Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:5024

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
21-07-2014
Datum publicatie
22-07-2014
Zaaknummer
02/700077-14
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2016:2192, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Schutter schietpartij Terneuzen veroordeeld wegens poging moord en poging doodslag op zoon en moeder met een Kalashnikov. 15 jaar gevangenisstraf; boven eis officier van justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02/700077-14

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 juli 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),

wonende te [woonplaats], [adres],

gedetineerd in de penitentiaire inrichting Middelburg, locatie Torentijd,

Torentijdweg 1 te Middelburg,

raadsman mr. H.M. Dunsbergen, advocaat te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 7 juli 2014, waarbij de officier van justitie mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Namens de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is ter terechtzitting door mr. I.A. van Straalen een schriftelijke slachtofferverklaring voorgelezen.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 30 april 2012 te Terneuzen ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1]

van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg naar de

woning van die [slachtoffer 1] is gegaan en, aldaar aangekomen, meermalen met een

vuurwapen op die [slachtoffer 1] en/of de woning gelegen aan de [straat 1], alwaar

die [slachtoffer 1] verbleef, heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 april 2012 te Terneuzen tezamen en in vereniging met

anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1]), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar

lichamelijk letsel (meerdere schotwonden in/aan het lichaam), heeft

toegebracht, door op die [slachtoffer 1], althans op de woning waar die [slachtoffer 1] op dat

moment aanwezig was, opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans

opzettelijk met een vuurwapen te schieten;

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 december 2012 te Terneuzen ter voorbereiding van

het al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen te plegen

misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht

jaren of meer is gesteld, te weten overtreding van artikel 289 van het Wetboek

van Strafrecht, althans een al dan niet tezamen en in vereniging met een ander

of anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een

gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk een vuurwapen

bestemd voor het al dan niet in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft

verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd

en/of voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 30 april 2012 te Terneuzen ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met

dat opzet naar de woning van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] is gegaan en, aldaar

aangekomen, meermalen met een vuurwapen op de woning gelegen aan de

[straat 1], alwaar die [slachtoffer 2] op dat moment verbleef, heeft geschoten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 april 2012 te Terneuzen tezamen en in vereniging met

anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een vuurwapen op een

woning gelegen aan de [straat 1] waar die [slachtoffer 2] op dat moment aanwezig

was te schieten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid;

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 december 2012 te Terneuzen ter voorbereiding van het al

dan niet tezamen en in vereniging met een ander of anderen te plegen misdrijf

waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of

meer is gesteld, te weten overtreding van artikel 289 van het Wetboek van

Strafrecht, althans een al dan niet tezamen en in vereniging met een ander of

anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een

gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk een vuurwapen

bestemd voor het al dan niet in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft

verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd

en/of voorhanden heeft gehad;

derde subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 december 2012 te Terneuzen tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend met een

vuurwapen op een persoon (te weten [slachtoffer 2]) heeft geschoten, althans op een

woning heeft geschoten waar die [slachtoffer 2] op dat moment aanwezig was, waardoor

voornoemde [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij in de periode van 1 januari 2012 tot en met 11 mei 2012 te Terneuzen,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, een wapen van categorie II, te weten een enkelloops

machine(kogel)geweer (merk Zastava) voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem onder 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde feiten. Hij baseert zich daarbij op de aangiftes van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], de melding die [slachtoffer 1] en [getuige 1] voorafgaand aan de schietpartij deden omtrent de bedreiging waarbij de naam van verdachte is genoemd, de verklaring van [getuige 1] omtrent de voorafgaande bedreiging, de getuigenverklaring van [getuige 2], de verklaringen van overige buurtbewoners die direct na de schietpartij naar buiten hebben gekeken, de getuigenverklaring van [getuige 3], het twee straten verder dan de schietpartij aantreffen van vier door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aangemerkte betrokkenen, het kennelijk leugenachtige alibi dat verdachte zich door zijn zus, vader, oom en neef heeft getracht te verschaffen, het DNA-spoor van verdachte op het bij de schietpartij gebruikte wapen, de zendmastgegevens van de telefoon van verdachte en een motief: de al langer aanslepende vete tussen twee Antilliaanse families waarbij [slachtoffer 1] en [getuige 1] worden gezien als deel uitmakend van de rivaliserende familie tegen verdachte.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is primair van mening dat de rechtbank in het geheel niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op het volgende. Verdachte ontkent de feiten te hebben gepleegd en heeft een alibi voor het tijdstip waarop de schietpartij heeft plaatsgevonden. Dit alibi wordt ondersteund door verklaringen van zijn vader, zus, neef en oom.

Het openbaar ministerie maakt gebruik van een proces-verbaal van bevindingen van 1 maart 2012 waaruit blijkt dat verdachte in zijn boosheid van alles heeft geroepen op het politiebureau te Terneuzen. Dit proces-verbaal is echter pas laat in een aanvullend proces-verbaal aan onderhavig strafdossier toegevoegd en het is geen proces-verbaal dat verdachte ter tekening is aangeboden. De gang van zaken omtrent dit proces-verbaal acht de verdediging tendentieus.

Het slachtoffer [slachtoffer 2] heeft vier dagen na de schietpartij aangifte gedaan. Het is onduidelijk in hoeverre zij in de tussentijd heeft kunnen overleggen met haar familie om verklaringen af te stemmen. Het slachtoffer [slachtoffer 1] heeft pas na negen maanden aangifte gedaan, waardoor hij ruimschoots de tijd heeft gehad om de aangifte zodanig af te stemmen op het zo goed mogelijk laten klinken van zijn verklaring. Desondanks staan er diverse onwaarheden in de verklaring van [slachtoffer 1] én heeft hij verklaard dat het [betrokkene 1] was die hij met zekerheid op hem heeft zien schieten waarna hij voelde dat hij geraakt was.

Er zijn diverse buurtbewoners die wel wat hebben gezien na de schietpartij, maar niet de schietpartij zelf, die hebben ze alleen gehoord. Geen van de getuigen heeft verdachte herkend en zij geven signalementen van de vermoedelijke schutter die niet met elkaar overeen komen. Meer in het bijzonder verwijst de verdediging naar de verklaringen van getuige [getuige 2] en het slachtoffer [slachtoffer 2], waarbij de verdediging opmerkt dat de verklaring van [slachtoffer 2] meer overeenkomt met de uiterlijke kenmerken van verdachte.

De telefoon van verdachte levert geen belastend bewijs op, nu niet vaststaat dat verdachte zijn telefoon de bewuste avond bij zich had en hij zijn telefoon ook wel eens uitleent.

Het DNA-mengprofiel dat is aangetroffen biedt geen overtuigend bewijs voor de stelling dat verdachte het wapen zou hebben vastgehouden of donor is geweest in het mengprofiel. Voorts merkt de verdediging op dat het NFI een spoor heeft onderzocht met een SIN-nummer dat de verdediging niet kan plaatsen. Op grond daarvan kan het NFI-rapport niet worden gebruikt voor het bewijs.

Subsidiair stelt de verdediging dat de schutter laag heeft geschoten, niet hoger dan heuphoogte, en dat dan de vraag voorligt of er wel sprake is van een levensdelict. De verdediging stelt dat op basis daarvan eerder aan een (poging tot) zware mishandeling moet worden gedacht. Bij enige bewezenverklaring leidt dit ertoe dat verdachte vrijgesproken dient te worden van de feiten 1 en 2 primair.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Inleiding

Sinds langere tijd is in Terneuzen sprake van een vete tussen twee rivaliserende groepen Antillianen.1 Deze twee groepen bestaan uit onder meer [verdachte], [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] aan de ene zijde en onder andere leden van de familie [naam 1] anderzijds. De groep waar verdachte deel van uitmaakt, beschouwt de broers [getuige 1] en [slachtoffer 1] als leden van de rivaliserende groep [naam 1]. Bij confrontaties tussen (leden van) deze groepen wordt geweld niet geschuwd.

4.3.2

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Op 30 april 2012 kwamen omstreeks 22.06 uur bij de Gemeenschappelijke Meldkamer Zeeland telefonische meldingen binnen van een schietpartij aan de [straat 1] te Terneuzen.23 Bij deze schietpartij zou meermalen geschoten zijn en er zouden gewonden zijn. Hierop zijn politie-eenheden ter plaatse gegaan. In de woning [straat 1] troffen zij twee slachtoffers aan, te weten [slachtoffer 1] en diens moeder [slachtoffer 2]. [slachtoffer 1] is met spoed naar het ziekenhuis te Gent (België) gebracht. Bij hem werden meerdere uitwendige en inwendige letsels geconstateerd, veelal laag in de buik en in de bekkenstreek, waarvoor een operatieve ingreep en ziekenhuisopname nodig waren.4 Ten tijde van het opnemen van de letselbeschrijving werd aangegeven dat het de vraag was of alles uiteindelijk volledig zou herstellen. Uit de aanvullende letselbeschrijving van 29 mei 20135 blijkt dat zich toen nog op diverse plekken in de buikholte diverse kogelfragmentjes bevonden en dat er twee vijf uur durende operaties hebben plaatsgevonden aan de buikholte en aan de penis, waarbij diverse beschadigingen werden geïnspecteerd, gespoeld en gehecht en een kunstmatige omleiding werd aangelegd. Uit de verklaring van de arts Decaestecker uit het UZ te Gent is gebleken dat [slachtoffer 1] na deze operaties nog eens vijf maal is geopereerd.6

Zijn moeder [slachtoffer 2] is overgebracht naar het ziekenhuis in Terneuzen. Door de chirurg aldaar is geconstateerd dat zij twee wonden had, in haar linker bovenbeen en in haar rechter bovenbeen.7

Genoemde [slachtoffer 1] bleek diezelfde dag, 30 april 2012, omstreeks 21.50 uur tezamen met zijn broer [getuige 1] aan het politiebureau te Terneuzen te zijn geweest.89 Zij hebben er toen melding van gemaakt dat [betrokkene 1] alsmaar door de [straat 1] reed in een zwarte BMW met kenteken [nummer]. [betrokkene 1] had achter het stuur gezeten en naast hem zat [verdachte]. De BMW had gestopt voor de woning van hun moeder en op dat moment had [betrokkene 1] gezegd: “We zijn nog niet klaar met jou.” Vervolgens was [betrokkene 1] met piepende banden weggereden, aldus het gerelateerde verhaal van [getuige 1].

Gezien het voorgaande heeft de politie na de schietpartij een zoekslag gemaakt in de omgeving van de woning naar genoemde zwarte BMW.10 Zij waren er ambtshalve mee bekend dat deze auto op naam stond van [naam 2] en dat [betrokkene 1] er gebruik van maakte. Deze auto werd omstreeks 22.10 uur aangetroffen in de [straat 2] ter hoogte van perceel [nummer 2] te Terneuzen. De auto stond schuin ingeparkeerd met zowel voor- als achterlichten aan. Schuin voor de woning [straat 2] stond een groep Antillianen van 6 à 7 personen, waaronder [betrokkene 2], [betrokkene 1], [betrokkene 4] en [betrokkene 3]. Deze met name genoemde personen werden door de politie aangehouden.

Een verbalisant hoorde [betrokkene 1] meermalen roepen: “Ik heb er niets mee te maken”.

Direct na aankomst op het politiebureau zijn van [betrokkene 2], [betrokkene 1], [betrokkene 4] en [betrokkene 3] zogeheten “schiethanden” afgenomen.11 Uit onderzoek door het TMFI concludeert de rechtbank dat op de handen van geen van hen relevante sporen van kruitresten betreffende bovengenoemde schietpartij zijn aangetroffen.12

4.3.1.1 Wapen en munitie

Op de openbare weg vóór de woning [straat 1] werden 15 patroonhulzen aangetroffen van het kaliber 7.62, en in en tussen de tuinbeplanting nog 3 soortgelijke hulzen.13 Aan de voorzijde van de woning zaten inschotbeschadigingen in de voordeur alsmede in de ramen en het kozijn. De in de woning aangetroffen beschadigingen zijn zeer waarschijnlijk schotsbeschadigingen c.q. ricochetwerking van afgevuurde kogelprojectielen. Uit foto nummer 19 14, in samenhang gelezen met het proces-verbaal sporenonderzoek15, blijkt van beschadigingen tot tenminste borsthoogte van een volwassen persoon van gemiddelde lengte.

Alle aangetroffen patronen zijn met hetzelfde kogelgeweer verschoten, te weten een Zastava M70, model M70AB2, voorzien van serienummer B-53966.16 Dit vuurwapen is op 11 mei 2012 in beslag genomen onder [naam 3] en betreft een enkelloops machine(kogel)geweer, een Joegoslavische uitvoering van het Russische origineel AK-47, systeem Kalashnikov.17

[naam 3] is meermalen gehoord en heeft daarbij niet eensluidend verklaard over de herkomst van het wapen. Uit al zijn verklaringen volgt evenwel dat hij het betreffende wapen op 30 april 2012 tussen 22.00 uur en 23.00 uur in zijn bezit heeft gekregen.18 De loop van het wapen was op dat moment volgens hem nog gloeiend heet.

4.3.1.2 Verklaringen aangevers

Op 3 mei 2012 is in het UZ Gent [slachtoffer 1] door de Belgische politie gehoord.19 Hij verklaart dat, na terugkomst van het politiebureau op 30 april 2012, zijn broer [getuige 1] is vertrokken. Hijzelf zag door het raam van de woonkamer een witte bestelbus langzaam voorbij de woning rijden. Deze auto reed rondjes in de straat. Nadat hij de auto voor de tweede maal voorbij zag rijden, is hij gaan kijken aan de voordeur. Hij zag de auto stoppen en zag in de auto [verdachte], [betrokkene 1], [betrokkene 4], [betrokkene 2] en [betrokkene 3]. [betrokkene 1] was de bestuurder. Allen kwamen uit de auto en liepen al schietend naar hem toe. [slachtoffer 1] weet zeker dat iedereen een vuurwapen had en er waren wapens bij waar vuur uitkwam. Hij heeft hen herkend aan hun gezicht. [betrokkene 1] en [verdachte] liepen naast elkaar. [slachtoffer 1] heeft zich omgedraaid en de voordeur dichtgegooid. Toen hij al binnen was voelde hij dat hij geraakt was. Hij is op zijn moeder gesprongen in de woonkamer om haar te beschermen en hoorde nog steeds schoten door de ramen. Even later sprong zijn moeder op en schreeuwde buiten om hulp. Zij was in haar benen geraakt.

Desgevraagd noemt hij de achternamen van [betrokkene 1] en [verdachte] en [betrokkene 2].20 Hij verklaart tenslotte nog: “[verdachte] was er duidelijk bij de raid. Hij zat in de zwarte BMW en beiden bedreigden ze mij door te zeggen ‘Ik ga je doodschieten’ ”.21

Op 24 januari 2013 heeft [slachtoffer 1] in het politiebureau te Terneuzen aangifte gedaan van poging moord c.q. doodslag.22 Deze aangifte heeft onder meer door de medische toestand van [slachtoffer 1] bijna negen maanden na de schietpartij plaatsgevonden. Alhoewel de rechtbank vaststelt dat de inhoud van de aangifte van 24 januari 2013 en de verklaring van [slachtoffer 1] van 3 mei 2012 op essentiële punten overeenkomen, gaat zij, vanwege het ruime tijdsverloop en de mogelijke invloed daarvan op het geheugen van [slachtoffer 1] met betrekking tot details, uit van de inhoud van de verklaring van 3 mei 2012.

Op 4 mei 2012 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan.23 Zij verklaart onder meer als volgt.

Zij was op 30 april 2012 in de avond in haar woning boven aan het opruimen toen zij [slachtoffer 1] hoorde roepen: ”De zwarten zijn hier” en “[betrokkene 1] en [verdachte] zijn hier”. Zij keek naar buiten en zag [verdachte] en [betrokkene 1] in de struiken bij een zwarte BMW staan, die zij herkende als de auto van [betrokkene 1]. Zij kent beide jongens goed omdat haar zoons haar voor hen hebben gewaarschuwd. Zij zag vervolgens [betrokkene 1] achter het stuur zitten en [verdachte] ernaast, ze reden langs de woning. Zij is naar beneden gegaan, zij hebben [getuige 1] gebeld met het verzoek te komen. Zij heeft gezegd dat [slachtoffer 1] en [getuige 1] naar de politie moesten gaan om het voorval door te geven. Zij stond bij de voordeur, en [slachtoffer 1] en [getuige 1] gingen naar buiten. Op dat moment kwam de zwarte BMW van [betrokkene 1] weer langsrijden en stond even stil. Zij zag dat [betrokkene 1] achter het stuur zat en [verdachte] naast hem. Zij zag ook mensen achterin zitten. Zij hoorde twee stemmen roepen: “Ik maak je dood, ik schiet je dood”. De BMW vertrok weer, [slachtoffer 1] en [getuige 1] zijn toen direct daarna naar de politie gegaan. Na ongeveer 10 minuten kwamen ze terug. [slachtoffer 1] stapte uit de auto, [getuige 1] reed weg. In de woonkamer vertelde [slachtoffer 1] over het bezoek aan de politie, hij was op zijn hoede, keek uit het raam aan de voorzijde, zij ging ook naar het raam en keek naar buiten. Daar zag zij een witte hoge auto, een klein busje, langzaam langs de woning rijden. Zij kon de auto goed zien, zij keek in de auto en zag dat het daar druk was, dat er ook mensen achterin zaten. Zij zag zwarte koppen maar kon niet duidelijk zien wie er zaten. Zij zag een chauffeur en iemand naast hem zitten en daarachter koppen. [slachtoffer 1] liep naar de voordeur en deed die open. Op het moment dat hij naar buiten liep hoorde zij schieten, dat waren een heleboel knallen, het klonk als vuurwerk. Zij hoorde [slachtoffer 1] roepen dat hij geraakt was. Hij kwam naar binnen, en deed de deur meteen achter zich dicht. Hij kwam de woonkamer binnen, zij voelde haar benen branden. [slachtoffer 1] sprong op haar, zij vielen beiden op de grond, [slachtoffer 1] lag bovenop. De schoten waren in één keer achter elkaar. [slachtoffer 1] kon niet meer staan. Zij heeft de buitendeur open gedaan en om hulp geroepen. Zij zag dat [verdachte] en [betrokkene 1] wegrenden. Zij stond toen in de deuropening en deed een stap naar buiten. Zij herkende [verdachte] aan zijn grote bos haar, hij heeft een grof postuur. Zij herkende [betrokkene 1] aan zijn lichaamsbouw. Zij zag dat die twee renden in de richting van een witte auto en dat er een groepje voor hen uit rende ook in de richting van die auto. Het waren er meer dan vijf. Zij weet niet of zij in die auto zijn gestapt.

De verklaring van [slachtoffer 1] van 3 mei 2012 en de aangifte van zijn moeder komen de rechtbank geloofwaardig voor, temeer omdat uit het verhoor van [getuige 1] op 2 mei 2012 ’s ochtends blijkt dat zij hetzelfde al tegen hem hebben verteld.24

De rechtbank verwerpt het verweer dat zij hun verklaringen op elkaar zouden hebben afgestemd om de genoemde personen ten onrechte zwart te maken. Het komt de rechtbank hoogst onwaarschijnlijk voordat [slachtoffer 1], gezien zijn toenmalige zwakke gezondheidstoestand, op 3 mei 2012 al in staat was een uitgebreide geconstrueerde verklaring tegenover de Belgische politie af te leggen.

4.3.1.3 Buurtbewoners

Diverse buurtbewoners - [getuige 5]25, [getuige 6]26, [getuige 7]27, [getuige 8]28, [getuige 9]29, [getuige 10]30, [getuige 11]31 en [getuige 2]32 - hebben verklaard dat zij die avond rond 22.00 uur opgeschrikt werden door schoten, en dat zij een witte bestelauto hebben zien wegrijden.

Getuige [getuige 2]33 heeft na de schietpartij een man uit de richting van [straat 1] zien komen lopen. Zij zag die man aan de passagierskant van de witte bestelauto, die zij Opel Combo noemt, stappen. Zij heeft de volgende beschrijving van hem gegeven: hij had een donkere muts op, waar onder vandaan rastahaar kwam. Hij had een donkere huidskleur en een mager en ingevallen gezicht. Hij was niet zo groot, zo’n 1.70 à 1,75 m., en had een tenger/normaal postuur. [getuige 2] heeft de man zo rond de 20 jaar oud geschat en vermoedde dat hij van Antilliaanse afkomst was.

Verbalisant [naam 4] heeft in een proces-verbaal opgenomen dat hij geconfronteerd werd met een persoon van ongeveer 20 jaar oud toen hij de oom van verdachte ging horen in diens woning in Haarlem.34 Tijdens diens verhoor werd verbalisant erop gewezen door de oom, dat deze persoon verdachte was.

De rechtbank overweegt dat de verschillende signalementen zijn gegeven uitgaande van het referentiekader van iedere betreffende getuige. Daarnaast heeft de rechtbank verdachte ter terechtzitting zelf waargenomen. Rekening houdend met een tijdsverloop van meer dan twee jaren tussen het gebeurde en de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat verdachte door deze signalementen niet wordt uitgesloten.

4.3.1.4 DNA-onderzoek

Het inbeslaggenomen vuurwapen werd bemonsterd op DNA.35 Hierbij werd het vuurwapen op verschillende plaatsen in één keer geswapt. Hierbij zijn betrokken de kolf, de trekker en de ondersteuningsbeugel. Onderzoek toonde een onvolledig DNA-profiel aan, vooralsnog ongeschikt voor vergelijkend onderzoek. Bij aanvullend DNA-onderzoek door middel van de LCN DNA-analyse - een sinds eind 2001 door de Raad voor Accreditatie geaccrediteerde methode en vastgelegd in Standard Operation Procedures - is van het betrokken DNA-mengprofiel gebleken dat het celmateriaal afkomstig kan zijn van verdachte en minimaal twee andere onbekende personen.36 Het DNA-profiel van verdachte matcht met het DNA-mengprofiel, hetgeen betekent dat alle DNA-kenmerken van verdachte voorkomen in het DNA-mengprofiel.37 Het NFI komt tot de conclusie dat het extreem veel waarschijnlijker is dat de bemonstering celmateriaal bevat van verdachte en twee andere onbekende personen die niet aan hem verwant zijn, dan dat het celmateriaal bevat van drie onbekende personen, niet aan verdachte verwant.

De rechtbank verwerpt het verweer dat de gevonden DNA-kenmerken van verdachte ook afkomstig kunnen zijn geweest van (een vermenging van) DNA van derden, behorende tot de Antilliaanse gemeenschap. Zij verwijst daarbij naar de tabel ‘De mate van verwantschap met de (met het spoor) matchende persoon en de kans dat het DNA-profiel (van tien loci) op grond van die verwantschap bij toeval gelijk is’ op pagina 5 van de publicatie ‘De essenties van forensisch DNA-onderzoek: interpretaties van DNA-bewijs III, de context van de berekende frequentie’ van het NFI, beschikbaar op de website van het NFI. Daaruit concludeert de rechtbank dat die kans nog altijd onwaarschijnlijk klein is.

Daarbij komt dat het DNA-mengprofiel is aangetroffen op het wapen dat bij de schietpartij is gebruikt, beide slachtoffers hebben verklaard over de aanwezigheid van deze verdachte bij die schietpartij en er geen match is gevonden met het DNA van een van de andere volgens aangevers bij de schietpartij betrokken personen. De aanwezigheid van het DNA op het wapen vraagt om nadere uitleg van verdachte, die zich (ook) op dit punt echter op zijn zwijgrecht heeft beroepen. Zonder die nadere uitleg gaat de rechtbank er van uit dat het DNA van verdachte op het wapen is terechtgekomen doordat hij er mee heeft geschoten.

4.3.1.5 SIN-nummers

Ten aanzien van het verweer dat bovenvermeld DNA-onderzoek is verricht op een spoor met een SIN-nummer dat niet correspondeert met enig SIN-nummer uit het proces-verbaal sporenonderzoek overweegt de rechtbank het volgende. In het proces-verbaal sporenonderzoek38 en het proces-verbaal van aanvullend sporenonderzoek39 wordt gerelateerd dat het bij [naam 3] in beslag genomen wapen werd bemonsterd, waarbij het op verschillende plaatsen in een keer werd geswapt.

Daarbij wordt verwezen naar de rapportage en de aanvullende rapportage van het NFI, ingevoegd in het dossier op pagina’s 366 en verder.40

In het proces-verbaal van aanvullend sporenonderzoek wordt weliswaar niet het SIN-nummer AAEB3129NL#01 vermeld, welk nummer in het rapport van het NFI41 en de aanvullende rapportage van het NFI42 wel wordt vermeld, maar evident is dat dit het enige SIN-nummer is dat wordt gerelateerd aan een bemonstering van een vuurwapen, en dat in dit onderzoek geen ander vuurwapen een rol speelt dan het wapen dat bij [naam 3] is aangetroffen, zodat het er behoudens een plausibele andere verklaring – die geheel ontbreekt – voor moet worden gehouden dat het onderzochte DNA-mengspoor op dat wapen is aangetroffen.

4.3.1.6 Proces-verbaal 1 maart 2012

Verbalisanten [naam 5] en [naam 6], werkzaam op het politiebureau te Terneuzen, hebben proces-verbaal opgemaakt van het bezoek van verdachte op 1 maart 2012 omstreeks 16.15 uur op het politiebureau aldaar.43 Verdachte was woedend omdat de politie een inval had verricht in zijn woning. Tijdens deze tirade op het politiebureau heeft verdachte onder andere de volgende woorden gebezigd: dat als hij een wapen zou hebben hij dit nooit thuis of bij zijn familie zou achterlaten, de politie zou dit wapen nooit vinden, dat hij niet voor zichzelf instaat als hij in het nauw gedreven wordt, dat dit niet leuk gaat worden, voor niemand niet en dat Terneuzen niet meer hetzelfde zal zijn, dat hij ze zal laten zien hoe een echte man handelt als ze in zijn buurt komen en dat hij ze dan op Colombiaanse wijze zal aanpakken. Hij noemt in negatieve zin de naam van [slachtoffer 1] en noemt ook zijn neef [betrokkene 1], die voor zichzelf moet leren opkomen en zich als een man moet leren gedragen.

Hoewel dit proces-verbaal in een aanvullend proces-verbaal, door de rechtbank genummerd als IV, is opgenomen dat op 2 juli 2014 is gesloten, is het een proces-verbaal dat op 1 maart 2012 – dus vóór het onderhavige schietincident – is opgemaakt. Niet valt in te zien dat dit proces-verbaal niet als bewijsmiddel kan worden gebruikt.

4.3.1.7 Alibi?

Verdachte zou op 30 april 2012 ’s avonds tussen 21.00 en 21.30 uur dronken thuis zijn gekomen, waarna zijn zus [getuige 12] hem met de auto naar zijn oom in Haarlem heeft gebracht omdat hij de volgende morgen naar zijn stage moest. Zij zouden vóór 22.00 uur zijn weggereden uit Terneuzen en rond 1.00 uur in Haarlem zijn aangekomen. Dit alibi zou bevestigd worden door de verklaringen van [getuige 12], de vader van verdachte, de oom van verdachte en een neef, [getuige 13], die verdachte en zijn zus nog vóór 22.00 uur in de auto zou hebben zien rijden bij de rotonde bij de Kwik-Fit, waarbij er kort contact tussen hen is geweest.

Ten aanzien van de geloofwaardigheid van het alibi overweegt de rechtbank het volgende.

In zijn eerste verklaring zegt de vader van verdachte dat zijn zoon die avond omstreeks 22.00 uur dronken thuis kwam, en dat hij met dubbele tong praatte. In zijn tweede verklaring zegt hij dat zijn zoon die avond rond 21.30 uur thuiskwam.

[getuige 12] heeft verklaard dat verdachte tussen 21.30 en 21.45 thuis kwam en dat hij dronken was. Zij zijn vóór 22.00 uur naar Haarlem vertrokken. Bij de grote rotonde bij de Kwik-Fit kwamen ze [getuige 13] tegen. Ze hebben een paar woorden met hem gewisseld. Ze kwamen om 01.00 uur aan in Haarlem en zij is circa 03.30 à 3.45 uur weer in Terneuzen aangekomen. Toen zij terugreed uit Haarlem zag zij de gsm van verdachte op de grond voor de passagiersstoel liggen. Zij heeft verdachte sindsdien niet gezien. De telefoon heeft sindsdien bij haar thuis gelegen.

De oom, [getuige 14], heeft verklaard dat verdachte en [getuige 12] rond 01.00 uur in Haarlem bij hem thuis aankwamen. Hij vond verdachte normaal toen die bij hem thuis kwam. Hij heeft geen alcohol geroken.

[getuige 13] heeft verklaard dat hij samen met [getuige 15] en [getuige 16] omstreeks 21.30 uur à 21.45 uur is vertrokken uit de wijk Zuidpolder in Terneuzen en dat hij onderweg naar huis verdachte en diens zus Kimberly tegen kwam net voorbij de rotonde met de Kwik-Fit. Hij hoorde dat zijn neef iets riep.

[getuige 15] heeft verklaard dat [getuige 13] onderweg naar huis niemand heeft gegroet en verklaarde in zijn eerste verklaring dat zij niet langs de Kwik-Fit zijn gekomen. In zijn tweede verklaring44 heeft hij dit deel van zijn route aangepast, nadat de verbalisant hem daar naar vroeg. [getuige 16] heeft verklaard dat hij de hele route met of achter [getuige 13] en [getuige 15] heeft gereden, dat zij geen bekenden onderweg zijn tegengekomen en dat zij niet langs de Kwik-Fit zijn gereden.45

Uit de gegevens van de zendmasten die in Terneuzen staan is gebleken dat het telefoonnummer van verdachte de bewuste avond/nacht diverse keren is aangestraald in Terneuzen.46 Om 21:54:33, 21:54:57 en 21:55:15 uur heeft dat telefoonnummer de mast aan de [straat 3] te Terneuzen aangestraald. Om 22:27:56 uur straalde het telefoonnummer aan op de locatie [straat 4] te Terneuzen en vervolgens straalde hij op 02:26:25 uur wederom de mast aan de [straat 3] te Terneuzen aan. Voorts blijkt uit het dossier dat om 22:30:47 uur de voicemail van het telefoonnummer is uitgeluisterd en dit gebeurde wederom om 22:37:06 uur.47

Uit vorenstaande concludeert de rechtbank het volgende.

De telefoon van verdachte heeft gedurende de rit van verdachte en zijn zus naar Haarlem, en de rit van [getuige 12] terug naar Terneuzen, bij hen in de auto gelegen. Uit de zendmastgegevens is onomstotelijk vast komen te staan dat de telefoon van verdachte – en dus ook verdachte zelf – zich op het tijdstip van de schietpartij nog in Terneuzen bevond.

Uit die zendmastgegevens blijkt ook dat [getuige 12] al veel eerder dan zij heeft verklaard weer in Terneuzen terug was.

Verdachte en zijn vader, zus en neef – hebben willen verhullen dat verdachte op de tijd van de schietpartij in Terneuzen aanwezig was. Zij hebben hun verklaringen daaromtrent aangepast. Het door verdachte gepresenteerde alibi is aantoonbaar onjuist gebleken.

4.3.1.8 Bewijsconclusie

Uit al het voorgaande, in onderlinge samenhang beschouwd, stelt de rechtbank vast en acht zij wettig en overtuigend bewezen dat het verdachte is geweest die op 30 april 2012 naar de woning van [slachtoffer 1] is gegaan, uit een auto is gestapt, met een machinegeweer naar de woning is gelopen en het vuur heeft geopend op [slachtoffer 1] en de woning waarin [slachtoffer 2] zich bevond, en dat hij de schietpartij tezamen en in vereniging met anderen heeft voorbereid en uitgevoerd. Hij is door de slachtoffers herkend als één van de daders, zijn DNA is aangetroffen op het vuurwapen waarmee de kogels zijn afgevuurd en het door hem opgegeven alibi is aantoonbaar onjuist gebleken. Bovendien heeft verdachte op 1 maart 2012 ten overstaan van twee verbalisanten op het politiebureau te Terneuzen een dergelijke aanslag als het ware aangekondigd en heeft hij samen met tenminste één ander de broers [slachtoffer 1] en [getuige 1] slechts enkele minuten voor de schietpartij gedreigd dat zij zouden worden neergeschoten. Daarbij komt dat verdachte eerder in het bezit is geweest van een vuurwapen, waarvoor hij in 2010 is veroordeeld.

De rechtbank verwerpt het verweer dat de schutter door op heuphoogte te schieten slechts een poging heeft gedaan [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

Door met een dergelijk wapen op heuphoogte op een persoon te schieten aanvaardt de schutter de aanmerkelijke kans dat die persoon komt te overlijden; immers ook in en rond het bekken bevinden zich vitale organen.

Door de wijze waarop vervolgens de hele voorpui van de woning is doorzeefd met kogels, die in de woning tot op borsthoogte vernielingen hebben aangericht, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat alle personen die in die woning aanwezig waren door die kogels konden worden gedood.

De rechtbank concludeert uit al het hiervoor overwogene dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de aan hem onder 1 primair, 2 primair en 3 tenlastegelegde feiten.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. primair.

hij op of omstreeks 30 april 2012 te Terneuzen ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1]

van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg naar de

woning van die [slachtoffer 1] is gegaan en, aldaar aangekomen, meermalen met een

vuurwapen op die [slachtoffer 1] en/of de woning gelegen aan de [straat 1], alwaar

die [slachtoffer 1] verbleef, heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 primair.

hij op of omstreeks 30 april 2012 te Terneuzen ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met

dat opzet naar de woning van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] is gegaan en, aldaar

aangekomen, meermalen met een vuurwapen op de woning gelegen aan de

[straat 1], alwaar die [slachtoffer 2] op dat moment verbleef, heeft geschoten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in de periode van 1 januari 2012 tot en met 11 mei 2012 te Terneuzen,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, een wapen van categorie II, te weten een enkelloops

machine(kogel)geweer (merk Zastava) voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Hij heeft daarbij rekening gehouden met de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd. Verdachte heeft een volautomatisch wapen leeggeschoten in beginsel op één van de slachtoffers en vervolgens op diens woning, waarbij hij het doel had om te doden. Daarnaast houdt hij rekening met het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij in 2010 al een keer eerder is veroordeeld voor verboden vuurwapenbezit.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ervoor gepleit om verdachte vrij te spreken van alle aan hem tenlastegelegde feiten.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beantwoording van de vraag welke straf aan verdachte moet worden opgelegd houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voor wat betreft de ernst van het bewezenverklaarde neemt de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte is, samen met een aantal anderen, willens en wetens en doelbewust, naar de woning van [slachtoffer 1] en diens moeder [slachtoffer 2] gereden. Zij hadden op dat moment een Zastava – feitelijk een AK-47 machine(kogel)geweer, type Kalashnikov – bij zich. Zij zijn uitgestapt en op [slachtoffer 1], die buiten kwam kijken, afgegaan. Verdachte heeft daarbij met de Zastava bewust op [slachtoffer 1] en later op de voorpui van de woning in één salvo een groot aantal schoten gelost. De voorpui werd daarbij doorzeefd. Uit niets blijkt dat de aanvallers zich ook maar enige rekenschap hebben gegeven omtrent wie er zich verder in de woning bevond en wie er door deze grove beschieting geraakt zou kunnen worden. Zo waren, naar ter terechtzitting is gebleken, afgezien van het tweede slachtoffer [slachtoffer 2], tot kort vóór de aanval ook de jonge kleinkinderen van het echtpaar [naam 12] aanwezig. Daarnaast was het, zeker ook gezien het relatief vroege tijdstip in de avond, voorts bepaald niet uitgesloten geweest dat er voorbijgangers in de buurt waren geweest, met alle risico’s van dien voor hen.

Het gebeuren kan niet anders worden betiteld dan als een brute aanslag, gepleegd op de openbare weg midden in een woonwijk.

De gevolgen voor met name [slachtoffer 1] zijn enorm. Hij is na een groot aantal operaties, tot op de dag van de terechtzitting, ruim twee jaar na de schietpartij, nog steeds onder behandeling bij diverse medisch specialisten als gevolg van zijn verwondingen.

Feiten als de onderhavige dragen een voor de rechtsorde in zijn algemeenheid zeer schokkend karakter en brengen ook buiten de directe omgeving van de slachtoffers gevoelens van angst en onveiligheid teweeg.

De rechtbank heeft in het nadeel van de verdachte voorts acht geslagen op een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 16 juni 2014. Hieruit blijkt dat hij al vele malen eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder in 2010 zelfs voor het voorhanden hebben van een vuurwapen. Deze eerdere veroordelingen hebben hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen, hetgeen met zich brengt dat thans aan het belang van bescherming van de samenleving een zwaar gewicht moet worden toegekend.

Gezien het kille, niets ontziende karakter van een daad als de onderhavige is de rechtbank dan ook van oordeel dat met de door de officier van justitie gevorderde straf niet kan worden volstaan. Mede gelet op de straffen die voor soortgelijke delicten worden opgelegd, acht zij een gevangenisstraf voor de duur van vijftien jaar passend en geboden.

7 De benadeelde partijen

7.1

[slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 59.258,08, waarvan € 11.758,08 ter zake van materiële schade, € 40.000,00 ter zake van een voorschot immateriële schade en € 7.500,00 ter zake van een voorschot shockschade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2012.

De raadsman heeft namens hem aangevoerd dat de gevolgen van de schietpartij van grote omvang zijn geweest voor [slachtoffer 1]. Hij heeft inmiddels 11 spoedoperaties wegens complicaties, 30 kijkoperaties en 7 grote operaties ondergaan. Hij is daartoe nog 43 keer opgenomen geweest in het ziekenhuis. De laatste kijkoperaties dateren van 17 en 23 juni 2014 en men hoopt met nog 5 operaties dat deel van de behandeling te kunnen afsluiten, waarna nog een langdurig proces van lichamelijk herstel zal moeten plaatsvinden. Of volledige genezing zal plaatsvinden is nog steeds niet duidelijk. Naast deze medische gevolgen is [slachtoffer 1] ook psychisch ernstig geraakt door de schietpartij. Hij is niet in staat om zijn hobby’s zoals hardlopen, fietsen, zwemmen of uitgaan met vrienden uit te voeren en of hij nog in staat is een opleiding aan te vangen of een carrière op te bouwen is twijfelachtig. Hij is thans afhankelijk van thuiszorg voor persoonlijke en geneeskundige verzorging. De raadsman verwijst ter onderbouwing van de vordering tot smartengeld en shockschade naar de uitspraken met nummers 1590, 794 en 797, opgenomen in de ANWB-Smartengeldgids.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot het toewijzen van een schadevergoedingsbedrag voor de benadeelde partij. Hij is van mening dat er in deze zaak voldoende gegevens voorhanden zijn om minstens ten dele op de vordering betreffende shockschade te beslissen. Hij heeft hiertoe gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een bedrag van € 30.000,00, te weten € 10.000,00 aan voorschot materiële schadevergoeding, € 15.000,00 aan voorschot immateriële schadevergoeding en € 5.000,00 aan voorschot shockschade. Voorts heeft de officier van justitie verzocht de schademaatregel op te leggen, alsook de wettelijke rente vanaf 30 april 2012.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat deze vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, gelet op de door de raadsman bepleite integrale vrijspraak van verdachte. Subsidiair heeft de raadsman opgemerkt dat de immateriële schadevergoeding buitenproportioneel hoog is en dat hij in soortgelijke gevallen nog niet eerder dergelijke hoge bedragen toegewezen heeft zien worden. Voorts heeft hij opgemerkt dat de vordering niet is onderbouwd met stukken van (een) arts(en) en/of psycholoog waaruit blijkt hoe de medische situatie nu is omtrent [slachtoffer 1]. Om deze reden zal de rechtbank ook deze vordering niet-ontvankelijk dienen te verklaren. Voor wat betreft de materiële schadevergoeding van [slachtoffer 1] heeft de verdediging geen opmerkingen gemaakt.

Materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat uit de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij materiële schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit 1 en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Nu de hoogte van de gevorderde materiële schade door de verdediging niet is betwist zal de vordering in zoverre dan ook worden toegewezen. Omdat de diverse schadeposten op verschillende tijdstippen tussen 30 april 2012 en de datum van indiening van de vordering – te weten 7 juli 2014 – zijn ontstaan, zal de wettelijke rente worden toegewezen met ingang van 7 juli 2014.

Immateriële schade

De gevorderde immateriële schade is voldoende aannemelijk gemaakt, gelet op de door de benadeelde partij geleden pijn en het ernstige fysieke en geestelijke letsel, en is door de verdediging onvoldoende weersproken. Ook dit gedeelte zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2012.

Shockschade

Voor wat betreft de gevorderde shockschade bepaalt de rechtbank dat deze niet-ontvankelijk wordt verklaard. De vordering is, zoals deze thans voorligt, niet genoegzaam onderbouwd en toegelicht, nu de rechtbank alleen de verklaring van het slachtoffer heeft dat hij geshockt is.

De rechtbank begroot de (de materiële- en immateriële) schade tot op heden op een bedrag van € 51.758,08. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. Hij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij van [slachtoffer 1] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

7.2

[slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 32.500,00, waarvan € 7.500,00 ter zake van een voorschot immateriële schade en € 25.000,00 ter zake van een voorschot shockschade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2012.

De raadsman van de benadeelde partij heeft namens haar aangevoerd dat zij immateriële schade heeft geleden die bestaat uit letselschade die zij door haar verwondingen heeft opgelopen en de shockschade die het gevolg is van wat zij haar zoon heeft zien overkomen. Lichamelijk kan gesproken worden van een volledige genezing, waarbij zij wel twee maanden lang thuiszorg nodig heeft gehad. Geestelijk is er van genezing geen sprake. [slachtoffer 2] heeft sinds de schietpartij een hartinfarct gehad, is gedotterd en slikt medicatie tegen depressiviteit. Dit is een gevolg van hoe ze heeft gezien hoe haar zoon voor haar ogen beschoten werd met een automatisch vuurwapen in haar eigen huis. Sindsdien leeft ze met en voor haar, sinds de schietpartij ernstig gewonde, zoon. De raadsman verwijst ter onderbouwing van de vordering op letselschade en shockschade naar de uitspraken met nummers 699, 794 en 797, opgenomen in de ANWB-Smartengeldgids.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot het toewijzen van een schadevergoedingsbedrag voor de benadeelde partij. Hij is van mening dat er in deze zaak voldoende gegevens voorhanden zijn om minstens ten dele op de vordering betreffende shockschade te beslissen. Hij heeft hiertoe gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een bedrag van € 15.000,00, te weten € 5.000,00 aan voorschot materiële schadevergoeding en € 10.000,00 aan voorschot shockschade. Voorts heeft de officier van justitie verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen, alsook de wettelijke rente vanaf 30 april 2012.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vordering niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, gelet op de door de raadsman bepleite integrale vrijspraak van verdachte.

Immateriële schade

De rechtbank is van oordeel dat de schade van [slachtoffer 2] een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

De gevorderde immateriële schadevergoeding is voldoende aannemelijk gemaakt en niet weersproken, zodat de vordering voor wat betreft dit gedeelte zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2012.

Shockschade

Voor wat betreft de gevorderde shockschade bepaalt de rechtbank dat deze niet-ontvankelijk wordt verklaard. De vordering is, zoals deze thans voorligt, niet genoegzaam onderbouwd en toegelicht, nu de rechtbank alleen de verklaring van het slachtoffer heeft dat zij geshockt is.

De rechtbank begroot de immateriële schade tot op heden op een bedrag van € 7.500,00. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij van [slachtoffer 2] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

7.3

[benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3] en [getuige 1]

De benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3] en [getuige 1] vorderen respectievelijk een schadevergoeding van € 9.871,20 (€ 4.871,20 aan materiële schade en € 5.000,00 aan voorschot immateriële schade), € 1.232,00 (aan materiële schade), € 3.074,40 (aan materiële schade) en € 1.218,00 (aan materiële schade).

De raadsman van de benadeelde partijen heeft namens hen materiële schadevergoeding geclaimd als gevolg van ziekenvervoer, reiskosten, telefoonkosten en niet verzekerde medische kosten. Namens [benadeelde partij 1] heeft hij daarnaast immateriële schadevergoeding verzocht wegens geestelijk letsel dat is ontstaan door familieleden in een levensbedreigende situatie zijn gebracht en de aantasting van hun gezinsleven.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van [benadeelde partij 1] zal worden toegewezen tot een bedrag van € 4.500,00, te weten € 3.000,00 aan voorschot materiële schadevergoeding en € 1.500,00 aan immateriële schadevergoeding.

De vordering van [benadeelde partij 2] kan zijns inziens worden toegewezen tot een bedrag van

€ 1.000,00, aan materiële schadevergoeding.

De vordering van [benadeelde partij 3] kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.500,00, aan materiële schadevergoeding.

De vordering van [getuige 1] kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00, aan materiële schadevergoeding.

Voorts heeft de officier van justitie verzocht de schademaatregel op te leggen, alsook de wettelijke rente vanaf 30 april 2012.

Voor het geval de rechtbank een of meerdere vorderingen niet-ontvankelijk zou verklaren omdat geen sprake is van directe schade, verzoekt de officier van justitie die schade dan als verlegde schade van [slachtoffer 1] te beschouwen en bij zijn vordering toe te wijzen.

De verdediging heeft voor wat betreft deze vorderingen benadeelde partij primair op het standpunt gesteld dat deze niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, gelet op de door de raadsman bepleite integrale vrijspraak van verdachte.

Subsidiair heeft de verdediging verzocht de vorderingen van [benadeelde partij 3], [getuige 1], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk te verklaren, nu zij in onderhavige zaak geen slachtoffers en/of aangevers zijn en hun namen ook niet voorkomen in de tenlastelegging. De reikwijdte van artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering staat het niet toe hen als benadeelde partij aan te merken.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van artikel 51a lid 1 van het Wetboek van Strafvordering degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding kan voegen in het strafproces. Van rechtstreekse schade is sprake indien iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. De rechtbank is van oordeel dat de schade die de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3] en [getuige 1] hebben gevorderd, hoewel delictgerelateerd, niet aan te merken is als rechtstreekse schade die zij als gevolg van het hiervoor onder 4.4 weergegeven bewezenverklaarde handelen van verdachte hebben geleden.

Niet valt in te zien dat de schade kan worden beschouwd als verlegde schade van [slachtoffer 1].

Deze benadeelde partijen zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering. Zij kunnen hun vorderingen bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 36f, 45, 47, 57, 91, 287 en 289 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair: Medeplegen van poging tot moord;

feit 2 primair: Medeplegen van poging tot doodslag;

feit 3: Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 (vijftien) jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- verklaart de benadeelde partij [getuige 1] niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van de door de rechtbank tot op heden begrote schade van € 51.758,08, waarvan € 11.758,08 ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 7 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, en € 40.000,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 30 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van de door de rechtbank tot op heden begrote schade van € 7.500,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 30 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1), € 51.758,08, 290 dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente berekend – gelet op de ondeelbaarheid van de gevorderde schade - vanaf 7 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2), € 7.500,00, 72 dagen hechtenis, vermeerderd met de rente berekend vanaf 30 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover deze bedragen door één of meer mededaders zijn betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, voorzitter, mr. K.M. de Jager en mr. R.A. Borm, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.J.Y. Leijs, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 21 juli 2014.

Mr. R.A. Borm is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 33 van proces-verbaal I.

2 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal (pv), wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s uit PV I, betreft dit de pagina's van het procesdossier met het nummer PL1900-2012031329 d.d. 11 augustus 2013 van de regiopolitie Zeeland, rechercheteam 3 opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, doorgenummerde pagina’s 1 t/m 517 (hierna te noemen proces-verbaal I) of van het eindproces-verbaal met dossiernummer 2012033937 van politie Zeeland, rechercheteam 3, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 78 (hierna te noemen proces-verbaal II) of van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL1900-2012031329 van politie Zeeland, rechercheteam 3, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 32 (hierna te noemen proces-verbaal III) of van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL1900-2012031329-164 van politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, divisie recherche, recherche team 3 ZVL, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, niet doorgenummerd (hierna te noemen proces-verbaal IV). Proces-verbaal van bevindingen, pagina 27 van proces-verbaal I.

3 Proces-verbaal relaas, pagina 7 van proces-verbaal I.

4 Een schriftelijk bescheid, te weten een GGD-letselbeschrijving d.d. 28 juni 2012 opgemaakt door forensisch geneeskundige J. Vrencken, pagina 85 en 86 van proces-verbaal I.

5 Een schriftelijk bescheid, te weten een aanvullende GGD-letselbeschrijving d.d. 29 mei 2013 opgemaakt door forensisch geneeskundige J. Vrencken, pagina 87 en 88 van proces-verbaal I.

6 Proces-verbaal van getuigenverhoor K. Decaestecker, pagina 133 van proces-verbaal I.

7 Een schriftelijk bescheid, te weten een GGD-letselbeschrijving d.d. 7 juni 2012 opgemaakt door forensisch geneeskundige J. Vrencken, pagina 75 van proces-verbaal I.

8 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 25 van proces-verbaal I.

9 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 26 van proces-verbaal I.

10 Proces-verbaal van bevindingen, pagina’s 33 en 34 van proces-verbaal I.

11 Proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 278 van proces-verbaal I.

12 Een schriftelijk bescheid, te weten het rapport van The Maastricht Forensic Institute (verder: TMFI) d.d. 20 augustus 2012, pagina 341 van proces-verbaal I.

13 Proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 280 van proces-verbaal I.

14 Eigen waarneming van de rechtbank op grond van foto met nummer 19 uit de fotomap ‘Schieten met een vuurwapen op de woning [straat 1] Terneuzen met daarbij twee gewonden’, pagina 298 van proces-verbaal I.

15 Proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 281 van proces-verbaal I.

16 Proces-verbaal onderzoek vuurwapens en munitie, pagina 322 van proces-verbaal I.

17 Proces-verbaal onderzoek voorwerp m.b.t. Wet Wapens en Munitie, pagina 323 en 324 van proces-verbaal I.

18 Verhoor verdachte [naam 3], pagina 35 van proces-verbaal II.

19 Proces-verbaal verhoor [slachtoffer 1] door de federale gerechtelijke politie Gent, pagina’s 103-109 van proces-verbaal I.

20 Proces-verbaal verhoor [slachtoffer 1] door de federale gerechtelijke politie Gent, pagina 108 van proces-verbaal I.

21 Proces-verbaal verhoor [slachtoffer 1] door de federale gerechtelijke politie Gent, pagina 109 van proces-verbaal I.

22 Proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 1], pagina’s 77-80 van proces-verbaal I.

23 Proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 2], pagina’s 55-57 van proces-verbaal I.

24 Proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 1], pagina 50 van proces-verbaal I.

25 Proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 5], pagina’s 144 en 145 van proces-verbaal I.

26 Proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 6], pagina’s 149 en 150.

27 Proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 7], pagina 153 van proces-verbaal I.

28 Proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 8], pagina 167 van proces-verbaal I.

29 Proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 9], pagina 180 van proces-verbaal I.

30 Proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 10], pagina 182 van proces-verbaal I.

31 Proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 11], pagina 184 van proces-verbaal I.

32 Proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 2], pagina 189 van proces-verbaal I.

33 Proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 2], pagina 191 van proces-verbaal I.

34 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 273 van proces-verbaal I.

35 Aanvullend proces-verbaal, pagina 3 van proces-verbaal III.

36 Een schriftelijk bescheid, te weten een NFI-rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een schietincident d.d. 6 september 2012, pagina 372 van proces-verbaal I.

37 Een schriftelijk bescheid, te weten een NFI-rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een schietincident d.d. 6 september 2012, pagina 373 van proces-verbaal I.

38 Proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 282 en 283 van proces-verbaal I.

39 Aanvullend proces-verbaal, pagina 3 van proces-verbaal III.

40 Een schriftelijk bescheid, te weten een NFI-rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een schietincident d.d. 6 september 2012, pagina 366-375 van proces-verbaal I.

41 Een schriftelijk bescheid, te weten een rapport Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek d.d. 10 juli 2012, pagina 366 van proces-verbaal I.

42 Een schriftelijk bescheid, te weten een NFI-rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een schietincident d.d. 6 september 2012, pagina 366-375 van proces-verbaal I.

43 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 maart 2012, opgenomen in proces-verbaal IV.

44 Proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 15], pagina 253 van proces-verbaal I.

45 Proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 16], pagina 257 van proces-verbaal I.

46 Proces-verbaal bevindingen mbt mastgegevens, pagina 380 van proces-verbaal I.

47 Overzicht aangestraalde masten door GSM [nummer 3] i.g.b. verdachte [verdachte], bijlage bij het proces-verbaal mbt mastgegevens, pagina’s 382 en 383.