Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:9064

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
05-12-2013
Datum publicatie
09-12-2013
Zaaknummer
2406355_E05122013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek tot ontslag als beschermingsbewindvoerster en benoeming opvolgend beschermingsbewindvoerder(s) naar aanleiding van klachten over functioneren (professioneel) beschermingsbewindvoerster. Betreft ondermeer klachten over communicatie en bereikbaarheid. Kantonrechter verklaart klachten deels gegrond, stelt vast dat de relatie tussen rechthebbende en beschermingsbewindvoerster verstoord is. Kantonrechter gaat in dat verband ook in op de eisen te stellen aan de dossiervorming bij een professionele beschermingsbewindvoerster.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 441
Burgerlijk Wetboek Boek 1 448
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2014/43 met annotatie van prof. mr. P. Vlaardingerbroek

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaaknummer: 2406355 OV VERZ 13-4883

beschikking d.d. 5 december 2013 op een verzoek tot ontslag als bewindvoerder en benoeming opvolgend bewindvoerder

1 Het procesverloop

1.1

Bij beschikking van de kantonrechter te Bergen op Zoom d.d. 20 september 2011 zijn de goederen van [rechthebbende], geboren[geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [adres], hierna te noemen rechthebbende, onder bewind gesteld met benoeming van [bewindvoerder 1], gevestigd te[adres], tot beschermingsbewindvoerster.

1.2

Op 2 oktober 2013 is ter griffie een verzoekschrift van de rechthebbende ontvangen waarin ontslag van [bewindvoerder 1] als beschermingsbewindvoerster wordt verzocht en benoeming tot opvolgend beschermingsbewindvoerders van de heer [naam] en mevrouw[naam], beiden h.o.d.n. [bewindvoerder 2], gevestigd te [adres].

1.3

Bij brief van 7 oktober 2013, met producties, is namens de huidige beschermingsbewindvoerster gereageerd op het onderhavige wijzigingsverzoek, waaronder begrepen een reactie op de in dat verband door rechthebbende geuite klachten.

1.4

Op 10 oktober 2013 is ter griffie een schriftelijke bereidverklaring van de nieuwe beschermingsbewindvoerders ontvangen.

1.5

Dit verzoek is mondeling behandeld op 21 november 2013 in aanwezigheid van mevrouw [naam] en [naam]van [bewindvoerder 1] Rechthebbende is ter zitting verschenen in persoon. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter aan de vertegenwoordigers van de beschermingsbewindvoerster verzocht om toezending van een kopie van het bij haar aanwezige dossier van rechthebbende. Op 3 december 2013 is voornoemde kopie binnengekomen bij de rechtbank, kantonlocatie Bergen op Zoom.

2 De beoordeling

2.1

Rechthebbende geeft in haar verzoek - kort samengevat - aan geen vertrouwen meer te hebben in haar beschermingsbewindvoerder. Zij stelt dat de communicatie erg moeizaam verloopt, dat de beschermingsbewindvoerder moeilijk bereikbaar is, dat zij weinig of geen financiële overzichten verstrekt en dat zij mensonterend behandeld wordt.

2.2

De kantonrechter heeft na voormelde mondelinge behandeling kennis kunnen nemen van de inhoud van het kennelijk bij de beschermingsbewindvoerster voorhanden dossier van rechthebbende. Wat hierbij direct opvalt, is de onoverzichtelijkheid van het dossier.

Een dossier dient alle voor de uitoefening van de onderbewindstelling van belang zijnde documentatie en correspondentie met en ten aanzien van rechthebbende te bevatten, waaronder de beschikbare documenten met betrekking tot de vermogenstoestand van rechthebbende en de vastlegging van de contacten door/namens de beschermingsbewind- voerster met rechthebbende. Ook had de beschermingsbewindvoerster zo spoedig mogelijk na benoeming -in overleg met rechthebbende- het doel van de onderbewindstelling dienen vast te stellen en de wederzijdse afspraken om dit doel te bereiken. In het dossier treft de kantonrechter wel een uitnodiging (brief van 15 september 2011) aan voor het houden van een intakegesprek maar daarbij blijft het. Of dit intakegesprek ooit gehouden is, blijft onduidelijk. Geen enkele verslaglegging hierover is aanwezig. Ook blijkt niets van een -in overleg- geformuleerd doel en gemaakte afspraken in dat kader. Voorts blijkt uit het dossier niet van een gestructureerd periodiek overleg/contact met rechthebbende. Verder blijkt niet van het voortvarend opstarten van een schuldsaneringtraject terwijl bij aanvang van het onderhavige beschermingsbewind al sprake was van een schuld van tussen de 15.000 – 20.000 euro. Tijdens voormelde mondelinge behandeling van 21 november 2013 blijkt er nog steeds geen traject te lopen. Een constatering meer dan 3 (drie) jaar na instelling van het onderhavige beschermingsbewind. Gelet op bovenstaande bevreemdt het de kantonrechter niet dat vervolgens de communicatie met rechthebbende moeizaam verloopt.

2.3

Onweersproken staat vast dat rechthebbende vele malen om extra geld heeft gevraagd. Rechthebbende erkent ook dat het is voorgekomen dat zij in dat verband wel eens driemaal per week de kantoorlocatie van haar beschermingsbewindvoerster bezocht. Uit het dossier (brief 20 februari 2013) blijkt dat namens de beschermingsbewindvoerster in dit verband is gedreigd met een soort huisverbod ter voorkoming van het frequente bezoek door rechthebbende. Rechthebbende diende haar vragen telefonisch kenbaar te maken tijdens de daarvoor bedoelde tijden dan wel schriftelijk. De kantonrechter merkt hierover op dat de beschermings- bewindvoerster natuurlijk niet meer gelden aan rechthebbende kan verstrekken dan zij ten behoeve van rechthebbende binnenkrijgt. Veelvuldige verzoeken om extra geld van de zijde van rechthebbende, maken dit niet anders. Het komt de kantonrechter voor dat rechthebbende van haar kant zich hier niet heeft gedragen, zoals het hoort. Wellicht had de beschermings- bewindvoerster deze discussie over extra geld ook kunnen voorkomen indien rechthebbende op een deugdelijke wijze inzage had verstrekt in haar financiële situatie.

Ter zitting is komen vast te staan, dat rechthebbende pas vanaf april 2013 maandelijks financiële overzichten krijgt en voor die tijd slechts 1x per kwartaal. Eenmaal per kwartaal was naar het oordeel van de kantonrechter duidelijk te weinig.

2.4

Van mensonterend handelen is de kantonrechter noch tijdens de mondelinge behandeling noch bij bestudering van het dossier gebleken. De door rechthebbende ervaren permanente geldnood maakt dit niet anders.

2.5

Het slagen van een traject betreffende beschermingsbewind staat of valt met het bestaan dan wel ontbreken van een goede communicatie. Het ligt op de weg van de (professionele) beschermingsbewindvoerder om de randvoorwaarden te scheppen waarbinnen deze benodigde communicatie op een goede wijze kan plaatsvinden. Dit scheppen van goede randvoorwaarden start met het zo spoedig mogelijk -in overleg- vaststellen van het doel van de bewindvoering, het maken van duidelijke wederzijdse afspraken en het vervolgens nakomen van deze afspraken. Door dit niet of onvoldoende te doen, is het ontstaan van een verstoorde relatie een kwestie van tijd. Zeker in een dossier als het onderhavige wat wordt ingekleurd door een geestelijke en een financiële problematiek.

De kantonrechter is van oordeel, dat de huidige beschermingsbewindvoerster op het punt van communicatie en omgang met deze rechthebbende een fors verwijt kan worden gemaakt.

Bij beschermingsbewind gaat het om het bieden van maatoplossingen. Iedere rechthebbende is in dat opzicht uniek en vraagt mitsdien om een andere aanpak. Een professionele beschermingsbewindvoerder kan zich in zijn bedrijfsvoering niet beperken tot het aanbieden van standaardpakketten van dienstverlening!

2.6

De kantonrechter zal hierna de klachten met betrekking tot communicatie en bereikbaarheid gegrond verklaren. De klacht wat betreft mensonterend gedrag is ongegrond.

2.7

Nu rechthebbende en de huidige beschermingsbewindvoerster het erover eens zijn dat hun relatie verstoord, zal de kantonrechter de huidige beschermingsbewindvoerster ontslaan en een opvolgend beschermingsbewindvoerder benoemen.

2.8

[naam] en [naam] van [bewindvoerder 2] gevestigd te [adres], hebben zich bereid verklaard om tot opvolgend beschermingsbewindvoerders van rechthebbende benoemd te worden. Tegen deze personen is niet gebleken van bezwaren.

De kantonrechter zal de wijziging en benoeming doen ingaan met ingang van 15 december 2013. De huidige beschermingsbewindvoerster dient zorg te dragen voor een deugdelijke dossieroverdracht aan de opvolgend beschermingsbewindvoerders en voor het afleggen van rekening en verantwoording aan rechthebbende en de kantonrechter in dit kader.

3 De beslissing

De kantonrechter:

verklaart de klachten van rechthebbende wat betreft de door haar gestelde slechte communicatie en moeilijke bereikbaarheid van haar huidige beschermingsbewindvoerster gegrond;

verklaart de klacht(en) van rechthebbende voor het overige ongegrond;

ontslaat, met ingang van 15 december 2013, [bewindvoerder 1], gevestigd te [adres] voornoemd als beschermingsbewindvoerster over de goederen van de rechthebbende [rechthebbende];

benoemt, met ingang van 15 december 2013, [naam] en [naam] van [bewindvoerder 2], voornoemd, tot beschermingsbewindvoerders over de goederen van de rechthebbende [rechthebbende].

Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 december 2013.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.