Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:5314

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17-07-2014
Datum publicatie
28-07-2014
Zaaknummer
3055040_E17072014
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Mulder. Verzoek om vergoeding van de kosten ex artikel 13a WAHV. Wegens het ontbreken van een machtiging die specifiek ziet op onderhavige zaak, wordt degene die beroep instelt niet ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaaknummer : 3055040 \ VV EXPL 14-45

CJIB-nummer: 173551669

uitspraak: 17 juli 2014

Beslissing ex artikel 13a Wet administratiefrechtelijk handhaving verkeersvoorschriften

Op het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het verzoek tot vergoeding van de kosten van:

naam : [gemachtigde], [kantoor gemachtigde]

adres : [adres gemachtigde]

woonplaats : [woonplaats gemachtigde], hierna te noemen “[gemachtigde]”

betreffende het beroep van [betrokkene], gevestigd te [vestigingsplaats], aan het [adres].

--------------------

1 Het beroep en de beoordeling

1.1

Artikel 6, eerste lid van de Wet administratiefrechtelijk handhaving verkeers-

Voorschriften (Wahv) bepaalt: ‘Tegen de oplegging van de administratieve sanctie

kan degene tot wie de beschikking is gericht, beroep instellen bij de officier van justitie (…)’. In onderhavige zaak staat de beschikking op naam van [betrokkene]

[betrokkene] , [vestigingsplaats], aan het [adres]. Kennelijk heeft [gemachtigde] bedoeld namens de kentekenhouder beroep in te stellen. Het beroepschrift had derhalve vergezeld moeten gaan van een schriftelijke door betrokkene ondertekende machtiging, die specifiek ziet op onderhavige zaak.

1.2

De officier van justitie heeft het beroep bij beschikking van 9 september 2014 ongegrond

verklaard. Tevens is op laatstgenoemde datum bij afzonderlijke beslissing het verzoek om een vergoeding van de kosten afgewezen.

1.3

Vervolgens heeft [gemachtigde] ex artikel 13a Wahv beroep ingesteld tegen de beslissing

van de officier van justitie om een vergoeding van de kosten.

1.4

De officier van justitie is in zijn beslissing voorbij gegaan aan het feit dat er geen, althans geen juiste machtiging is overgelegd. Door [gemachtigde] is een geschrift met als opschrift “akte van volmacht” overgelegd, ondertekend door “[bestuurder], bestuurder [betrokkene]”. Dit geschrift is gedateerd op 17 mei 2013. De door [gemachtigde] overgelegde volmacht houdt in dat [bestuurder], handelend in de hoedanigheid van bestuurder van [betrokkene] [gemachtigde] “machtigt tot al hetgeen hem, gemachtigde, nuttig en wenselijk voortkomt in het kader van de behartiging van de belangen van de vennootschap jegens de autoriteiten, het plegen van (compromissoir) overleg met vertegenwoordigers hiervan, het aanwenden en intrekken van rechtsmiddelen, informatie vergaren, het kennisnemen van dossiers en al hetgeen in het kader van die belangenbehartiging naar het oordeel van gemachtigde verder te stade komt, het sluiten van vaststellingsovereenkomsten daaronder uitdrukkelijk begrepen; een en ander met het recht van substitutie”. Gelet op de inhoud ervan moet worden aangenomen dat de geldigheid van de machtiging niet is beperkt tot de dag waarop deze is gedateerd.

1.5

Voornoemd document houdt echter niet een bijzondere volmacht in om beroep in te stellen tegen de beslissing van de officier van justitie op het verzoek tot vergoeding van de kosten met betrekking tot de onderhavige inleidende beschikking, waarbij aan [betrokkene] een sanctie is opgelegd voor het parkeren op een invalideparkeerplaats anders dan met een motorvoertuig op meer dan twee wielen met geldige invalidenparkeerkaart op 27 april 2013 aan de Lievevrouwestraat te Bergen op Zoom. Gezien de algemene bewoordingen op het document blijkt niet dat [gemachtigde] in het concrete geval namens [betrokkene] voor haar in rechte optreedt.

1.6

Indien een ander dan de beroepsgerechtigde beroep instelt tegen de beslissing inzake het beroep of beroep tegen de beslissing op het verzoek tot een vergoeding van de kosten, kan de kantonrechter overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:1, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (AwB) van degene die het beroep heeft ingesteld een schriftelijke machtiging verlangen. Dit staat eveneens vermeld in artikel 1.9 van het procesreglement Wahv rechtbanken, kantonzaken. Wordt de gevraagde machtiging niet verstrekt, dan kan ingevolge het bepaalde in artikel 6:6 Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener van het beroep de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn (Gerechtshof Leeuwarden, 9 maart 2010; ECLI:NL:GHLEE:2010:

BN5045).

1.7

De griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team kanton, locatie Bergen op Zoom heeft zowel [gemachtigde] als [betrokkene] bij brief van 9 mei 2014 gewezen op deze verplichting en daarbij verzocht alsnog voor een juiste schriftelijke volmacht te zorgen en wel binnen de daarbij aangegeven termijn. Daarbij is er uitdrukkelijk op gewezen dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien er in gebreke zou worden gebleven met overlegging van bedoelde volmacht. Door [gemachtigde] is op

19 mei 2014 een akte van volmacht overgelegd, gedateerd op 13 mei 2014. Omdat wederom niet is gebleken dat het een volmacht betreft inzake onderhavige gedraging heeft de griffier bij brief van 10 juni 2014 [gemachtigde] als [betrokkene] nogmaals verzocht om voor een (juiste) volmacht zorg te dragen. Op de laatstgenoemde brief is geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om het verzuim te herstellen.

1.8

Nu door [gemachtigde] geen (juiste) volmacht is verstrekt om namens [betrokkene] beroep in te stellen en niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan geoordeeld zou moeten worden dat [gemachtigde] redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn, kan de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie om een vergoeding van de proceskosten verder niet beoordelen en zal het beroep van [gemachtigde] niet-ontvankelijk worden verklaard.

2 De beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep van [gemachtigde] niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 juli 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of
b. het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team kanton, locatie Bergen op Zoom, (118 4600 AC Bergen op Zoom) en dient door degene die bij het team kanton beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending beslissing: