Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:5797

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14-08-2014
Datum publicatie
25-08-2014
Zaaknummer
02/810643-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden, omdat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennep en de diefstal van electriciteit. Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank onder meer rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/810643-12

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 augustus 2014

in de strafzaak tegen

[naam]

geboren op [geboortedatum]1967 te ’[geboorteplaats]

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats in Nederland

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 juli 2014. Tegen verdachte is verstek verleend. De officier van justitie, mr. Bezem, heeft zijn standpunt kenbaar gemaakt

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 18 januari 2012 te Roosendaal opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 2596 henepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 18 januari 2012 te Roosendaal met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich aan het tenlastegelegde schuldig heeft gemaakt en baseert zich met betrekking tot feit 1 daarbij op de processen-verbaal waarin het aantreffen van de hennepkwekerij en het testen van de aangetroffen stoffen waaruit blijkt dat het om hennep gaat, worden gerelateerd en de bekennende verklaring van verdachte bij de politie. Ten aanzien van feit 2 baseert hij zich op het proces-verbaal van de verbalisanten waarin de diefstal van de elektriciteit wordt vastgesteld, de aangifte van Enexis en de bekennende verklaring van verdachte bij de politie.

4.2

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- het proces-verbaal1;

- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen2;

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie3.

Feit 2

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- het proces-verbaal4;

- de aangifte van Enexis5;

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie6.

4.3

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 18 januari 2012 te Roosendaal opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 2596 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 18 januari 2012 te Roosendaal met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen electriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. Bij de bepaling van de strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met het strafblad van verdachte en met de overschrijding van de redelijke termijn.

6.2

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van hennep en aan de diefstal van electriciteit. Het spreekt voor zich dat het kweken van een softdrug als hennep, zeker in een omvang als hier sprake van is, een strafbaar feit is dat overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Softdrugs zijn immers stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Voorts levert een kwekerij, waarbij op illegale wijze elektriciteit wordt onttrokken aan het net en de elektrische installatie ondeskundig is aangelegd, (brand)gevaar op voor de omgeving. Dit is in dit geval des te kwalijker nu de aangetroffen kwekerij in een loods nabij een woning was opgezet. Verdachte heeft zich kennelijk om al deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag.

Bij het bepalen van de hierna op te leggen straf heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte een nagenoeg blanco strafblad heeft en niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Verder heeft zij rekening gehouden met de straffen die doorgaans door deze rechtbank voor dergelijke feiten worden opgelegd en met de overschrijding van de redelijke termijn als gevolg waarvan strafvermindering dient plaats te vinden.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 91 en 310 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11, 13 en 14 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet

gegeven verbod;

feit 2: Diefstal;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Van der Weide en mr. Dekker, rechters, in tegenwoordigheid van Vermaat, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 augustus 2014.

Mr. Dekker is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer PL201D 2012011801 van regiopolitie Midden- en West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 83. Het proces-verbaal, pagina’s 12 tot en met 14 van voornoemd eindproces-verbaal;

2 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 76 van voornoemd eindproces-verbaal;

3 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina’s 25 tot en met 27 van voornoemd eindproces-verbaal;

4 Het proces-verbaal, pagina 15 van voornoemd eindproces-verbaal;

5 Het proces-verbaal van aangifte door Enexis, pagina’s 82 en 83 van voornoemd eindproces-verbaal;

6 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 27 van voornoemd eindproces-verbaal.