Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2014:233

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16-01-2014
Datum publicatie
21-01-2014
Zaaknummer
273775 JE RK 13-2430
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek van de stichting tot verlenging van de ondertoezichtstelling. De stichting verzoekt geen machtiging tot uithuisplaatsing. Vanwege de instemming van de gezagdragende ouders heeft de stichting de minderjarige uit huis geplaatst zonder machtiging tot uithuisplaatsing in de zin van artikel 1:261 BW. De kinderrechter overweegt – weliswaar ten overvloede – dat de wet geen mogelijkheid biedt tot uithuisplaatsing van een minderjarige door de stichting zonder dat de kinderrechter daarvoor een machtiging heeft verleend in het geval er sprake is van een ondertoezichtstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Jeugdrecht

Breda

Enkelvoudige Kamer

Zaaknummer: C/02/273775 JE RK 13-2430

nadere beschikking betreffende verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming &

Jeugdreclassering,

gevestigd Dalsteindreef 69, 1112 XC Diemen,

hierna te noemen de stichting,

namens de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant,

gevestigd te Eindhoven,

en

de minderjarige[minderjarige], geboren te [geboorteplaats en datum].

1. Het verdere verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- de in deze zaak gegeven beschikking van 12 december 2013 en alle daarin vermelde stukken;

- de brief van de griffier van de rechtbank van 12 december 2013 aan de minderjarige;

- het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 januari 2014.

Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt:

1. de minderjarige,

2 mevrouw [moeder minderjarige], moeder van de minderjarige en gezagdragende ouder,

3. de heer[vader minderjarige], vader van de minderjarige en gezagdragende ouder.

2 De nadere beoordeling

2.1

Bij voormelde beschikking is ondertoezichtstelling van de minderjarige verlengd tot 20 januari 2014 en het verzoek van de stichting om de minderjarige onder toezicht te stellen tot de datum waarop hij de meerderjarige leeftijd bereikt, aangehouden. Verder zijn bij deze beschikking de stichting en de belanghebbenden opgeroepen te verschijnen ter terechtzitting teneinde op dit verzoek te worden gehoord.

2.2

[voornaam minderjarige] heeft ter terechtzitting, daartoe afzonderlijk gehoord, verklaard dat hij het eens is met het verzoek van de stichting. Hij woont nu op een woongroep van Idris. Daar gaat het goed met hem. Het gaat goed met hem op school en op zijn stage. Ook gaat hij in de weekenden naar huis. Het gaat nu beter tussen en zijn moeder. [voornaam minderjarige] hoopt dat als hij voldoende heeft geleerd, hij weer bij zijn moeder kan gaan wonen.

2.3

De gezinsvoogd van de stichting heeft ter terechtzitting aangegeven dat [voornaam minderjarige] in een vrijwillig kader is geplaatst binnen Idris. De ouders hebben hieraan hun vrijwillige medewerking verleend. De gezinsvoogd heeft er bewust voor gekozen om geen machtiging tot uithuisplaatsing te verzoeken aan de kinderrechter, omdat het prettiger is om een kind in overleg met de betrokkenen uit huis te plaatsen. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is volgens de stichting nodig uit preventief oogpunt, dit om ten aanzien van [voornaam minderjarige] meer mogelijkheden te hebben om hulp in te zetten en af te ronden. Tijdens de weekenden ontstaan nog situaties tussen [voornaam minderjarige] en moeder die kunnen escaleren. Deze escalaties dienen te worden voorkomen en daarbij dient zo nodig hulp te worden ingezet. Met een ondertoezichtstelling is er meer ruimte om deze hulpverlening te realiseren.

2.4

De moeder van [voornaam minderjarige] heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat de ondertoezichtstelling een stok achter de deur is voor [voornaam minderjarige]. Het gaat goed met hem bij Idris en de ondertoezichtstelling helpt hem om niet terug te vallen in zijn oude gedrag. De moeder zou het prettig vinden als de ondertoezichtstelling wordt verlengd zodat [voornaam minderjarige] wordt geholpen, ook met het oog op zijn toekomst.

2.5

De vader van [voornaam minderjarige] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen.

2.6

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter terechtzitting blijkt dat er bij [voornaam minderjarige] sprake is van een positieve ontwikkeling sinds hij op een woongroep van Idris verblijft. Aangezien deze situatie nog precair is, dient de stichting de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] nog verder te volgen en zo nodig hulpverlening inzetten. Er dient te worden voorkomen dat [voornaam minderjarige] terugvalt in zijn oude gedrag. Hiervoor is een ondertoezichtstelling nodig aangezien in het recente verleden is gebleken dat niet volstaan kon worden met vrijwillige hulpverlening. De kinderrechter is dan ook van oordeel dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn. Dat brengt mee dat het verzoek voor het overige zal worden toegewezen.

2.7

De kinderrechter heeft voorts vastgesteld dat [voornaam minderjarige] binnen Idris is geplaatst zonder machtiging tot uithuisplaatsing. De stichting stelt dat in de onderhavige situatie de voorkeur wordt gegeven aan een uithuisplaatsing in vrijwillig kader. De kinderrechter wijst er op dat het systeem van de wet deze mogelijkheid echter niet biedt. Ingevolge artikel 1:258 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een plaatsing van een minderjarige gedurende dag en nacht buiten het gezin alleen geschieden krachtens artikel 1:261 BW, behoudens in de gevallen dat de met het gezag belaste ouder daartoe overgaat zonder bezwaar van de stichting. Nu de stichting, weliswaar met toestemming van de gezagdragende ouders, de minderjarige binnen Idris heeft geplaatst, is een machtiging van de kinderrechter daartoe vereist.

3 De beslissing

De rechtbank

verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige met ingang van 20 januari 2014 tot 18 april 2014;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

in tegenwoordigheid van Boink, griffier.

Mededeling van de griffier:

Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld

a. door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak.

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te

's-Hertogenbosch.

verzonden op:

1

1 In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.