Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:4461

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20-06-2014
Datum publicatie
03-01-2018
Zaaknummer
AWB-13_7179
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2018/236
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Procedurenummers AWB 13/7179 tot en met 13/7182,

AWB 13/7184 tot en met 13/7186 en

AWB 13/7188 tot en met 13/7190

uitspraak van 20 juni 2014

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende] , wonende te [plaats] ,

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

De bestreden uitspraken op bezwaar

De uitspraken van de inspecteur van 11 november 2013 op de bezwaren van belanghebbende tegen de aan hem over de jaren 2007 tot en met 2011 opgelegde (navorderings)aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) en zorgverzekeringswet (hierna: ZVW), de daarbij in rekening gebachte heffingsrente en de gelijktijdig bij beschikkingen vastgestelde vergrijpboeten.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2014 te Eindhoven. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, en namens de inspecteur [inspecteur] . De onderhavige zaken zijn gelijktijdig behandeld met de zaak van belanghebbende met het procedurenummers 13/7191.

1 Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraken op bezwaar;

  • -

    vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2007 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.752 en de daarbij vastgestelde vergrijpboete tot 50% van de nagevorderde IB/PVV;

  • -

    vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2008 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 29.846 en de daarbij vastgestelde vergrijpboete tot 50% van de nagevorderde IB/PVV;

  • -

    vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2009 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 3.147 en de daarbij vastgestelde vergrijpboete tot 50% van de nagevorderde IB/PVV;

  • -

    vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2010 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 15.208 en de daarbij vastgestelde vergrijpboete tot 50% van de nagevorderde IB/PVV;

  • -

    vermindert de aanslag IB/PVV 2011 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 51.653;

  • -

    vernietigt de navorderingsaanslagen inkomensafhankelijke bijdrage ZVW over de jaren 2007, 2010 en de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage ZVW over 2011;

  • -

    vermindert de navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage ZVW over 2008 tot een berekend naar een bijdrage-inkomen van € 29.846;

- vermindert navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage ZVW over 2009 tot een berekend naar een bijdrage-inkomen van € 2.381; en

- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 44 aan deze vergoedt.

2 Gronden

2.1.

Belanghebbende woonde in de onderhavige jaren in de door hem gehuurde woning op het adres [adres 1] te [plaats] . Op 2 maart 2007 heeft belanghebbende voor € 180.000 een woning met het adres [adres 2] te [plaats] (hierna: het pand) gekocht. De aankoop van het pand is geheel gefinancierd met een hypothecaire lening.

2.2.

Op de navolgende data zijn in het pand invallen geweest van de politie en zijn vier maal een hennepkwekerij aangetroffen en een maal een hennepdrogerij.

Op 26 juni 2007 een hennepkwekerij met 578 planten;

op 1 juli 2008 een hennepkwekerij met 601 planten;

op 3 mei 2010 een hennepkwekerij met 244 planten;

op 23 november 2010 een hennepkwekerij met 617 planten; en

op 28 april 2011 een hennepdrogerij met 17,65 kg henneptoppen. Ter zake van de heraansluiting van de aansluitingen van de nutsbedrijven heeft belanghebbende de eerste twee keren enkel de afsluitkosten van ca € 52 hoeven te betalen. Ter zake van de laatste twee afsluitingen heeft belanghebbende telkens ca € 3.000 moeten betalen aan de energieleverancier. Op 25 oktober 2011 is het pand op last van de burgemeester voor een periode van 12 maanden gesloten.

2.3.

Belanghebbende dreef in de onderhavige jaren een onderneming in de vorm van een eenmanszaak, genaamd [X] . De ondernemingsactiviteiten bestonden uit het organiseren van feesten en concerten.

2.4.

Op 27 oktober 2009 is bij [X] een boekenonderzoek aangekondigd. Doel van het onderzoek was het vaststellen van de aanvaardbaarheid van de aangifte omzetbelasting over het tijdvak 1 april 2009 tot en met 30 juni 2009. Met dagtekening 21 december 2011 is een rapport opgemaakt van dit boekenonderzoek.

2.5.

Op 27 juni 2012 is bij belanghebbende een boekenonderzoek aangekondigd. Doel van het onderzoek was het vaststellen van de aanvaardbaarheid van de aangiften omzetbelasting en inkomstenbelasting over de jaren 2007 tot en met 2011. Met dagtekening 1 maart 2013 is een rapport opgemaakt van dit boekenonderzoek. In dit rapport zijn tevens de vergrijpboeten aangekondigd. Ten aanzien van de correcties resultaat uit overige werkzaamheden (zonder de inkomsten uit de hennepteelt/handel) en de aftrek van de hypotheekrente eigen woning is een boete aangekondigd van 50% en ten aanzien van de inkomsten uit hennepteelt/handel is een boete van 50% aangekondigd die met 10% (dus een boete van per saldo 45%) is gematigd in verband met de omstandigheid dat deze inkomsten zijn geschat.

2.6.

Naar aanleiding van de boekenonderzoeken is op 3 augustus 2012 voor de inkomstenbelasting en omzetbelasting betreffende de jaren 2007 tot en met 2011 een informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a van de AWR afgegeven in verband met het niet voldoen aan de administratievoorschriften. Tegen deze informatiebeschikking is geen rechtsmiddel aangewend.

2.7.

Op grond van het in 2.5 genoemde controlerapport zijn de volgende correcties toegepast:

Jaar

2007

2008

2009

2010

2011

resultaat overige werkzaamheden

€ 26.246

€ 30.033

€ 2.568

€ 1.020 -/-

-

aftrek eigen woning

€ 18.681

€ 16.264

-

€ 12.987

hennepteelt/handel

€ 96.744

€ 262.718

€ 277.946

€ 158.514

€ 48.763

persoons-gebonden aftrek

-

-

€ 187

-

-

2.8.

Dit heeft geleid tot de volgende (navorderings)aanslagen:

IB/PVV

2007

2008

2009

2010

2011

Procedurenummer:

13/7179

13/7181

13/7184

13/7186

13/7189

Dagtekening:

17 december 2012

10 april 2013

10 april 2013

10 april 2013

13 april 2013

Aanslagnummer

H.77

H.87

H.97

H.07

H.16.01

Belastbaar inkomen uit werk en woning:

€ 126.496

€ 292.564

€ 281.093

€ 173.722

€ 100.416

Vergrijpboete:

€ 31.319

€ 63.779

€ 58.924

€ 36.479

-

Heffingsrente:

€ 11.617

€ 20.633

€ 13.308

€ 4.791

€ 831

ZVW

2007

2008

2009

2010

2011

Procedurenummer:

13/7180

13/7182

13/7185

13/7188

13/7190

Dagtekening:

17 december 2012

23 maart 2013

23 maart 2013

23 maart 2013

13 april 2013

Aanslagnummer

W.77

W.87

W.97

W.06

W.16.01.4

Bijdrage-inkomen:

€ 30.623

€ 31.231

€ 31.603

€ 18.030

€ 33.427

Bijdrage ZVW:

€ 910

€ 1.592

€ 1.516

€ 892

€ 1.888

Heffingsrente:

€ 171

€ 229

€ 146

€ 52

€ 23

2.9.

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen voornoemde (navorderings)aanslagen. Op 28 oktober 2013 heeft een hoorgesprek plaatsgevonden. Bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 11 november 2013 heeft de inspecteur de bezwaren ongegrond verklaard.

2.10.

In geschil is of de (navorderings)aanslagen, de heffingsrente en de boetebeschikkingen terecht en tot juiste bedragen zijn opgelegd dan wel zijn vastgesteld. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de correcties in verband met de hennepteelt/handel terecht zijn. De overige correcties zijn niet in geschil.

Bewijslast

2.11.

Artikel 25, derde lid, van de AWR bepaalt, voor zover hier van belang dat, indien niet de vereiste aangifte is gedaan of een onherroepelijk geworden informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a van de AWR is afgegeven, bij de uitspraak op bezwaar de belastingaanslag wordt gehandhaafd, tenzij gebleken is dat en in hoeverre de belastingaanslag onjuist is (omkering en verzwaring van de bewijslast). Een soortgelijke bepaling is voor de beroepsfase neergelegd in artikel 27e van de AWR. Hierin is bepaald dat indien niet aan de hiervoor genoemde verplichting is voldaan of indien er een onherroepelijk geworden informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a van de AWR is afgegeven, de rechtbank het beroep ongegrond verklaart, tenzij is gebleken dat en in hoeverre de uitspraak op bezwaar onjuist is.

2.12.

De rechtbank constateert dat er met betrekking tot de onderhavige periode een informatiebeschikking als bedoeld in artikel 52a van de AWR is afgegeven en dat die onherroepelijk is geworden (zie 2.6). In dat geval dient belanghebbende naar het oordeel van de rechtbank ingevolge het bepaalde in artikel 27e voornoemd te bewijzen dat de uitspraak op bezwaar onjuist is en in welke mate deze onjuist is. Voor dat bewijs kan belanghebbende niet volstaan met aannemelijk maken maar moet hij dat "doen blijken" ofwel overtuigend aantonen.

2.13.

De wetswijziging waarbij artikel 52a van de AWR is ingevoerd (Wet van 27 mei 2011, houdende wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten ten behoeve van de rechtsbescherming met betrekking tot de administratieplicht en controlehandelingen van de fiscus, Stb. 2011, 265) bevat geen overgangsrecht en is van kracht gegaan met ingang van 1 juli 2011 (Besluit van 14 juni 2011 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 27 mei 2011, houdende wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten ten behoeve van de rechtsbescherming met betrekking tot de administratieplicht en controlehandelingen van de fiscus (Stb. 2011, 265) Stb. 2011, 301). Nu de onderhavige aanslagen alle zijn vastgesteld na 1 juli 2011 is de rechtbank van oordeel dat het in 2.12 gegeven oordeel voor alle onderhavige aanslagen geldt.

(Navorderings)aanslagen

2.14.

Nu enkel de inkomsten uit de hennepteelt/handel in geschil zijn dient belanghebbende overtuigend aan te tonen dat de uitspraken op bezwaar, in dit geval dan de aanslagen, in zoverre onjuist zijn. Belanghebbende voert hiertoe aan dat hij ter zake van die hennepteelt/handel geen enkele bemoeienis heeft gehad en geen inkomsten daaruit heeft genoten. Teven stelt hij dat hij het pand in de onderhavige periode heeft verhuurd, dat ter zake van die hennep anderen strafrechtelijk zijn veroordeeld en hem strafrechtelijk geen enkel verwijt is gemaakt. De inspecteur stelt zich hierbij op het standpunt dat hij de mogelijke huurders niet kan controleren nu deze alle vier bij de belastingdienst niet bekend zijn en afkomstig zijn uit Bulgarije zodat naspeuren achteraf ook niet goed mogelijk is. Dat belanghebbende strafrechtelijk geen verwijt wordt gemaakt acht de inspecteur niet relevant. De inspecteur acht evenmin relevant dat anderen mogelijk wel ter zake van de hennep zijn veroordeeld. De inspecteur wijst verder op de omstandigheid dat belanghebbende aan de energieleverancier ter zake van de laatste twee afsluitingen twee keer ca € 3.000 heeft betaald.

2.15.

De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende met de in 2.14 genoemde feiten en omstandigheden tegenover de betwisting door de inspecteur niet overtuigend heeft aangetoond dat de aanslag te hoog is.

2.16.

In het geval belanghebbende niet is geslaagd in het van hem verlangde bewijs dient de rechtbank nog te beoordelen of de aanslagen niet naar willekeur zijn vastgesteld. De bewijslast hiervan rust op de inspecteur. De inspecteur heeft zich voor de hoogte van de door belanghebbende genoten inkomsten enkel gebaseerd op de volgende gegevens:

- gemiddeld aantal planten: 600;

- gemiddelde cyclus: 10 weken resulterend in het aantal oogsten per jaar van respectievelijk 2, 5, 5, 3, 1;

- gemiddelde gewicht per plant: 28,2 gram;

- opbrengst per gram: van respectievelijk in de onderhavig jaren € 3.02, € 3,28, € 3,46, € 3,31 en € 3.28.

2.17.

De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur tegenover de gemotiveerde betwisting door belanghebbende, niet aannemelijk heeft gemaakt dat redelijkerwijs enig inkomen uit de hennepteelt/handel aan belanghebbende moet worden toegerekend. Het enkele feit dat belanghebbende eigenaar is van het pand is daartoe onvoldoende. De omstandigheid dat in dat pand in de onderhavige periode tot vier maal toe een hennepkwekerij is opgerold en een maal een hennepdrogerij is opgerold maakt dit niet anders. Daartegenover staat immers dat de rechtbank aannemelijk acht dat het pand steeds was verhuurd op het moment dat de politie een inval deed. De rechtbank neemt hierbij voorts in overweging dat in al die gevallen aan belanghebbende met betrekking tot die hennep geen strafrechtelijk verwijt is gemaakt terwijl dat verwijt, naar de rechtbank aannemelijk acht, wel aan anderen is gemaakt. De rechtbank is derhalve van oordeel dat ter zake van de hennepteelt/handel bij belanghebbend in het onderhavige geval geen inkomsten in aanmerking kunnen worden genomen. De omstandigheid dat belanghebbende de kosten van de heraansluiting voor de nutsbedrijven voor zijn rekening neemt maakt dit niet anders. Deze aansluitingen zijn immers onontbeerlijk als belanghebbende het pand weer wil verhuren. De rechtbank acht bovendien aannemelijk dat de nutsbedrijven die twee keren geen genoegen meer namen met enkel de vergoeding voor de heraansluiting omdat verhaal van andere kosten bij de toenmalige huurder niet goed mogelijk was.

2.18.

Vorenstaand oordeel heeft tot gevolg dat het inkomen verminderd moet worden met de correcties ter zake van de hennepteelt/handel. Voor de (navorderings)aanslagen IB/PVV heeft dat tot gevolgen dat die moeten worden verminderd tot (navorderings)aanslagen berekend naar belastbare inkomens uit werk en woning van:

Aanslagen IB/PVV

2007

2008

2009

2010

2011

Vastgesteld belastbaar inkomen

€ 126.496

€ 292.564

€ 281.093

€ 173.722

€ 100.416

correctie hennepteelt/handel -/-

€ 96.744

€ 262.718

€ 277.946

€ 158.514

€ 48.763

nader belastbaar inkomen

€ 29.752

€ 29.846

€ 3.147

€ 15.208

€ 51.653

Voor de (navorderings)aanslagen inkomensafhankelijke bijdrage ZVW heeft dat oordeel tot gevolg dat die moeten worden verminderd tot (navorderings)aanslagen berekend naar bijdrage-inkomens van:

Aanslagen inkomensafhankelijke bijdrage ZVW

nader belastbaar inkomen

€ 29.752

€ 29.846

€ 3.147

€ 15.208

€ 51.653

looninkomsten

€ 38.230

€ 766

€ 16.228

€ 51.653

Bijdrage-inkomen ZVW

nihil

€ 29.846

€ 2.381

nihil

nihil

Boete

2.19.

De rechtbank stelt voorop dat de boete in verband met de inkomsten uit de hennepteelt/handel komen te vervallen nu deze inkomsten niet in aanmerking kunnen worden genomen. Voor dat geval rest de beoordeling van de boete ter zake van de correcties resultaat uit overige werkzaamheden en de correctie van de ten onrechte in aftrek gebrachte hypotheekrente.

2.20.

De inspecteur kan op grond van artikel 67e van de AWR in combinatie met paragraaf 25 en 27 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 vergrijpboeten opleggen, indien als gevolg van (voorwaardelijke) opzet bij belanghebbende te weinig belasting is geheven. Niet is in geschil dat de inkomsten die als resultaat uit overige werkzaamheden (zoals uit [X] ) zijn gecorrigeerd hadden moeten worden aangegeven door belanghebbende en dat hij de hypotheekrente ten onrechte in aftrek heeft gebracht. De rechtbank acht aannemelijk dat belanghebbende dit wist en dat hij deze inkomsten niet heeft aangegeven en de rente in aftrek heeft gebracht om minder belasting te betalen. De rechtbank is daarom van oordeel dat het aan belanghebbendes opzet is te wijten dat aanvankelijk te weinig belasting is geheven. De rechtbank acht een boete op grond van artikel 67e van de AWR op zijn plaats. De door de inspecteur opgelegde boete van 50% van de nagevorderde IB/PVV is in overeenstemming met vorenstaande regelgeving en in dit geval naar het oordeel van de rechtbank passend en geboden.

Heffingsrente

2.21.

Het beroep tegen de (navorderings)aanslagen wordt geacht mede betrekking te hebben op de beschikkingen heffingsrente. Belanghebbende heeft tegen deze beschikkingen geen zelfstandige grieven aangevoerd. Het is de rechtbank overigens ook niet gebleken dat de bepalingen met betrekking tot de heffingsrente onjuist zijn toegepast. Gelet op het vorenstaande dienen de beschikkingen heffingsrente overeenkomstig de vermindering van de (navorderings)aanslagen te worden verminderd.

Slot

2.23.

Gelet op al het vorenstaande is het beroep gegrond verklaard.

2.24.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld of aannemelijk is geworden dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

Deze uitspraak is gedaan op 20 juni 2014 door mr. C.A.F.M. Stassen, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. J.C. van Hooft, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.