Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:8869

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
02-12-2013
Datum publicatie
02-12-2013
Zaaknummer
02-800733-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gewapende woningoverval. Verdachte meldt zich 11 jaar na de gewapende overval uit wroeging bij de politie. Strafmaatoverweging hieromtrent

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 800733-13

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 december 2013

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboorteplaats], op [geboortedatum],

thans gedetineerd in de PI de Boschpoort, Nassausingel 26, Breda,

raadsvrouw mr. Visscher, advocaat te Prinsenbeek.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 november 2013, waarbij de officier van justitie, mr. Van der Hofstede, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

3 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 23 mei 2002 te Wijk en Aalburg, vanuit een woning gelegen

aan de [adres 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een geldbedrag van ongeveer 20.000 Euro, in elk geval enig geldbedrag en/of

diverse gouden sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld

en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en

haar dochter [slachtoffer 4] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor

te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

hij op of omstreeks 23 mei 2002 te Wijk en Aalburg, vanuit een woning gelegen

aan de [adres 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een

geldbedrag van ongeveer 20.000 Euro, althans enig geldbedrag en/of diverse

gouden sieraden, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 3]

en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- die [slachtoffer 2] een hand op haar mond heeft geduwd en/of

- uit bed heeft gesleurd en/of

- een vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen haar nek heeft geduwd en een vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen haar slaap en/of hoofd geduwd en/of

- haar vervolgens opzettelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Jij moet

goed luisteren" en/of " Dit is geen spel" en/of "Je dochter gaat eraan" en/of

"Mond dicht" en/of "We gaan je lelijk maken in je gezicht" en/of "We moeten

geld" en/of "Je moet de kluis openmaken!" en/of "Wie van de kinderen heb je

liever dat we vastbinden?", althans woorden van gelijke aard en of strekking

en/of

- die [slachtoffer 2] heeft gedwongen op haar buik te gaan liggen en/of

vervolgens de armen aan elkaar heeft vastgebonden met tie rips en/of

- haar tot slot opzettelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd -zakelijk

weergegeven- dat zij de politie niet binnen een half uur mocht waarschuwen

want anders zouden er andere personen komen om hun familie uit te roeien,

althans woorden van gelijke dreigende aard en of strekking

2.

hij op of omstreeks 15 mei 2002 te Zevenbergen, gemeente Moerdijk, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres 2] heeft

weggenomen goederen naar hun gading en/of autosleutels van een VW Passat, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

en/of

hij op of omstreeks 15 mei 2002 te Zevenbergen tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen - een personenauto (merk VW Passat), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende [slachtoffer 5], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

4 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat hij ten aanzien van het eerste ten laste gelegde feit de diefstal met geweld bewezen acht. Hij baseert zich daarbij op de door verdachte afgelegde consistente en gedetailleerde bekennende verklaringen ten aanzien van beide feiten, de aangifte van [slachtoffer 2] ten aanzien van feit 1 en de aangifte van [slachtoffer 5] ten aanzien van feit 2.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich voor wat betreft de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht ten aanzien van feit 1 wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde diefstal met geweld heeft gepleegd, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 18 november 20131;

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie d.d. 12 augustus 20132;

- de aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 23 mei 2002.3

Gelet op de gedetailleerde en consistente verklaringen die verdachte over de overval heeft afgelegd bij de politie en ter terechtzitting, welke details merendeels alleen bekend konden zijn bij de dader(s) van de overval, komen deze verklaringen de rechtbank geloofwaardig en betrouwbaar voor. De mogelijkheid dat verdachte, hoewel onschuldig aan het ten laste gelegde feit, zich als dader heeft opgeworpen, wordt daarom uitgesloten geacht.

Omdat uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte en/of zijn mededaders zelf het geld en de sieraden uit de kluis hebben genomen, acht de rechtbank diefstal, en niet de tevens ten laste gelegde afpersing bewezen.

Ten aanzien van het ten laste gelegde (bedreiging met) geweld merkt de rechtbank op dat verdachte wisselend heeft verklaard over de aard van het gebruikte “vuurwapen”. Hij heeft niet eenduidig verklaard of het een echt vuurwapen is geweest of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. De rechtbank hecht ten aanzien van dit onderdeel van de tenlastelegging voor wat betreft de bewezenverklaring sterk aan de verklaring van verdachte ter terechtzitting. Verdachte heeft verklaard dat hij, voor de overval werd gepleegd, in de auto het wapen heeft gecontroleerd om zich er van te vergewissen of het geladen was. Hij heeft verklaard dat hij heeft geconstateerd dat er geen patronen in het magazijn zaten en dat er geen patroon in de kamer van het wapen aanwezig was. Nu verdachte gedetailleerd heeft verklaard over de controle van het wapen door het magazijn en de kamer te controleren, is de rechtbank van oordeel dat verdachte bij de overval gebruik moet hebben gemaakt van een echt vuurwapen.

De rechtbank acht feit 2 wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens de zitting van 18 november 20134;

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie d.d. 13 augustus 20135;

- de aangifte van [slachtoffer 5] d.d. 15 mei 2002.6

5.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op of omstreeks 23 mei 2002 te Wijk en Aalburg, vanuit in een woning gelegen

aan de [adres 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een geldbedrag van ongeveer 20.000 Euro, in elk geval enig geldbedrag en/of

diverse gouden sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 3]

[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld

en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en

haar dochter [slachtoffer 4] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor

te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

hij op of omstreeks 23 mei 2002 te Wijk en Aalburg, vanuit een woning gelegen

aan de [adres 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een

geldbedrag van ongeveer 20.000 Euro, althans enig geldbedrag en/of diverse

gouden sieraden, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 3]

en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- die [slachtoffer 2] een hand op haar mond heeft geduwd en/of

- uit bed heeft gesleurd en/of

- een vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen haar nek heeft geduwd en een vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen haar slaap en/of hoofd geduwd en/of

- haar vervolgens opzettelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Jij moet

goed luisteren" en/of " Dit is geen spel" en/of "Je dochter gaat eraan" en/of

"Mond dicht" en/of "We gaan je lelijk maken in je gezicht" en/of "We moeten

geld" en/of "Je moet de kluis openmaken!" en/of "Wie van de kinderen heb je

liever dat we vastbinden?", althans woorden van gelijke aard en of strekking

en/of

- die [slachtoffer 2] heeft gedwongen op haar buik te gaan liggen en/of

vervolgens de armen aan elkaar heeft vastgebonden met tie rips en/of

- haar tot slot opzettelijk dreigend de woorden heeft toegevoegd -zakelijk

weergegeven- dat zij de politie niet binnen een half uur mocht waarschuwen

want anders zouden er andere personen komen om hun familie uit te roeien,

althans woorden van gelijke dreigende aard en of strekking

2.

hij op of omstreeks 15 mei 2002 te Zevenbergen, gemeente Moerdijk, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres 2] heeft

weggenomen goederen naar hun gading en/of autosleutels van een VW Passat, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

en/of

hij op of omstreeks 15 mei 2002 te Zevenbergen tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen - een personenauto (merk VW Passat), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft in cursief de tenlastelegging tekstueel aangevuld. Verdachte is door deze aanvullingen niet in zijn verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7 De strafoplegging

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren. Bij de bepaling van de strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de richtlijnen voor soortgelijke feiten. De officier van justitie heeft als strafvermeerderende factoren bij zijn eis rekening gehouden met het feit dat het gaat om een heftige overval met gebruikmaking van een wapen, die in vereniging is gepleegd in de nachtelijke uren. [slachtoffer 2] heeft ernstige psychische klachten overgehouden aan de overval. Naar de mening van de officier van justitie moet in het voordeel van verdachte moeten meegewogen dat hij zichzelf heeft gemeld bij de politie, dat hij blijk heeft gegeven van inzicht in de ernst van zijn handelen destijds en dat de zaak niet zou zijn opgelost indien verdachte zich niet zelf had gemeld. Tevens dient het lange tijdsverloop in het voordeel van verdachte te worden meegewogen nu het strafbare feit is gepleegd in 2002. Tot slot heeft de officier van justitie in zijn strafeis rekening gehouden met de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich met betrekking tot de strafmaat op het standpunt gesteld dat het feit dat verdachte zich heeft gemeld bij de politie, positief tot uitdrukking dient te komen in de strafmaat. Tevens dient in het voordeel van verdachte in de strafmaat te worden meegewogen dat verdachte het wapen blijkens zijn verklaring bij de overval in de woning alleen had meegenomen om te bedreigen, aangezien hij hij zich er vantevoren van had verzekerd dat er geen patronen in het wapen zaten.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan het plegen van een gewapende woningoverval gedurende de nachtelijke uren en een woninginbraak waarbij een auto is meegenomen. Bij de overval is verdachte, samen met twee andere daders, de woning van mevrouw [slachtoffer 2], aangeefster, en [slachtoffer 3], echtgenoot van aangeefster, binnengedrongen. Verdachte en de mededaders droegen bivakmutsen, althans zij hadden hun gezichten deels bedekt. Zij zijn in de woning de slaapkamer binnengegaan waar aangeefster met haar toen achtjarige dochter lag te slapen. Verdachte heeft samen met zijn mededaders aangeefster, die deels ongekleed in bed lag, onder dreiging van een vuurwapen en met verbale bedreigingen gedwongen uit bed te stappen. Vervolgens hebben verdachte en/of zijn mededaders, terwijl zij een wapen tegen het hoofd van aangeefster drukten, haar de kluis, die zich in dezelfde kamer bevond, laten openen. Nadat geld en sieraden uit de kluis waren gehaald, is aangeefster gedwongen op haar buik op de grond te gaan liggen en zijn haar armen door één of meerdere daders achter op haar rug samengebonden met tiewraps. Bij het verlaten van de woning hebben verdachte en zijn mededaders opnieuw verbale bedreigingen jegens aangeefster geuit. De dochter van aangeefster is van het hele voorval ooggetuige geweest.

Ten behoeve van de overval heeft verdachte, samen met zijn mededaders, gebruik gemaakt van een Volkswagen Passat die verdachte enkele weken daarvoor samen met een ander had gestolen. Daartoe hadden verdachte en zijn mededader (onder meer) de autosleutel van deze Volkwagen Passat uit de woning van [slachtoffer 5] gestolen. De Passat is op de nacht van de woningoverval door verdachte en/of (één van) zijn mededader(s) in brand gestoken.

De rechtbank tilt zwaar aan deze ernstige feiten. Feiten als de onderhavige veroorzaken gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving en betekenen tevens een forse inbreuk op de privacy van de bewoners, terwijl dergelijke feiten bovendien veel overlast en materiële schade veroorzaken. Voor de woningoverval geldt dat juist in hun eigen woning bewoners zich veilig en geborgen dienen te kunnen voelen. De overval in de nachtelijke uren en de bedreiging met het vuurwapen en de vermomming van verdachte en zijn mededaders moet voor aangeefster en haar dochter zeer traumatiserend zijn geweest. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt ook dat de overval tot op heden nog gevolgen heeft in het dagelijks functioneren van zowel aangeefster als haar dochter. Hierbij heeft verdachte in het geheel niet stilgestaan. Het heeft hem er destijds niet van weerhouden om, ten koste van een ander, op deze manier snel aan geld te komen. Daarbij komt dat verdachte en zijn mededader(s) de door hen gestolen auto (feit 2), die zij hebben gebruikt bij de overval, in brand hebben gestoken, waardoor deze teniet is gegaan.

Bij de bepaling van een passende strafmaat zoekt de rechtbank aansluiting bij de geldende (straf)oriëntatiepunten en de straffen die doorgaans voor vergelijkbare feiten worden opgelegd.

Het feit dat sprake is geweest van een zeer kwetsbaar slachtoffer, nu de minderjarige dochter van aangeefster aanwezig is geweest bij de diefstal met geweld, dient volgens de rechtbank als strafvermeerderende omstandigheid te worden beschouwd . Verder moet in het nadeel van verdachte meewegen dat hij en zijn mededaders weloverwogen en professioneel hebben gehandeld. Van tevoren was bij verdachte en zijn mededaders bekend dat aangeefster alleen in de woning aanwezig was, omdat de man des huizes aan het werk was. Verdachte en zijn medeverdachte hebben voor de woningoverval hun wapens gecontroleerd en zijn met bivakmutsen en handschoenen aan de woning binnen gegaan. Zij hebben gebruik gemaakt van meerdere auto’s. De vluchtauto is na de overval in brand gestoken om sporen te wissen. Dit duidt op een professionele werkwijze en een vooropgezet plan.

In het voordeel van verdachte dient naar het oordeel van de rechtbank sterk te worden meegewogen dat verdachte zichzelf heeft gemeld als (mede)dader van deze strafbare feiten. In het voordeel van verdachte dient tevens te worden meegewogen dat de feiten dateren van elf jaar geleden zodat sprake is van een behoorlijk tijdsverloop. Ten slotte heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat aan verdachte nadien straffen zijn opgelegd voor andere feiten en hij nu schuldig wordt verklaard aan misdrijven die vóór die strafopleggingen zijn gepleegd.

De eis van de officier van justitie is, in het licht van hetgeen voor soortgelijke feiten wordt opgelegd, alleszins te begrijpen. De rechtbank is eveneens van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf van aanzienlijke duur opgelegd dient te worden, doch weegt ook zwaar mee dat verdachte tot inkeer is gekomen, zichzelf bij de politie heeft gemeld en daar een bekennende verklaring heeft afgelegd. Zou verdachte dit niet hebben gedaan, dan zouden onderhavige feiten nog niet zijn opgelost.

Alles afwegend zal de rechtbank aan verdachte opleggen een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van voorarrest.

8 De benadeelde partijen

Vordering [slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4], [adres 3] vordert een immateriële schadevergoeding van € 750,= voor feit 1, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat de schade voor de benadeelde partij, die ooggetuige was van de woningoverval, een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Vordering [slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3], [adres 3] vordert een immateriële schadevergoeding van € 750,= voor feit 1, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze vordering onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank is, gelet hierop, van oordeel dat de behandeling van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2], [adres 3], vordert een schadevergoeding van € 71.599,04 voor feit 1, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De vordering is opgebouwd uit diverse schadeposten, te weten een post voor weggenomen geld voor een bedrag van € 20.000,=, een post voor weggenomen sieraden ter waarde van

€ 42.000,= de kosten voor het opmaken van een taxatierapport door een juwelier voor een bedrag van € 385,=, de kosten eigen bijdrage voor behandeling bij een psycholoog voor een bedrag van € 1.719,50 en een rekening van de verklaring van de psycholoog voor een bedrag van € 60,50 en reiskosten en parkeerkosten voor gesprekken bij slachtofferhulp voor een bedrag van respectievelijk € 59,64 en € 14,40. Ten slotte is verzocht om een schadevergoeding voor immateriële schade voor een bedrag van € 7.360,=.

Weggenomen geldbedrag:

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot een bedrag van € 20.000,= een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering op dit punt toewijzen.

Weggenomen sieraden en taxatierapport:

De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Omdat niet duidelijk is hoeveel sieraden er zijn weggenomen en op welke wijze de taxateur tot zijn oordeel is gekomen over de door hem getaxeerde waarde, is de vordering thans onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij zal daarom voor dit deel niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Kosten behandeling psycholoog/verklaring psycholoog:

De rechtbank is van oordeel dat niet duidelijk is geworden welk deel van de rekeningen van de psycholoog voor eigen rekening van de benadeelde partij is gekomen. Gelet hierop levert de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal daarom voor dit deel niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Reiskosten en parkeertarief bezoeken slachtofferhulp:

De rechtbank is van oordeel dat deze materiële schade voor het bedrag van € 74,04 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering op dit punt toewijzen

Immateriële schade:

De rechtbank is van oordeel dat de immateriële schade tot een bedrag van € 3.000,= een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit 1, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde acht de rechtbank tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank het gevorderde bedrag thans onvoldoende onderbouwd. Het feitencomplex in de door de benadeelde partij bijgevoegde uitspraak uit de smartengeldgids wijkt naar het oordeel van de rechtbank te veel af van de feiten in onderhavige zaak om als uitgangspunt voor de bepaling van de immateriële schade te kunnen dienen. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Samengevat:

De rechtbank veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van

€ 23.074,04, waarvan € 20.074,04 ter zake van materiële schade en € 3.000,= ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 mei 2002 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

Met betrekking tot de toegekende vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 36f, 47, 57, 63, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1:

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Feit 2:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de toegang is verschaft tot de plaats des misdrijfs door middel van braak en diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij het weg te nemen goed onder hun bereik is gebracht door middel van een valse sleutel.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 42 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van € 750,=, ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 mei 2002 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] (feit 1), € 750,= te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 mei 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 15 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 3] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 23.074,04, waarvan € 20.074,04 ter zake van materiële schade en € 3.000,= ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 mei 2002 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] (feit 1), € 23.074,04 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 mei 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 150 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Pick, voorzitter, mr. Bakx en mr. Bollen, rechters, in tegenwoordigheid van Schuurmans, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op

2 december 2013.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt daarmee, tenzij anders vermeld, bedoeld het onderdeel van het eindproces-verbaal met dossiernummer 2013152997 van politie Zeeland-West Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 129. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 november 2013.

2 Het proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 12 augustus 2013, dossierpagina 107, 108 en 109.

3 Het proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 2] d.d. 23 mei 2002, pagina 34 tot en met 38.

4 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 november 2013.

5 Het proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 13 augustus 2013, pagina 112 en 113.

6 Het proces-verbaal aangifte door [slachtoffer 5] d.d. 15 mei 2002, pagina 94 tot en met 97.