Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:3558

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23-05-2014
Datum publicatie
18-12-2018
Zaaknummer
AWB-13_618
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Procedurenummer AWB 13/618

uitspraak van 23 mei 2014

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende] BV, gevestigd te [plaats A],

belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg,

de heffingsambtenaar.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de heffingsambtenaar van 10 december 2012 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan haar opgelegde aanslag bouwleges ([aanslagnummer]).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 mei 2013 te Tilburg. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende in de persoon van haar mededirecteur, [B], tot bijstand vergezeld van de gemachtigde, [gemachtigde], verbonden aan [kantoornaam gemachtigde] te Boxtel, en namens de heffingsambtenaar, [verweerder].

Het nadere onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 mei 2014 te Eindhoven. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende in de persoon van haar mededirecteur, [C], tot bijstand vergezeld van de gemachtigde, [gemachtigde], voornoemd, en namens de heffingsambtenaar, [verweerder], voornoemd.

1 Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    vermindert de aanslag bouwleges tot een bedrag van € 25.928;

  • -

    veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.704;

  • -

    gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 310 aan deze vergoedt.

2 Gronden

2.1.

De heffingsambtenaar heeft zich nader op het standpunt gesteld dat voor de berekening van de hoogte van de aanslag bouwleges uitgegaan kan worden van de door belanghebbende bepleite bouwkosten, te weten een bedrag van € 920.000. De rechtbank stelt de aanslag bouwleges derhalve nader vast op € 25.928 (€ 14.420 plus 2,74% van € 420.000). Het beroep is gegrond.

2.2.

Ter zitting hebben partijen verder overeenstemming bereikt over de hoogte van de kosten van de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, aanhef, onder a, Besluit proceskosten bestuursrecht. Partijen zijn het erover eens dat ter zake van de bezwaarfase uitgegaan moet worden van 1 punt met een waarde per punt in de bezwaarfase van € 243 en ter zake van de beroepsfase moet worden uitgegaan van 3 punten (indienen van het beroepschrift; verschijnen ter zitting; verstrekken van schriftelijke inlichtingen;

verschijnen ter nadere zitting) met een waarde per punt van € 487. De rechtbank stelt de totale proceskosten derhalve vast op € 1.704 (€ 243 + € 1.461).

Deze uitspraak is gedaan op 23 mei 2014 door mr. C.A.F.M. Stassen, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M. Jansen, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.