Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:5803

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15-08-2014
Datum publicatie
26-08-2014
Zaaknummer
3144595_E15082014
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Verzet tegen dwangbevel ex artikel 30 lid 3 Wgbz. Verzet is ongegrond verklaard, nu eiser in persoon de procedure is gestart en niet heeft gehandeld namens de besloten vennootschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaaknummer.: 3144595 OV VERZ 14-3636

Beslissing d.d. 15 augustus 2014 op een verzetschrift als bedoeld in artikel 30 lid 3 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz)

van:

naam : [verzoeker]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats], hierna te noemen ‘[verzoeker]’.

1 Het procesverloop en de beoordeling

1.1

Op 25 september 2013 is in de procedure met zaak/rolnr. 728662 CV 12-4520 tussen [verzoeker/destijds eiser] en [gedaagde] vonnis gewezen, waarin [verzoeker] -onder andere- is veroordeeld in de kosten van het deskundigenbericht, een bedrag van € 1.234,20 (een afschrift van dit vonnis is aan deze beschikking gehecht). Dit bedrag dient, ingevolge artikel 244 Rv, te worden voldaan aan de griffie van de rechtbank door middel van overschrijving op rekeningnummer NL75RBOS0569990564 ten name van het Ministerie van Justitie te Breda.

1.2

Op grond van artikel 30 lid 1 Wgbz geschiedt, bij gebreke van betaling, de invordering van de griffierechten en de door de griffier vooruitbetaalde verschotten krachtens een door de griffier uit te vaardigen dwangbevel. Nu door [verzoeker] de kosten van het deskundigenbericht, welke zijn voorgeschoten door de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, kanton Bergen op Zoom, niet tijdig zijn voldaan, ondanks meerdere aanmaningen, is op 12 maart 2014 een dwangbevel tegen hem uitgevaardigd.

1.3

Krachtens artikel 30 lid 3 Wgbz kan de schuldenaar gedurende een maand na betekening van het dwangbevel bij het betrokken gerecht in verzet komen. Het dwangbevel is betekend op 1 mei 2014, [verzoeker] is bij brieven van 12 mei 2014 en 31 mei 2014 in verzet gekomen tegen dit dwangbevel. In het verzetschrift is door [verzoeker] gesteld dat hij niet aangesproken kan worden voor het voldoen van de griffierechten, nu hij namens [bedrijf] een huurcontract heeft getekend en aldus niet als huurder in persoon heeft gehandeld.

1.4

[verzoeker] is in gebreke gebleven met betaling van de kosten van het deskundigenbericht, hoewel hij in het vonnis van 25 september 2013 tot deze kosten is veroordeeld. Het betreft derhalve niet de griffierechten. Het dwangbevel is dan ook, conform de veroordeling, uitgevaardigd. Nu [bedrijf] geen partij is geweest in de procedure tussen [verzoeker] en [gedaagde], waarin op 25 september 2013 vonnis is gewezen, acht de kantonrechter het verzet van [verzoeker] ongegrond. [verzoeker] is immers als eiser in persoon de procedure gestart, waardoor het niet mogelijk is om de verantwoordelijkheid te leggen bij [bedrijf] Het huurcontract in de bijlage van het verzetschrift heeft voor het verzet tegen het dwangbevel geen toegevoegde waarde. De kantonrechter zal het verzet ongegrond verklaren.

2 De beslissing

De kantonrechter verklaart het verzet ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 augustus 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.