Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:3737

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
28-05-2014
Datum publicatie
03-06-2014
Zaaknummer
02/994538-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De raadsman heeft niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit, omdat de strafrechtelijke vervolging tot dubbele bestraffing zou leiden, aangezien de aan verdachte reeds opgelegde korting op toeslagrechten terzake van dezelfde gedragingen als een (onherroepelijke) veroordeling voor strafbare feiten moet worden aangemerkt. Dit is in strijd met artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

De rechtbank volgt dit standpunt niet, omdat de opgelegde korting op de bedrijfstoeslag naar haar oordeel niet als strafrechtelijk van aard kan worden beschouwd. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in bestendige jurisprudentie geoordeeld dat door verordeningen betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid uitgevaardigde sancties niet strafrechtelijk van aard zijn en de rechtbank is van oordeel dat dit eveneens geldt voor de op die verordeningen gebaseerde nationale regelgeving.

Verdachte wordt vrijgesproken van leidinggeven aan dan wel opdracht geven tot handelingen die door de maatschap zouden zijn verricht, omdat onvoldoende uit het dossier blijkt dat sprake is van een maatschap. Wel is sprake van medeplegen.

Verdachte wordt veroordeeld voor het meermalen overtreden van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Samen met zijn vader heeft hij de runderen op het bedrijf verwaarloosd en aan hen de nodige verzorging onthouden. Als gevolg van medische complicaties die hierdoor optraden, moesten veel dieren geëuthanaseerd worden. Verdachte is door de toezichthouders meermalen aangesproken op de erbarmelijke situatie waaronder de dieren leefden en hem werden verbeterpunten aangedragen, maar desondanks heeft verdachte zich blijvend passief en weigerachtig opgesteld. Om de ernst van de feiten te benadrukken, alsmede ter preventie, legt de rechtbank een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk op. Voorts legt de rechtbank de voorwaardelijke stillegging van het gehele bedrijf van verdachte gedurende één jaar op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JHG 2014/68
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/994538-12

vonnis van de meervoudige economische kamer d.d. 28 mei 2014

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1981 te Breda

wonende te [woonplaats], [adres]

raadsman mr. J. van Groningen, advocaat te Middelharnis

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 mei 2014. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie,
mr. Koopmans, en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

1.

[naam bedrijf] in of omstreeks de periode 15 september 2011 tot en

met 4 oktober 2011 te [plaats], gemeente Alphen-Chaam zonder redelijk doel of

met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is,

bij één of meer runderen pijn of letsel heeft veroorzaakt dan wel de

gezondheid of het welzijn van die dieren heeft benadeeld, immers heeft zij

toen daar

- voor de runderen, id-code NL 4980 3116 4 en/of NL 2687 0714 3 en/of NL 3211

1289 7 en/of NL 3687 2005 5 en/of DE 13023 40985 en/of NL 4986 3100 3, welke

runderen één of meer aandoeningen hadden die behandeling nodig hadden, geen

diergeneeskundige hulp ingeschakeld en/of

- de runderen met de werknummers 9941, 2827, 21790, 4568, 3190, 3215, 6166,

2880, 2885, 2538, 3118, 2283, 2379, 2399 en/of 2058

die kreupel waren door achterstallig onderhoud aan de klauwen niet of

onvoldoende bekapt of behandeld en/of

- de runderen, NL 4980 3116 4 en/of NL 2687 0714 3 en/of NL 3211 1289 7 en/of

DE 13023 40985 en/of NL 4986 3100 3 en/of de runderen met de werknummers

9941, 2827, 21790, 4568, 3190, 3215, 6166, 2880, 2885, 2538, 3118, 2283,

2379, 2399 en/of 2058, welke door hun aandoeningen pijn ondervonden bij het

voortbewegen, (telkens) een (lange) afstand laten lopen naar het weiland en/of

niet afgezonderd in een passend onderkomen,

hebbende hij, verdachte, tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans

feitelijke leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

[naam bedrijf] in of omstreeks de periode 15 september 2011 tot en

met 4 oktober 2011 te [plaats], gemeente Alphen-Chaam als houder van een of meer

dieren, te weten runderen, aan dat/die dier(en) de nodige verzorging heeft

onthouden, immers heeft zij toen daar

- voor de runderen, id-code NL 4980 3116 4 en/of NL 2687 0714 3 en/of NL 3211

1289 7 en/of NL 3687 2005 5 en/of DE 13023 40985 en/of NL 4986 3100 3, welke

runderen één of meer aandoeningen hadden die behandeling nodig hadden, geen

diergeneeskundige hulp ingeschakeld en/of

- de runderen met de werknummers 9941, 2827, 21790, 4568, 3190, 3215, 6166,

2880, 2885, 2538, 3118, 2283, 2379, 2399 en/of 2058

die kreupel waren door achterstalling onderhoud aan de klauwen niet of

onvoldoende bekapt of behandeld en/of

- de runderen, NL 4980 3116 4 en/of NL 2687 0714 3 en/of NL 3211 1289 7 en/of

DE 13023 40985 en/of NL 4986 3100 3 en/of de runderen met de werknummers

9941, 2827, 21790, 4568, 3190, 3215, 6166, 2880, 2885, 2538, 3118, 2283,

2379, 2399 en/of 2058, welke door hun aandoeningen pijn ondervonden bij het

voortbewegen, (telkens) een (lange) afstand laten lopen naar het weiland en/of

niet afgezonderd in een passend onderkomen;

hebbende hij, verdacht, tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans

feitelijke leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode 15 september 2011 tot en met 4 oktober 2011 te

[plaats], gemeente Alphen-Chaam tezamen en in vereniging met een ander, althans

alleen, zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking

van zodanig doel toelaatbaar is, bij één of meer runderen pijn of letsel heeft

veroorzaakt dan wel de gezondheid of het welzijn van die dieren heeft

benadeeld, immers heeft hij en/of zijn mededader toen daar

- voor de runderen, id-code NL 4980 3116 4 en/of NL 2687 0714 3 en/of NL 3211

1289 7 en/of NL 3687 2005 5 en/of DE 13023 40985 en/of NL 4986 3100 3, welke

runderen één of meer aandoeningen hadden die behandeling nodig hadden, geen

diergeneeskundige hulp ingeschakeld en/of

- de runderen met de werknummers 9941, 2827, 21790, 4568, 3190, 3215, 6166,

2880, 2885, 2538, 3118, 2283, 2379, 2399 en/of 2058

die kreupel waren door achterstallig onderhoud aan de klauwen niet of

onvoldoende bekapt of behandeld en/of

- de runderen, NL 4980 3116 4 en/of NL 2687 0714 3 en/of NL 3211 1289 7 en/of

DE 13023 40985 en/of NL 4986 3100 3 en/of de runderen met de werknummers

9941, 2827, 21790, 4568, 3190, 3215, 6166, 2880, 2885, 2538, 3118, 2283,

2379, 2399 en/of 2058, welke door hun aandoeningen pijn ondervonden bij het

voortbewegen, (telkens) een (lange) afstand laten lopen naar het weiland en/of

niet afgezonderd in een passend onderkomen;

derde subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode 15 september 2011 tot en met 4 oktober 2011 te

[plaats], gemeente Alphen-Chaam tezamen en in vereniging met een ander, althans

alleen, als houder van een of meer dieren, te weten runderen, aan dat/die

dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft hij en/of zijn

mededader toen daar

- voor de runderen, id-code NL 4980 3116 4 en/of NL 2687 0714 3 en/of NL 3211

1289 7 en/of NL 3687 2005 5 en/of DE 13023 40985 en/of NL 4986 3100 3, welke

runderen één of meer aandoeningen hadden die behandeling nodig hadden, geen

diergeneeskundige hulp ingeschakeld en/of

- de runderen met de werknummers 9941, 2827, 21790, 4568, 3190, 3215, 6166,

2880, 2885, 2538, 3118, 2283, 2379, 2399 en/of 2058

die kreupel waren door achterstalling onderhoud aan de klauwen niet of

onvoldoende bekapt of behandeld en/of

- de runderen, NL 4980 3116 4 en/of NL 2687 0714 3 en/of NL 3211 1289 7 en/of

DE 13023 40985 en/of NL 4986 3100 3 en/of de runderen met de werknummers

9941, 2827, 21790, 4568, 3190, 3215, 6166, 2880, 2885, 2538, 3118, 2283,

2379, 2399 en/of 2058, welke door hun aandoeningen pijn ondervonden bij het

voortbewegen, (telkens) een (lange) afstand laten lopen naar het weiland en/of

niet afgezonderd in een passend onderkomen;

2.

[naam bedrijf] op of omstreeks 15 september 2011 te [plaats],

gemeente Alphen-Chaam, een rund met het werknummer 3143 heeft verzorgd in

strijd met artikel 4 lid 3 van het Besluit welzijn productiedieren, immers

heeft zij toen daar dat rund, dat ziek of gewond leek, niet onmiddellijk op

passende wijze verzorgd en/of toen die zorg geen verbetering in de toestand

van het dier bracht, niet zo spoedig mogelijk een dierenarts geraadpleegd;

hebbende hij, verdachte, tot dat feit opdracht gegeven, althans feitelijke

leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 september 2011 te [plaats], gemeente Alphen-Chaam,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een rund met het

werknummer 3143 heeft verzorgd in strijd met artikel 4 lid 3 van het Besluit

welzijn productiedieren, immers heeft hij en/of zijn mededader toen daar dat

rund, dat ziek of gewond leek, niet onmiddellijk op passende wijze verzorgd

en/of toen die zorg geen verbetering in de toestand van het dier bracht, niet

zo spoedig mogelijk een dierenarts geraadpleegd;

4.

[naam bedrijf] op of omstreeks 10 november 2011 te [plaats], gemeente

Alphen-Chaam, één of meer runderen heeft verzorgd in strijd met artikel 4 van

het Besluit welzijn productiedieren, immers heeft zij toen daar de runderen

met werknummer 2962, 2283, 5458, 3027, 2379, 2997, 0743, 1895, 3925, 2998,

6166, 21790, 3207, 3230, 2880, 5453, 3104, 2399, 3169, 3153 en/of 0722, welke

dieren ziek of gewond leken, niet onmiddellijk op passende wijze verzorgd

en/of toen die zorg geen verbetering in de toestand van dat/die dier(en)

bracht, niet zo spoedig mogelijk een dierenarts geraadpleegd,

hebbende hij, verdachte, tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans

feitelijke leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 10 november 2011 te [plaats], gemeente Alphen-Chaam tezamen

en in vereniging met een ander, althans alleen, één of meer runderen heeft

verzorgd in strijd met artikel 4 van het Besluit welzijn productiedieren,

immers heeft hij en/of zijn mededader toen daar de runderen met werknummer

2962, 2283, 5458, 3027, 2379, 2997, 0743, 1895, 3925, 2998, 6166, 21790, 3207,

3230, 2880, 5453, 3104, 2399, 3169, 3153 en/of 0722, welke dieren ziek of

gewond leken, niet onmiddellijk op passende wijze verzorgd en/of toen die zorg

geen verbetering in de toestand van dat/die dier(en) bracht, niet zo spoedig

mogelijk een dierenarts geraadpleegd;

5.

[naam bedrijf] op of omstreeks 8 februari 2012 te [plaats], gemeente

Alphen-Chaam zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter

bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een rund met ID code NL 5201

0103-2 en/of bij een rund met het werknummer 3465 pijn of letsel heeft

veroorzaakt dan wel de gezondheid of het welzijn van dat/die dier(en) heeft

benadeeld, immers heeft zij toen daar

- voor het rund met ID code NL 5201 0103-2, dat kniegewrichtsontsteking en/of

klauwontsteking had onvoldoende diergeneeskundige hulp ingeschakeld en/of dat

dier niet afgezonderd in een passend onderkomen en/of niet voldoende

afgescheiden van andere runderen en/of onvoldoende voorzien van drinkwater en

voedsel en/of

- niet gezorgd dat bij het rund met het werknummer 3465 opgehoopte en

ingedroogde mest aan en bij de staart (tijdig) was verwijderd, waardoor de

staartpunt is afgekneld en/of aan het afsterven was,

hebbende hij, verdachte tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans

feitelijke leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

[naam bedrijf] op of omstreeks 08 februari 2012 te [plaats], gemeente

Alphen-Chaam, als houder van een of meer dieren, te weten een rund met ID

code NL 5201 0103-2 en/of bij een rund met het werknummer 3465, aan dat/die

dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, immers zij toen daar

- voor het rund met ID code NL 5201 0103-2, dat kniegewrichtsontsteking en/of

klauwontsteking had, onvoldoende diergeneeskundige hulp ingeschakeld en/of dat

dier niet afgezonderd in een passend onderkomen en/of niet voldoende

afgescheiden van andere runderen en/of onvoldoende voorzien van drinkwater en

voedsel en/of

- niet gezorgd dat bij het rund met het werknummer 3465 opgehoopte en

ingedroogde mest aan en bij de staart (tijdig) was verwijderd, waardoor de

staartpunt is afgekneld en/of aan het afsterven was,

hebbende hij, verdachte tot dat/die feit(en) opdracht gegeven, althans

feitelijke leiding gegeven aan voormelde verboden gedraging(en);

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 8 februari 2012 te [plaats], gemeente Alphen-Chaam tezamen

en in vereniging met een ander, althans alleen zonder redelijk doel of met

overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij

een rund met ID code NL 5201 0103-2 en/of bij een rund met het werknummer

3465 pijn of letsel heeft veroorzaakt dan wel de gezondheid of het welzijn van

dat/die dier(en) heeft benadeeld, immers heeft hij en/of zijn mededader toen

daar

- voor het rund met ID code NL 5201 0103-2, dat kniegewrichtsontsteking en/of

klauwontsteking had onvoldoende diergeneeskundige hulp ingeschakeld en/of dat

dier niet afgezonderd in een passend onderkomen en/of niet voldoende

afgescheiden van andere runderen en/of onvoldoende voorzien van drinkwater en

voedsel en/of

- niet gezorgd dat bij het rund met het werknummer 3465 opgehoopte en

ingedroogde mest aan en bij de staart (tijdig) was verwijderd, waardoor de

staartpunt is afgekneld en/of aan het afsterven was;

derde subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij of omstreeks 08 februari 2012 te [plaats], gemeente Alphen-Chaam, tezamen en

in vereniging met een ander, althans alleen als houder van een of meer dieren,

te weten een rund met ID code NL 5201 0103-2 en/of bij een rund met het

werknummer 3465, aan dat/die dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden,

immers hij en/of zijn mededader toen daar

- voor het rund met ID code NL 5201 0103-2, dat kniegewrichtsontsteking en/of

klauwontsteking had, onvoldoende diergeneeskundige hulp ingeschakeld en/of dat

dier niet afgezonderd in een passend onderkomen en/of niet voldoende

afgescheiden van andere runderen en/of onvoldoende voorzien van drinkwater en

voedsel en/of

- niet gezorgd dat bij het rund met het werknummer 3465 opgehoopte en

ingedroogde mest aan en bij de staart (tijdig) was verwijderd, waardoor de

staartpunt is afgekneld en/of aan het afsterven was.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De raadsman heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat aan verdachte reeds een korting op toeslagrechten is opgelegd terzake van dezelfde gedragingen als waarvoor hij in deze procedure strafrechtelijk wordt vervolgd. Nu de korting moet worden aangemerkt als een (onherroepelijke) veroordeling voor strafbare feiten, leidt de onderhavige strafrechtelijke vervolging tot dubbele berechting. Dit is in strijd met artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De raadsman verwijst hierbij naar een uitspraak van de economische politierechter Oost-Brabant van 19 december 2013 (ECLI:NL:RBOBR:2013:7409), waarin een korting van 20% is toegepast op alle aangevraagde subsidies.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Vooropgesteld wordt dat de korting van 15% op de bedrijfstoeslag – wegens het niet naleven van de daaraan verbonden randvoorwaarden – is opgelegd aan [naam], zijnde de vader van verdachte, en niet aan verdachte zelf. Ten aanzien van verdachte treft het verweer derhalve geen doel. Het verweer kan uitsluitend betrekking hebben op het aan verdachte ten laste gelegde leidinggeven aan dan wel opdracht geven tot gedragingen die door de maatschap zijn verricht.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in bestendige jurisprudentie geoordeeld dat door verordeningen betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid uitgevaardigde sancties niet strafrechtelijk van aard zijn (zie onder meer ECLI:NL:XX:2012:BW8544). De rechtbank is van oordeel dat dit eveneens geldt voor de op die verordeningen gebaseerde nationale regelgeving. De opgelegde korting op de bedrijfstoeslag kan naar het oordeel van de rechtbank dus niet als strafrechtelijk van aard worden beschouwd. Dat betekent dat verdachtes opvatting dat hij na de opgelegde korting op de bedrijfstoeslag opnieuw berecht of gestraft wordt in een strafrechtelijke procedure voor een strafbaar feit, onjuist is. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair, 2 primair, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan. Volgens de officier van justitie was sprake van een maatschap, omdat verdachte nadrukkelijk actief was binnen het bedrijf en naar buiten trad als iemand die zeggenschap had over de dagelijkse gang van zaken op het bedrijf. Hij had in ieder geval de mogelijkheid om een einde te maken aan de erbarmelijke situatie van de dieren. De officier van justitie wijst hierbij tevens op het feit dat de oprichting van een maatschap vormvrij is en dat inschrijving bij de Kamer van Koophandel voor de oprichting geen vereiste is.

Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat geen sprake was van een maatschap, dan kunnen de feiten volgens de officier van justitie bewezen worden verklaard in de variant van het medeplegen. Ten aanzien van de feitelijkheden baseert de officier van justitie zich op de processen-verbaal van de op het bedrijf uitgevoerde controles, de diergeneeskundige verklaringen en de opvallend hoge veesterfte binnen het bedrijf van verdachte. De aandoeningen van het vee zijn rechtstreeks te herleiden tot de slechte huisvestingsomstandigheden, de slechte kwaliteit van het pad naar het weiland en het gebrek aan verzorging van (de hoeven van) de dieren.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen, primair omdat de maatschap nooit heeft bestaan en subsidiair omdat verdachte geen zeggenschap had in het bedrijf en hem daarom niets verweten kan worden.

Daartoe voert de raadsman aan dat de vader van verdachte, [naam], en verdachte weliswaar in 2009 de intentie hadden om een maatschap te vormen, maar dat het daarvan nooit is gekomen. De bestaande situatie van de eenmanszaak op naam van [naam] is voortgezet. [naam] was degene die het bedrijf runde. Verdachte heeft uitsluitend voor een schamel loon bij het bedrijf gewerkt. Hij had geen zeggenschap over het bedrijf en voerde slechts het woord omdat hij aanwezig was. Sinds [naam] is overleden, is de situatie verbeterd, hetgeen erop duidt dat [naam] in de eerdere situatie op het bedrijf de hand had. Overigens was de situatie op het bedrijf niet zo ernstig als uit het dossier blijkt. De hoge veesterfte is niet noodzakelijkerwijs te relateren aan slecht beheer en volgens de raadsman staat niet vast dat er causaal verband is tussen de ijzeren uitsteeksels in de stal en de verwondingen bij de runderen. De raadsman heeft tenslotte betoogd dat [naam], die zo goed als blind was, zich bezig hield met het vee, en dat verdachte de werkzaamheden op het veld uitvoerde. Uit niets blijkt dat verdachte bemoeienis had met het beheren van de veestapel, zodat van medeplegen geen sprake was.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Was sprake van een maatschap?

Ten aanzien van de vraag of sprake was van [naam bedrijf] overweegt de rechtbank het volgende.

Op 4 februari 2009 hebben [naam] en verdachte een samenwerkingsovereenkomst getekend, inhoudend dat zij per 1 januari 2009 een maatschap zijn aangegaan. Tevens is hierin opgenomen dat de voorwaarden en bepalingen die het maatschapsverband beheersen, zullen worden vastgelegd in een nog op te maken overeenkomst van maatschap. De rechtbank leidt hieruit af dat er slechts een voornemen bestond om een maatschap aan te gaan. Een overeenkomst van maatschap is echter nimmer opgemaakt. Ook is geen sprake geweest van inschrijving van de maatschap in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Hoewel die inschrijving bij de Kamer van Koophandel niet bepalend is voor de oprichting van een maatschap, zo’n oprichting is vormvrij, is de rechtbank van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende stukken bevinden op grond waarvan kan worden aangenomen dat de maatschap daadwerkelijk tot stand gekomen is en dat [naam] en verdachte hebben samengewerkt in de vorm van een maatschap. In het bijzonder is niet gebleken van afspraken over winstverdeling tussen [naam] en verdachte, hetgeen kenmerkend is voor een maatschap.

Gelet hierop kan niet bewezen worden dat verdachte leiding heeft gegeven aan, dan wel opdracht heeft gegeven tot handelingen die door de maatschap zouden zijn verricht. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van de aan hem onder 1 primair en subsidiair, 2 primair, 4 primair en 5 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten.

Medeplegen

De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn vader heeft gehandeld en baseert dit oordeel op het volgende. Uit het dossier blijkt dat verdachte fulltime op het bedrijf werkzaam was en (daarnaast) elders geen dienstverband had. Hij was voor 1/3 eigenaar van het bedrijf en deed onder het samenwerkingsverband met zijn vader belastingaangifte. Voorts troffen de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst, die als toezichthouders op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren controles uitvoerden op het bedrijf van veehouder [naam], regelmatig verdachte aan als zij hun bevindingen wilden bespreken, waaruit tevens blijkt dat verdachte frequent op het bedrijf aanwezig was en aldaar werkzaamheden verrichtte. Dat verdachte zich wel degelijk bemoeide met de zorg voor de koeien blijkt onder meer uit zijn mededeling op 4 oktober 2011 tegen de toezichthouders dat hij zijn dierenarts [naam dierenarts 1] heeft laten komen en dat die de koeien ook heeft bekeken. Gelet op deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat er sprake was van nauwe en bewuste samenwerking en aldus van medeplegen ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten. De rol van verdachte was groter dan de raadsman wil doen voorkomen.

Voorts ten aanzien van feit 1:

Naar aanleiding van eerdere controles waarbij omissies op het gebied van dierenwelzijn waren geconstateerd, werd op het bedrijf van veehouder [naam], gelegen te [plaats] in de gemeente Alphen-Chaam, op 15 september 2011 (wederom) een uitvoerige inventarisatie in het kader van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren uitgevoerd.1 Twee ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst, vergezeld van dierenarts [naam dierenarts 2] van de Voedsel- en Warenautoriteit zagen het rund met werknummer 3116,
ID-code NL 4980 3116 4, op de grond op het koeienpad van de stal naar het weiland liggen.2 Zij zagen dat het rund aan beide achterpoten erg kreupel was en dat ze rechtsachter een dikke klauw had. Voorts was het rund erg mager met een ingevallen buik. Uit de diergeneeskundige verklaring van [naam dierenarts 2]3 blijkt dat het lopen moeilijk ging en pijnlijk was aan beide achterpoten. De pijnlijke achterpoten waren minimaal enkele dagen eerder ontstaan. Na een stuk het pad afgelopen te hebben, ging het rund weer liggen. Ze was buiten adem en hijgde van de inspanning. [naam dierenarts 2] constateerde dat het dier de nodige zorg is onthouden door geen dierenarts in te schakelen. De koe had afgezonderd moeten worden in een passend onderkomen. De weg naar het weiland, om bij water en voer te komen, was te lang en te lastig. Het overbruggen van de afstand veroorzaakte extra lijden.

Vooraan in het weiland zagen de verbalisanten een rund met werknummer 0714, ID-code NL 2687 0714 3, liggen.4 De knie van de voorpoot van het rund was gezwollen en de klauw was dik. Tevens had het rund een bult op het achterwerk en een open wond op de linkerflank. Kennelijk had dit rund de lange weg over het ongelijke koeienpad van de stal naar het weiland moeten afleggen. Uit de diergeneeskundige verklaring van [naam dierenarts 2]5 blijkt dat het rund niet op vier poten kon lopen en aan de rechtervoorpoot ernstig kreupel is. De aandoening was reeds minimaal drie weken aanwezig. Aan deze koe is de nodige zorg onthouden door geen dierenarts in te schakelen. De koe had afgezonderd moeten worden in een passend onderkomen. De weg naar het weiland, om bij water en voer te komen, was te lang en te lastig en het overbruggen van de afstand veroorzaakte extra lijden.

In het weiland lag voorts het rund met werknummer 1289, ID-code NL 3211 1289 7.6 Dit rund liep linksvoor erg kreupel en het had een dikke gezwollen knie. Rechtsachter had het een gezwollen hak. [naam dierenarts 2] merkt in de diergeneeskundige verklaring7 op dat de koe aan de rechter achterpoot een gewrichtsontsteking had. Voorts was de linker heup ernstig gezwollen als gevolg van een diepliggend abces. Alle aandoeningen bij deze koe waren minimaal drie weken aanwezig. Niet is gebleken dat de koe is behandeld door een dierenarts, zodat de nodige zorg aan het dier is onthouden. De koe had afgezonderd moeten worden in een passend onderkomen. De weg naar het weiland, om bij water en voer te komen, was te lang en te lastig en het overbruggen van de afstand veroorzaakte extra lijden.

Bij een hercontrole op 27 september 20118 zagen de verbalisanten het eerder waargenomen rund met werknummer 3116 in een aparte stal liggen. De verwondingen waren ernstiger geworden, het rund was erg kreupel, had een pompende ademhaling en een ontstoken ondervoet. De gezondheid en het welzijn van het rund waren ernstig benadeeld door geen adequate behandeling te geven. Inmiddels had het rund teveel complicaties gekregen en was euthanasie de enige optie.

De verbalisanten zagen het rund met werknummer 2005, ID-code NL 3687 2005 5, apart in een hok liggen.9 Zij zagen dat het rund erg kreupel was, dat de linker voorknie en de hak van de rechter achterpoot dik waren. Ook was het rund kortademig. De diergeneeskundige verklaring van [naam dierenarts 2]10 wijst uit dat de koe uitingen van ernstige pijn vertoonde en dat de aandoening als gevolg van voedings- en verteringsproblemen minstens 10 dagen aanwezig was. De koe was niet adequaat behandeld en had inmiddels teveel complicaties gekregen, waardoor euthanasie de enige redelijke optie was.

In het weiland zagen de verbalisanten de koe met werknummer 40985, ID-code DE 13023 40985.11 De koe liep links- en rechtsachter kreupel. Kennelijk had de koe de lange weg over het ongelijke koeienpad van de stal naar het weiland moeten afleggen. [naam dierenarts 2]12 zag aan beide knieën een ontstoken wond. De aandoeningen waren ongeveer een week oud. Door het dier niet in een passend onderkomen te onderbrengen en geen dierenarts in te schakelen, is sprake van het onthouden van de nodige zorg. Voorts kon de koe, net als andere kreupele dieren, niet gemakkelijk bij water en voer komen, waardoor zij vermagerde en wegkwijnde.

Op 27 september 2011 werd nog een kreupele koe aangetroffen, te weten met werknummer 3100, ID-code NL 4986 3100 3.13 [naam dierenarts 2]14 zag dat de rechter knie en de bespiering erboven verdikt waren. De verdikking liep door tot aan het heupgewricht. De aandoening was ongeveer drie dagen aanwezig. De koe was niet of onvoldoende behandeld en had in een passend onderkomen ondergebracht moeten worden met gemakkelijke beschikbaarheid van water en voer. Er was sprake van het onthouden van de nodige zorg.

Op 4 oktober 2011 vond wederom een hercontrole op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren plaats. In het weiland werden door [naam dierenarts 2]15 kreupele runderen geselecteerd, die bekapt moesten worden. Het betroffen de runderen met de werknummers 9941, 2827, 21790, 4568, 3190, 3215, 6166, 2880, 2885, 2538, 3118, 2283, 2379, 2399 en 2058. Alle koeien hadden klauwaandoeningen en er was veelal sprake van een bijkomende aandoening als gevolg van onvoldoende klauwverzorging gecombineerd met infecties die gemakkelijk verder verspreiden door onvoldoende preventieve maatregelen. Doordat de klauwen onvoldoende waren bekapt en behandeld, is kreupelheid ontstaan. Zij konden de afstand tot het weiland niet overbruggen. Aan deze dieren is aldus de nodige zorg onthouden.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank veeleer sprake van het onthouden van de nodige verzorging aan de dieren, dan van het zonder redelijk doel bij de dieren (actief) pijn of letsel veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van de dieren te benadelen. Verdachte wordt dan ook vrijgesproken van het onder 1 tweede subsidiair ten laste gelegde feit.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 derde subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan.

Ten aanzien van feit 2:

Bij de controle op 15 september 2011 zagen de toezichthouders in de machineloods het rund met werknummer 3143 liggen.16 Het rund had diepliggende ogen en kon niet meer overeind komen. Zij lag in haar eigen uitwerpselen en de achterkant van haar lichaam lag in het nat. Het rund lag op een metalen buis van een mestslang. De verbalisanten constateerden dat het dier ziek was en niet adequaat was gehuisvest. Het dier had geen voer en water tot haar beschikking. Uit de diergeneeskundige verklaring van [naam dierenarts 2]17 blijkt dat het rund uitgedroogd en vermagerd was en dat de situatie van het niet meer kunnen opstaan, waarschijnlijk een gevolg was van het zwaar en of langdurig afkalven, dat vermoedelijk twee weken daarvoor had plaatsgevonden. Niet is gebleken van diergeneeskundige hulp of het inschakelen van een dierenarts. Omdat de aandoeningen tot veel pijn lijden en de prognose zeer slecht tot hopeloos was, was euthanasie de enige reële optie.

Gelet hierop acht de rechtbank het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 4:

De toezichthouders hebben op 9 en 10 november 2011 wederom een controle uitgevoerd op het bedrijf van [naam], waarbij onder meer werd geconstateerd dat de stallen niet voldeden aan de daarvoor geldende normen. Op 10 november 2011 zagen zij18 dat 23 runderen in de ligboxenstal kreupel dan wel gewond waren. Het ging daarbij onder meer om de runderen met de werknummers 2962, 2283, 5458, 3027, 2379, 2997, 0743, 1895, 3925, 2998, 6166, 21790, 3207, 3230, 2880, 5453, 3104 en 2399. Voorts zagen zij drie runderen met werknummers 3169, 3153 en 0722 in de veldschuur, waar de zieke dieren werden gehouden. Dierenarts [naam dierenarts 2]19 heeft de geconstateerde aandoeningen van de runderen in de diergeneeskundige verklaring omschreven. De aandoeningen waren voornamelijk het gevolg van langdurige irritatie en slijtage, gepaard gaande met onvoldoende onderhoud en preventie. De aandoeningen waren mogelijk al maanden eerder ontstaan en daarna verslechterd. Omdat de dieren pijn hadden, liepen zij kreupel. [naam dierenarts 2] merkt op dat het noodzakelijk is om de dieren direct adequaat te behandelen om genezing te bevorderen en mogelijk te maken. In dit geval is niet gebleken dat de dieren adequaat zijn behandeld of dat er tijdig een dierenarts is ingeschakeld.

Gelet hierop acht de rechtbank het onder 4 subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 5:

Bij een controle op het bedrijf van [naam] op 8 februari 2012 zag de toezichthouder in de veldschuur waar de zieke dieren werden ondergebracht, het rund met werknummer 0103, ID-code NL 5201 0103-2, staan.20 De staart van dit rund was met schurft besmet, ze was erg mager en ze hield haar linker achterpoot van de grond. Ter hoogte van de linkerknie was een wond zichtbaar en de rechterheup was beschadigd. Het dier was ziek en gewond, maar was niet afgezonderd van andere dieren in een passend onderkomen ondergebracht. Dierenarts [naam dierenarts 2] constateert dat het dier onder meer een ernstig verdikte linkerknie had met eronder een gat in de huid waar etter uitliep. Dit wijst op een chronische kniegewrichtsontsteking. De bespiering was afgenomen, hetgeen erop wijst dat de poot al langere tijd, minimaal vier weken, niet gebruikt is geworden. Voorts was de ondervoet van de linkerpoot verdikt vanaf de klauwen tot boven de bijklauwen, dat wijst op een ontsteking van de ondervoet/klauw die naar boven uitbreidde. Het dier was vermagerd en uitgedroogd. Ze was onvoldoende afgezonderd van andere dieren en bevond zich in een stal die niet voldoende was ingestrooid, waardoor de ondergrond nat was. Door de aanwezigheid van een betonnen schuine rand kon ze bovendien gemakkelijk struikelen en zich verder verwonden. De drinkwaterbak in de stal functioneerde niet naar behoren, waardoor het dier was uitgedroogd. Ook de voerverstrekking is onvoldoende geweest, waardoor de koe is vermagerd. Door het onthouden van de nodige zorg heeft het dier extra complicaties opgelopen en daarmee waren de herstelkansen niet meer aanwezig. Euthanasie was de enige optie.

In de ruimte waar de kalveren werden gehuisvest, werden in een hok twee kalveren, waaronder het kalf met werknummer 3465, op betonroosters gehouden.21 Halverwege de staart van het dier was een aangekoekte hoeveelheid mest zichtbaar. De dunne mest liep over de reeds ingedroogde mest op de staart, waardoor de aangekoekte mest steeds groter werd. Dierenarts [naam dierenarts 2] constateerde dat de staart warm en gezwollen was en dat de staart werd afgekneld. Afgaande op de mestophoping is deze toestand minimaal vijf dagen eerder ontstaan. De opgehoopte en ingedroogde mestklomp is te laat verwijderd, waardoor de staartpunt aan het afsterven was. Het dier leed onnodig pijn als gevolg van onvoldoende verzorging.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank veeleer sprake van het onthouden van de nodige verzorging aan de dieren, dan van het zonder redelijk doel bij de dieren (actief) pijn of letsel veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van de dieren te benadelen. Verdachte wordt dan ook vrijgesproken van het onder 5 tweede subsidiair ten laste gelegde feit. Naar het oordeel van de rechtbank is het onder 5 derde subsidiair ten laste gelegde feit wel wettig en overtuigend bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

derde subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode 15 september 2011 tot en met 4 oktober 2011 te

[plaats], gemeente Alphen-Chaam tezamen en in vereniging met een ander, althans

alleen, als houder van een of meer dieren, te weten runderen, aan dat/die

dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft hebben hij en/of zijn

mededader toen daar

- voor de runderen, id-code NL 4980 3116 4 en/of NL 2687 0714 3 en/of NL 3211

1289 7 en/of NL 3687 2005 5 en/of DE 13023 40985 en/of NL 4986 3100 3, welke

runderen één of meer aandoeningen hadden die behandeling nodig hadden, geen

diergeneeskundige hulp ingeschakeld en/of

- de runderen met de werknummers 9941, 2827, 21790, 4568, 3190, 3215, 6166,

2880, 2885, 2538, 3118, 2283, 2379, 2399 en/of 2058

die kreupel waren door achterstalling achterstallig onderhoud aan de klauwen niet of

onvoldoende bekapt of behandeld en/of

- de runderen, NL 4980 3116 4 en/of NL 2687 0714 3 en/of NL 3211 1289 7 en/of

DE 13023 40985 en/of NL 4986 3100 3 en/of de runderen met de werknummers

9941, 2827, 21790, 4568, 3190, 3215, 6166, 2880, 2885, 2538, 3118, 2283,

2379, 2399 en/of 2058, welke door hun aandoeningen pijn ondervonden bij het

voortbewegen, (telkens) een (lange) afstand laten lopen naar het weiland en/of

niet afgezonderd in een passend onderkomen;

2.

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 september 2011 te [plaats], gemeente Alphen-Chaam,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een rund met het

werknummer 3143 heeft verzorgd in strijd met artikel 4 lid 3 van het Besluit

welzijn productiedieren, immers heeft hebben hij en/of zijn mededader toen daar dat

rund, dat ziek of gewond leek, niet onmiddellijk op passende wijze verzorgd

en/of toen die zorg geen verbetering in de toestand van het dier bracht, niet

zo spoedig mogelijk een dierenarts geraadpleegd;

4.

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 10 november 2011 te [plaats], gemeente Alphen-Chaam tezamen

en in vereniging met een ander, althans alleen, één of meer runderen heeft

verzorgd in strijd met artikel 4 van het Besluit welzijn productiedieren,

immers heeft hebben hij en/of zijn mededader toen daar de runderen met werknummer

2962, 2283, 5458, 3027, 2379, 2997, 0743, 1895, 3925, 2998, 6166, 21790, 3207,

3230, 2880, 5453, 3104, 2399, 3169, 3153 en/of 0722, welke dieren ziek of

gewond leken, niet onmiddellijk op passende wijze verzorgd en/of toen die zorg

geen verbetering in de toestand van dat/die dier(en) bracht, niet zo spoedig

mogelijk een dierenarts geraadpleegd;

5.

derde subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 08 februari 2012 te [plaats], gemeente Alphen-Chaam, tezamen en

in vereniging met een ander, althans alleen als houder van een of meer dieren,

te weten een rund met ID code NL 5201 0103-2 en/of bij een rund met het

werknummer 3465, aan dat/die dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden,

immers hebben hij en/of zijn mededader toen daar

- voor het rund met ID code NL 5201 0103-2, dat kniegewrichtsontsteking en/of

klauwontsteking had, onvoldoende diergeneeskundige hulp ingeschakeld en/of dat

dier niet afgezonderd in een passend onderkomen en/of niet voldoende

afgescheiden van andere runderen en/of onvoldoende voorzien van drinkwater en

voedsel en/of

- niet gezorgd dat bij het rund met het werknummer 3465 opgehoopte en

ingedroogde mest aan en bij de staart (tijdig) was verwijderd, waardoor de

staartpunt is afgekneld en/of aan het afsterven was.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar op te leggen, met als bijzondere voorwaarde het verbod om gedurende drie jaar bedrijfsmatig dieren te houden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat het opleggen van een vrijheidsbenemende sanctie aan zijn cliënt disproportioneel is, aangezien [naam] degene was die het bedrijf exploiteerde. Ook bedrijfsbeëindiging dient niet aan de orde te zijn, omdat de situatie in het bedrijf inmiddels is verbeterd en de broer van cliënt, met wie cliënt het bedrijf thans runt, hierdoor belast zou worden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij controles door de Algemene Inspectiedienst op veebedrijf [naam] zijn meermalen overtredingen op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren geconstateerd. Samen met zijn vader heeft verdachte zich op dit bedrijf schuldig gemaakt aan de verwaarlozing van veel van zijn runderen, met name door aan deze dieren de nodige verzorging te onthouden als zij ziek waren, verwondingen hadden en pijn leden. De stallen voldeden niet aan de daarvoor geldende normen, waardoor het risico op verwondingen groot was, en het pad van de stallen naar het weiland was te lang en te lastig voor kreupele dieren. Voorts werden de zieke dieren niet afgezonderd in daarvoor geschikte stallen, kregen de dieren geen water en voedsel tot hun beschikking en werd de dierenarts nauwelijks ingeschakeld voor diergeneeskundige hulp. Als gevolg van medische complicaties die hierdoor optraden, moesten veel dieren geëuthanaseerd worden. Verdachte is door de toezichthouders meermalen aangesproken op de erbarmelijke situatie waaronder de dieren leefden. Hierbij werden verbeterpunten met betrekking tot de onderkomens voor de dieren aangedragen en werd in sommige gevallen dringend aanbevolen direct een dierenarts in te schakelen, om de dieren veel leed te kunnen besparen. Desondanks heeft verdachte zich blijvend passief en weigerachtig opgesteld. Dit neemt de rechtbank verdachte zeer kwalijk.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank enerzijds gelet op de ernst van de feiten en de periode waarin deze hebben plaatsgevonden, en anderzijds op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat ter zitting is gebleken dat de vader van verdachte een grote rol in het geheel speelde en verdachte het bedrijf, dat hij sinds het overlijden van zijn vader met zijn broer runt, nu kennelijk wel op orde heeft.

Om de ernst van de feiten te benadrukken en verdachte er tevens van te weerhouden zich in de toekomst opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten, zal de rechtbank een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, opleggen. Voorts zal de rechtbank, eveneens met het oog op preventie, de voorwaardelijke stillegging van het gehele bedrijf van verdachte gedurende één jaar opleggen, met een proeftijd van twee jaar. In tegenstelling tot hetgeen de officier van justitie heeft geëist, zal de rechtbank deze voorwaardelijke stillegging niet als bijzondere voorwaarde aan de voorwaardelijke gevangenisstraf verbinden, maar als afzonderlijke bijkomende straf opleggen. Op grond van artikel 7, onderdeel c van de Wet op de economische delicten kan de duur van deze gehele stillegging voorts maximaal één jaar bedragen, en niet, zoals door de officier van justitie is geëist, drie jaar.

De rechtbank heeft bij de strafbepaling ten slotte rekening gehouden met het ad informandum op de dagvaarding vermelde strafbare feit van het voorhanden, dan wel in voorraad hebben van UDA-diergeneesmiddelen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 35, 37, 38, 45, 121 en 122 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de artikelen 2 en 4 van het Besluit welzijn productiedieren en de artikelen 1, 2, 6 en 7 van de Wet op de economische delicten, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk;

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair, subsidiair en tweede subsidiair, 2 primair, 4 primair en 5 primair, subsidiair en tweede subsidiair tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 derde subsidiair: medeplegen van overtreding van artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd;

feit 2 subsidiair: medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 38 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

feit 4 subsidiair: medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 38 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd;

feit 5 derde subsidiair: medeplegen van overtreding van artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Bijkomende straffen

- beveelt de gehele stillegging van de onderneming van verdachte voor de duur van één jaar voorwaardelijk;

- beveelt dat deze bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich voor het einde van een proeftijd die hierbij wordt bepaald op twee jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Pick, voorzitter, mr. Van Kralingen en mr. Scheffers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Graumans, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 mei 2014.

Mr. Pick en mr. Scheffers zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het proces-verbaal nummer 65883, blad 4.

2 Het proces-verbaal nummer 65883, blad 7.

3 Het geschrift, te weten de diergeneeskundige verklaring, als bijlage 6 gevoegd bij proces-verbaal nummer 65883.

4 Het proces-verbaal nummer 65883, blad 9.

5 Het geschrift, te weten de diergeneeskundige verklaring, als bijlage 6 gevoegd bij proces-verbaal nummer 65883.

6 Het proces-verbaal nummer 65883, blad 11.

7 Het geschrift, te weten de diergeneeskundige verklaring, als bijlage 6 gevoegd bij proces-verbaal nummer 65883.

8 Het proces-verbaal nummer 65883, blad 16.

9 Het proces-verbaal nummer 65883, blad 17.

10 Het geschrift, te weten de diergeneeskundige verklaring, als bijlage 21 gevoegd bij proces-verbaal nummer 65883.

11 Het proces-verbaal nummer 65883, blad 19.

12 Het geschrift, te weten de diergeneeskundige verklaring, als bijlage 21 gevoegd bij proces-verbaal nummer 65883.

13 Het proces-verbaal nummer 65883, blad 21.

14 Het geschrift, te weten de diergeneeskundige verklaring, als bijlage 21 gevoegd bij proces-verbaal nummer 65883.

15 Het geschrift, te weten de diergeneeskundige verklaring, als bijlage 44 gevoegd bij proces-verbaal nummer 65883.

16 Het proces-verbaal nummer 65883, blad 5.

17 Het geschrift, te weten de diergeneeskundige verklaring, als bijlage 6 gevoegd bij proces-verbaal nummer 65883.

18 Het proces-verbaal nummer 66457, blad 4 en blad 5.

19 Het geschrift, te weten de diergeneeskundige verklaring, als bijlage 7 gevoegd bij proces-verbaal nummer 66457.

20 Het proces-verbaal nummer 67581, blad 3.

21 Het proces-verbaal nummer 67581, blad 5.