Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2013:8281

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
29-10-2013
Datum publicatie
09-12-2013
Zaaknummer
AWB-12_5813
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzuimboete wegens niet tijdig afgedragen loonheffingen. Het uitstelverzoek dat belanghebbende kort na het verstrijken van de betalingstermijn heeft ingediend, levert geen avas op. Nu het uitstelverzoek is gedaan voordat de inspecteur de naheffingsaanslag en boete heeft opgelegd of aangekondigd, de loonheffingen kort na het verstrijken van de betalingstermijn alsnog zijn betaald en de loonheffingen over andere tijdvakken steeds tijdig zijn betaald, vermindert de rechtbank de boete tot € 350 (was € 918).

Wetsverwijzingen
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998, geldigheid: 2013-12-09
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2013-3036
V-N 2014/2.21.8
V-N Vandaag 2013/2763

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Procedurenummer AWB 12/5813

Uitspraak van 29 oktober 2013

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats X],

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de inspecteur van 16 oktober 2012 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan haar opgelegde bestuurlijk boete die in één geschrift bij de naheffingsaanslag loonheffingen voor het tijdvak 1 juni 2012 tot en met 30 juni 2012 is vervat.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2013 te ‘s-Hertogenbosch.

Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende,[gemachtigde], verbonden aan [kantoornaam gemachtigde], en namens de inspecteur, [verweerder].

1 Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    vermindert de boete tot € 350;

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van

€ 944;

- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 310 aan deze vergoedt.

2 Gronden

2.1.

Belanghebbende heeft tijdig aangifte loonheffingen over het tijdvak 1 juni 2012 tot en met 30 juni 2012 gedaan naar een bedrag van € 45.903. Dit bedrag diende uiterlijk 31 juli 2012 te worden betaald. Op 3 augustus 2012 heeft belanghebbende per brief voor dit bedrag om uitstel van betaling verzocht tot en met 30 september 2012.

2.2.

Met dagtekening 29 augustus 2012 is de naheffingsaanslag loonheffingen voor voornoemd tijdvak opgelegd. Gelijktijdig is bij afzonderlijke beschikking de verzuimboete van € 918 wegens niet tijdige betaling opgelegd.

2.3.

Bij brief van 30 augustus 2012 is het verzoek om uitstel van betaling afgewezen. Op 17 september 2012 heeft de Belastingdienst de betaling van belanghebbende ontvangen.

2.4.

In geschil is of de verzuimboete terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

2.5.

Op grond van artikel 67c van de AWR vormt het niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de termijn betalen van belasting, welke op aangifte moet worden afgedragen een verzuim ter zake waarvan de inspecteur de inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete van hoogstens € 4920 kan opleggen.

Op grond van paragraaf 23, derde lid van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (hierna BBBB), legt de inspecteur, ingeval van een betalingsverzuim, een boete op van 2% van de niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de termijn betaalde belasting tot het wettelijk maximum van € 4920. Indien sprake is van afwezigheid van alle schuld (hierna avas) wordt op grond van paragraaf 4 van het BBBB de boeteoplegging achterwege gelaten.

2.6.

Vaststaat dat belanghebbende de loonheffingen over het genoemde tijdvak niet tijdig heeft betaald. Er is dus sprake van een betaalverzuim.

2.7.

Alvorens over te gaan tot behandeling van de vraag of er in dit geval sprake is van avas, dient voorop gesteld te worden dat het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel van belanghebbende niet kan slagen. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 9 juli 2010, nr. 09/03083, ECLI:NL:HR:2010:BN0631 bepaald dat het vereiste van een zorgvuldige voorbereiding van besluiten zoals is neergelegd in artikel 3:2 van de Awb niet meebrengt dat een inspecteur gehouden is zich van de mogelijke aanwezigheid van feiten en omstandigheden te vergewissen die mogelijkerwijs een avas inhouden alvorens hij een verzuimboete oplegt.

2.8.

Er is sprake van avas indien belanghebbende stelt en bij betwisting aannemelijk maakt dat belanghebbende alle in de gegeven omstandigheden van haar in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te bewerkstelligen dat het verschuldigde bedrag tijdig op de rekening van de Belastingdienst zou zijn bijgeschreven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende niet alle van haar te vergen zorg betracht om te bewerkstelligen dat het verschuldigde bedrag tijdig op de rekening van de Belastingdienst is bijgeschreven. Belanghebbende heeft kort na afloop van de wettelijke betalingstermijn het verzoek om uitstel van betaling heeft gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank, levert dit geen avas op.

2.9.

Het doel van de boeteoplegging is het creëren van een prikkel om inhoudingsplichtigen tijdig de belastingen te laten afdragen. De voorgeschreven 2% in het

BBBB dient het evenredigheidsbeginsel te dienen. In een individueel geval kan dit echter toch onredelijk uitpakken. De boete dient, alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemend, passend en geboden te zijn. Het staat vast dat belanghebbende zelf, kort na het verstrijken van de betalingstermijn en nog voordat de inspecteur de naheffingsaanslag en boete had opgelegd of aangekondigd, het initiatief heeft genomen om uitstel van betaling te verzoeken. Kort na het verstrijken van de betalingstermijn en de afwijzing van haar verzoek om uitstel van betaling heeft belanghebbende alsnog de belasting overeenkomstig de aangifte betaald. Verder staat tussen partijen vast dat de door belanghebbende gedane betalingen altijd tijdig zijn geweest in zowel de tijdvakken voor als na juni 2012. Uit het verzoek tot uitstel van betaling blijkt ook de welwillendheid van betaling. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank een boete van € 350 passend en geboden.

2.10.

Gelet op het vorenstaande is het beroep gegrond verklaard.

2.11.

De rechtbank vindt aanleiding de inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 944 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 472 en een wegingsfactor 1).

Deze uitspraak is gedaan op 29 oktober 2013 door mr. W.A.P. van Roij, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. W.A. de Paepe, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.