Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:8508

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16-10-2013
Datum publicatie
25-11-2013
Zaaknummer
2191884 cv 13-4424
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De uitspraak betreft de vraag of sprake is van een huurovereenkomst. De kantonrechter overweegt dat het een gemengde overeenkomst met het karakter van een arbeids- en huurovereenkomst betreft. De arbeidsovereenkomst is inmiddels beëindigd. Welke tegenprestatie is voor het gebruik van de kamer(s) afgesproken? De kantonrechter bepaalt op grond van artikel 6:248 BW de huurprijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Breda

zaak/rolnr.: 2191884 CV EXPL 13-4424

vonnis d.d. 16 oktober 2013

inzake

1 [eiser 1],

2. [eiseres],

beiden wonende te 4901 HB Oosterhout,

opposanten, tevens eisers in reconventie,

gemachtigde: mr. P.M. Tromp, advocaat te Tilburg,

tegen

de vennootschap onder firma

GRIEKS RESTAURANT IRODION OOSTERHOUT V.O.F.,

gevestigd te Oosterhout (NB),

geopposeerde, tevens verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. R.A.W. van Oudheusden, advocaat te Oosterhout.

Partijen worden hierna aangeduid als[eiser 1] en[eiseres] respectievelijk Irodion.

1Het verloop van het geding

a. het verstekvonnis van de kantonrechter te Breda met zaak/rolnummer 773711 CV EXPL 13-2330 van 5 juni 2013 met de daarin genoemde stukken;

b. de verzetdagvaarding van 2 juli 2013, tevens houdende eis in reconventie met producties;

c. het tussenvonnis in deze zaak van 31 juli 2013;

d. de aantekeningen van de griffier met betrekking tot de comparitie van partijen van 22 augustus 2013.

2 Het geschil

in oppositie / in conventie:

2.1

Bij op 15 april 2013 uitgebrachte dagvaarding heeft Irodion bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gevorderd:

primair:

1. primair te verklaren voor recht dat de rechtsverhouding tussen partijen gekwalificeerd dient te worden als bruikleen en dat deze bruikleenovereenkomsten geëindigd zijn per datum van de onderscheidenlijke arbeidsovereenkomsten van[eiser 1] en[eiseres], althans per 1 oktober 2012, althans deze bruikleenovereenkomsten alsnog te ontbinden met ingang van beëindiging van de onderscheidenlijke arbeidsovereenkomsten van[eiser 1] en[eiseres], althans met ingang van 1 oktober 2012, althans met ingang van een in goede justitie te bepalen datum;

subsidiair voor het geval de rechtsverhouding tussen partijen gekwalificeerd dient te worden als huur, de huurovereenkomsten te ontbinden;

2.[eiser 1] en[eiseres] te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, de kamer staande en gelegen aan de[adres], te ontruimen met medeneming van al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop niet vanwege Irodion bevindt/bevinden, eventuele onderhuurders daaronder begrepen, en ontruimd te houden en voormelde kamer ter vrije en algehele beschikking van Irodion te stellen onder afgifte van de sleutels en alles op kosten van[eiser 1] en[eiseres];

3. Irodion te machtigen om, indien[eiser 1] en[eiseres] met die ontruiming in gebreke mochten blijven, deze zelf op kosten van[eiser 1] en[eiseres] te doen bewerkstelligen door een deurwaarder, zo nodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

4.[eiser 1] en[eiseres], ieder afzonderlijk, te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 250,-, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, voor elke dag of gedeelte van een dag, gedurende welke zij met de nakoming van het in dezen te wijzen vonnis in gebreke zijn, zulks tot een maximum van € 10.000,-, of een in goede justitie te bepalen maximum;

subsidiair:

5. voor het geval er sprake is van huurovereenkomsten en dezen niet worden ontbonden,[eiser 1] en[eiseres] hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om met ingang van de dag volgend op het einde van de onderscheidenlijke arbeidsovereenkomsten van[eiser 1] en[eiseres], althans met ingang van 1 oktober 2012, tot aan de dag, waarop de huurovereenkomsten zullen zijn geëindigd, een door de rechter te benoemen deskundige vast te stellen huurprijs te betalen;

6. als deskundige als hiervoor onder punt 5 bedoeld te benoemen de Huurcommissie, althans één of meerdere leden daarvan, althans een andere in goede justitie te benoemen deskundige;

7.[eiser 1] en[eiseres] hoofdelijk des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling van het salaris en de kosten van de in dezen te benoemen deskundige;

primair en subsidiair:

8.[eiser 1] en[eiseres], hoofdelijk des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Irodion te betalen de proceskosten aan de zijde van Irodion, waaronder het salaris van haar gemachtigde.

2.2

Bij verstekvonnis van 5 juni 2013 heeft de kantonrechter de vordering van Irodion als volgt toegewezen:

“verklaart voor recht dat de rechtsverhouding tussen partijen gekwalificeerd dient te worden als bruikleen en dat deze bruikleenovereenkomsten zijn geëindigd per 30 augustus 2012;

veroordeelt gedaagden [[eiser 1] en[eiseres]] om het gehuurde, te weten de kamer staande en gelegen te [adres] binnen twee weken na de betekening van dit vonnis met al de hunnen en het hunne te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van eiseres te stellen;

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, en wel zo dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres [Irodion] tot op heden begroot op € 288,71, daarin begrepen een bedrag van € 100,- als salaris voor de gemachtigde van eiseres;

verklaart dit vonnis in zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst de vordering voor het overige af.”

2.3

[eiser 1] en[eiseres] komen in verzet van voornoemd vonnis. Zij vorderen van de bij het verstekvonnis tegen hem uitgesproken veroordeling te worden ontheven en de vordering van Irodion alsnog af te wijzen, met veroordeling van Irodion in de kosten van het verzet.

2.4

Irodion voert verweer en concludeert tot bekrachtiging van voormeld verstekvonnis, met veroordeling van[eiser 1] en[eiseres] in de kosten van het verzet.

in reconventie:[eiser 1]

2.5

[eiser 1] en[eiseres] vorderen voorts als eis in reconventie, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. te verklaren voor recht dat de rechtsverhouding tussen partijen gekwalificeerd dient te worden als huur, meer in het bijzonder huur van woonruimte en dat deze huurovereenkomst tot op heden nimmer rechtsgeldig is beëindigd door Irodion;

2. te verklaren voor recht dat[eiser 1] en[eiseres] recht hebben op verblijf in de door hen gehuurde kamer aan de[adres];

3. de door[eiser 1] en[eiseres] verschuldigde tegenprestatie vast te stellen op:

- primair: betaling van een geldbedrag van € 145,80 per maand, dan wel;

- subsidiair: het verrichten van werkzaamheden voor Irodion voor de duur van 3,16 uren per week;

4. Irodion te bevelen al haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst en in het bijzonder de verplichting om aan[eiser 1] en[eiseres] het ongestoorde genot van het gehuurde te verschaffen na te komen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag, dat aan deze veroordeling door Irodion geen gehoor is gegeven, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dwangsom;

5 Irodion te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis[eiser 1] en[eiseres] in staat te stellen de door hen verschuldigde tegenprestatie voor de huur van de kamer aan de [adres] te voldoen door:

- primair: aan[eiser 1] en[eiseres] het rekeningnummer op te geven waarop zij de verschuldigde huurpenningen kunnen voldoen, dan wel;

- subsidiair:[eiser 1] en[eiseres] toe te laten tot het verrichten van werkzaamheden voor Irodion voor de duur van 3,16 uren per week;

zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 150,- voor iedere dag dat aan deze veroordeling door Irodion geen gevolg is gegeven, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen dwangsom;

met veroordeling van Irodion in de proceskosten en nakosten.

2.6

Irodion voert verweer en concludeert tot afwijzing van de eis in reconventie.

3 De beoordeling

in oppositie / in conventie:

3.1

Niet gebleken is dat[eiser 1] en[eiseres] te laat in verzet zijn gekomen. Zij zijn derhalve ontvankelijk in het verzet.

in oppositie / in conventie en in reconventie:

3.2

De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

a. a) Irodion exploiteert een Grieks restaurant in Oosterhout.

b)[eiser 1] en[eiseres] zijn met elkaar gehuwd en hebben een zoontje.

c) Met ingang van 1 mei 2012 is tussen Irodion en[eiseres] een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten. Deze schriftelijke arbeidsovereenkomst betreft een dienstverband tot en met 30 september 2012 in de functie van hulpkok voor 20 uur per week.

d) Tussen Irodion en[eiser 1] is eveneens een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten. Ook deze arbeidsovereenkomst betreft de functie van hulpkok voor 20 uur per week gedurende de periode van 1 mei 2012 tot en met 30 september 2012.

e) In artikel 6 van deze schriftelijke arbeidsovereenkomsten staat dat de werkgever op verlangen van de werknemer inwoning zal verstrekken “tegen een forfaitaire waarde door de werknemer van € 145,80 per maand”.

f) Irodion heeft aan[eiser 1] en[eiseres] ieder een kamer ter beschikking gesteld in de woning aan het adres [adres].

g) Irodion heeft aan[eiser 1] deze kamer vanaf maart 2009 ter beschikking gesteld, omdat[eiser 1] vanaf die tijd op basis van een arbeidsovereenkomst – op een periode van ongeveer acht maanden na (toen had hij een arbeidsovereenkomst met een slachthuis/slagerij) – voor Irodion heeft gewerkt. Eind 2011 is[eiseres] met hun zoontje bij hem ingetrokken.

h)[eiseres] heeft vervolgens de haar ter beschikking gestelde kamer op 1 mei 2012 betrokken.

i. i)[eiseres] heeft, samen met hun op dat moment zesjarige zoontje, op 17 juni 2012 haar kamer verlaten en, met instemming van Irodion, (opnieuw) haar intrek genomen in de kamer van[eiser 1].

j) De arbeidsovereenkomsten van[eiser 1] en[eiseres] zijn in ieder geval per 1 oktober 2012 geëindigd.

3.3

Aan haar vorderingen heeft Irodion primair het volgende ten grondslag gelegd.

Drakogiannis en[eiseres] hebben nimmer enige (bepaalbare) vergoeding (huur) betaald voor het gebruik van de kamer. De werkzaamheden die zij voor Irodion verrichtten gelden als tegenprestatie voor de arbeidsovereenkomst en nìet voor het gebruik van de kamer(s). Irodion heeft daarvoor geen vastomlijnde tegenprestatie van[eiser 1] en[eiseres] ontvangen. Het gebruik van de kamer dient dan ook gekwalificeerd te worden als een bruikleenovereenkomst als bedoeld in artikel 7A:1777 en verder van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Deze bruikleenovereenkomst is geëindigd per datum van het einde van het dienstverband van[eiser 1] en[eiseres] en daarmee is ook het recht van gebruik van de kamer geëindigd, althans diende deze bruikleenovereenkomst ingevolge artikel 6:258 BW ontbonden te worden op grond van onvoorziene omstandigheden welke van dien aard zijn dat[eiser 1] en[eiseres] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding daarvan niet mogen verwachten.

Indien de kantonrechter van oordeel zou zijn dat er wel sprake is van een huurovereenkomst legt Irodion subsidiair aan haar vordering ten grondslag dat in ieder geval vanaf 1 oktober 2012 geen vergoeding (huur) is betaald of enige andere tegenprestatie is geleverd voor het gebruik van de kamer en de gemeenschappelijke voorzieningen. Er is sprake van een huurachterstand van inmiddels (ten tijde van de comparitiezitting) 11 maanden. Dit is een tekortkoming die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Bovendien veroorzaken[eiser 1] en[eiseres] ernstige overlast.

Indien de kantonrechter van oordeel zou zijn dat[eiser 1] en[eiseres] de kamer niet behoeven te ontruimen, maakt Irodion aanspraak op een vergoeding voor het voortgezette gebruik van de kamer. Deze vergoeding is niet eerder tussen partijen overeengekomen en dient door een deskundige te worden bepaald.

3.4

Drakogiannis en[eiseres] voeren verweer. Dat verweer komt er, kort gezegd, op neer dat de rechtsverhouding tussen partijen als huur dient te worden gekwalificeerd.[eiser 1] en[eiseres] hebben voor het gebruik een tegenprestatie geleverd in de vorm van betaling van € 145,80 per maand (het in de arbeidsovereenkomst genoemde forfaitaire bedrag), dan wel in de vorm van het verrichten van werkzaamheden voor Irodion, die zij bepalen op 3,16 uren per week (de forfaitaire waarde van € 145,80 is 15,82% van het maandsalaris; 15,82% x 20 uren per week = 3,16 uren per week). Zij hebben aangeboden dit bedrag te voldoen, maar nu Irodion geen rekeningnummer opgeeft, waarop zij dit bedrag kunnen overmaken is zij in schuldeisersverzuim. Aangezien de huurovereenkomst tot op heden niet rechtsgeldig is geëindigd hebben zij recht en belang bij het gebruik van de kamer. Tevens dient Irodion het ongestoorde genot van het gehuurde te verschaffen. Dit verweer wordt tevens ten grondslag gelegd aan hun vorderingen in reconventie.

3.5

Volgens artikel 7:201 BW is huur de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie. Een bruikleenovereenkomst is volgens artikel 7A:1777 BW een overeenkomst waarbij de ene partij aan de andere partij een zaak om niet in gebruik geeft onder de voorwaarde dat de gebruiker de zaak na dat gebruik zal teruggeven. Partijen twisten over de vraag of[eiser 1] en[eiseres] voor het gebruik van de kamer een tegenprestatie aan Irodion verschuldigd waren/zijn.

3.6

De kantonrechter overweegt als volgt.

In onderhavige zaak is er sprake van arbeidsovereenkomsten van 1 mei 2012, waarbij de werkgever, Irodion, zich heeft verplicht tot een meervoudige prestatie: namelijk, om naast een loon in geld, ook “inwoning” oftewel het gebruik van (een) kamers te verstrekken. Daartegenover stond (natuurlijk) de verplichting van de werknemers,[eiser 1] en[eiseres], om de arbeid correct aan de hand van het overeengekomene te verrichten, althans om die arbeid beschikbaar te stellen. In zoverre is er derhalve sprake van een voldoende bepaalbare tegenprestatie, namelijk de verplichting om de bedongen arbeid te verrichten/beschikbaar te stellen; alleen wordt die tegenprestatie zowel door het overeengekomen woongenot als door het eveneens overeengekomen loon-in geld “vergolden”. Dit betekent dat de rechtsverhouding tussen Irodion enerzijds en[eiser 1] en[eiseres] anderzijds gekwalificeerd kan worden als een gemengde overeenkomst. Deze gemengde overeenkomst heeft naast het karakter van arbeidsovereenkomst het karakter van huurovereenkomst.

Voor zover Irodion met haar stelling dat zij door[eiser 1] en[eiseres] niet is betaald voor inwoning, althans het verstrekte woongenot niet in een geldbedrag is uitgedrukt en bedoelt te stellen dat voor het bestaan van een (“gemengde”) huurovereenkomst vereist is, dat er van de aanvang af een als zodanig identificeerbare tegenprestatie bestaat, die als specifieke tegenprestatie voor het gebruik van de kamer(s) kan worden aangemerkt is dit onjuist. De tegenprestatie kan immers heel goed “vermengd” zijn in andere prestaties en daardoor niet als “de” tegenprestatie voor het gebruik van de kamer identificeerbaar zijn. Gelet op het voorgaande brengt de omstandigheid dat[eiser 1] en[eiseres] in theorie konden afzien van het gebruik van de kamer(s) en dan eenzelfde loon (dus geen hoger loon) zouden ontvangen ook niet mee, dat tegenover het gebruiksrecht geen tegenprestatie stond. Irodion stelt bovendien de kamer(s) niet aan iedere willekeurige voorbijganger maar alleen aan haar werknemers, die voor haar als tegenprestatie arbeid verrichten.

3.7

De rechtsverhouding tussen partijen wordt derhalve gekwalificeerd als een gemengde overeenkomst, mede inhoudende een huurovereenkomst van een dienstwoning. Partijen twisten er niet over dat dan sprake is van een oneigenlijke dienstwoning. Dit betekent dat de huurbeschermingsbepalingen van toepassing zijn. De door Irodion primair gevorderde verklaring voor recht, kort gezegd inhoudende, dat de rechtsverhouding tussen partijen gekwalificeerd dient te worden als bruikleen zal dan ook worden afgewezen.

3.8

Tot het einde van de arbeidsovereenkomsten, 1 oktober 2012, hebben[eiser 1] en[eiseres] – gelet op het hiervoor onder 3.6 overwogene – dus een tegenprestatie geleverd voor de huur van de kamer(s). Gesteld noch gebleken is dat zij tot die datum te kort zijn geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst.

3.9

Vanaf het einde van de arbeidsovereenkomsten zijn[eiser 1] en[eiseres] voor de huur van de kamer een tegenprestatie aan Irodion verschuldigd. Daarbij gaan partijen er vanuit dat deze tegenprestatie vanaf 1 oktober 2012 is verschuldigd. Partijen verschillen echter van mening over wat die tegenprestatie dan precies moet zijn.[eiser 1] en[eiseres] vorderen de huurprijs op primair € 145,80 en subsidiair 3,16 uren per week te bepalen. Irodio vordert een deskundige, bij voorkeur de Huurcommissie, te benoemen om de hoogte hiervan te bepalen. Voor dit laatste geeft de huurwetgeving echter geen grondslag. Dit zal dus worden afgewezen.

Als hiervoor is overwogen is in de arbeidsovereenkomst niet voorzien in de door[eiser 1] en[eiseres] te betalen “huurprijs”. Er is slechts vermeld dat de werkgever “tegen een forfaitaire waarde van € 145,80 per maand” inwoning zal verstrekken. Deze forfaitaire waarde is de bijtelling van de huurwaarde van een kamer bij het brutosalaris van[eiser 1] en[eiseres], aangezien, kort gezegd, de Belastingdienst de inwoning ziet als loon in natura. Deze forfaitaire waarde, die wordt vastgesteld door de Belastingdienst is inmiddels bepaald op een bedrag van € 167,50 per maand. Deze forfaitaire waarde is niet gelijk te stellen met de tegenprestatie die[eiser 1] en[eiseres] moe(s)ten leveren. Ook is in de arbeidsovereenkomst niet voorzien in een huurprijs die neerkomt op een aantal uren arbeid per week, zoals[eiser 1] en[eiseres] subsidiair stellen. Gelet hierop zal de kantonrechter dus met toepassing van artikel 6:248 BW in een huurprijs moeten voorzien. Daarbij wordt opgemerkt dat de kantonrechter de vorderingen van Irodion met betrekking tot het vaststellen van de huurprijs, gelet op het verhandelde op de comparitiezitting, aldus begrijpt dat zij tevens vorderen dat de kantonrechter deze huurprijs vast stelt. Mede gelet op het puntensysteem onzelfstandige woningen en rekening houdend met kosten voor het gebruik van gas, water en elektriciteit bij kamerbewoning zal de kantonrechter de huur bepalen op een bedrag van € 300,00 per maand.

3.10

Drakogiannis en[eiseres] erkennen dat zij vanaf het einde van de arbeidsovereenkomsten niets aan Irodion hebben betaald, althans geen tegenprestatie aan Irodion hebben verschaft. Dit betekent dat zij vanaf 1 oktober 2012 de huur niet aan Irodion hebben betaald (tot de comparitiezitting van 22 augustus 2013: 11 maanden x € 300,00 = € 3.300,00). Op de comparitie van partijen is door[eiser 1] en[eiseres] gesteld dat deze huurachterstand, met instemming van Irodion, verrekend kan worden met de vorderingen die[eiser 1] en[eiseres] uit hoofde van twee eerdere procedures nog op Irodion hebben (een bedrag van € 3.436,00). Irodion heeft dit erkend. Verder is eerst thans (na vaststelling van de huurprijs) duidelijk wat de hoogte van huurachterstand is. Aldus is er geen sprake van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Het beroep van[eiser 1] en[eiseres] op schuldeisersverzuim behoeft, gelet op het voorgaande, verder geen bespreking meer. Wel kan de veroordeling tot betaling van de huurprijs vanaf 1 oktober 2012 tot de dag waarop de huurovereenkomsten zullen zijn geëindigd worden toegewezen.

3.11

Op de comparitiezitting heeft de gemachtigde van[eiser 1] en[eiseres] gesteld dat Irodion inmiddels heeft doorgegeven op welk rekeningnummer de verschuldigde huur kan worden voldaan. Gelet hierop hebben[eiser 1] en[eiseres] geen belang meer bij hun vordering tot het opgeven van dit rekeningnummer. Deze vordering zal dan ook worden afgewezen.

3.12

De kantonrechter begrijpt dat Irodion aan haar vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de kamer aan de[adres] tevens ten grondslag legt dat[eiser 1] en[eiseres] zich niet als goed huurder gedragen. Zij stelt hiertoe dat er regelmatig aanvaringen/incidenten tussen[eiser 1],[eiseres] en de overige drie bewoners van het pand aan de [adres] zijn. Daarnaast zouden[eiser 1] en[eiseres] hard schreeuwen; hebben zij de gemeenschappelijke ruimte in beslag genomen; intimideren zij de overige werknemers van Irodion en de directie; maken zij zonder toestemming gebruik van de wasmachine(s) en verwijderen was daaruit; maken zij de gezamenlijke ruimtes niet schoon; gooien zij afval naast de container en sturen zij vervelende sms’jes naar de heer[vennoot], vennoot van Irodion.

Drakogiannis en[eiseres] hebben gemotiveerd betwist dat van het bovenstaande sprake is. Zij stellen zich als rustige huurders te gedragen en bemoeien zich niet meer dan nodig met de andere bewoners.

Naar het oordeel van de kantonrechter had het op de weg van Irodion gelegen, gelet op het verweer van[eiser 1] en[eiseres], haar stellingen nader onderbouwen door bijvoorbeeld (de tekst van) de sms-berichten over te leggen en/of verklaringen van de andere drie bewoners of werknemers. Nu Irodion dit niet heeft gedaan heeft zij niet aan haar stelplicht voldaan en wordt niet aan bewijslevering toegekomen. Er komt dan ook niet vast te staan dat[eiser 1] en[eiseres] zich aan slecht huurderschap hebben schuldig gemaakt. Dit betekent dat de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wordt afgewezen.

3.13

Gelet op het hiervoor overwogene kan de door[eiser 1] en[eiseres] gevorderde verklaring voor recht de rechtsverhouding tussen partijen te kwalificeren als huur, meer in het bijzonder huur van woonruimte, en dat deze tot op heden nimmer rechtsgeldig is beëindigd worden toegewezen. Dit geldt ook voor de gevorderde verklaring voor recht dat zij recht hebben op verblijf in de door hen gehuurde kamer aan de [adres]. Daarbij zal de kantonrechter dit inperken tot de dag dat de huurovereenkomst zal zijn geëindigd.

3.14

Drakogiannis en[eiseres] vorderen daarnaast dat Irodion wordt bevolen al haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst en in het bijzonder de verplichting om aan[eiser 1] en[eiseres] het ongestoorde genot van het gehuurde te verschaffen, op straffe van verbeurte van een dwangsom, na te komen.

Irodion betwist dat zij het rustige woongenot niet verschaft. Nu[eiser 1] en[eiseres] niet stellen en/of bewijzen dat Irodion thans niet het rustige woongenot verschaft hebben zij geen recht en belang bij deze vordering en zal deze worden afgewezen.

3.15

Opgemerkt wordt nog dat[eiser 1] op de comparitie van partijen heeft gezegd dat hij zo snel mogelijk met[eiseres] en hun zoon de kamer wil verlaten. Hij heeft inmiddels werk in Winterswijk als kok en zoekt in de omgeving daarvan naar woonruimte voor hen.

3.16

Gelet op het voorgaande zijn partijen over en weer in het (on)gelijk gesteld. De kantonrechter ziet hierin aanleiding de proceskosten van het geding in oppositie in conventie en in reconventie te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen, waaronder de nakomsten.

4 De beslissing

De kantonrechter:

in oppositie in conventie

4.1

vernietigt het door de kantonrechter te Breda op 5 juni 2013 onder zaaknummer/ rolnummer 773711 CV EXPL 13-2330 gewezen verstekvonnis,

en opnieuw beslissend

4.2

veroordeelt[eiser 1] en[eiseres] hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd om aan Irodion met ingang van 1 oktober 2012, tot aan de dag, waarop de huurovereenkomsten zullen zijn geëindigd een huurprijs van € 300,00 per maand te betalen met inachtneming van het onder 3.10 overwogene;

in reconventie

4.3

verklaart voor recht dat de rechtsverhouding tussen partijen gekwalificeerd dient te worden als huur, meer in het bijzonder huur van woonruimte en dat deze huurovereenkomst tot op heden nimmer rechtsgeldig is beëindigd door Irodion;

4.4

verklaart voor recht dat[eiser 1] en[eiseres] recht hebben op verblijf in de door hen gehuurde kamer aan de [adres] tot aan de dag dat de huurovereenkomst zal zijn geëindigd;

in oppositie in conventie en in reconventie

4.5

verklaart bovenstaande veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

4.6

compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

4.7

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. Tilman-Knoester, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2013.