Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:8563

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22-11-2013
Datum publicatie
26-11-2013
Zaaknummer
C/02/271758 / KG ZA 13-655
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Contactverbod toegewezen wegen onrechtmatige uitlatingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht

Breda

zaaknummer / rolnummer: C/02/271758 / KG ZA 13-655

Vonnis in kort geding van 22 november 2013

in de zaak van

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

UITVOERINGSORGANISATIE BAANBREKERS,

2. [eiser 2],

3. [eiser 3],

eisers, domicilie kiezende ten kantore van advocatenkantoor Osté te Oosterhout,

advocaat mr. P. Doorakkers,

tegen

[gedaagde],

wonende te[woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. L.N.J.B. van Osch te Tilburg.

Partijen zullen hierna Baanbrekers , [eiser 2], [eiser 3] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 17,

  • -

    de brief van mr. Doorakkers van 7 november 2013 met een akte wijziging van eis,

  • -

    de brief van mr. Van Osch van 7 november 2013 met producties 1 tot en met 12,

  • -

    de mondelinge behandeling op 8 november 2013,

  • -

    de pleitnota van [gedaagde].

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Eisers vorderen na wijziging van eis dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde]:

I. na betekening van dit vonnis verbiedt mondeling, schriftelijk, per e-mail of sms, althans op enige wijze eisers te benaderen, dit op straffe van lijfsdwang met dien verstande dat de gijzeling per overtreding ten hoogste tien dagen zal duren, dan wel op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per overtreding met een maximum van
€ 20.000,--;

II. na betekening van dit vonnis verbiedt via het internet (sociale media), schriftelijk, per e-mail, sms of op andere wijze negatieve, onnodig grievende of onware uitlatingen over eisers in het openbaar te doen, dit op straffe van lijfsdwang met dien verstande dat de gijzeling per overtreding ten hoogste tien dagen zal duren, dan wel op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per overtreding met een maximum van € 20.000,--;

III. binnen twee dagen na betekening van dit vonnis verplicht alle publicaties/berichtgeving op internet met betrekking tot eisers en waar eisers in voorkomen te verwijderen en verwijderd te houden, dit op straffe van lijfsdwang met dien verstande dat de gijzeling per overtreding ten hoogste tien dage zal duren, dan wel op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag met een maximum van € 20.000,--

IV. met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding alsmede inclusief de kosten van betekening van het vonnis aan [gedaagde].

2.2.

[gedaagde] voert verweer.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De feiten

3.1.

Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

  1. Baanbrekers, vroeger genaamd ISD, is een publieke onderneming die namens de gemeenten Heusden, Loon op Zand en Waalwijk werkzaamheden uitvoert op het gebied van werk en inkomen.

  2. [eiser 2] is actief als arbeidsbemiddelaar, re-integratie- en jobcoach en ziekteverzuimbegeleider.

  3. [eiser 3] is als advocaat werkzaam bij Advocatenkantoor Osté.

  4. Eisers zijn allen in de uitoefening van hun beroep/bedrijf in contact gekomen met [gedaagde].

  5. [gedaagde] is in september 2012 vervolgd en veroordeeld voor bedreiging van een medewerkster van Baanbrekers.

  6. [gedaagde] heeft bij e-mails van 10, 11, 13 en 19 september 2013 aan de directrice van Baanbrekers allerlei beschuldigingen en verwijten geuit aan het adres van Baanbrekers.

  7. Baanbrekers heeft op 23 september 2013 aan [gedaagde] medegedeeld dat voor haar de zaak is afgedaan.

  8. [gedaagde] heeft op 24, 26 en 30 september 2013 en op 23 oktober 2013 wederom aan Baanbrekers e-mails gestuurd met dreigende taal.

  9. [gedaagde] heeft op 26 september 2013 op zijn website www.wiegeloofjij.blogspot.nl onder het kopje “Open brief aan AEW van Limpt Directrice ISD midden Langstraat te Waalwijk” onder meer vermeld:

    “Ik zou wel eens van het college van B&W willen weten hoe zij er over denken dat u
    € 7400,-- euro heeft uitgegeven aan een oplichter?!” (…)
    “Het is inmiddels bekend dat [eiser 2] een oplichter is” (…)
    “In uw brief claimt u dat u uitgebreid onderzoek heeft gedaan? Maar ik zie helemaal niets terug van dit onderzoek? En weet u waarom niet? Omdat u liegt!” (…)
    “Dus daarom in het kader van de openbaarheid van bestuur zou ik graag van u het gehele onderzoek willen zien en niet alleen uw verzonnen uitkomst? Want die leugen ken ik al!” (…)
    “Omdat u deze oplichter bent blijven beschermen maakt u uzelf medeplichtig.” (…)
    “En nee dit is geen dreigement dus u hoeft mij niet weer te laten arresteren zoals u vorig jaar heeft laten doen omdat ik u toen ook al ter verantwoording riep?!” (…)
    “En u weet ook dat ik vorig jaar ten onrechte ben gearresteerd en dat u daar excuses voor moet maken. U heeft mij ten onrechte aangeklaagd voor bedreiging” (…)
    “Uw aangifte getuigd niet van integriteit maar van machtsmisbruik! En volgens mij is dat strafbaar!” (…)
    “Ik heb deze open brief op internet geplaatst en naar alle landelijke en regionale media gestuurd maar ook op Facebook gezet en naar alle plaatselijke politieke partijen gestuurd.” (…)

  10. [gedaagde] plaatste op 28 augustus 2013 onder het kopje “Eerherstel” onder meer

    “Het bleek dus dat [eiser 2] mij zwart had lopen maken bij de ISD om zodoende meer geld voor mij te kunnen claimen.” (…)
    “Maar de ISD middenlangstraat hield zoals eerder gezegd [eiser 2]de hand boven zijn hooft en wees al mijn beklag en dus ook mijn claim af. Ik was hier zo verbaasd over? Alsof je de holocaust aan het ontkennen bent? Zo voelt het?” (…)
    “Nu snap ik wel waarom mensen voor een trein springen of hun kinderen ombrengen en daarna zichzelf van het leven beroven of zelfs waarom iemand schietend door een winkelcentrum gaat?” (…)
    “Ik heb er in het verleden wel eens over gedacht om schietend door een winkelcentrum te gaan. Met op mijn rug een briefje met mijn verhaal en mijn beweegredenen.”(…)
    “Nog een beweegreden om niet schietend door een winkelcentrum te gaan is dat ik mensen niet iets aan kan doen die mij niets hebben aangedaan. Dus zou ik beter de burgemeester van Loon op Zand om kunnen leggen… maar ja, daar valt ook niet veel eer aan te behalen.” (….)
    “Dat lost niets op maar ik snap wel dat een [naam X] zich daartoe gedwongen voelde.” (…)
    “En als zij denken dat hun aangifte hier verbetering in aangebracht heeft? Nee, mijn haat tegen hun is daardoor alleen maar groter geworden, en mijn wraakgevoelens ook. Ik zal er alles aan doen om ook hun levens kapot te maken. Net zo lang tot zij excuus maken en mij smeken hoe ze het goed kunnen maken met mij.” (…)

  11. Baanbrekers heeft op 4 oktober 2013 tegen [gedaagde] aangifte gedaan van smaad en laster.

  12. [gedaagde] heeft ten aanzien van [eiser 2] in zijn blogs op internet onder meer op 30 september 2013 geplaatst:

    “ [eiser 2] mag zich verantwoorden voor zijn oplichtingspraktijken”
    “ISD huurt oplichter in”
    “als jij vindt dat je geen oplichter bent dan kun je je vast wel verklaren en ben ik bereid mijn excuus te maken maar als jij niet kunt verklaren of als uiteindelijk blijkt dat jij werkelijk een oplichter bent zoals ik zeg dan hebben de gemeenten en de ISD een groot probleem?!”
    “daarna begon jou gelieg en gedraai en begon je met allerlei smoezen”
    “waarin de ene leugen na de andere volgt…..uiteindelijk was jou doel alleen financieel gewin”
    “[eiser 2] lijkt een echte oplichter te zijn”

  13. [gedaagde] beschuldigt [eiser 3] in zijn blog op 12 juli 2013 onder het kopje “Corrupte advocaat gewoon via Juridisch Loket” als volgt:

    “Ik snap soms niet dat oplichters altijd maar denken dat ze overal mee weg komen? Een jaar later kwam [eiser 3] bij mij dat ik zijn rekening nog moest gaan betalen? Ik dacht het niet vuile oplichter! Ik ben dus al uit mijn huis gezet en heb dus gigantische problemen gekregen dankzij deze corrupte advocaat en weet je wat hij nu heeft geflikt? Ik had zin om de mensen die mij pijn hebben gedaan ook pijn te gaan doen maar ik wilde niet als een Tristan van de Vlis onschuldige mensen doden. En zelfmoord? Die lol wilde ik [eiser 3] niet gunnen. Een advocaat die je nodig hebt omdat je in de shit zit? Dat zo’n advocaat je dan nog verder de shit in helpt en daar nog voor betaald krijgt ook van onze belastingcenten?”

    en op 1 augustus 2013 onder het kopje “[eiser 2] Help(t)”
    “Toen ik erachter kwam dat advocaten ook geen flikker uitvoeren? In mijn geval was dat [eiser 3] van advocatenkantoor Osté te Dongen met een kantoor te Oosterhout.”

  14. Nadat [eiser 3] bij email van 2 oktober 2013 aan [gedaagde] verzocht om bovenstaande gegevens met de naam van [eiser 3] en de kantoornaam Advocatenkantoor Osté te verwijderen heeft [gedaagde] hieraan geen gehoor gegeven en nog aan zijn blog toegevoegd:
    op 3 oktober 2013: “Meester [eiser 3] heeft kennelijk niets geleerd?”
    op 4 oktober 2013: “Advocaat weet niet van ophouden…”
    op 10 oktober 2013: “Advocaat geeft fouten toe”
    op 11 oktober 2013: “Advocaat verdacht van fraude en meineed”

  15. [gedaagde] dreigt [eiser 3] op internet met de volgende mededeling:

    “Wanneer jij een aanklacht tegen mij indient ben ik bereid om alle mail wisseling waaruit blijkt dat jij je werk niet doet en waaruit blijkt dat jij de boel oplicht op internet te zetten. Dus als je door durft te gaan zet ik alles publiekelijk online desnoods via een ander ip adres en naam en toon dan maar eens aan dat ik dat ben. Er zijn mensen genoeg die mij willen helpen om oplichters als jou aan te willen pakken.”

  16. De door [gedaagde] bij de Deken van Advocaten te Breda ingediende klacht(en) tegen [eiser 3] zijn op alle punten ongegrond verklaard. Op het door [gedaagde] tegen de beslissing van De Deken ingestelde hoger beroep heeft de Raad van Discipline bij uitspraak van 27 mei 2013 de klachtonderdelen 1, 2, 3 en 5 ongegrond verklaard en klachtonderdeel 4 niet-ontvankelijk verklaard.

  17. [eiser 3] heeft op 7 oktober 2013 aangifte gedaan van belediging door [gedaagde].

4 De beoordeling

4.1.

Eisers gronden hun vorderingen op de stelling dat [gedaagde] onrechtmatig jegens hen handelt door zich stelselmatig schuldig te maken aan bedreiging, smaad en laster.

Eisers hebben op of omstreeks 1 oktober 2013 geconstateerd dat [gedaagde] op de website “wiegeloofjij.blogspot.nl” een openbare blog heeft geopend waarop onwaarheden en onterechte beschuldigingen worden geuit aan het adres van eisers, terwijl [gedaagde] ook gebruik maakt van Facebook om zijn blogs onder de aandacht van zoveel mogelijk mensen te brengen. De medewerkers van Baanbrekers stellen, evenals [eiser 2] en [eiser 3], dat zij en hun gezin door deze uitingen worden lastig gevallen, geïntimideerd en in hun eer en goede naam worden aangetast en dat zij hierdoor persoonlijk diep worden geraakt.

Het beangstigt eisers dat [gedaagde] zijn veroordeling wegens bedreiging in september 2012 kennelijk niet serieus neemt, omdat hij op zijn blog immers vermeldt dat eisers een valse aangifte tegen hem hebben gedaan. Als beangstigend ervaren eisers ook dat [gedaagde] op zijn website stelt dat hij net zo lang door zal gaan tot hij het leven van eisers kapot heeft gemaakt. Ten slotte stellen eisers dat de uitlatingen van [gedaagde] schade toebrengen aan hun reputatie, omdat een zoekopdracht op internet naar de namen van eisers als eerste resultaten citaten laat zien van de website van [gedaagde].

4.2.

[gedaagde] stelt dat hij op advies van zijn raadsman de gewraakte publicaties op internet vooralsnog heeft verwijderd. Dit heeft [gedaagde] gedaan rond 17.00 uur op 7 november 2013, de dag voorafgaand aan de mondelinge behandeling van dit kort geding.

4.3.

[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat hij de website in het leven heeft geroepen omdat hij misstanden in de dienstverlening van eisers aan de kaak wil stellen die er volgens hem uit bestaan dat sprake is van lichtvaardige verspilling van overheidsgeld. [gedaagde] licht toe dat de kern van zijn klacht over [eiser 2] erop neer komt dat hij van mening is dat belastinggeld is besteed aan de heer [eiser 2], terwijl het [gedaagde] onvoldoende duidelijk is of daarvoor ook door [eiser 2] is gepresteerd. Volgens [gedaagde] niet, omdat [eiser 2] niet heeft voorkomen dat hij uit zijn huis werd gezet. [gedaagde] verwijt Baanbrekers dat zij te weinig controle uitoefent op de werkzaamheden van [eiser 2] en dus feitelijk lichtzinnig met overheidsgeld omgaat. Ten aanzien van [eiser 3] heeft [gedaagde] kritiek op de wijze waarop deze de uithuiszettingsprocedure heeft behandeld en op het al dan niet aanvragen van toevoegingen door [eiser 3], waarover volgens [gedaagde] onduidelijkheid zou bestaan. De directe aanleiding voor [gedaagde] om op zijn website de gewraakte teksten te plaatsen was het feit dat de deurwaarder aan zijn deur kwam met een aantal onbetaalde facturen van [eiser 3], waarvan de door [gedaagde] verschuldigde eigen bijdrages op verzoek van [eiser 3] door de voorzieningenrechter voorzien waren van een executoriale titel. Volgens [gedaagde] bleek toen dat mogelijkerwijs eigen bijdragen werden gefactureerd voor toevoegingen waarvan hij het bestaan niet kende.

5 De voorzieningenrechter overweegt als volgt:

5.1.

Ter beoordeling staat de rechtmatigheid van de gewraakte uitingen van [gedaagde] in het licht van artikel 7 van de Grondwet en de artikelen 8 en 10 EVRM. Het gaat hier om een botsing van twee fundamentele rechten, namelijk aan de zijde van [gedaagde] het recht op vrijheid van meningsuiting en aan de zijde van eisers het recht op bescherming van hun eer en goede naam en op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer. Het antwoord op de vraag welk van deze beide rechten in het onderhavige geval zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval.

5.2.

Bij de beoordeling stelt de voorzieningenrechter voorop dat het [gedaagde] is toegestaan kritiek te hebben op het werk van eisers en daarover te publiceren. De vrijheid van meningsuiting strekt zich tevens uit tot uitingen die eisers niet welgevallig zijn, te meer nu die uitingen er, naar de voorzieningenrechter aanneemt, mede ertoe strekken aan de kaak te stellen dat overheidsgelden niet zinvol of onregelmatig worden aangewend. Zo lang [gedaagde] in zijn publicaties over eisers zakelijk en correct blijft, zijn ook kritische publicaties over eisers toelaatbaar.

5.3.

Uit de door eisers overgelegde e-mails en publicaties op internet, waarvan de inhoud niet is betwist, blijkt echter dat eisers en de directrice van Baanbrekers door [gedaagde] worden beledigd en bedreigd. Het gevoel te worden bedreigd wordt, voor zover dit de medewerkers van Baanbrekers en [eiser 2] betreft, versterkt doordat [gedaagde] hun handelwijze reeds in 2012 aan de orde heeft gesteld en dit is uitgemond in bedreigingen waarvoor [gedaagde] is veroordeeld door de strafrechter. De door [gedaagde] geplaatste berichten op zijn weblog zijn gesteld in zodanig grove bewoordingen en zijn zodanig beledigend van aard, dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat die berichten de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschrijden. Te gelden heeft dat die vrijheid van meningsuiting begrensd wordt door de beginselen van zorgvuldigheid die eenieder jegens een ander in acht dient te nemen. [gedaagde] heeft met de gepubliceerde teksten, zoals hiervoor voor een deel onder de vaststaande feiten weergegeven, de grenzen van betamelijkheid zodanig overschreden dat dit als een onrechtmatige aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de directrice van Baanbrekers, [eiser 2] en [eiser 3] moet worden gekwalificeerd, hetgeen onrechtmatig is. Dit wordt niet anders doordat [gedaagde] heeft gesteld dat eisers niet inhoudelijk reageren op zijn verzoeken. Ook al zou dit verwijt van [gedaagde] juist zijn dan is dit geen vrijbrief om e-mails met een beledigende en bedreigende inhoud aan de directrice van Baanbrekers te sturen of beledigende teksten over eisers te publiceren.

5.4.

Daar komt bij dat sprake is van het stelselmatig beledigen, beschuldigen en bedreigen door [gedaagde] van eisers, via de site www.wiegeloofjij.blogspot.nl, via Facebook en via e-mailberichten, dat [gedaagde] twee jaar geleden is begonnen met die beschuldigingen aan de adressen van eisers, dat het gaat om omvangrijke mededelingen, waarvan eisers stellen dat zij slechts een gedeelte hebben overgelegd, en dat de inhoud bestaat uit beledigende teksten met een kwetsende inhoud die onnodig grievend en denigrerend zijn naar eisers en dat [gedaagde] in nagenoeg alle teksten aangeeft dat hij steeds zal doorgaan, zo nodig vanuit een nieuw IP-adres.

5.5.

Vast staat dat de klachten van [gedaagde] tegen [eiser 3] door de Raad van Discipline ongegrond zijn verklaard en op één punt niet-ontvankelijk. De klachten jegens [eiser 2] zijn inhoudelijk niet onderbouwd. Met betrekking tot de beschuldigingen dat de directrice van Baanbrekers zou liegen, dat [eiser 2] een oplichter is en [eiser 3] corrupt ontbreekt een afdoende feitelijke onderbouwing voor de juistheid van de daarin geuite suggesties. Voor zover [gedaagde] heeft bedoeld aan te voeren dat de door hem geplaatste teksten niet bedreigend zijn bedoeld, dan is dit verweer niet relevant. Beslissend is hoe de inhoud van de mededelingen overkomt bij de persoon tot wie deze is gericht en dat is zonder meer bedreigend. Daarnaast geldt dat het beweerdelijk nagestreefde doel, het voorkomen of bestrijden van maatschappelijke misstanden niet wordt gediend door het plaatsen op internet van grievende uitlatingen en de intimiderende, naar stalking tenderende, wijze waarop [gedaagde] eisers telkens weer benadert.

5.6.

De slotsom luidt dat het recht van eisers op bescherming van hun eer en goede naam en op eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer dient te prevaleren boven het recht van [gedaagde] op vrijheid van meningsuiting en de vorderingen in beginsel toewijsbaar zijn.

6 De vorderingen

6.1.

De door [gedaagde] in het verleden gevoerde campagne jegens eisers is in september 2012 geëindigd door de veroordeling van [gedaagde] door de strafrechter wegens bedreiging. Daarna is het bijna een jaar stil geweest tot [gedaagde] enkele maanden geleden weer van voor af aan begon met het beledigen en bedreigen van eisers. In dat kader bezien worden de bewoordingen van [gedaagde] door eisers terecht en begrijpelijk ervaren als bedreiging. Voldoende aannemelijk is dat [gedaagde] op dusdanig stelselmatige en ontoelaatbare wijze inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van eisers dat een contactverbod als door eisers gevorderd gerechtvaardigd is. In dit verband is tevens van belang dat ter zitting naar voren is gekomen dat [gedaagde] en eisers geen zakelijke contacten meer onderhouden, terwijl evenmin gebleken is dat in de toekomst dergelijke contacten nodig zullen zijn. Contact via een raadsman zal van dit verbod worden uitgezonderd.

6.2.

Gegeven de vrijheid van [gedaagde] om binnen de hiervoor geduide grenzen kritiek te hebben op het optreden van eisers, gaat het door eisers gevorderde verbod sub II te ver. De voorzieningenrechter zal dit verbod beperken tot onrechtmatige uitlatingen van [gedaagde], waaronder derhalve begrepen dienen te worden onjuiste, beledigende en bedreigende uitlatingen als hiervoor besproken.

6.3.

Nu [gedaagde] de publicaties en berichtgeving met betrekking tot eisers op internet voorafgaand aan de zitting heeft verwijderd, hebben eisers geen belang meer bij het gevorderde sub III voor zover daarin verwijdering is gevorderd. De beledigende en bedreigende publicaties die [gedaagde] thans vooralsnog heeft verwijderd maakten onderdeel uit van zijn website met vele tientallen pagina's inhoud. Deze site heeft de vorm van een blog, waarin ook publicaties over andere personen of instanties voorkomen. De mededelingen over eisers zijn deels toelaatbaar en deels niet toelaatbaar, maar zijn in de opzet van de website zodanig met elkaar verweven, waarbij de ontoelaatbare uitingen talrijk zijn en het daarmee nagestreefde doel zo dubieus, dat de enig werkbare en passende sanctie is om [gedaagde] te gebieden om de bedoelde publicaties verwijderd te houden. In zoverre zal de vordering worden toegewezen.

6.4.

De voorzieningenrechter ziet op dit moment onvoldoende aanleiding om een zo verstrekkend dwangmiddel als lijfdwang toe te passen. Het is immers niet gezegd dat een perspectief op het verbeuren van dwangsommen geen reële prikkel tot nakoming vormt.

De voorzieningenrechter ziet, gelet op het feit dat [gedaagde] momenteel geen inkomsten uit werk heeft, aanleiding de dwangsommen te matigen en maximeren als na te melden.

6.5.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:

- dagvaarding €  92,82

- griffierecht 589,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal €  1.497,82

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

7.1.

verbiedt [gedaagde] met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis, anders dan via zijn advocaat, persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met (een van) eisers;

7.2.

verbiedt [gedaagde] via het internet (sociale media), schriftelijk, per e-mail, sms of op andere wijze onrechtmatige uitlatingen over (een van) eisers in het openbaar te doen;

7.3.

veroordeelt [gedaagde] alle door hem verwijderde publicaties/berichtgeving op internet met betrekking tot (een van) eisers en waar (een van) eisers in (voorkomt) voorkomen verwijderd te houden;

7.4.

veroordeelt [gedaagde] om aan eisers een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere overtreding van de onder 7.1 en 7.2 opgelegde verboden en voor iedere dag dat hij niet aan de onder 7.3 uitgesproken veroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt;

7.5.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding deze voor zover aan de zijde van eisers gevallen tot op heden begroot op € 1.497,82;

7.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Louwerse en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Kreeke-Schütz op 22 november 2013.