Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:9574

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
11-12-2013
Datum publicatie
19-12-2013
Zaaknummer
2406369_E11122013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewindvoerder verzoekt machtiging tot schenking van een bedrag van € 100.000,00 uit het onder bewind gestelde vermogen van zijn oom, de (dementerende) rechthebbende, daarmee gebruik makend van de verruimde schenkingsvrijstelling ten behoeve van de eigen woning. Hij zou daarmee nl. een deel van zijn hypotheek (verstrekt door diezelfde oom) kunnen aflossen. Voorts zou daardoor te zijner tijd de aanslag erfbelasting substantieel lager zijn (bewindvoerder zou volgens zijn zegen enig erfgenaam zijn) en op deze wijze zou aan de wens van rechthebbende worden voldaan dat er zo min mogelijk geld naar de fiscus gaat. Het belang voor rechthebbende zou mede zijn gelegen in het verlagen, althans het niet verhoogd worden van de AWBZ-bijdrage. Voor rechthebbende zouden gezien zijn lichamelijke en geestelijke toestand geen uitgaven meer te verwachten zijn. Bovendien zouden noch rechthebbende, noch anderen door de schenking worden geschaad.

De kantonrechter wijst het verzoek af, oordelend dat met het verzoek niet de belangen van de rechthebbende, maar slechts die van de bewindvoerder worden gediend. Uitgangspunt is dat rechthebbende ook heeft gespaard voor zijn oudedagvoorziening en vooruitlopen op de situatie na zijn overlijden acht de kantonrechter niet opportuun. Met zijn stelling dat noch rechthebbende, noch anderen worden geschaad door de schenking verliest de bewindvoerder uit het oog dat de AWBZ wordt bekostigd uit de algemene middelen. Het afgeven van machtiging op grond van het argument dat de AWBZ-bijdrage van rechthebbende dan wordt verlaagd, althans niet wordt verhoogd, zou ertoe leiden dat de kantonrechter zijn medewerking verleent aan het frustreren van de sinds 1 januari 2013 geldende wettelijke regeling dat die bijdrage afhankelijk is van de hoogte van het inkomen en het vermogen van degene die AWBZ zorg ontvangt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 2406369 OV VERZ 13-4884

beschikking d.d. 11 december 2013 op een machtigingsverzoek ex artikel 1:441 lid 2 sub a van het Burgerlijk Wetboek

1 Het verzoek en de beoordeling

1.1

De kantonrechter heeft kennis genomen van een op 3 oktober 2013 door de griffie ontvangen schriftelijk verzoek tot schenking van € 100.000,00 aan de bewindvoerder (een kopie van dat verzoekschrift is aan deze beschikking gehecht). Het verzoek is mondeling behandeld ter terechtzitting van 21 november 2013.

1.2

De bewindvoerder baseert zijn verzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van de verruimde schenkingsvrijstelling aan kinderen en anderen tot en met € 100.000,00 ten behoeve van de eigen woning. Het resultaat zou dan zijn dan de hypothecaire lening van rechthebbende aan de bewindvoerder ad € 170.500,00 met het geschonken bedrag zou worden verminderd. Bovendien zou te zijner tijd een eventuele aanslag erfbelasting met een substantieel bedrag verminderd worden waarmee voorts voldaan wordt aan de wens van rechthebbende en zijn overleden echtgenote dat hun vermogen zoveel als mogelijk binnen de familie blijft en daarvan zo min mogelijk naar de belasting gaat. De bewindvoerder stelt voorts dat er een schenkingstraditie bestaat en dat er voor rechthebbende geen uitgaven te verwachten zijn, gelet op diens lichamelijke en geestelijke situatie. Tenslotte stelt de bewindvoerder dat noch rechthebbende, noch anderen door de schenking worden geschaad.

1.3

De kantonrechter is van oordeel dat met het onderhavige verzoek niet de belangen van rechthebbende, maar die van de bewindvoerder worden gediend. De kantonrechter heeft echter maar één belang te behartigen en dat is dat van rechthebbende. Het vermogen van rechthebbende dient bij voorkeur te worden besteed aan doeleinden ten behoeve van hemzelf. Uitgangspunt is dat rechthebbende ook voor zijn eigen oudedagvoorziening heeft gespaard. Vooruitlopen op een situatie na zijn overlijden acht de kantonrechter dan ook niet opportuun. Uit het bewindsdossier blijkt dat inderdaad in het verleden schenkingen zijn gedaan, maar deze besloegen slechts het jaarlijkse van belasting vrijgestelde bedrag. Op deze gewoonte van rechthebbende en zijn overleden echtgenote voortgaand, en gelet op de beschikking van 20 december 2012, zal de kantonrechter éénmalig machtiging verlenen om in 2014 het van belasting vrijgestelde bedrag voor anderen dan kinderen uit het vermogen van rechthebbende te schenken aan de bewindvoerder en zijn kinderen.

1.4

Voorts is het argument dat door de schenking de AWBZ-bijdrage voor rechthebbende wordt verlaagd, geen reden om machtiging te verlenen voor de schenking. Met zijn stelling dat noch rechthebbende, noch anderen worden geschaad verliest de bewindvoerder uit het oog dat de AWBZ wordt bekostigd uit de algemene middelen. De AWBZ is in Nederland een verplichte, collectieve ziektekostenverzekering voor niet individueel verzekerbare ziektekostenrisico’s. Verzekerd voor de AWBZ zijn ingezetenen van Nederland en niet-ingezetenen van Nederland die bepaalde inkomsten in Nederland genieten. De AWBZ is één van de zogenoemde verplichte volksverzekeringen. Wie zorg ontvangt uit de AWBZ, betaalt een deel van deze zorg zelf. Deze eigen bijdrage is onder meer afhankelijk van het inkomen. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de eigen bijdrage. Op 1 januari 2013 is de berekening van de eigen bijdrage veranderd in die zin dat wie meer vermogen heeft, ook meer zelf moet betalen. De overheid telt een deel van iemands vermogen mee als inkomen. Dit heeft grote gevolgen voor de hoogte van de eigen bijdrage. Het is de kantonrechter bekend, dat deze substantiële verhoging van de eigen bijdrage AWBZ landelijk tot veel protest heeft geleid onder meer vanuit de ouderenorganisaties. Rechthebbende heeft belang bij de door de AWBZ-zorginstelling verstrekte zorg. Deze zorg dient niet beperkt te blijven tot de aangeboden basiszorg binnen de zorginstelling. Tot de door de beschermingsbewindvoerder te behartigen belangen behoort naar het oordeel van de kantonrechter niet het -door het doen van schenkingen ten laste van rechthebbende- bewust interen op het vermogen van rechthebbende zodat rechthebbende als direct gevolg hiervan een lagere eigen AWBZ-bijdrage zou behoeven te betalen. Het afgeven van een machtiging door de kantonrechter op die grond zou er immers toe leiden, dat de kantonrechter zijn medewerking verleent aan het frustreren van de werking van een wettelijke regeling.

1.5

Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.

2 De beslissing

De kantonrechter:

verleent éénmalig machtiging tot schenking van een bedrag van € 2.057,00 in het jaar 2014 aan de bewindvoerder, alsmede aan zijn kinderen [naam] en [naam];

wijst het verzoek voor het overige af.

Deze beschikking is gegeven op 11 december 2013 door mr. W.E.M. Verjans en door deze en de griffier ondertekend.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.