Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ8368

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23-04-2013
Datum publicatie
24-04-2013
Zaaknummer
02-800725-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeeld verdachte wegens mishandeling van een politieagent tot een gevangenisstraf van 6 weken met aftrek van voorarrest. De rechtbank verwerpt het verweer dat de agent niet in de rechtmatige uitoefening van zijn functie was, omdat er geen redelijk vermoeden van schuld was. Verder wordt het beroep op noodweer/-exces verworpen. Verdachte wordt vrijgesproken van de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800725-12

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 april 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. Bordewijk, advocaat te Schiedam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 april 2013, waarbij de officier van justitie, mr. Van Aalst, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 27 juli 2012 heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] op het moment dat hij als ambtenaar van politie werkzaam was zwaar lichamelijk letsel toe te brengen dan wel dat verdachte die [slachtoffer 1] heeft mishandeld op het moment dat hij als ambtenaar van politie werkzaam was.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, zoals primair ten laste is gelegd. Zij baseert zich daarbij op de aangifte door [slachtoffer 1] en het proces-verbaal van bevindingen dat door verbalisant [naam verbalisant] is opgemaakt. Naar de mening van de officier van justitie heeft verdachte met name door in het oog van [slachtoffer 1] te prikken het voorwaardelijk opzet gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank terzake het onder primair tenlastegelegde niet tot een bewezenverklaring kan komen. De verdediging is van mening dat de aanhouding van verdachte niet rechtmatig is, omdat er op het moment van de aanhouding geen redelijk vermoeden van schuld is. Als gevolg hiervan is geen sprake van een rechtmatige uitoefening van de bediening door [slachtoffer 1], zodat verdachte hiervan vrijgesproken dient te worden. Het boeien en beetpakken van verdachte mocht daarom niet en verdachte mocht zich daar tegen verweren. De handelingen die daarna door verdachte verricht zijn, dienen als noodweer dan wel noodweerexces aangemerkt te worden, zodat hij ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging. Mocht de rechtbank voornoemd verweer passeren, dan dient verdachte van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel vrijgesproken te worden, omdat de handelingen van verdachte een dergelijk letsel niet kunnen veroorzaken. Ten aanzien van het onder subsidiair tenlastegelegde kan de rechtbank, indien zij het noodweer c.q. noodweerexcesverweer verwerpt, tot een bewezenverklaring komen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 27 juli 2012 krijgen verbalisanten [slachtoffer 1] en [naam verbalisant] een melding om te gaan naar een adres te Hank in de gemeente Werkendam. Zij waren beiden in uniform gekleed. [slachtoffer 1] vermeldt in zijn proces-verbaal dat het ging om een prioriteit 1 melding, terwijl [naam verbalisant] vermeldt dat er een melding was binnengekomen van huiselijk geweld. Als aanvullende informatie werd ontvangen dat er ruzie zou zijn met de ex-vriend van bewoonster. Ter plaatse aangekomen zien zij dat een man via de achterzijde wegvlucht over de houten poort van de achtertuin. Dit zou volgens de bewoonster haar ex-vriend zijn. Beide verbalisanten zijn direct achter deze man aangegaan. [naam verbalisant] via de achterdeur en [slachtoffer 1] via de voordeur . Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij deze persoon was .

Verbalisant [slachtoffer 1] (hierna: verbalisant) krijgt verdachte op een gegeven moment in het oog en ziet hem een straat inrennen waar hij hem liggend op zijn linkerzij in de bosjes aantreft. Hij deelt verdachte vervolgens mede dat hij is aangehouden wegens huiselijk geweld . Verdachte heeft verklaard dat hij de politieman zag en dat die tegen hem riep “je bent aangehouden” .

Op basis van deze bewijsmiddelen verwerpt de rechtbank het verweer dat verbalisant niet in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening was. Er was sprake van een melding huiselijk geweld en een prioriteit 1 melding, hetgeen duidt op een hoge urgentie, en men ziet ter plaatse verdachte, die wordt aangeduid als de ex-vriend van de bewoonster, wegvluchten. Dit alles is voldoende voor een redelijk vermoeden dat verdachte degene was die betrokken was bij huiselijk geweld, op grond waarvan tot aanhouding van verdachte kon worden overgegaan. Verbalisant heeft bij de mededeling aan verdachte waarom hij was aangehouden ook vermeld dat dit was vanwege huiselijk geweld.

Nadat verdachte was medegedeeld dat hij was aangehouden, heeft verbalisant verdachte gevraagd op te staan. Toen verdachte daaraan geen gehoor gaf, is verdachte medegedeeld dat hij zijn armen op zijn rug moest plaatsen. Verdachte plaatste daarop beide armen voor zijn borst en ging op zijn buik liggen. Toen verdachte wederom weigerde gevolg te geven aan de mededeling dat hij zijn armen op zijn rug moest plaatsen, heeft verbalisant zijn knie tussen de schouderbladen van verdachte geplaatst. Toen verdachte omhoog kwam en verbalisant uit balans bracht, heeft hij geprobeerd een verwurging bij verdachte aan te leggen. Dan voelt hij de tanden van verdachte in zijn onderarm. Hij voelt zo’n hevige pijn dat hij even los moet laten. Verdachte wordt dan wederom medegedeeld dat hij is aangehouden en dat hij moet meewerken. Vervolgens gaat verdachte met een hand in de richting van het gezicht van verbalisant. Hij drukt een vinger in het rechteroog van verbalisant en steekt daarin met kracht. Daarop volgend heeft verdachte nog een vinger in de neusholte van verbalisant gestoken en naar rechts getrokken, waardoor verbalisant pijn voelde en bloed uit zijn neus voelde stromen. Daarna heeft verdachte nog twee vingers in de mond van verbalisant geduwd en daarin geduwd en getrokken . Ondertussen had verbalisant [naam verbalisant] zich bij verbalisant gevoegd . [naam verbalisant] ziet dat verbalisant bovenop verdachte ligt en hem nog niet onder controle heeft. Hij ziet dat verbalisant bloed heeft op zijn gezicht.

De in het dossier aanwezige foto’s laten een verkleuring in het oog van verbalisant zien en een sikkelvormige verwonding op zijn arm. De door de raadsman van verdachte overgelegde foto’s laten bloed zien op de kleding van verdachte, waarvan verdachte ter zitting heeft verklaard dat dit afkomstig is van verbalisant. Verbalisant is medisch onderzocht op 27 juli 2012. De naar aanleiding daarvan opgemaakte geneeskundige verklaring d.d. 24 augustus 2012 vermeld “opp bijtwond linkerarm”en “rood oog” .

Naar het oordeel van de rechtbank kan uitsluitend het steken van een vinger in het oog als poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel worden beschouwd en dan nog alleen als uit het proces-verbaal voldoende duidelijk kan worden opgemaakt op welke wijze en waar er precies is gestoken. Weliswaar is een oog een kwetsbaar lichaamsdeel, maar niet elk steken of drukken is geëigend om zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Alle overige handelingen zijn alleen te kwalificeren als mishandeling en daarvan zou verdachte bij een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde dan ook moeten worden vrijgesproken. Nu het dossier echter onvoldoende inzicht geeft of rechtstreeks op de oogbol of in het oog of op het ooglid is gestoken, is naar het oordeel van de rechtbank ook ten aanzien van die handeling niet het bewijs geleverd voor poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel en acht de rechtbank hetgeen primair ten laste is gelegd, niet bewezen. Hetgeen in de verklaring van verbalisant als slachtoffer wordt vermeld omtrent het oogletsel wordt niet ondersteund door een medische verklaring en is daarmee onvoldoende om als bewijs te dienen.

Wel acht de rechtbank op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met alle daarin beschreven handelingen de mishandeling heeft gepleegd, zoals subsidiair ten laste gelegd.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

(subsidiair)

hij op of omstreeks 27 juli 2012 te Hank, gemeente Werkendam, opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [initialen] [slachtoffer 1], gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening,

- (met kracht) in de (linker-)onderarm heeft gebeten en/of

- (met kracht) met een of meerdere vinger(s) in een oog heeft geprikt en/of gestoken en/of gedrukt en/of

- (met kracht) met een of meerdere vinger(s) in een neusholte heeft gestoken en/of geduwd en/of

- (met kracht) een of meerdere vinger(s) in de mond heeft gestoken en/of geduwd,

waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor onder 4.3 heeft overwogen ten aanzien van de rechtmatigheid van de uitoefening van de bediening door [naam verbalisant] wordt het beroep op noodweer verworpen. De handelingen die [naam verbalisant] heeft verricht bij de aanhouding waren bovendien passend en noodzakelijk en daarmee niet wederrechtelijk. De reacties van verdachte naar verbalisant waren niet ingegeven door een noodzaak om zich te verdedigen tegen een wederrechtelijke aanhouding, maar waren er naar het oordeel van de rechtbank alleen op gericht om aan aanhouding te ontkomen. Gelet op het ontbreken van een noodweersituatie, faalt ook het beroep op noodweerexces.

Er zijn verder geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden. Bij de bepaling van de eis heeft zij in het nadeel van verdachte rekening gehouden met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder wegens het plegen van geweldsdelicten is veroordeeld en dat hij ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde in twee proeftijden liep.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank, indien zij tot een strafoplegging komt, aan verdachte een taakstraf op te leggen, omdat hij dan weer ritme in zijn leven krijgt. Daarnaast heeft verdachte in de laatste periode geen contacten met politie of justitie gehad.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich in het kader van een aanhouding door een verbalisant op verdenking van huiselijk geweld, hevig verzet en daarbij verbalisant stevig mishandeld. Dat verdachte wist dat hij was aangehouden, blijkt duidelijk uit zijn verklaring bij de politie en zijn verweer dat hij heeft gehandeld omdat hij zich aangevallen voelde door verbalisant, snijdt dan ook geen hout. De enige reden waarom verdachte zich zo hevig verzette was naar het oordeel van de rechtbank omdat hij zich aan zijn aanhouding wilde onttrekken. Beide aspecten neemt de rechtbank verdachte kwalijk.

Door het handelen van verdachte heeft verbalisant letsel opgelopen. Daarvan heeft hij blijkens zijn verklaring als slachtoffer enkele weken fors last gehad. Hij heeft vanwege de bijtwond een antibioticakuur moeten volgen en daarbij enige tijd in angst geleefd dat hij door die wond mogelijk besmet zou zijn. Ook was hij bang blijvend letsel aan zijn oog te hebben opgelopen.

De rechtbank betrekt bij haar beslissing omtrent de op te leggen straf dat verdachte diverse keren is veroordeeld, ook voor geweldsdelicten, alsmede dat verdachte in twee proeftijden liep. Dit alles heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden om dit feit te plegen.

Het over verdachte uitgebracht reclasseringsrapport schetst een beeld dat verdachte op diverse leefgebieden problemen kent. Problemen die naar het oordeel van de reclassering dringend moeten worden aangepakt. De reclassering vermoedt dat verdachte drugs gebruikt, maar verdachte ontkent dit en wil niet meewerken aan urinecontroles. Verder geeft het dossier aan dat verdachte niet meewerkt aan de eerder aan hem opgelegde behandeling bij De Waag doordat hij in de helft van de gevallen niet is komen opdagen bij sessies. Verdachte is blijkens het rapport van mening dat reclasseringstoezicht en behandeling bij De Waag geen gedragsverandering teweeg zullen brengen.

Vorenstaande in onderlinge samenhang bezien en kijkend naar hetgeen in de oriëntatiepunten voor een mishandeling als deze als straf wordt geformuleerd, acht de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. In de houding van verdachte ten aanzien van behandeling, ziet de rechtbank aanleiding geen voorwaardelijk strafdeel op te leggen omdat dat met grote waarschijnlijkheid alleen maar tot tenuitvoerlegging van dat deel zal leiden.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [initialen] [slachtoffer 1], [adres] vordert een schadevergoeding van € 897,43.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 63, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

subsidiair: Mishandeling, terwijl het misdrijf wordt begaan tegen een ambtenaar

gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 weken;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [initialen] [slachtoffer 1] van

€ 897,43, waarvan € 97,43 ter zake van materiële schade en € 800,00 ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [initialen] [slachtoffer 1], € 897,43 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 17 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd. (BP.04)

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Volkers en mr. Van Gessel, rechters, in tegenwoordigheid van Vermaat, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 april 2013.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 27 juli 2012 te Hank, gemeente Werkendam, ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd

[initialen] [slachtoffer 1] (ambtenaar van politie Midden West-Brabant), gedurende

en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening,

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1]

- (met kracht) in de (linker-)onderarm heeft gebeten en/of

- (met kracht) met een of meerdere vinger(s) in een oog heeft geprikt en/of

gestoken en/of gedrukt en/of

- (met kracht) met een of meerdere vinger(s) in een neusholte heeft gestoken

en/of geduwd en/of

- (met kracht) een of meerdere vinger(s) in de mond heeft gestoken en/of

geduwd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 27 juli 2012 te Hank, gemeente Werkendam, opzettelijk

mishandelend een ambtenaar, te weten [initialen] [slachtoffer 1], gedurende en/of

terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening,

- (met kracht) in de (linker-)onderarm heeft gebeten en/of

- (met kracht) met een of meerdere vinger(s) in een oog heeft geprikt en/of

gestoken en/of gedrukt en/of

- (met kracht) met een of meerdere vinger(s) in een neusholte heeft gestoken

en/of geduwd en/of

- (met kracht) een of meerdere vinger(s) in de mond heeft gestoken en/of

geduwd,

waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht