Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:BY8721

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10-01-2013
Datum publicatie
17-01-2013
Zaaknummer
741973 ov 12-4393
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opheffing vereffening nalatenschap. Publicatie in Staatscourant en twee nieuwsbladen in verband met de hoge kosten niet voorgeschreven. Bekendmaking op internet geeft even goede, misschien zelfs betere, mogelijkheid iedere belanghebbende te informeren omtrent nalatenschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 741973 OV VERZ 12-4393

beschikking d.d. 10 januari 2013 op een verzoek tot opheffing ex artikel 4:209 van het Burgerlijk Wetboek (BW)

ingediend door:

François Omer Huijbregts-de Swaef, h.o.d.n. P.’BHZ’, gevestigd te (4622 RE) Bergen op Zoom, Ampèrestraat 6-c, handelend in zijn hoedanigheid van curator over Cornelia Elizabeth Jantina van Oevelen-Slimmen, wonende te (4681 AW) Nieuw-Vossemeer, Burg. Janssensstraat 1,

erfgename in de nalatenschap van:

Johannes Franciscus Jacobus van Oevelen,

laatstelijk gewoond hebbende te (4681 W) Nieuw-Vossemeer, Burg. Janssensstraat 1,

overleden te Steenbergen op 9 juli 2012,

nader te noemen erflater.

1. Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit het op 23 oktober 2012 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen.

2. Het verzoek

2.1 Verzoeker, wettelijk vertegenwoordiger van de enig erfgenaam van erflater te weten Cornelia Elizabeth Jantina van Oevelen-Slimmen, voornoemd, is vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van erflater en verzoekt op grond van het bepaalde in artikel 4:209 BW de opheffing van de vereffening te bevelen, vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap.

2.2 Ter onderbouwing van het verzoek is een vermogensbeschrijving overgelegd.

2.3 Verzoeker heeft afgezien van verhoor door de kantonrechter.

3. De beoordeling

3.1 De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de waarde van

de baten van de nalatenschap zodanig gering is, dat er - gelet op de waarde van de schulden -

aanleiding is om de opheffing van de vereffening te bevelen.

3.2 De wet bepaalt dat deze opheffing dient te worden gepubliceerd. Nu er vrijwel geen baten zijn, wordt geoordeeld dat het in niemands belang is om daarvoor nog kosten te maken. Omdat de nalatenschap beneficiair aanvaard is zouden de kosten van publicatie voor rekening van het budget voor de rechtspraak komen, dus voor rekening van de Staat. Nu geen publicatie heeft plaatsgevonden van het vereffenaarschap en er ook verder geen dwingende noodzaak bestaat voor de -kostbare- wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatscourant en advertentie in twee nieuwsbladen), zal deze niet worden voorgeschreven. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. Verzoeker zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.

3.3 De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van de opheffing van de vereffening in het boedelregister.

4. De beslissing

De kantonrechter:

- beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater;

- verstaat dat deze beschikking bekend gemaakt zal worden door plaatsing op rechtspraak.nl/uitspraken;

- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 januari 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's Hertogenbosch.