Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ7873

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
28-03-2013
Datum publicatie
18-04-2013
Zaaknummer
757993 md 13-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek van Officier van Justitie te Leeuwarden ex artikel 28, eerste lid WAHV aan kantonrechter tot afgifte machtiging dwangmiddel gijzeling voor de duur van zeven dagen. Kantonrechter wijst het verzoek af en heeft hier twee gronden voor, te weten: het niet deugdelijk motiveren van het onderhavige verzoek (1e grond) en het bestaan van betalingsonmacht bij betrokkene (2e grond). De kantonrechter verwijt de betrokken officier ook onzorgvuldigheid bij de totstandkoming van zijn/haar vordering. De kantonrechter spreekt voorts zijn verbazing uit over het gemak waarop deze vorderingen/verzoeken landelijk worden gedaan en ook over het feit dat deze vorderingen/verzoeken vervolgens landelijk -zonder noemenswaardige motivering- via een standaardformulier worden toegewezen.

Wetsverwijzingen
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2013/60

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaaknummer: 757993 MD 13-18

CJIB-nummer: 156380407

uitspraak: 28 maart 2013

Op de in het openbaar gehouden zitting van 28 maart 2013 is mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, bijgestaan door S.J.A. Roefs als griffier, overgegaan tot de mondelinge behandeling van het verzoek dwangmiddel gijzeling, gevorderd door de officier van justitie in de zaak met bovengenoemde CJIB-nummer, van betrokkene:

naam : [betrokkene],

adres : [adres], nader te noemen: “betrokkene”.

--------------------

Betrokkene is verschenen in persoon, vergezeld door mevrouw [X], de ambulant begeleidster en mevrouw [Y], de beschermingsbewindvoerster van betrokkene.

Van het verhandelde ter zitting is door de griffier aantekening gehouden, welke aantekeningen worden geacht deel uit te maken van dit proces-verbaal.

1. De beoordeling

1.1 De officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden verzoekt de kantonrechter te Bergen op Zoom in bovengenoemde zaak ex artikel 28, eerste lid Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV) om hem te machtigen het dwangmiddel gijzeling toe te passen voor de duur van zeven dagen. Het gaat hier om een administratieve sanctie, vanwege “niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden” van een motorrijtuig met het kenteken [kenteken] waarvoor op 20 oktober 2011 een beschikking aan betrokkene is opgelegd. Tegen deze beschikking is kennelijk door betrokkene geen beroep ingesteld. Het sanctiebedrag (ad € 380,00) werd niet betaald en is vanwege het uitblijven van betaling van rechtswege tweemaal verhoogd bij het versturen van een eerste en een tweede aanmaning. Betrokkene is nu (nog) € 760,00 verschuldigd. Het aanvankelijk openstaande bedrag (na toepassing van de beide verhogingen) bedroeg € 1.146,00.

Op 23 februari 2013 is kennelijk bij het CJIB een betaling ad € 386,00 binnengekomen.

1.2 Ter onderbouwing van zijn/haar vordering merkt de officier van justitie op dat in de onderhavige zaak geen dwangbevel is geïnitieerd omdat in een andere zaak de deurwaarder geen verhaalsmogelijkheden aanwezig achtte. Onduidelijk blijft om welke “andere zaak” het hierbij gaat en ook blijft onduidelijk waarom de officier van justitie toch doorgaat met het afdwingen van betaling terwijl kennelijk ook naar zijn/haar mening bij betrokkene geen verhaalsmogelijkheden aanwezig worden geacht.

1.3 Dit klemt te meer nu de officier van justitie heeft kunnen vaststellen dat ook de toepassing van het dwangmiddel ex art. 28a WAHV (inlevering rijbewijs voor een periode van vier weken) niet tot betaling heeft geleid. Voorts heeft vordering tot buitengebruikstelling van het voertuig conform art. 28b WAHV niet tot resultaat gelijk omdat betrokkene niet in bezit is van een voertuig.

1.4 Wat door/namens de officier van justitie wordt aangevoerd rechtvaardigt op geen enkele wijze om nu over te gaan tot toepassing van het zwaarste dwangmiddel gijzeling.

Bij toepassing van het dwangmiddel gijzeling zou betrokkene -afhankelijk van de hoogte van het openstaande bedrag- tot maximaal 7 dagen door justitie kunnen worden ingesloten.

Als de kantonrechter dit toestaat wordt de betreffende persoon in hechtenis genomen.

Tegen de beslissing van de kantonrechter staat geen rechtsmiddel, zoals hoger beroep, open.

1.5 Het verbaast de kantonrechter met welk gemak deze vorderingen landelijk door de officier van justitie te Leeuwarden worden ingesteld en voorts verbaast het de kantonrechter met welk gemak deze vorderingen vervolgens landelijk -zonder noemenswaardige motivering- via een standaardformulier worden toegewezen.

1.6 Bij het CJIB en de officier van justitie moet bekend zijn dat met betrekking tot deze betrokkene afgezien van de onderhavige zaak nog vier zaken openstaan, te weten:

CJIB nr. 1062 5421 6134 0255 ad € 1.189,26, CJIB nr. 9062 5421 5941 8632 ad € 1.146,00, CJIB nr. 6026 5421 5865 4023 ad € 360,00 en CJIB nr. 3062 5421 5684 6191 ad € 754,00.

Dit blijkt uit een eigen overzicht openstaande zaken (peildatum 13 december 2012) van het CJIB. De kantonrechter beschikt over deze informatie omdat de beschermingsbewindvoerster van betrokkene hem deze heeft aangereikt! De kantonrechter acht het zeer onzorgvuldig dat de officier van justitie hem deze informatie niet zelf verstrekt. Zeker in een procedure waarin geen rechtsmiddelen openstaan, dient de nodige zorgvuldigheid te worden betracht.

1.7 De kantonrechter heeft in eerdere uitspraken (zie o.m. LJN BX3146) al overwogen dat het systeem van incasso bij het CJIB kennelijk niet toestaat om verder te kijken dan de betrokken individuele zaak. Een deugdelijke documentatie met betrekking tot betrokkene ontbreekt in het dossier. Op deze wijze weet de kantonrechter ook volstrekt niet hoeveel zaken er bij het CJIB met betrekking tot betrokkene openstaan. Dit betreft relevante informatie in het kader van de door de kantonrechter te nemen beslissing betreffende de toepassing van het dwangmiddel gijzeling.

1.8 Gelet op bovenstaande zal de kantonrechter de onderhavige vordering toepassing dwangmiddel gijzeling afwijzen.

1.9 In dit geval bestaat er zelfs een dubbele grond tot afwijzing.

De beschermingsbewindvoerster heeft gemotiveerd aangetoond dat er geen sprake is van betalingsonwil maar betalingsonmacht. Betrokkene heeft ongeveer € 50.000,00 aan schulden en is (mede) om die reden onder beschermingsbewind gesteld. Hier had de officier van justitie waarschijnlijk ook achter kunnen komen indien hij/zij had nagevraagd bij de door hem/haar ingeschakelde deurwaarder waarom deze geen verhaalsmogelijkheden aanwezig achtte.

Ook hieruit blijkt de onzorgvuldigheid aan de zijde van de officier van justitie bij de totstandkoming van zijn/haar vordering.

1.10 De kantonrechter spreekt de hoop uit dat de officier van justitie (en het CJIB) in elk geval kennisneemt (kennisnemen) van de inhoud van deze uitspraak zodat kan worden voorkomen dat in de overige openstaande zaken ook ten onrechte vorderingen dwangmiddel gijzeling worden uitgevaardigd. De kantonrechter benadrukt hierbij dat betrokkene een beschermingsbewindvoerster heeft die betrokkene op grond van haar taak in en buiten rechte vertegenwoordigd. Deze wettelijke beschermende maatregel is niet voor niets uitgesproken!

2. De beslissing

De kantonrechter wijst bovengenoemd verzoek tot afgifte van een machtiging tot het toepassen van het dwangmiddel gijzeling af.

Aldus gewezen en uitgesproken door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, ter openbare terechtzitting van donderdag 28 maart 2013.