Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:9698

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
13-12-2013
Datum publicatie
19-12-2013
Zaaknummer
2572778_E13122013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Opheffing vereffening nalatenschap. Publicatie in Staatscourant en twee nieuwsbladen in verband met de hoge kosten niet voorgeschreven. Bekendmaking op internet geeft even goede, misschien zelfs betere, mogelijkheid iedere belanghebbende te informeren omtrent nalatenschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 2572778 OV VERZ 13-5785

beschikking d.d. 13 december 2013 op een verzoek tot opheffing ex artikel 4:209 van het Burgerlijk Wetboek (BW)

ingediend door:

[verzoekster], werkzaam ten kantore van

[naam], kantoorhoudende op het adres

[adres],

gevolmachtigde van de erfgenamen in de nalatenschap van:

[erflaatster],

laatstelijk gewoond hebbende te [adres],

overleden te [adres] op [datum],

nader te noemen erflaatster.

1. Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit het op 21 november 2013 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen.

2 Het verzoek

2.1

Verzoekster is gevolmachtigde van de erfgenamen van erflater. Als gevolmachtigde van de vereffenaars van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van erflater verzoekt zij op grond van het bepaalde in artikel 4:209 BW opheffing van de vereffening, vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap.

2.2

Ter onderbouwing van het verzoek is een vermogensbeschrijving overgelegd.

2.3

Verzoekster en de erfgenamen hebben afgezien van verhoor door de kantonrechter.

3 De beoordeling

3.1

De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de waarde van

de baten van de nalatenschap zodanig gering is, dat er - gelet op de waarde van de schulden -

aanleiding is om de opheffing van de vereffening te bevelen.

3.2

De wet bepaalt dat deze opheffing dient te worden gepubliceerd. Nu er vrijwel geen baten zijn, wordt geoordeeld dat het in niemands belang is om daarvoor nog kosten te maken. Omdat de nalatenschap beneficiair aanvaard is zouden de kosten van publicatie voor rekening van het budget voor de rechtspraak komen, dus voor rekening van de Staat. Nu geen publicatie heeft plaatsgevonden van het vereffenaarschap en er ook verder geen dwingende noodzaak bestaat voor de -kostbare- wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatscourant en advertentie in twee nieuwsbladen), zal deze niet worden voorgeschreven. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op www.rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. Verzoeker zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.

3.3

Nu in het verzoekschrift niet gebleken is van reeds gemaakte vereffeningskosten zal de kantonrechter de vereffeningskosten enkel vaststellen op het verschuldigde bedrag aan griffierecht voor het onderhavige verzoekschrift, zijnde een bedrag van € 75,00.

3.4

De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van de opheffing van de vereffening in het boedelregister.

4 De beslissing

De kantonrechter:

- beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater;

- stelt de vereffeningskosten vast op € 75,00 en brengt deze kosten ten laste van de boedel;

- verstaat dat deze beschikking bekend gemaakt zal worden door plaatsing op www.rechtspraak.nl/uitspraken;

- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 december 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's‑Hertogenbosch.