Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:9660

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10-12-2013
Datum publicatie
19-12-2013
Zaaknummer
2496835_E10122013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Verzoek tot instelling van een meerderjarigenbewind over goederen afgewezen. Gevolgen slechte en/of onvoldoende beheersing Nederlandse taal komen in beginsel voor eigen risico. Wanneer als direct gevolg van slechte beheersing van de Nederlandse taal vervolgens schulden ontstaan, kan dit volgens de kantonrechter niet betekenen dat deze personen allemaal onder beschermingsbewind worden geplaatst in verband met deze schuldenpositie. Beschermingsbewindvoerder geen "gratis" administratiekantoor. Geen sprake van het hebben van problematische schulden. Kantonrechter geeft toetsingskader wat betreft het hebben van problematische schulden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2014/50

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 2496835 OV VERZ 13-5343

beschikking d.d. 10 december 2013 op een verzoek tot instelling van een meerderjarigenbewind over de goederen

van

[verzoeker] , wonende te 4703 [adres].

1 Het procesverloop

1.1

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het op 4 november 2013 door de griffie van de rechtbank ontvangen verzoekschrift (met bijlagen);

b. het proces-verbaal van gehoor van de griffier met betrekking tot het verhandelde op de terechtzitting van 3 december 2013.

1.2

De inhoud van deze stukken geldt hier als ingelast.

2 Het verzoek en de beoordeling

2.1

Het verzoek strekt tot de instelling van een bewind over de goederen van

[verzoeker] voornoemd, hierna te noemen rechthebbende, geboren te [plaats] [land] op [geboortedatum], wonende te[adres], onder gelijktijdige benoeming van [bewindvoerder], adres houdende te [adres], tot bewindvoerder.

2.2

Het verzoekschrift vermeldt als reden voor dit verzoek tot onderbewindstelling dat rechthebbende in verband met ontbreken van kennis van de Nederlandse taal en het ontbreken van voorzieningen zelf niet in staat is om zijn zaken te regelen. Hij wil hulp bij zijn schulden.

2.3

De maatschappelijk werker, [naam], geeft bij brief van 11 september 2013 een schriftelijke toelichting op het onderhavige verzoek. Zij schrijft dat zij rechthebbende sinds een aantal maanden begeleid nadat deze door de woningcorporatie is doorverwezen in verband met een huurachterstand. Al snel bleek volgens haar dat de financiële zaken van rechthebbende er slecht voorstonden. Rechthebbende ontvangt sinds vorig jaar een ww-uitkering op bijstandsniveau. Voor die tijd werkte hij en verdiende hij wat meer. Sinds de inkomens- terugval zijn de schulden ontstaan. Rechthebbende kent geen Nederlands, waardoor hij niet alle post begrijpt. Dit had bijvoorbeeld tot gevolg dat volgens haar teveel beslag was gelegd op het inkomen en de toeslagen van rechthebbende. De schuldenlast is volgens haar dermate hoog (geschat op circa € 6.000,00) dat voor hem sprake is voor een problematische schuldsituatie, waarvoor een schuldenregeling dient te worden aangevraagd. Om dit traject tot een succes te maken, heeft zij rechthebbende geadviseerd beschermingsbewind aan te vragen. Volgens haar wil rechthebbende dit ook zelf heel graag omdat het hem zelf niet lukt zijn zaken te regelen. Als iemand anders zijn financiën en administratie kan behartigen, in ieder geval zijn schulden worden opgelost, zal dit volgens de maatschappelijk werker ook een stuk spanning bij rechthebbende wegnemen.

2.4

Uit de stukken en de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting is gebleken dat de verzochte instelling van een beschermingsbewind met name is ingegeven door de ontstane schuldenpositie van rechthebbende. Rechthebbende heeft de schuldenpositie onder de aandacht gebracht van een maatschappelijk werker. Ook is gebleken dat deze schuldenpositie (mede) is veroorzaakt door onvoldoende kennis van rechthebbende van de Nederlandse taal en van de voorhanden voorzieningen, alsmede door een inkomensterugval.

2.5

De kantonrechter stelt voorop dat niet of onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal met als direct gevolg het niet kunnen lezen van relevante correspondentie, zoals facturen, brieven van uitvoerende instanties etc., in beginsel een omstandigheid is welke geheel voor rekening en risico van betrokkene dient te komen en te blijven. Wanneer als direct gevolg van deze slechte beheersing van de Nederlandse taal vervolgens schulden ontstaan, kan dit volgens de kantonrechter ook niet betekenen dat deze personen allemaal onder beschermingsbewind worden geplaatst in verband met een schuldenpositie. Op deze wijze wordt immers niet de oorzaak van het ontstaan van schulden, te weten de slechte taalbeheersing, bestreden maar alleen maar de gevolgen, zijnde het mogelijk wegwerken van schulden. Het ligt op de weg van de verantwoordelijke uitvoerende instanties om ervoor te zorgen dat personen, die permanent in Nederland wensen te verblijven, wel op een deugdelijke wijze de Nederlandse taal leren en dat deze instanties -voor zover nodig- eisen aan deze personen stellen op dit punt.

Een beschermingsbewindvoerder beschikt niet over de mogelijkheden om eerder genoemd tekortschieten van overheidsinstanties en daarmee de oorzaak op te heffen. Het toelaten van deze categorie personen tot beschermingsbewind zou betekenen, dat de -te benoemen- beschermingsbewindvoerders als een soort “gratis” administratiekantoor gaan optreden.

De kosten verbonden aan deze bewindswerkzaamheden zullen deze personen (met schulden) immers niet kunnen betalen. Al deze kosten zullen in dat verband afgewikkeld dienen te worden op de bijzondere bijstand bij de gemeentes.

2.6

Voorts is het enkel hebben van schulden onder de huidige wetgeving geen reden voor het instellen van een beschermingsbewind. Onder de nieuwe wetgeving, inwerkingtreding 1 januari 2014, is het hebben van problematische schulden een (nieuwe) grond voor het instellen van beschermingsbewind. Problematische schulden zijn in essentie schulden die redelijkerwijs -dat wil zeggen naar objectieve maatstaven gemeten- niet (meer) kunnen worden afbetaald. De hoogte van de schuldenlast zegt in dat kader op zichzelf niet zoveel, maar moet worden afgezet tegen de inkomsten, het vermogen, de huishoudsituatie en de leeftijd, gezondheid en opleiding en verdiencapaciteit van de schuldenaar. De vraag of de aflossing van de schuldenlast inderdaad naar objectieve maatstaven gemeten niet meer kan worden gevergd van deze schuldenaar is aan de rechter ter beantwoording. Het probleem- gehalte van een schuldenlast vraagt om een weging die sterk afhankelijk is van de bijzondere omstandigheden van het geval. Uit niets blijkt dat in het onderhavige geval sprake is van schulden die redelijkerwijs -naar objectieve maatstaven gemeten- niet (meer) kunnen worden afbetaald. Mede gelet hierop ziet de kantonrechter geen reden om te anticiperen om de toekomstige wetgeving door vooruitlopend op deze nieuwe wetgeving hier wel al een beschermingsbewind in te stellen.

2.7

Gelet op bovenstaande zal de kantonrechter het verzoek hierna afwijzen.

3 De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 december 2013.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.