Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:9109

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
09-12-2013
Datum publicatie
11-12-2013
Zaaknummer
STR-11_700280
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Hennepkwekerij en diefstal stroom. Medeplegen. `Beroep of bedrijf. Handelshoeveelheid. Voortgezette handeling telen en aanwezig hebben op achtereenvolgende data van dezelfde hoeveelheid planten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 12/700280-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 december 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1967 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

raadsman mr. M.C. van der Want, advocaat te Middelburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 november 2013, waarbij de officier van justitie mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht, ter zake dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 6 september 2011 te

Ritthem, gemeente Vlissingen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,(telkens)

opzettelijk, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, meermalen, althans

éénmaal, heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval

(telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een schuur aan/nabij de

[straatnaam]) een grote (handels) hoeveelheid hennepplanten en/of delen

daarvan, in elk geval (een) (handels) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram

van een materiaal bevattende hennep.

en/althans in elk geval op of omstreeks 7 september 2011 aldaar opzettelijk

aanwezig heeft gehad (in totaal) ongeveer 880 hennepplanten, althans een

(groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een

hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan

wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

[medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de

periode van 1 april 2011 tot en met 6 september 2011 te Ritthem, gemeente

Vlissingen,

met elkaar, althans een van hen,(telkens) opzettelijk, in de uitoefening van

een beroep of bedrijf, meermalen, althans éénmaal, heeft/hebben geteeld en/of

bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk

aanwezig heeft/hebben gehad (in een schuur aan/nabij de [straatnaam]) een grote

(handels) hoeveelheid hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (een)

(handels) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende

hennep.

en/althans in elk geval op of omstreeks 7 september 2011 aldaar opzettelijk

aanwezig heeft/hebben gehad (in totaal) ongeveer 880 hennepplanten, althans

een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens)

een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan

wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of

omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot 7 september 2011 te Ritthem,

gemeente Vlissingen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen

en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest,

door met die [medeverdachte 1]en/of die onbekend gebleven persoon/personen afspraken

te maken met betrekking tot het gebruik van die schuur voor hennepkweek en/of

aan die [medeverdachte 1]en/of die onbekend gebleven persoon/personen voornoemde

schuur voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

en voor zover terzake het onder 2 telastgelegde een veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer (andere) onbekend

gebleven perso(o)n(en) één of meerma(a)l(en) in of omstreeks de periode van 1

april 2011 tot en met 7 september 2011 te Ritthem, gemeente Vlissingen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schuur,

gelegen aan/nabij de [straatnaam], heeft weggenomen een hoeveelheid stroom

(elektrische energie), geheel of ten dele toebehorende aan [energieleverancier]

[energieleverancier], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die

en/of die (andere) onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of zijn/hun mededader(s)

en/of aan verdachte, waarbij die [medeverdachte 1]en/of die [medeverdachte 2] en/of die

(andere) onbekend gebleven (perso(o)n(en) en/of zijn/hun mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte één of meerma(a)l(en) in

of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 7 september 2011 te

Ritthem, gemeente Vlissingen, en/of elders in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of (telkens)

opzettelijk behulpzaam is geweest

door toen daar (telkens) die schuur ter beschikking te stellen aan die

[medeverdachte 1]en/of die [medeverdachte 2] en/of aan een of meer (andere) onbekend

gebleven personen en/of (telkens) heeft toegestaan/gedoogd dat die [medeverdachte 1]

en/of die [medeverdachte 2] en/of die (andere) onbekend gebleven perso(o)n(en)dat

misdrijf kon(den) plegen;

2.

hij één of meerma(a)l(en) in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en

met 7 september 2011 te Ritthem, gemeente Vlissingen, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom

(elektrische energie), geheel of ten dele toebehorende aan[energieleverancier]

[energieleverancier], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking;

3.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 april

2011 tot en met 7 september 2011 te Ritthem, gemeente Vlissingen, in elk geval

in Nederland, één of meer voorwerpen, te weten één of meer geldbedragen tot

een totaal van 8000,-- euro, in elk geval tot een aanmerkelijk totaal, heeft

verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans

van één of meer voorwerpen, te weten één of meer geldbedragen, gebruik heeft

gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf,

immers heeft verdachte een geldbedrag van 8000,-- euro, zijnde (een gedeelte

van) de opbrengst van hennepkweek, ontvangen en/of aangewend voor de aankoop

van een maaimachine en/of een scooter en/of een hond.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van eind april 2011 tot en met 7 september 2011 schuldig heeft gemaakt aan het aanwezig hebben en het telen van hennep in vereniging (feit 1 primair), aan het illegaal afnemen van stroom in vereniging (feit 2 primair) en aan het witwassen van een geldbedrag uit de opbrengsten van de hennepkwekerij in de zin van het voorhanden hebben en het omzetten van dat bedrag (feit 3).

Er was volgens de officier van justitie sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten. De rol van verdachte was misschien beperkt in tijd en omvang, maar was wel een cruciale. Immers zonder verdachte – als beheerder van de schuur waarin de hennepkwekerij is aangetroffen – zou daar helemaal geen hennepkwekerij zijn geweest.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het onder 1 primair en 2 primair en subsidiair ten laste gelegde. Bovendien dient de ten laste gelegde periode (van het onder 1 subsidiaire feit), gelet op de aangifte namens de leverancier van de elektriciteit en de verklaringen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] te worden bekort tot vier maanden, te rekenen vanaf eind april 2011.

De raadsman heeft met betrekking tot de feiten onder 1 en 2 de volgende bewijsverweren gevoerd:

- Er was geen sprake van hennepteelt “in de uitoefening van een beroep of bedrijf”. Het betrof slechts een korte periode van teelt in één kwekerij met een beperkt aantal hennepplanten.

- Niet kan worden bewezen dat verdachte zo bewust en nauw met een ander of anderen heeft samengewerkt dat sprake is van medeplegen van het telen of aanwezig hebben van de hennepplanten. Verdachte heeft niet meer gedaan dan het welbewust faciliteren van een hennepkwekerij en dat levert blijkens rechtspraak van de Hoge Raad geen medeplegen op (zie HR 11 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR2892). De rol van verdachte kan slechts worden gekwalificeerd als medeplichtigheid. Immers, de schuur was eigendom van [medeverdachte 3] en verdachte deed daar slechts wat klusjes, vooral bestaande uit zorg voor de dieren en het huishouden. Voor wat betreft het plan om een hennepkwekerij te starten diende hij slechts als doorgeefluik. Hij had feitelijk niets te zeggen over de hennep, hij kon daar niet over beschikken en hij heeft geen kerntaken uitgevoerd ten aanzien van het kweken van hennep. Dezelfde argumenten gelden voor wat betreft de diefstal van stroom. Ten aanzien van dit feit geldt dat hij de stroomvoorziening niet heeft aangelegd of daarbij heeft geholpen en dat hij niets had te zeggen over de schuur of de woning van [medeverdachte 3].

Voor wat betreft het bewijs van het witwassen (onder 3) refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank1

4.3.1

Inleiding

Op grond van de verklaringen van verdachte (bij de politie en ter zitting), de bevindingen van de politie en de overige verklaringen in het dossier kunnen de volgende feiten dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

- Op 10 augustus 2011 kwam bij de politie een melding binnen van [aangever] van [energieleverancier] dat hem bij het oplossen van een storing in een transformatorhuisje behorend bij een windmolen, gelegen aan de [straatnaam] te Ritthem, gemeente Vlissingen, was gebleken dat de windmolen meer energie gebruikte dan opleverde. Het verbruik was enorm toegenomen, factor 10 à 15 keer. [aangever] verklaarde dat op dat transformatiehuisje behalve de windmolen alléén de stroomvoorziening van het adres [straatnaam] te Ritthem is aangesloten en dat de contractant op dit adres is genaamd [medeverdachte 3]. Uit de resultaten van verschillende blokmetingen was [aangever] gebleken dat er gedurende blokken van twaalf uur een verhoogde energieafname op de [straatnaam] was, terwijl uit de gebruikersgegevens van het adres [straatnaam] niet bleek van een hoog energieverbruik. De gemeten fasen en de piekbelasting wezen op de aanwezigheid van een grote hennepkwekerij op genoemd

adres2;

- Op verzoek van de politie werd nogmaals een blokmeting uitgevoerd vanaf 6 september 2011 tot en met 7 september 2011. Daaruit viel af te leiden dat op 7 september 2011 de droogperiode was ingegaan en dat – uitgaande van een gebruikelijk droogperiode - op 10 september 2011 geoogst zou kunnen worden3;

- Op 7 september 2011 zijn onder leiding van de rechter-commissaris en in aanwezigheid van de officier van justitie en twee medewerkers van het energiebedrijf [energieleverancier], waaronder genoemde [aangever], de woning en de bijgebouwen op het adres [straatnaam], ter inbeslagneming betreden en doorzocht4;

- In een schuur bij de woning werden een in werking zijnde hennepkwekerij en diverse hennep gerelateerde materialen aangetroffen. Daarbij werden in twee professioneel ingerichte kweektenten (van elk 480 cm breed en 720 cm lang) in totaal 880 bijna oogstrijpe hennepplanten aangetroffen. De tenten waarin de hennepplanten stonden, konden worden dichtgeritst zodat het licht en de warmte in de tent bleven. Voor deze tenten waren balen met stro opgestapeld zodat de tenten bij het openen van de mendeuren van de schuur aan het zicht van buiten werden onttrokken5;

- In de kweektent 1 werden 440 hennepplanten aangetroffen met een gemiddeld gewicht van 381 gram (totaal 167.640 gram) en de in kweektent 2 440 hennepplanten met een gemiddeld gewicht van 407 gram (totaal 179.080 gram). Het betroffen planten van het geslacht “Cannabis Sativa”6. Het is een feit van algemene bekendheid dat hennep een middel is dat is vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet7;

- Ook werd geconstateerd dat buiten de meter om energie werd afgenomen. [aangever] heeft hierover in de aangifte van diefstal stroom (elektrische energie), namens de benadeelde [energieleverancier] verklaard dat in de meterkast van de woning aan de onderzijde van de automaten een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt. Twee voedingskabels buiten de elektriciteitsmeter om voorzagen de hennepkwekerij van energie. Contractueel was er een aansluiting van 3 x 25 ampère, nu was er aansluiting van 3 x 100 ampère. Volgens [aangever] is in de grafieken duidelijk te zien dat sinds eind april 2011 het verbruik ineens enorm stijgt8;

- Op 7 september 2011 werden ter plaatse, aan de [straatnaam], als verdachten aangehouden: [medeverdachte 3]9 en [verdachte]10;

- Tussen de materialen voor de kwekerijen (op een klein zoldergedeelte in de kweekruimte) werd een doos met onder anderen stekkers en elektriciteitskabels aangetroffen. Op de doos zat een sticker met de volgende gegevens: “mr. [medeverdachte 1], [medeverdachte 1]vof, adres [adres medeverdachte 1]11. Verder werd in de kwekerij een bord aangetroffen met twee 06-telefoonnummers (waaronder het nummer eindigend op 3834) en de naam “[verdachte]”12.

- Bij de doorzoeking werd onder [verdachte] onder anderen de mobiele telefoon met genoemd 06-gebruikersnummer eindigend op 3834 in beslag genomen. In die telefoon was een 06-nummer opgeslagen ten name van “[naam 1]” (nummer eindigend op 3538). Met dit nummer was drie maal gebeld en waren vijf sms-berichten verstuurd naar het nummer eindigend op 383413. Verder was één van de gebelde nummers, het 06-nummer eindigend op 5316 onder de naam “[naam 2]”14;

- Uit verder onderzoek bleek dat het 06-nummer eindigend op 3538 in gebruik was bij [medeverdachte 1] (in diens portemonnee werd de kaart aangetroffen waarin het SIM-kaartje van dat nummer had gezeten) en dat het 06-nummer eindigend op 5316 ten name stond van [medeverdachte 2] te Zoetermeer15. Ook bleek dat het 06-nummer eindigend op 3538 op verschillende data in de periode van 6 juli 2011 tot en met 31 augustus 2011 diverse malen masten heeft aangestraald in Zeeland, waaronder masten in Middelburg en Vlissingen16;

- Op beelden van de camera die van 18 augustus 2011 tot en met 25 augustus 2011 op de [straatnaam] heeft gestaan werd gezien dat op 21 augustus 2011 en op 24 augustus 2011

een Alfa Romeo 156 sportwagon het terrein van de [straatnaam] opreed, met als laatste lettercombinatie van het kenteken “LP”. Bij raadpleging van de registers van de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW) bleek dat een Alfa Romeo 156 sportwagon 1.9 JTD, kenteken [kenteken] van 7 februari 2011 tot 28 maart 2011 op naam heeft gestaan van [medeverdachte 1], geboren [geboortedag medeverdachte 1] 1978, en dat die auto sinds 28 maart 2011 ten name staat van [medeverdachte 2]17;

- Op 20 september 2011 is in zijn woning te Nootdorp [medeverdachte 1], geboren op [geboortedag medeverdachte 1] 1978, als verdachte aangehouden18. Bij de doorzoekingen ter inbeslagneming in zijn woning en in zijn bedrijf zijn onder anderen aangetroffen: handleiding/studiemateriaal/hand-outs, met handgeschreven aantekeningen “Opticlimate” betreffende kweken met CO219 een CO2 brander, dozen met assimilatielampen, irrigatiemateriaal, een tijdschakelaar, ingeschakeld op 12 uur voor een voedingscomputer om water en voeding te mengen voor een kwekerij20.

4.3.2

Verklaringen van verdachte en de medeverdachten bij de politie

4.3.2.1 Verdachte heeft bij de politie verklaard21:

- dat hij samenwoont met zijn ex-vriend [medeverdachte 3] en voorkomende werkzaamheden op de boerderij doet (141);

- dat hij rond de jaarwisseling in coffeeshop [naam coffeeshop] aangesproken werd door een man (142), een Noord Afrikaan die hem zei dat een bekende van hem met hem wilde praten en dat hij de indruk kreeg dat het over een hennepkwekerij ging (143);

- dat later drie personen bij hen op bezoek kwamen en dat [medeverdachte 3] dit goed vond (143);

- dat de personen hebben gezegd dat ze bij hen een hennepkwekerij wilden opzetten en dat zij ([medeverdachte 3] en hij) hebben aangegeven dat het in de grote schuur kon (143);

- dat hijzelf, [medeverdachte 3], die Noord-Afrikaanse man en nog twee andere personen bij die bespreking aanwezig waren (166);

- dat twee of drie dagen later de bouw is gestart door twee personen die niet uit Zeeland kwamen en die zich [naam 2] en [medeverdachte 1] noemden (143);

- dat tijdens het bouwen ook andere personen mee kwamen (143);

- dat de personen hebben gezegd dat ze in de meterkast moesten zijn en dat hij heeft gezegd: “ga je gang” (144);

- dat hij balen stro rondom de kwekerij heeft geplaatst omdat zowel [medeverdachte 1] en [naam 2] als hijzelf wilde dat deze niet zichtbaar was (190);

- dat hij de telefoonnummers op het bord in de schuur heeft geschreven voor “die knakkers” zodat, als hij niet op de boerderij was, zij hem konden bellen (148);

- dat er sms-contact is geweest met “die knakkers” (148);

- dat hij voor “die knakkers” wel eens gasflessen, butaangas, haalde die zij nodig hadden voor de kwekerij (hij schat vijf maal) (149);

- dat hij wel eens in de kwekerij is gegaan omdat er water vanonder de deur kwam (150);

- dat dit kwam omdat het waterreservoir in de kwekerij was leeg gelopen en dat hij toen een sms’je heeft gestuurd met de tekst “de meiden hebben honger” (168);

- dat de kwekerij professioneel is opgezet en dat er 800-900 planten stonden (144);

- dat hij achteraf is geschrokken van de grootte en de hoeveelheid van de planten van de kwekerij (166);

- dat [naam 2] en [medeverdachte 1] geld, 8.000 euro voor hem en 8.000 euro voor [medeverdachte 3] hebben neergelegd (169);

- dat al dat geld op is en dat hij een deel daarvan voor een goed doel in Afrika heeft weggegeven en de rest heeft besteed aan onder meer de aankoop van een tweedehands maaier voor de boerderij, een scooter en een hond (169), en

- dat hij blowt en ook wel zelf weed heeft gekweekt voor eigen gebruik (190).

4.3.2.2 Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft bij de politie verklaard22:

- dat hij sinds 2005 woont op de boerderij aan de [straatnaam] te Ritthem (80);

- dat hij een relatie heeft gehad met [verdachte], die nog bij hem op de boerderij woont (80);

- dat [verdachte] kwam met het idee om op de boerderij een hennepkwekerij op te zetten en dat er personen op de boerderij zijn gekomen (92);

- dat er afspraken zijn gemaakt met betrekking tot compensatie voor het gebruik van de schuur en dat deze afhankelijk was van de opbrengst (93);

- dat hij ermee heeft ingestemd dat er een hennepkwekerij werd opgestart in de schuur van zijn boerderij (93), en

- dat het is gegaan zoals [verdachte] heeft gezegd, namelijk dat [naam 2] en [medeverdachte 1] zouden komen om de kwekerij op te bouwen en dat dit in april, mei zal zijn geweest (96).

4.3.2.3 Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard23:

- dat hij in eind maart of in april 2011 te maken kreeg met de kwekerij in Ritthem. Het begon met het bestellen van spullen. Hij heeft een “faaijwand” besteld, een soort gipswand, die zijn gebruikt om rond de airco’s te bouwen in de kwekerij. De platen zijn aan hem gefactureerd en hij heeft contant geld ontvangen om die facturen te betalen (269);

- dat hij in een paardenstal airco dingen heeft aangesloten met kabels in een soort groepenkast in de schuur. De schakelborden hingen er al. Ook stonden er balen stro omheen. Ze waren bezig zwarte tenten in elkaar te zetten (231);

- dat hem is verteld dat de elektriciteit rond de meter was aangelegd (269);

- dat er in de kwekerij een CO2 apparaat stond opgesteld en dat hij de gasslang van de gasfles naar de brander heeft aangesloten (236)

- dat hij een aftakking van de waterleiding heeft aangelegd en een vulkraan boven het waterreservoir (269);

- dat hij ook voor de airco een waterleiding heeft gemaakt (232);

- dat hij er wekelijks heen ging om te kijken of de airco’s het nog deden en dat hij daar ook wel eens een onderdeel aan heeft vervangen (232);

- dat hij ook wel een ontbrekend snoertje hier en daar heeft aangesloten (232) en pvc bochtjes op verzoek heeft meegenomen (233);

- dat hij niet door [medeverdachte 3] of [verdachte] is gevraagd in de kwekerij te werken (237);

- dat [verdachte] hem heeft verteld dat hij al lange tijd het plan had om een wietkwekerij te beginnen en dat [verdachte] [medeverdachte 3] moest overhalen om dit plan uit te voeren. [verdachte] had ook bedacht om de balen hooi of stro rondom de kwekerij te plaatsen. Ook vertelde [verdachte] dat hij elke week gasflessen ging ruilen bij een vulstation in de buurt (279);

- dat de materialen die zijn aangetroffen in zijn bedrijf een restant betrof van de kwekerij (231), waaronder een CO2 brander en een voedingscomputer om water en voeding te mengen voor een kwekerij (hij moest deze repareren), dat betrof eenzelfde voedingscomputer als die in de kwekerij in Ritthem hing. Hij zou een vergoeding krijgen voor het opslaan van die spullen (235);

- dat hij de bij hem thuis aangetroffen handleiding voor een Opticlimate en een presentatie voor “kweken met CO2” had meegenomen uit de kwekerij omdat hij nieuwsgierig was in dat soort dingen (270);

- dat hij de Alfa Romeo 156 sportwagon heeft verkocht aan [medeverdachte 2] (281);

- dat hij heeft gezien dat [verdachte] en [medeverdachte 3] zijn uitbetaald, met veel klein geld in alle mogelijke coupures (280);

- dat hij vijf maanden in de kwekerij heeft gewerkt en dat hij daarmee, naar hij denkt,

€ 3.200 aan heeft verdiend (281), dat hij dat bedrag heeft beredeneerd vanuit het aantal weken dat hij er heeft gewerkt tegen het bedrag van € 25 per uur (287).

4.3.3

Verklaring verdachte ter terechtzitting

Verdachte is ter zitting gebleven bij zijn verklaringen bij de politie. Hij heeft daar nog aan toegevoegd:

- dat hij iedere dag op de boerderij was;

- dat was afgesproken dat [medeverdachte 3] en hij een vergoeding zouden krijgen uit de opbrengst voor het gebruik van de ruimte.

4.3.4

Nadere Bewijsoverwegingen

- Periode feiten 1 en 2

- De rechtbank gaat, gelet op de grafieken van het stroomverbruik, genoemd door de aangever [aangever], met de officier van justitie er vanuit dat de periode van de teelt en de diefstal van de stroom eind april 2011 is aangevangen.

- Beroep of bedrijf

In de Aanwijzing Opiumwet (2012A021), Stcrt 2012, 26938, is (onder 3.2.1) opgenomen wat onder beroeps- of bedrijfsmatig handelen wordt verstaan. Dit hangt - kort gezegd - af van de mate van professionaliteit, afgemeten aan het soort perceel waarop geteeld wordt, belichting, verwarming, bevloeiing, etc., opgenomen in bijlage 1 bij de Aanwijzing.

Volgens de Aanwijzing wordt aangenomen dat sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen:

- indien, ongeacht de hoeveelheid planten, wordt voldaan aan twee of meer punten, genoemd in de lijst van indicatoren met betrekking tot de mate van professionaliteit, zoals opgenomen in bijlage 1 bij de Aanwijzing, en

- indien er sprake is van het telen van hennep om geldelijk gewin te verkrijgen, ongeacht de hoeveelheid planten.

De rechtbank stelt vast dat er in dit geval sprake was van een “hoge professionaliteit” als bedoeld in de bijlage 1 bij de Aanwijzing, zoals kunstlicht op tijdklokken, een centraal geregeld bevloeiingssysteem, een grote, verdeelde en afgeschermde ruimte binnen, een geïsoleerde afscherming m.b.t. daglicht en temperatuur en een CO2-suppletie gestuurde installatie24. Bovendien werd er geteeld ter verkrijging van geldelijk gewin.

Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

- Handelshoeveelheid

Artikel 1 onder 2 van het Opiumwetbesluit bepaalt dat een hoeveelheid van 200 hennepplanten (of meer) als “grote hoeveelheid” als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet moet worden beschouwd, zodat deze bepaling in dit geval van toepassing is en als zodanig ook in de kwalificatie van feit 1 tot uitdrukking zal worden gebracht.

- Medeplegen of medeplichtigheid ?

De rechtbank is van oordeel dat verdachte bij de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, de teelt van hennepplanten en de diefstal van de elektriciteit, moet worden aangemerkt als medepleger, nu verdachte willens en wetens heeft samengewerkt met zijn (inmiddels ex-) vriend en mededader bij de hennepkwekerij. De hennepkwekerij bevond zich in een schuur die eigendom was van [medeverdachte 3]. Verdachte heeft de afspraken gemaakt om in die schuur een hennepkwekerij te gaan exploiteren en hij hield dagelijks toezicht op het bedrijf van [medeverdachte 3]. Hij heeft balen stro opgestapeld voor de kweektenten vanwege het risico van ontdekking van de kwekerij en hij heeft allerlei werkzaamheden verricht ten behoeve van de kwekerij, zoals het bijvullen van het waterreservoir in de kwekerij en het omruilen van gasflessen. Verder was hij contactpersoon voor de “bouwers” van de kwekerij door hen zijn telefoonnummer te geven en contact met hen op te nemen toen er problemen waren met de watertoevoer in de kwekerij. Verdachte heeft ook de eerste afspraken over de plannen voor het exploiteren van een hennepkwekerij gemaakt. Hij was volledig op de hoogte van de hennepkwekerij en heeft zich daarvan niet gedistantieerd. Dusdoende heeft hij tevens de kans op de koop toegenomen dat, zoals vaak voorkomend, de stroom voor die kwekerij buiten de meter om zou worden aangelegd. Verdachte, die zelf gebruiker van softdrugs was en ook wel voor zichzelf wat plantjes had gekweekt, heeft nagelaten dit te controleren Bovendien heeft verdachte een ruime vergoeding ontvangen (van € 8.000,00), die volgens afspraak afhankelijk was van de opbrengst van de kwekerij . Aldus kan verdachte als medepleger verantwoordelijk worden gehouden voor het telen van de hennepplanten en diefstal van stroom voor de kwekerij. Het arrest van de Hoge Raad waar de raadsman naar verwijst ziet op de situatie dat de bewijsvoering van het betreffende gerechtshof tekort schoot omdat het hof niet - nader - had gemotiveerd op welke gronden moest worden aangenomen dat verdachtes bijdrage aan de werking en inrichting van de kwekerij en de toelevering van de benodigde energie kon worden aangemerkt als een welbewuste en nauwe samenwerking met één of meer anderen, strekkende tot het voltooien van de tenlastegelegde misdrijven. Die gronden zijn wat betreft het onderhavige geval, hiervoor uitdrukkelijk omschreven.

Het verweer van de raadsman dat verdachte slechts een dermate geringe rol bij de hennepteelt heeft gespeeld dat er sprake was van “medeplichtigheid” wordt daarom verworpen, evenals het verweer dat hij in geheel geen rol heeft gespeeld bij de diefstal van de stroom.

- Witwassen?

Verdachte wist dat de vergoeding die hij ontving afhankelijk was van de opbrengst uit de hennepteelt. Hij heeft – in de wetenschap dat het geld uit de opbrengst van die illegale activiteiten afkomstig was – dat geld ontvangen (verworven), voorhanden gehad en omgezet, door dit bedrag te besteden aan privé uitgaven voor de aankoop van een maaimachine en een scooter en een hond.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1. primair.

hij in of omstreeks de periode van eind april 2011 tot en met 6 september 2011 te

Ritthem, gemeente Vlissingen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,(telkens)

opzettelijk, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, meermalen, althans

éénmaal, heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval

(telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een schuur aan/nabij de

[straatnaam]) een grote (handels) hoeveelheid hennepplanten en/of delen

daarvan, in elk geval (een) (handels) hoeveelhe(i)d(en) van meer dan 30 gram

van een materiaal bevattende hennep.

en/althans in elk geval op of omstreeks 7 september 2011 aldaar opzettelijk

aanwezig heeft gehad (in totaal) ongeveer 880 hennepplanten, althans een

(groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een

hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan

wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2 primair.

hij één of meerma(a)l(en) in of omstreeks de periode van eind april 2011 tot en

met 7 september 2011 te Ritthem, gemeente Vlissingen, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom

(elektrische energie), geheel of ten dele toebehorende aan[energieleverancier]

[energieleverancier], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking;

3.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van eind april 2011

tot en met 7 september 2011 te Ritthem, gemeente Vlissingen, in elk geval

in Nederland, één of meer voorwerpen, te weten één of meer geldbedragen tot

een totaal van 8000,-- euro, in elk geval tot een aanmerkelijk totaal, heeft

verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans

van één of meer voorwerpen, te weten één of meer geldbedragen, gebruik heeft

gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf,

immers heeft verdachte een geldbedrag van 8000,-- euro, zijnde (een gedeelte

van) de opbrengst van hennepkweek, ontvangen en/of aangewend voor de aankoop

van een maaimachine en/of een scooter en/of een hond.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een onvoorwaardelijke werkstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest naar rato van twee uur per dag. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte erg gemakkelijk is overgegaan tot het deelnemen aan een organisatie die uit puur winstbejag een grote hennepkwekerij heeft opgezet en in stand heeft gehouden. Hij houdt bij de strafeis in het voordeel van verdachte rekening met de omstandigheden dat het strafblad van verdachte slechts oude, niet-drugsgerelateerde misdrijven vermeldt en dat de onderhavige feiten al langere tijd geleden zijn gepleegd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman bepleit om de op te leggen straf te beperken tot een onvoorwaardelijke werkstraf van ten hoogste de helft van het geëiste aantal uren. Als argumenten voor het bepleiten van een lagere bestraffing voert hij aan dat verdachte als gevolg van zijn ziekte (aids) het voorarrest (met volledige beperkingen) als buitengewoon zwaar heeft ervaren en dat een uit te voeren werkstraf voor hem ook bovengemiddeld zwaar zal zijn. Verder heeft verdachte van de vergoeding van € 8.000,00 een groot deel geschonken aan een goed doel. Ten slotte dient rekening te worden gehouden met overschrijding van de redelijke termijn. Daarbij dient te worden betrokken dat na indiening van het proces-verbaal van politie de zaak nog anderhalf jaar lang heeft stil gelegen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beantwoording van de vraag welke straf aan verdachte moet worden opgelegd houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voor wat betreft de ernst van het bewezenverklaarde neemt de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft samen met zijn ex-vriend erin toegestemd dat in een schuur bij diens woning door anderen gedurende een periode van vier maanden een professioneel opgezette hennepkwekerij werd geëxploiteerd, waarbij de stroomvoorziening buiten de meter om was aangelegd en waarbij hij dagelijks toezicht hield op de woning en de schuur.

Het telen van hennep draagt bij aan de instandhouding en groei van de markt voor softdrugs, waardoor de volksgezondheid wordt bedreigd. Verdachte en zijn mededaders zijn daaraan voorbij gegaan en hebben slechts doelbewust op wederrechtelijke wijze financieel voordeel nagestreefd, hetgeen ook blijkt uit de diefstal van stroom. De manier waarop de installatie gemonteerd was (lampen met open constructie op houten ondergrond, gemonteerd met gebundelde snoeren, voorschakelapparaten op houten ondergrond) was een zeer brandgevaarlijke montage. Ook werd er CO2 toegevoegd aan de kwekerij. Dit gebeurde door een gaskachel met een onvolledige verbranding die werd afgezogen en rechtstreeks in de kwekerij werd geblazen. Tevens is gebleken dat onder spanning staande delen niet deugdelijk waren afgeschermd. Door de open montage was toevallige aanraking niet uitgesloten. Daarnaast waren diverse installatiedelen niet deugdelijk geaard. Hierdoor bestond het gevaar dat de metalen delen (in de nabijheid) van de installatie, bij kortsluiting, onder spanning komen te staan hetgeen bij aanraking tot elektrocutie kan leiden. Al deze risico’s werden bovendien vergroot doordat er gekweekt werd in tenten waar de luchtvochtigheid zo hoog was dat bij het openen van de tenten het water van het doek afliep.

Voor zijn werkzaamheden ten behoeve van de kwekerij heeft verdachte een bedrag van

€ 8.000,00 ontvangen dat hij geheel heeft uitgegeven. Dergelijk witwassen van criminele gelden tast de integriteit van het financieel en economisch verkeer en de openbare orde aan en moet dan ook krachtig worden bestreden.

Voor wat betreft de persoon van verdachte houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel van de Justitiële Informatiedienst d.d. 4 november 2013 niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen wegens drugsgerelateerde feiten.

Verder heeft de rechtbank kennis genomen van het (beknopt) reclasseringsadvies van de Reclassering Nederland over de persoon van verdachte d.d. 28 oktober 2011, waarin onder meer is geconcludeerd dat het recidiverisico als gering wordt geschat en dat hulp door de reclassering niet nodig is om recidive te voorkomen. De reclassering acht geen contra – indicaties en belemmerende factoren voor een werkstraf aanwezig.

Voortgezette handeling

De rechtbank is van oordeel dat ter zake van de onder 1 bewezen verklaarde (tweede) teelt van 880 hennepplanten (tot 6 september 2011) en het aanwezig hebben van diezelfde hennepplanten (op 7 september 2011) sprake is van een voortgezette handeling als bedoeld in artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank overweegt daaromtrent dat het gelijksoortige handelingen betreffen, die uiting zijn van één ongeoorloofd wilsbesluit, met een kort tijdsverloop tussen die handelingen. Ook ter zake van de diefstal van stroom in de aansluitende twee teeltperioden geldt dat sprake is van één ongeoorloofd wilsbesluit om de stroom buiten de meter om af te tappen, zodat ook ten aanzien daarvan sprake is van een voortgezette handeling.

Redelijke termijn en strafoplegging

De rechtbank stelt vast dat het recht op een openbare behandeling binnen een redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het EVRM, in dit geval is geschonden. Deze termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaruit verdachte heeft opgemaakt en redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat het openbaar ministerie het ernstig voornemen had tegen hem een strafvervolging in te stellen. In dit geval moet de termijn worden gerekend vanaf 7 september 2011, te weten de datum van de inverzekeringstelling van de verdachte. De behandeling van deze zaak zal niet worden afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de hiervoor genoemde termijn, terwijl de rechtbank geen bijzondere omstandigheden aanwezig acht, die deze overschrijding rechtvaardigen.

Zonder schending van de redelijke termijn zou een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 220 uur passend zijn geweest. Nu de redelijke termijn is geschonden, zal worden volstaan met het opleggen van een werkstraf van 200 uur.

Daarnaast acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van één maand voorwaardelijk een passende reactie op de door verdachte gepleegde feiten. Met deze voorwaardelijke straf wordt mede beoogd verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw aan (soortgelijke) strafbare feiten schuldig te maken.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 56, 57, 310, 311 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 De voortgezette handeling van:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van
de Opiumwet gegeven verbod, begaan in de uitoefening van een beroep of
bedrijf, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het
middel, meermalen gepleegd,

en

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van
de Opiumwet gegeven verbod terwijl het feit betrekking heeft op een grote
hoeveelheid van het middel;

feit 2 De voortgezette handeling van diefstal door twee of meer verenigde personen,
waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht
door middel van verbreking;

feit 3 Witwassen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf van tweehonderd (200) uren, subsidiair eenhonderd (100) dagen vervangende hechtenis;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.M. Hopmans, voorzitter, mr. B.J. Duinhof en

mr. J.B. Smits, rechters, in tegenwoordigheid van P.L. Francke, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 december 2013.

Mr Duinhof is buiten staat het vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal (Pv) wordt daarmee, tenzij anders vermeld, bedoeld een (voor kopie conform het origineel getekend exemplaar van een) ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Wanneer wordt verwezen naar een paginanummer of bijlagen worden daarmee bedoeld: een pagina of bijlage opgenomen in het dossier van de Regiopolitie Zeeland, divisie recherche, regionaal rechercheteam, met stam-pv nummer 1204100930.0394.AMB d.d. 10 april 2012 (doorlopende paginanummering 1 t/m 1791).

2 Pv verhoor getuige [aangever], pgs. 298-299.

3 Pv bevindingen, p. 514.

4 Pv van doorzoeking ter inbeslagneming van de rechter-commissaris d.d. 7 september 2011 (in map gerechtelijk vooronderzoek).

5 Pv’s van bevindingen, pgs. 383 en 515 en foto’s 3 (pgs. 391 en 563), 47 en 48 (p. 409).

6 Pv van bevindingen, p. 462.

7 Zie de Aanwijzing Opiumwet (2012A021), Stcrt 2012, 26938 en lijst II behorende bij de Opiumwet “hennep: elk deel van de plant van het geslacht Cannabis”.

8 Pv van aangifte, p. 316 en foto p. 320.

9 Pv van aanhouding, p 45.

10 Pv van aanhouding, p 106.

11 Pv van bevindingen, p. 323 en foto pgs. 327 en 1510.

12 Pv van verdenking, p. 515 en foto 137, p. 565.

13 Pv van bevindingen, pgs. 364 en 365, en device report, pgs. 1006 en 1009.

14 Pv van bevindingen, pgs. 364 en 365, en examination report, p. 1064#247.

15 Pv van bevindingen, pgs. 364 en 365 en p. 1513.

16 Pv van bevindingen, p. 365, p. 1513.

17 Pv van bevindingen, p. 516.

18 Pv van aanhouding, p. 192.

19 Geschriften, pgs. 239-267.

20 Geschrift lijst met inbeslaggenomen goedereng, p. 1496 en pv verhoor verdachte, p. 236.

21 Pv’s verhoor [verdachte] 7, 8 en 15 september 2011 en 4 oktober 2011, met nadere pagina-aanduiding in de tekst onder 4.3.2.1.

22 Pv’s verhoor [medeverdachte 3] 7, 15 en 16 september 2011, met nadere pagina-aanduiding in de tekst onder 4.3.2.2.

23 Pv’s verhoor [medeverdachte 1] 21, 22, 27 en 28 september 2011, met nadere pagina-aanduiding in de tekst onder 4.3.2.3.

24 Pv bevindingen pgs.383-385