepje.

17 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 14 augustus 2014.

18 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 505 alinea 9.

19 Foto’s nummer 11 en 12, behorende bij het proces-verbaal van bevindingen op pagina’s 108 en 109.

20 Proces-verbaal van getuigenverhoor, pagina 376.

21 Proces-verbaal van getuigenverhoor [getuige 2], pagina 348.

22 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 270.

23 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 277 en 278.