Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:CA1122

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23-05-2013
Datum publicatie
27-05-2013
Zaaknummer
773233 ov 13-1897
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek beschermingsbewindvoersters tot afgifte machtiging voor schenking van (in totaal) € 80.000,00 door rechthebbende aan broers en zussen (w.o. beide bewindvoersters).

Reden: Interen op vermogen van rechthebbende in verband met verhoging eigen bijdrage AWBZ voor rechthebbende met ingang van 1 januari 2013. Kantonrechter stelt vast dat verzoekers in feite vragen om mee te werken aan het frustreren van de werking van de nieuwe AWBZ-wetgeving. Kantonrechter oordeelt dat een dergelijke schenking niet in het belang is van rechthebbende. Voorts bestaat er geen schenkingstraditie als bedoeld in de Aanbevelingen LOCK.

De kantonrechter wijst het machtigingsverzoek af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 773233 OV VERZ 13-1897

beschikking d.d. 23 mei 2013 op een machtigingsverzoek

1. Het verzoek en de beoordeling

1.1 De kantonrechter heeft kennisgenomen van een op 22 april 2013 door de griffie ontvangen schriftelijk verzoek tot het verlenen van de daarin omschreven machtiging (een kopie van dat verzoekschrift is aan deze beschikking gehecht). In dit verzoek constateren de beide beschermingsbewindvoersters dat de woonkosten in de zorginstelling van rechthebbende (hun zus) in verband met de wijziging eigen bijdrage AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) met ingang van 1 januari 2013 is verdubbeld. Deze kosten bedroegen eerst € 798,91 en zij bedragen nu € 1.699,95. Zij vinden het jammer dat het aanwezige vermogen van hun zus op deze wijze verdwijnt. Zij benadrukken dat hun moeder (de eerdere beschermingsbewindvoerster van hun zus) altijd zuinig is geweest met het geld van rechthebbende. Hun ouders hebben altijd heel zuinig geleefd en toen zij destijds hun boerderij in Rucphen hebben verkocht zijn ze daar blijven wonen. Het huis is toen op naam van de kinderen gezet, rechthebbende hoorde daar niet bij. Rechthebbende krijgt na het overlijden van moeder wel haar legitieme portie, zoals omschreven bij de notaris. Het is volgens de beschermingsbewindvoersters altijd de bedoeling geweest van hun ouders dat al hun geld bij de kinderen zou terecht komen. Als zij nu als kinderen van hun ouders en zussen en broers van rechthebbende niets zouden doen dan is dat volgens hen niet in lijn met de wens van hun ouders. Zij willen dit ook doen uit respect voor hun overleden vader, die het altijd jammer vond als het geld naar de belasting ging, terwijl hij er zo hard voor moest werken.

1.2 De bewindvoersters stellen vast dat rechthebbende per 1 januari 2013 € 180.234,70 op haar spaarrekening heeft staan. Zij vragen nu toestemming om namens rechthebbende (hun zus) een eenmalige schenking te mogen doen van € 10.000,00 per broer en zus wat neerkomt op een totaalbedrag van € 80.000,00.

1.3 Tijdens een mondelinge behandeling d.d. 16 mei 2013 hebben de bewindvoersters hun machtigingsverzoek nog eens nader toegelicht. De kantonrechter heeft ter zitting al geconstateerd dat het onderhavige verzoek een direct gevolg is van nieuwe wetgeving, in werking getreden met ingang van 1 januari 2013, op grond waarvan rechthebbende als bewoonster van een AWBZ-zorginstelling een hogere eigen bijdrage verschuldigd is.

Voldoet iemand niet aan de voorwaarden voor de lage eigen bijdrage? Dan betaalt hij/zij een hoge eigen bijdrage. De hoge eigen bijdrage per maand is 8,5% van het bijdrageplichtig inkomen. In 2013 is deze hoge bijdrage maximaal € 2.189,20 per maand.

Voor rechthebbende is de (hoge) eigen bijdrage kennelijk over 2013 vastgesteld op een bedrag van € 1.666,95 per maand. Deze eigen bijdrage is berekend op basis van het bijdrageplichtig inkomen in 2011.

1.4 De AWBZ is in Nederland een verplichte, collectieve ziektekostenverzekering voor niet individueel verzekerbare ziektekostenrisico’s. Verzekerd voor de AWBZ zijn ingezetenen van Nederland en niet-ingezetenen van Nederland die bepaalde inkomsten in Nederland genieten. De AWBZ is één van de zogenoemde verplichte volksverzekeringen.

1.5 De kantonrechter heeft ter zitting al aangegeven, dat verzoekers in feite aan de kantonrechter vragen om met de eventuele inwilliging van het onderhavige verzoek de werking van het voormelde nieuwe AWBZ-wetgeving te frustreren door opzettelijk het eigen vermogen van rechthebbende te (laten) verlagen. Op termijn zou dit dan tot een verlaging van de eigen bijdrage voor rechthebbende (kunnen) leiden.

1.6 De door bewindvoersters verzochte schenking is op korte termijn echter slechts in het belang van de ontvangers van deze schenking, te weten: de zussen en broers van rechthebbende (w.o. de bewindvoersters zelf). De kantonrechter acht deze schenking (van in totaal € 80.000,00) niet in het belang van rechthebbende. Ook niet op lange termijn. Er zal voldoende vermogen moeten overblijven om in de huidige en toekomstige behoeften van rechthebbende te kunnen voorzien. Rechthebbende is recent 53 jaar oud geworden en daarmee nog relatief jong. De rechtbank/ kantonrechter heeft maar een belang te behartigen en dat is het belang van rechthebbende!

1.7 Rechthebbende kent ook geen “schenkingstraditie” als bedoeld in de landelijke Aanbevelingen Meerderjarigenbewind.

1.8 Gelet op voorgaande overwegingen zal de kantonrechter de gevraagde machtiging hierna afwijzen.

1.9 Het is de kantonrechter bekend dat de verplichte betaling van een hoge eigen AWBZ-bijdrage door heel veel direct betrokkenen als onrechtvaardig wordt ervaren. Hij kan zich ook (deels) voorstellen dat mensen met een opgebouwd “spaarpotje” dit zo ervaren. Dit doet aan zijn oordeel echter verder niet af. Het betreft hier immers uitvoering van tot stand gekomen wetgeving.

2. De beslissing

De kantonrechter wijst de gevraagde machtiging af.

Deze beschikking is gegeven op 23 mei 2013 door mr. W.E.M. Verjans en door deze en de griffier ondertekend.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.