Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ9197

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13-04-2013
Datum publicatie
13-05-2013
Zaaknummer
02/800770-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt verdachte wegens bedreiging tot een taakstraf. Zowel de officier van justitie als de raadsman hadden vrijspraak verzocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800770-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 april 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. Jansen, advocaat te Tilburg

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 april 2013, waarbij de officier van justitie, mr. Stempher, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 18 juli 2011, samen met een ander of anderen, [slachtoffer] heeft afgeperst, dan wel dat hij, samen met een ander of anderen, met (bedreiging van) geweld de autosleutels van die [slachtoffer] heeft gestolen.

feit 2: op 18 juli 2011, samen met een ander of anderen, de personenauto van [slachtoffer] heeft gestolen;

feit 3: in de periode van 17 juli tot en met 18 juli 2011 [slachtoffer]n heeft bedreigd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde en verzoekt verdachte daarom van alle feiten vrij te spreken.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is met de officier van justitie van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 1 en 2, omdat in het dossier geen wettig bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Ten aanzien van feit 3 dient verdachte vrijgesproken te worden, omdat uit het dossier niet onomstotelijk blijkt dat verdachte degene is geweest die het ping-bericht met de inhoud “Stuur mijn geld. Of er vallen doden” heeft verzonden.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Feiten 1 en 2

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de feiten 1 en 2 heeft begaan en zal hem dan ook van deze feiten vrijspreken. De rechtbank heeft bij de beoordeling van het tenlastegelegde aansluiting gezocht bij de vrijspraakoverwegingen die in het arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van de zaak tegen medeverdachte [naam medeverdachte] staan vermeld.

Feit 3

Voor de vraag of bewezen kan worden dat verdachte dit feit heeft gepleegd, zal wettig en overtuigend bewezen moeten worden dat hij het in de tenlastelegging genoemde ping-bericht heeft gestuurd.

Op maandag 18 juli 2011 doet [initialen] [slachtoffer] aangifte van de diefstal of afpersing onder bedreiging met geweld van zijn autosleutels en de diefstal van die auto op zondag 17 juli 2011. Hij uit daarbij een verdenking richting verdachte omdat hij vermoedt dat verdachte hem ervan verdenkt dat hij zich een bedrag van € 8.000,-- had toegeëigend .

Aangever verklaart dat hij in de loop van zondag en maandag per telefoon berichten kreeg en dat in een van de berichten, die hij ontving op de dag dat hij aangifte deed, stond vermeld: “Ik vermoord je hiervoor. Hiervoor gaan doden vallen”.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij zowel op zondag als maandag [slachtoffer] heeft gepingd dat hij zijn geld terug wilde hebben en dat hij erg boos is dat hij zijn geld kwijt is .

Getuige [getuige 1] verklaart dat zij op maandag bij verdachte thuis is geweest om te zoeken naar het geld en dat toen de gedachte ontstond dat aangever het geld had weggenomen. Zij verklaart bij de politie dat verdachte contact heeft gelegd met zijn telefoon met die jongen waarmee zij volgens de rechtbank blijkens haar verklaring aangever bedoelt en dat ze volgens haar met elkaar pingden . Getuige [getuige 2] verklaart in het algemeen dat er gepingd of gebeld is op de maandag dat zij er was en dat aangever niet eens reageerde op ping of bellen . Over verdachte zegt zij dat hij opgefokt was .

In een van de door de politie gefotografeerde berichten aanwezig in de telefoon van aangever staat vermeld: “Mandi mi seng Of morto ta kai”. Dit bericht is ontvangen op “ma bij 15:20”. De afzender is “Rast batt leeg” . Vertaald betekenen de woorden in dit bericht: “Stuur mijn geld Of er vallen doden” .

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat “Rast batt leeg” zijn gebruikersnaam is.

In de overzichten van de door aangever ontvangen berichten opgenomen in voornoemde processen-verbaal, valt te zien dat na voornoemd bericht van 15:20 uur op maandag van een afzender met dezelfde gebruikersnaam “Rast batt leeg”, de navolgende berichten zijn ontvangen:

Om 16:33 uur het bericht (nummer 7) :

“kom met mijn geld nuuuu Praat. G Swa kom je auto ophalen ruman ….”

Om 16:58 uur het bericht (nummer 11):

“Niet bidden blijf stil [naam] Kom je auto ophalen en kom met gepast geld terug Nuuu….”

Om 17:18 uur het bericht (nummer 8) :

“Praaaat G Dus je wilt niet praten Nuuuuuu….”

Om 18:27 uur het bericht (nummer 12):

“…. Nuuuuu Praaaat G”

Om 20:56 uur het bericht (nummer 9) :

“Praaat G Praaat mati Dus je praat niet dan Ja praaaat Breng die ding terug Nu neger”.

Omtrent het tijdstip waarop bij aangever zijn auto is meegenomen, verklaart aangever dat hij rond 15:03 uur vanuit zijn werk kwam en dat daarna zijn auto werd meegenomen. Dit tijdstip komt ook naar voren in de verklaring van een collega, [naam] die verklaart dat hij omstreeks 15:00 uur met [slachtoffer] van het werk kwam. De getuige [getuige 3] beschrijft dat hij rond 15:10 uur 2 mannen met een donkere huidskleur ziet lopen die even later worden achterna gezeten door drie personen. Een situatie die [slachtoffer] in zijn aangifte ook beschrijft. Bij de politie is omstreeks 15:15 uur een melding met betrekking tot deze gebeurtenis binnen gekomen .

Op grond van de verklaring van verdachte bezien in samenhang met de verklaringen van de aangever en de getuigen [getuige 1] en [getuige 2], acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op maandag 18 juli 2012 via Ping contact heeft gehad met aangever.

Verdachte heeft ter zitting het verweer gevoerd dat hij alleen op dinsdag heeft gepingd en dat hij tijdens het afleggen van zijn verklaring in de war was. Deze verklaring acht de rechtbank niet betrouwbaar gelet op de warrige wijze waarop verdachte ter zitting heeft verklaard. Bovendien was verdachte ter zitting ook niet in staat aan te geven welke van de hem getoonde pingberichten hij had verstuurd. Daartegenover staat dat verdachte bij de politie duidelijk over allerlei details verklaart en dat anderen verklaren dat hij op maandag heeft gepingd. Zo zijn verklaring ter zitting al niet als kennelijk leugenachtig kan worden beschouwd, is die verklaring in ieder geval te beschouwen als een ondeugdelijke poging om te voorkomen dat hij wordt gelinkt aan het op maandag gestuurde bericht.

Op grond van de tijdstippen die naar voren komen uit de aangifte, de getuigenverklaring van [getuige 3] en de melding bij de politie door aangever, is de rechtbank van oordeel dat kort voor 15:15 uur de auto van aangever bij hem werd weggenomen. Gelet op het feit dat er tijd nodig is geweest om met de auto van de plaats waar deze werd weggenomen naar het toenmalige woonadres van verdachte aan de [adres] te rijden, de auto te parkeren en naar binnen te gaan, staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat het Pingbericht dat om 15:20 uur werd verstuurd, werd verstuurd voordat de personen die de auto hadden meegenomen waren teruggekeerd. Dit vindt steun in het gegeven dat het na dit bericht even heeft geduurd voordat er weer pingberichten werden gestuurd, in welke berichten toen in de eerste twee voor het eerst duidelijk werd verwezen naar de auto die was meegenomen, terwijl in het bericht van 15:20 uur niet wordt gerefereerd aan de auto. Nu verdachte ter zitting heeft verklaard dat zijn telefoon thuis op tafel lag, kunnen de personen die toen nog niet waren teruggekeerd met de auto van aangever, niet degenen zijn geweest die met de telefoon van verdachte het pingbericht van 15:20 hebben verstuurd. Verder stelt de rechtbank vast dat in het bericht van 15:20 uur wordt gesproken over “mijn geld”. De rechtbank acht het onwaarschijnlijk dat dergelijke bewoordingen zouden zijn gebruikt door iemand die namens of ten behoeve van verdachte pingde. Tenslotte is in het dossier geen verklaring aanwezig van iemand die heeft verklaard dat hij of zij degene is geweest die het onderhavige bericht heeft verstuurd of anderen aanwijzen die dat gedaan zouden kunnen hebben.

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die het pingbericht van 15:20 uur heeft verstuurd. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de bedreiging van [slachtoffer].

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

3.

in de periode van 17 juli 2011 tot en met 18 juli 2011 te Tilburg, [slachtoffer]n heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend een bericht verzonden met de woorden: "Stuur mijn geld. Of er vallen doden".

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt verdachte vrij te spreken en heeft daarom geen strafeis geformuleerd.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd, omdat verdachte van alle feiten vrijgesproken dient te worden.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft louter en alleen op basis van de verdenking dat aangever degene is geweest die een aan verdachte toebehorend geldbedrag gestolen zou hebben, actie ondernomen om aangever onder druk te zetten hem dat geld terug te bezorgen. Daarbij is verdachte begonnen met het versturen van een pingbericht waarin werd gedreigd dat er doden zouden vallen. Daarna heeft verdachte die dreiging weliswaar niet meer herhaald, maar heeft hij wel gebruik gemaakt van de situatie dat vrienden van hem de auto van aangever hadden meegenomen en bij verdachte voor de deur hadden geplaatst. De rechtbank acht dat in alle gevallen een kwalijke vorm van eigenrichting, ook als de beschuldiging aan het adres van aangever aangaande de diefstal van het geld juist zou zijn.

Over verdachte is een reclasseringsrapport uitgebracht. In het voortgangsverslag van 2 april 2012 wordt vermeld dat verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats is geraakt waardoor een aantal concrete zaken moeilijk te realiseren zijn. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om verdachte te begeleiden. De reclassering verwijst naar het eerder uitgebrachte advies waarin zij aangeeft dat voorwaarden het gedrag van verdachte betreffende op zijn plaats zijn.

De rechtbank stelt vast dat verdachte 43 dagen in voorarrest heeft doorgebracht. Een periode die ver uitgaat boven hetgeen voor een feit als thans bewezen is verklaard passend en geboden is. De rechtbank constateert verder dat verdachte nog niet eerder tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is veroordeeld. Gelet op het strafblad van verdachte zal de rechtbank, ondanks de tijd die in voorlopige hechtenis is doorgebracht, geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Kijkend naar hetgeen in vergelijkbare gevallen voor een feit als thans bewezen is verklaard, wordt opgelegd, kan naar het oordeel van de rechtbank worden volstaan met een taakstraf van na te noemen duur, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 27 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feit 3: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 30 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 15 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf naar rato van twee uur per dag;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. Volkers, voorzitter, mr. Kooijman en mr. Van Schaik, rechters, in tegenwoordigheid van Vermaat, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 april 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 18 juli 2011 te Tilburg tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer]n heeft gedwongen tot

de afgifte van (een) autosleutel(s) van een personenauto, merk Volkswagen Golf

(kenteken [( - - )]), geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een)

autosleutel(s) van een personenauto, merk Volkswagen Golf (kenteken [( - - )]),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer]n,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- die [slachtoffer], na zijn werk, heeft/hebben opgewacht en/of

- (dreigend) op die [slachtoffer] is/zijn afgelopen en/of

- (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e)

voorwerp(en) op de buik en/of het lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben

gericht en/of (een) vuurwapen(s), althans (een) op (een) vuurwapen(s)

gelijkend(e) voorwerp(en), aan die [slachtoffer] heeft/hebben getoond en/of

- tegen die [slachtoffer] op dwingende toon heeft/hebben gezegd: "waar is het

geld" en/of

- onverhoeds en/of met kracht (een) autosleutel(s) uit de handen van die

[slachtoffer] heeft/hebben gegrist/getrokken en/of

- door hun nummerieke overwicht een bedreigende situatie voor die [slachtoffer]

heeft/hebben doen ontstaan;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 18 juli 2011 te Tilburg tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een personenauto, merk Volkswagen Golf, kenteken,

[( - - )], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [initialen].

[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een

valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in de periode van 17 juli 2011 tot en met 18 juli 2011 te Tilburg, [initialen].

[slachtoffer] meermalen, althans eenmaal heeft bedreigd met enig misdrijf tegen

het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte

opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend (een) sms-bericht(en) verzonden met

de woorden: "Stuur mijn geld. Of er vallen doden", althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht