Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:9108

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
09-12-2013
Datum publicatie
11-12-2013
Zaaknummer
STR-11_700279
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Kosten ontmanteling hennepkwekerij niet aftrekbaar van opbrengst: het betreffen kosten die het gevolg zijn van een bestuursrechtelijk besluit dat eerst na ontdekking van de kwekerij is genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 12/700279-11

beslissing van de rechtbank d.d. 9 december 2013

in de ontnemingszaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1976 te Vlissingen,

wonende te [woonplaats], [adres],

raadsvrouw mr. S. Köller, advocaat te Middelburg.

1 De procedure

Betrokkene is bij vonnis van heden door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank en zittingsplaats veroordeeld voor het medeplegen van hennepteelt (inclusief het medeplegen van het aanwezig hebben van hennepplanten), diefstal van elektriciteit in vereniging en witwassen tot de in die uitspraak vermelde straf.

De officier van justitie heeft ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gevorderd.

De vordering is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 november 2013, waarbij de officier van justitie mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat betrokkene uit de opbrengst van de hennepteelt(en) een bedrag van € 8.000,00 heeft ontvangen. Dit bedrag is gebaseerd op de eigen verklaring van betrokkene en het rapport van de politie met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen voordeel. De door de raadsvrouw genoemde kostenposten komen volgens de officier van justitie niet voor aftrek op het wederrechtelijk verkregen voordeel in aanmerking, omdat het elektriciteitskosten voor het aansluiten van een nieuwe meter betreffen en de overige kosten niet in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict.

3 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gemotiveerd en aan de hand van bewijsstukken bepleit dat de door betrokkene betaalde kosten ad € 2.000,00 aan [energieleverancier] als “aanbetaling schade energiediefstal” en de door hem betaalde kosten ad € 5.566,28 aan de gemeente Vlissingen wegens ontmanteling van de hennepkwekerij volledig in mindering zullen worden gebracht op de vergoeding die betrokkene uit de opbrengst van de hennepteelt heeft ontvangen, zodat per saldo € 433,72 resteert. Aangezien dit bedrag door betrokkene is besteed aan het herstel van de schade aan de schuur waarin de kwekerij werd geëxploiteerd dient dit ook volledig in mindering te komen op het voordeel. Gelet daarop heeft zij bepleit de vordering af te wijzen dan wel te matigen tot € 433,72, en te beslissen tot opheffing van het conservatoire beslag op € 8.850,00 en teruggave van dat bedrag aan betrokkene. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de ontnemingsmaatregel een reparatoir karakter heeft, in die zin dat de betrokkene in de staat wordt gebracht waarin deze zich bevond voordat hij zich aan het delict schuldig maakte. Het is dan ook niet de bedoeling dat de betrokkene in een slechtere positie wordt gebracht, hetgeen het geval zou zijn wanneer de genoemde kosten niet volledig in mindering zouden worden gebracht.

4 Het oordeel van de rechtbank

4.1

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Dat betrokkene het bewezenverklaarde heeft begaan en de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel blijkt uit de bewijsmiddelen die de rechtbank ten grondslag heeft gelegd aan haar vonnis van heden onder bovengenoemd parketnummer. De rechtbank ontleent aan de inhoud van voormelde bewijsmiddelen het oordeel, dat betrokkene uit de baten van de bewezenverklaarde hennepteelt in de periode van eind april 2011 tot en met 7 september 2011 een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad.

Ter bepaling van het wederrechtelijk genoten voordeel stelt de rechtbank vast1:

- dat betrokkene bij de politie heeft verklaard dat hij voor het gebruik van de schuur een vergoeding zou ontvangen die afhankelijk was van de opbrengst van de kwekerij2 en ter zitting heeft erkend dat hij een bedrag van € 8.000,00 heeft ontvangen,

- dat er in de kwekerij “grote hoeveelheden” (880 hennepplanten) werden geteeld ter verkrijging van geldelijk gewin3, waarbij buiten de meter om energie werd afgenomen4, en

- het rapport ‘berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex art 36 e 2e lid Sv’ van 16 maart 20125 in de wettelijke vorm opgemaakt en ondertekend door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren M.H.W. Cuijpers en C.T.H. van der Velden.

Ter zake van het gevoerde verweer over de kostenaftrek overweegt de rechtbank als volgt.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kunnen bij de bepaling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel slechts de kosten die in directe relatie staan tot de voltooiing van het delict, gelden als kosten die voor aftrek in aanmerking komen.

Vast staat dat betrokkene een bedrag van € 2.000,00 aan [energieleverancier] heeft betaald als “aanbetaling schade energiediefstal”. Die kosten hebben blijkens de overgelegde brief van [energieleverancier] geen betrekking op heraansluitingskosten van de meter.

Betaalde elektriciteitskosten komen voor aftrek in aanmerking, ook al is de elektriciteit gestolen (zie Hoge Raad 26 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0779 en 11 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY4839). Het bedrag van € 2.000,00 zal daarom in mindering worden gebracht op het wederrechtelijk voordeel.

Met betrekking tot de aan de gemeente betaalde kosten van de ontmanteling van de kwekerij, alsmede eventuele kosten met betrekking tot als gevolg van deze ontmanteling noodzakelijk geworden reparaties, is de rechtbank van oordeel dat deze niet op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering dienen te worden gebracht. Volgens vaste rechtspraak kunnen slechts kosten die in een directe relatie staan tot de voltooiing van het delict op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering worden gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank staan de genoemde kosten niet in directe relatie tot de voltooiing van het strafbare feit, maar zijn zij het gevolg van een bestuursrechtelijk besluit dat eerst na ontdekking van de kwekerij is genomen.

Het voordeel wordt derhalve geschat op € 6.000,00.

4.2

Vaststelling ontnemingsbedrag

De rechtbank zal het terug te betalen bedrag vaststellen op € 6.000,00.

4.3

Conservatoir beslag

De officier van justitie heeft na verkregen machtiging door de rechter-commissaris conservatoir beslag gelegd op de personenauto van betrokkene ter bewaring van het recht tot verhaal van onder meer het door betrokkende te betalen ontnemingsbedrag.

De personenauto van betrokkene had ten tijde van het beslag een dagwaarde van € 8.850,00. Betrokkene heeft vervolgens aan justitie (bureau BOOM) een zekerheidsstelling betaald van € 8.850,00, waarna hij de personenauto terug heeft gekregen.

Gelet op de hoogte van het te ontnemen bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel (ad € 6.000,00) zal de rechtbank tot de gedeeltelijke opheffing van het conservatoire beslag beslissen en de teruggave gelasten van een bedrag van € 2.850,00 aan betrokkene.

5 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

6 De beslissing

De rechtbank:

- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op

€ 6.000,00;

- legt betrokkene de verplichting op tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter grootte van € 6.000,00, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

- heft op het conservatoire beslag voor zover dit een bedrag van € 6.000,00 te boven gaat;

- gelast de teruggave van een bedrag van € 2.850,00 aan betrokkene.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.P.M. Hopmans, voorzitter, mr. B.J. Duinhof en

mr. J.B. Smits, rechters, in tegenwoordigheid van P.L. Francke, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 december 2013.

Mr. Duinhof is buiten staat de beslissing te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal (Pv) wordt daarmee, tenzij anders vermeld, bedoeld een (voor kopie conform het origineel getekend exemplaar van een) ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Wanneer wordt verwezen naar een paginanummer of bijlagen worden daarmee bedoeld: een pagina of bijlage opgenomen in het dossier van de Regiopolitie Zeeland, divisie recherche, regionaal rechercheteam, met stam-pv nummer 1204100930.0394.AMB d.d. 10 april 2012 (doorlopende paginanummering 1 t/m 1791).

2 Pv verhoor betrokkene, p. 93

3 Pv’s van bevindingen, pgs. 383 en 515 en foto’s 3 (pgs. 391 en 563), 47 en 48 (p. 409).

4 Pv van aangifte, p. 316 en foto p. 320.

5 Het rapport opgenomen in het dossier van de Regiopolitie Zeeland, divisie recherche, regionaal rechercheteam, met stam-pv nummer 1204100930.0394.AMB d.d. 10 april 2012 (doorlopende paginanummering 1 t/m 1791), pgs. 781-783