Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:5351

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10-07-2014
Datum publicatie
07-08-2014
Zaaknummer
AWB-13_6466
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2015:4225, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Motorrijtuigenbelasting (MRB). Kampeerautotarief.

Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag opgelegd nadat tijdens controle was geconstateerd dat belanghebbende een vast keukenblok tussen de voorstoelen had geplaatst. Daarmee was volgens de inspecteur niet langer voldaan aan de inrichtingseisen voor een kampeerauto. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 5aa van het Uitvoeringsbesluit MRB (tekst 2013) voldoende dat de personenauto is voorzien van een vast keukenblok. Waar het keukenblok in de personenauto is geplaatst is hierbij niet van belang.

Wetsverwijzingen
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966, geldigheid: 2014-08-07
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-1888
V-N Vandaag 2014/1619
Rolleman annotatie in NTFR 2014/2721

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Procedurenummer AWB 13/6466

Uitspraak van 10 juli 2014

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

De bestreden uitspraken op bezwaar

De uitspraken van de inspecteur van 18 oktober 2013 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem voor het tijdvak 14 maart 2012 tot en met 13 maart 2013 opgelegde naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (aanslagnummer [aanslagnummer]) en de gelijktijdig bij beschikking opgelegde boete.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2014 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld van zijn partner (toehoorder), de gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde], verbonden aan [kantoornaam gemachtigde] te Middelburg en namens de inspecteur, [verweerder].

1 Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraken op bezwaar;

  • -

    vernietigt de naheffingsaanslag en de boetebeschikking;

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van

€ 974;

- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 44 aan deze vergoedt.

2 Gronden

2.1.

Belanghebbende is sinds 14 maart 2009 houder van een personenauto van het merk G.M.C. Savana met het kenteken [kenteken] (hierna: het motorrijtuig). Op verzoek van belanghebbende is sinds de datum tenaamstelling het bijzondere tarief voor kampeerauto’s (het kwarttarief) toegepast.

2.2.

Op 18 december 2012 heeft een waarneming aan het motorrijtuig plaatsgevonden. Tijdens de waarneming ontstond het vermoeden dat het motorrijtuig niet op de juiste wijze als kampeerauto was ingericht. Uit het op 14 februari 2013 uitgevoerd nader onderzoek is (onder meer) gebleken dat de in het motorrijtuig aanwezige keuken niet op de juiste wijze was geplaatst.

2.3.

Direct na de controle heeft belanghebbende de inrichting van het motorrijtuig aangepast. Op verzoek van belanghebbende heeft op 27 februari 2013 wederom een onderzoek plaatsgevonden, waarbij werd geconstateerd dat het motorrijtuig op dat moment, na de door belanghebbende aangebrachte wijzigingen, voldeed aan de voorwaarden en beperkingen met betrekking tot uiterlijk en inrichting om (wederom) in aanmerking te komen voor toepassing van het kwarttarief.

2.4.

Naar aanleiding van het onderzoek van 14 februari 2013 is aan belanghebbende een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) opgelegd over het tijdvak 14 maart 2012 tot en met 13 maart 2013, onder aftrek van de periode 27 februari 2013 tot en met 13 maart 2013. In hetzelfde geschrift is aan belanghebbende een boetebeschikking van 100% opgelegd.

2.5.

Het hiertegen gemaakte bezwaar is door de inspecteur in de uitspraken op bezwaar ongegrond verklaard.

2.6.

Ter zitting is komen vast te staan dat het geschil zich beperkt tot de antwoorden op de volgende vragen:

1) Maakt de plaatsing van het keukenblok tussen de voorstoelen dat niet (langer) is voldaan aan de voorwaarden en beperkingen voor toepassing van het kwarttarief als bedoeld in artikel 23a van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (Wet MRB) j.o. artikel 5aa van het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 (Uitvoeringsbesluit MRB).

2) Is terecht en tot het juiste bedrag een boete opgelegd?

2.7.

Belanghebbende heeft zich (onder meer) op het standpunt gesteld dat de naheffingsaanslag en de boetebeschikking ten onterechte zijn opgelegd, nu het keukenblok is geplaatst tussen de bestuurders- en de bijrijdersstoel en geheel bestemd is voor gebruik in de binnenruimte, waardoor aan de dienaangaande gestelde inrichtingseisen is voldaan. De inspecteur heeft gesteld dat de naheffingsaanslag en de boetebeschikking terecht zijn opgelegd nu het keukenblok niet in de binnenruimte, zijnde de ruimte achter de bestuurders- en bijrijdersstoel, is geplaatst, zodat niet aan de dienaangaande gestelde inrichtingseisen is voldaan.

2.8.

Ingevolge artikel 6 van de Wet MRB wordt belasting geheven van degene die bij de aanvang van een tijdvak het motorrijtuig houdt.

2.9.

Ingevolge artikel 23a, eerste lid van de Wet MRB bedraagt de belasting in afwijking van artikel 23 en onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, een kwart van de ingevolge dat artikel verschuldigde belasting voor een personenauto waarvan de binnenruimte is ingericht voor het vervoer en verblijf van personen en is voorzien van een vaste kook- en slaapgelegenheid en die voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden en beperkingen met betrekking tot uiterlijk en inrichting.

2.10.

Ingevolge artikel 5aa, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit MRB (tekst 2013) vindt artikel 23a, eerste lid van de Wet MRB toepassing indien:

“a. de personenauto een ruimte heeft, gesitueerd achter de zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder, die een rechthoekig blok kan bevatten van ten minste 170 cm hoogte over een lengte van ten minste 200 cm en over een breedte van ten minste 90 cm; en

b. de personenauto is voorzien van:

– minimaal twee vaste zitplaatsen, eventueel in de vorm van draaibare zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder;

– een vaste tafel, eventueel zodanig bevestigd dat deze eenvoudig kan worden verwijderd;

– slaapaccommodatie voor twee of meer personen, eventueel gecreëerd met behulp van de zitplaatsen, niet zijnde de zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder;

– vaste en afsluitbare opbergfaciliteiten; en

– een vast keukenblok met een minimale hoogte van het werkblad van ten minste 60 cm, voorzien van een ingebouwde uitneembare watervoorziening met een spoelbak, een kraan en een afvoer, het geheel bestemd voor gebruik in de binnenruimte.”

2.11.

Vaststaat dat belanghebbende houder van het motorrijtuig is en dat het motorrijtuig beschikt over een vast keukenblok dat tussen de bestuurders- en de bijrijdersstoel is geplaatst. Gelet op het bepaalde in artikel 5aa, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit is voor de toepassing van het in artikel 23a genoemde kwarttarief voldoende dat de personenauto is voorzien van een keukenblok dat bestemd is voor gebruik in de binnenruimte en worden er anders dan de inspecteur meent, geen nadere voorwaarden gesteld aan de plaats waar het keukenblok zich in de personenauto bevindt. De enkele omstandigheid dat het keukenblok zich bevindt tussen de voorstoelen, maakt dus niet dat het motorrijtuig van belanghebbende niet voldoet aan de vereisten voor toepassing van het kwarttarief, nu het zich vast in de personenauto bevindt en bestemd is om te gebruiken in de binnenruimte. Nu niet in geschil is dat aan de overige vereisten voor toepassing van het kwarttarief is voldaan, is de naheffingsaanslag ten onrechte opgelegd.

2.12.

Nu de naheffingsaanslag is vernietigd kan ook de boetebeschikking niet in stand blijven.

2.13.

Gelet op het vorenstaande is het beroep gegrond verklaard.

2.14.

De rechtbank vindt aanleiding de inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 974 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 487 en een wegingsfactor 1).

Deze uitspraak is gedaan op 10 juli 2014 door mr.drs. M.H. van Schaik, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. W.A. de Paepe, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.