Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:5325

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25-07-2014
Datum publicatie
19-08-2014
Zaaknummer
AWB-14_177 tussenuitspraak
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

De rechtbank schorst de behandeling van de zaak en stelt de inspecteur met toepassing van artikel 8:51a van de Awb (bestuurlijke lus) in de gelegenheid om belanghebbende alsnog volgens de regels te horen.

Wetsverwijzingen
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966, geldigheid: 2014-08-07
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-1957
V-N Vandaag 2014/1711
V-N 2014/52.20.3

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Procedurenummer AWB 14/177

uitspraak van 25 juli 2014

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, Centrale administratie

de inspecteur.

De bestreden uitspraken op bezwaar

De uitspraken van de inspecteur van 10 januari 2014 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en de gelijktijdig met de aanslag opgelegde vergrijpboete van € 1.920 (aanslagnummer [aanslagnummer]).

Zitting

Het onderzoek ter zitting is met toestemming van partijen achterwege gebleven. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

1 Beslissing

De rechtbank schorst de behandeling van de zaak.

2 Gronden

2.1.

Belanghebbende is vanaf 7 december 2007 houder van een personenauto met kenteken [kenteken] (hierna: de auto). De auto heeft een massa van 2.296 kilogram en gebruikt diesel als brandstof. In de volgende perioden was het kenteken van de auto geschorst in de zin van hoofdstuk IV, paragraaf 6 van de Wegenverkeerswet 1994:

  • -

    3 september 2012 tot 22 januari 2013

  • -

    13 februari 2013 tot 18 april 2013

  • -

    18 mei 2013 tot 11 juli 2013 en

  • -

    16 september 2013 tot 6 december 2013.

2.2.

Belanghebbende heeft op 10 juli 2013 met de auto gebruik gemaakt van de weg. Omdat het kenteken van de auto op dat moment geschorst was, is met dagtekening

18 november 2013 aan belanghebbende een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd over de periode 20 september 2012 tot en met 19 september 2013. Tevens is een boete opgelegd van 100%. De naheffingsaanslag bedraagt, evenals de boete, € 1.920. In de uitspraak op bezwaar is de naheffingsaanslag gehandhaafd en de boete verminderd tot € 192.

2.3.

In geschil zijn de naheffingsaanslag en de boete.

Formeel

2.4.

Belanghebbende heeft gesteld dat zij ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord. Volgens paragraaf 12 van het Besluit Fiscaal Bestuursrecht (tekst 2013, hierna: het Besluit) ligt het initiatief voor het horen van belanghebbende bij de inspecteur. Indien de belanghebbende niet reageert op de uitnodiging, neemt de inspecteur volgens het Besluit contact met hem op. Tot de stukken van het geding behoort de ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift. Hierin staat dat belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld te worden gehoord op haar verzoek. Niet gesteld of aannemelijk is geworden dat de inspecteur - bij uitblijven van een reactie van belanghebbende - contact met haar heeft opgenomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur daarmee niet gehandeld overeenkomstig paragraaf 12 van het Besluit, zodat sprake is van schending van de hoorplicht.

2.5.

Belanghebbende heeft gesteld dat zij in een hoorgesprek feiten had kunnen aandragen. Uit de stukken van het geding volgt, dat partijen van mening verschillen over de feiten. In dat geval is naar het oordeel van de rechtbank belanghebbende door het niet-horen benadeeld. Dit klemt temeer nu sprake is van een boete.

2.6.

Artikel 8:51a Awb bepaalt dat de rechter het bestuursorgaan in de gelegenheid kan stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen (bestuurlijke lus). De rechtbank zal de inspecteur in de gelegenheid stellen belanghebbende alsnog volgens de regels te horen. De rechtbank zal hiervoor een termijn stellen van acht weken na dagtekening van deze uitspraak. De inspecteur dient de rechtbank te berichten of hij alsnog overgaat tot het horen van belanghebbende en, bij bevestigende beantwoording, of het hoorgesprek reden is voor wijziging van de uitspraken op bezwaar.

2.7.

De rechtbank schorst de behandeling in afwachting van nadere berichten van de inspecteur.

Deze tussenuitspraak is gedaan op 25 juli 2014 door mr. drs. M.M. de Werd, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. drs. I.E. Rijsdijk-van Eerd, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: